Wat Rutte deed was het ‘nee’ van het referendum vervalsen

Woensdag, in het debat over het referendum, ging het in de Tweede Kamer opeens over het ‘interpreteren van het nee’. Op dat moment wist ik: hier zien we precies waarom de politiek het vertrouwen verliest.

Er wordt een digitale vraag gesteld, ja of nee, men zegt nee, en de minister-president (en de PvdA) plaatst er onmiddellijk een ‘maar’ achter om het nee te relativeren.

Nee is: nee, maar.

Zo ontstaat er ruimte – en Rutte sprak ook over ruimte. En ruimte bestaat uit tijd. En Rutte zei ook meteen dat hij tijd nodig had. Hij weet dat met ‘maar’ en ’tijd’ hij het ‘nee’ waterig kan maken. Maar die waterigheid is ook een gif. Het gif waardoor het volk de politiek terecht wantrouwt. Want zij en de democratie worden in de zeik genomen.

Ik moest denken aan Umberto Eco. Ik hoorde eens een lezing van hem over het interpreteren van teksten. Eco meende dat je bij het interpreteren van een tekst niet alles met die tekst mag doen. De interpretatie wordt beperkt door de bedoeling van de tekst.

Eco verwees naar Augustinus, en schrijft in zijn boek Over interpretatie: ‘Elke interpretatie van een bepaald onderdeel van een tekst kan worden geaccepteerd als ze wordt bevestigd door, en moet worden afgewezen als ze in strijd is met een ander onderdeel van dezelfde tekst.’

De tekst ‘nee’ is een tekst die bestaat uit één woord. Korter kan niet.

Lees deze column van Theodoor Holman verder op Het Parool

De ijdele premier als wetsovertreder

Wat ik heb overgehouden aan het referendumdebat van gisteravond is een bevestiging van mijn cynisme over de politieke moraal van de minister-president. Dat Mark Rutte zich niet laat leiden door ideologische bevlogenheid was mij al jaren duidelijk.

Hij is een onderhandelaar pur sang, een dealmaker. Voor hem geen vergezichten, geen ideologie. Gewoon de problemen aanpakken en oplossen die hij onderweg tegenkomt. Manager Mark die met een altijd parate woordenwaterval elke kritiek op zijn handelen zelfverzekerd denkt te kunnen afslaan.

Gisteravond zagen weer een voorbeeld van zijn stuurmanskunst. Rutte’s belangrijkste argument was het claimen van onderhandelingsruimte in Brussel. We kunnen daar niet aankomen met een door het Nederlandse parlement afgewezen verdrag, zo was zijn stelling. Met lege handen en zonder wisselgeld bereiken we niks.

Daarom klampte hij zich vast aan de strohalm van het “zo spoedig mogelijk” uit de Referendumwet. Dit taalkundig niet voor nadere interpretatie vatbare begrip rekte hij uit voorbij de letter en de geest van de wet. Sinds gisteravond weten we dat in de opvatting van de minister-president “zo spoedig mogelijk” een periode van drie maanden kan omvatten. De Nederlandse taal heeft dus een belangrijke vernieuwing ondergaan. Onbetwistbare urgentie blijkt een flexibel begrip te zijn.

De onderhandelaar Rutte heeft met deze retorische truc de tijd geclaimd die hij nodig denkt te hebben om zich te kunnen profileren als dialoogzoeker. Dat wil hij doen door het nee-kamp te consulteren en in Brussel te kijken of er nog iets te regelen is qua aanpassing van het Oekraïneverdrag. Een haast wereldvreemd plan.

Ten eerste wil het nee-kamp niet geconsulteerd worden, want voor de initiatiefnemers van het referendum is het Nee gewoon een Nee. Ten tweede valt er in Brussel niets te halen. Alle andere lidstaten hebben het verdrag al geratificeerd zonder voorbehoud. Ze hebben geen zin om een voor hen voldongen feit achteraf nog eens ter discussie te gaan stellen.

Ik denk dat Mark Rutte dit allemaal van binnen heel goed weet.

Lees deze column van Asher ben Avraham verder op Opiniez

Draai na referendum levert PvdA hoon op

Het Nederlandse ’nee’ tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne heeft niet alleen het kabinet, maar ook de PvdA-fractie in de problemen gebracht.

Vonden de sociaaldemocraten vóór het referendum nog dat het kabinet de uitslag moest overnemen, nu vinden ze dat het kabinet eerst met vertegenwoordigers van het nee-kamp in overleg moet. De draai leverde de partij in een roerig en soms snoeihard Kamerdebat hoon op van de oppositie.

Ook de VVD werd volop aangevallen nadat Kamerlid Ten Broeke erop had gewezen dat het nee-kamp verdeeld is en dat de nee-stemmers verschillende motieven hebben. Recht doen aan de uitslag is daarom een lastige klus. SP-Kamerlid Van Bommel merkte op dat Ten Broeke ook niet moeilijk deed over de motieven van kiezers die op de VVD hebben gestemd omdat ze dachten dat ze daarmee duizend euro zouden krijgen. Een lachsalvo steeg op vanaf de rijkgevulde publieke tribune.

Het kabinet kwam in het debat eveneens in de knel. De voltallige oppositie wil dat er snel een wet komt ter intrekking van het verdrag met Oekraïne. Alleen dan wordt recht gedaan aan de uitslag van het referendum. „Ik was tegen het referendum en vóór het verdrag, maar als het een ’nee’ is geworden, kun je niet ’ja’ doen. Intrekken is onvermijdelijk”, zei CDA-leider Buma.

Premier Rutte wil echter ruimte houden om met een Europese oplossing te komen. „Geef ons een kans”, smeekte hij. Rutte belooft in Brussel aanpassingen aan het verdrag te bedingen die de nee-stem ’een plek geven’. Lukt dat niet, dan trekt het kabinet alsnog de goedkeuringswet in.

’Onacceptabel’, vond PVV-leider Wilders. Hij beschuldigde de premier van het plegen van een ambtsmisdrijf. Volgens de referendumregels moet het kabinet immers zo spoedig mogelijk met een intrekkingswet komen.

Het was gisteravond onduidelijk of Rutte kan rekenen op de steun van de voltallige coalitie. Zo konden meerdere PvdA’ers gisteren niet garanderen dat de hele fractie akkoord is met de tactiek van het kabinet. Bij de stemming van volgende week moet dat blijken.

Daarmee heeft de ministersploeg van Rutte een taai probleem. Het beeld blijft immers hangen dat ze de raad van het volk in de wind slaat. Omdat het een raadgevend referendum is, kan het kabinet de uitslag naast zich neerleggen. Maar in een verkiezingsjaar is dat zowat politieke zelfmoord.

Het kabinet zette vóór het debat de oppositie nog onder druk. Premier Rutte en minister Koenders (Buitenlandse Zaken) belden persoonlijk met fractieleiders van CDA, D66, SGP en GL. De bewindslieden vroegen met klem om niet mee te stemmen met het SP-voorstel dat het kabinet dwingt tot intrekken van de Oekraïne-wet. Tijdens de schorsing van het debat belden de bewindslieden nog eens. Het leek tevergeefs.

Telegraaf, 14 april 2016

Kom, kom, coalitie; niet zo zuur over de uitslag van het referendum

Inzake de zogenaamde ‘Giftige cocktail van rancune, woede, wantrouwen en angst’

Stelt u zich eens voor. Er zijn verkiezingen. Er worden allerlei leugens verspreid. Zo beweren bepaalde aanstormende Europarlementariërs dat ze allerlei dingen waar ze niets over te zeggen hebben zullen regelen voor de kiezer in Brussel. Zoals lijsttrekkers die claimen eigenhandig de eurocrisis te hebben bedwongen, of de dreigende oprichting een Europees leger voor de poorten van de hel hebben weggesleept. Of wat dacht u van banen die naar Nederland te halen zijn? Ook al heeft het Europarlement slechts een adviserende rol bij buitenlands- en veiligheidsbeleid, fiscaal beleid, familierecht, eurobeleid en het werkgelegenheidsbeleid – toch deden alle lijsttrekkers van de Nederlandse politieke partijen in 2014 (en voorgaande jaren) dit heel anders voorkomen. Alsof zíj het allemaal regelden.

Europese verkiezingen
Zijn de afgelopen Europese verkiezingen door deze campagne-leugentjes om bestwil minder geldig? Zijn de nationale verkiezingen minder legitiem omdat er een zekere partij besloot om volledig kermisklant te gaan en 1000 euro aan iedere burger beloofde? Toch is popiejopie- campagnevoering ineens wél een drama zodra het gaat om het eerste raadplegend referendum. Raar.

Stelt u zich eens voor. Er zijn verkiezingen. Er komt een minderheid van de kiezers opdagen. Zo zweeft de opkomst voor de verkiezingen van het Europarlement sinds de Val van de Muur gemiddeld rond de 35 procent. Zijn de afgelopen Europese verkiezingen hierdoor minder geldig? Is het instituut Europarlement hierdoor direct overbodig, omdat tenslotte gemiddeld 65 procent van de burgers er niet over stemt? Nee, natuurlijk niet. Gemiddeld 30 procent is toch al snel 40 zetels, zo ongeveer het mandaat van regeringspartij VVD en premier Rutte (hoi!). Niemand die aan zijn handtekening onder verdragen twijfelt, ook al zit hij er dankzij “maar” 4 miljoen mensen van de 17. De (al dan niet strategische) thuisblijvers dienen in het eigengemaakte bedje te liggen. Zoals Plato al waarschuwde: “De straf voor het niet participeren in de politiek, is bestuurd worden door je minderen.” Het is als niet meedoen aan de Postcode Loterij, en achteraf zeiken en naar de rechter stappen omdat je Flodder-buurman wel heeft gewonnen en je dit uitgerekend hém niet gunt. Want jij weet het niet alleen beter, je bént natuurlijk ook gewoon beter.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op TPO

Rutte minimaliseert ons NEE

Rutte interpreteert ons nee al snel tot een nee tegen het lidmaatschap van Oekraine. Daarmee minimaliseert Rutte ons nee. Immers, ons werd de vraag gesteld: “bent u voor of tegen het Associatieverdrag met Oekraine?”

De vraag was niet ‘bent u tegen lidmaatschap’. Nu het verdrag slechts aanpassen door expliciet te vermelden dat lidmaatschap is uitgesloten, doet geen recht aan onze democratische stem.

Het ging ons niet om slechts 1 artikeltje uit het verdrag, maar om álle artikels. En met name de artikels die Oekraïne het recht geven op financiële bijdrage en militaire steun of op visumvrij reizen. Het was ook een nee tegen het provoceren van Rusland. Een blokkade op de snelweg voor multinationals richting Europa en TTIP. Een nee tegen de plofkip, gentech en oneerlijke concurrentie omdat Oekraïne zich bij productie van goederen niet aan dezelfde regels t.a.v. mensen- en dierenrechten hoeft te houden.

Dat de andere 27 lidstaten hun goedkeuring al hebben gegeven, omdat deze EU lidstaten gek genoeg -of juist niet- níet het democratisch recht op referenda hebben, maakt het voor Rutte erg lastig, zo niet onmogelijk. Nu ons nee minimaliseren omdat EU en haar 27 lidstaten iets te voorbarig 36 miljard overmaakte -nog voordat de prestatie was geleverd- kan niet. Hoe Rutte het dan oplost, is nu zijn probleem.

Ingezonden door Petra VanEyndhoven

Mark Rutte, wees eerlijk: akkoord met Oekraïne ís basis voor Europese integratie

Rutte stelt dat het associatie-akkoord met Oekraïne geen voorportaal is voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Wie het akkoord gaat lezen ziet al snel dat het anders zit. Ook voorstanders van het akkoord zijn verstandig als ze erkennen dat het akkoord leidt tot vergaande politieke en economische integratie.

Soms zeg je als politicus iets wat klopt, maar niet juist is. Mark Rutte deed dat vorige week vrijdag met het Oekraïne-referendum:

Premier Mark Rutte benadrukte gisteren nog maar eens dat burgers zich echt geen zorgen hoeven te maken dat Oekraïne lid zal worden van de EU. “No way! We hebben dit soort verdragen ook met andere landen, zoals in Midden-Amerika. Sommige landen doen misschien wel mee aan het Eurovisiesongfestival, maar dat wil niet zegen dat ze ook lid worden van de EU.

Rutte moet natuurlijk koorddansen. Zijn eigen partij is gespleten, de kiezers zijn verdeeld. De Ruttiaanse oplossing: de boel downplayen. Een (scheve) vergelijking, een geruststelling, een grapje. Zo kennen we Rutte. Oud-Hollandse gezelligheid gaat bij hem boven een principieel gesprek.

Maar wat als deze aanpak nu eens niet olie op de golven werpt, maar juist olie op het vuur?

Het referendum over de toekomstige Europese status van Oekraïne is een goed voorbeeld. Dit referendum komt niet uit het niets. Het is een reactie op de onvrede dat toenemende Europese integratie zich lijkt te onttrekken aan democratische controle. Een meerderheid van Nederland is voor lidmaatschap van de Europese Unie, maar vindt tegelijkertijd dat de burger weinig te zeggen heeft over voortgaande integratie. Politieke leiders zijn niet eerlijk. Thuis geven ze af op Europa, in Brussel is het ouderwets handjeklappen. Je bestelt het één, je krijgt het ander. Europese integratie is daarmee een weg vooruit zonder democratische rem. Het is schizofreen, en de kiezer ziet het.

Dat derde steunpakket voor Griekenland zou er nooit komen volgens Rutte. Het kwam er. De Italianen konden volgens Bolkestein niet in de euro. Hij stemde voor. De Europese Grondwet was begraven in 2005 zei Van Aartsen. Om er vervolgens mee in te stemmen. Of die luchtbrug van vluchtelingen uit Turkije volgens Rutte: allemaal veel te voorbarig. Drie dagen later was het er. Het is politiek van de voldongen feiten. Je flirt met euroscepsis, om vervolgens eurogezind te kussen.

Het is een cynisch spel dat Rutte’s VVD speelt. Mede daarom waren er binnen no-time waren 427.939 kiezers bereid een handtekening te zetten om via GeenPeil een referendum aan te vragen. Om een streep in het zand te zetten.

Lees verder op de blog van Sywert van Lienden

Boze burgers na referendum nog bozer?

Veel mensen grijpen het Oekraïnereferendum aan om te protesteren tegen het kabinet en de EU. Maar de kans is groot dat ze na woensdag alleen nog maar bozer zullen zijn.

De 63-jarige Jan Uding, vrijwilliger in een verpleeghuis in de Haagse Schilderswijk, blijft woensdag thuis. Uit protest tegen het kabinet en ‘alle mooie verhaaltjes’. Het is net zo’n corrupte bende als in Oekraïne. ,,Als je eenmaal in de Kamer hebt gezeten, word je vanzelf burgemeester of wethouder. Ik zie die Pechtold op tv roepen over het verdrag: ‘stem ja, stem ja, stem ja’, omdat het zo goed zou zijn voor iedereen. Je ziet gewoon dat hij zit te liegen.”

Stemmen heeft bovendien geen zin, denkt de Hagenaar, dat verdrag komt er toch wel. ,,Het wordt je nu gewoon door je strot geduwd, met een tempo van hier tot ginder. En na een paar jaar zeggen dat het mis is gegaan. En politici leren er niks van: de volgende keer maken ze dezelfde fout. Daar word ik zo langzaamaan een beetje ziek van.”

Kiezers willen woensdag veel meer zeggen dan alleen wat ze van het associatieverdrag met Oekraïne vinden. Maar liefst twee derde van de stemmers geeft met ‘voor’ of ’tegen’ een oordeel over de Europese Unie, blijkt uit opinieonderzoek van Maurice de Hond.

Ook spreekt twee derde zich in dit referendum uit over ‘de wijze waarop democratie in Nederland werkt’. Nog eens 42 procent van de Nederlanders zegt dat hun stem hun oordeel over het kabinet weergeeft.

Het viel politicoloog Martin Rosema, gespecialiseerd in kiezersonderzoek, al eerder op. ,,De EU is het belangrijkste motief voor kiezers. Hun onvrede zit diep en daar is slim op ingespeeld door de initiatiefnemers van het referendum. Jan Roos en consorten hebben het gepresenteerd als referendum over de EU. Dat beeld draai je niet makkelijk meer om.”

Mensen voelen zich niet gehoord, zegt onderzoeker Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ,,Dat komt nu naar buiten. De elite is te ver afgedreven van de gewone burger, is het gevoel. In de EU gebeuren allerlei dingen waarop gewone mensen geen greep hebben.”

De uitbreiding van de Unie met tien vooral Oost-Europese landen in 2004 ging veel mensen bijvoorbeeld te snel. Een jaar later kwam de grote onvrede aan het licht tijdens het referendum over de Europese grondwet, waar een meerderheid tegen stemde.

Sindsdien is de boosheid niet verminderd. Dekker: ,,Sommige mensen voelen zich vernacheld, omdat de grondwet voor hun gevoel toch is doorgegaan onder een andere naam: het verdrag van Lissabon.”

Lees verder op De Gelderlander

Oekraïne-referendum is een feest voor de democratie

De inkt van de referendumwet is maar net droog en we kunnen al naar de stembus om de regering van advies te voorzien. Vandaag stemt Nederland voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Maar sommige mensen blijven ook thuis en daarom lijkt de grote vraag vooral of meer dan 30 procent van de kiezers naar de stembus gaat.

Mocht de kiesdrempel gehaald worden, wat zegt dat dan? Stemmen mensen voor of tegen het verdrag met Oekraïne? Voor of tegen Europa? Voor of tegen een Nexit? Voor of tegen de politiek of – meer in het bijzonder – tegen politici? Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat 48 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in politici. Kan het referendum een middel zijn om dat percentage op te krikken? Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden vindt van wel. ‘Een meerderheid van de Nederlanders heeft wel vertrouwen in democratische instellingen, een referendum kan het gat tussen dat vertrouwen en het vertrouwen in politici verkleinen.’

Eindelijk een interessant programma! Luister!