Foei! Burgers willen uitbreiding EU frustreren

Het eerste door burgers gevraagde referendum is een stap dichterbij gekomen. Op initiatief van website GeenStijl en het Burgercomité-EU zijn de afgelopen weken 14.441 handtekeningen verzameld met het verzoek een volksraadpleging te organiseren over een door het parlement goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Volgens de Kiesraad zijn er voldoende geldige verzoeken binnengekomen om de procedure te beginnen.

Nu kan de volgende fase ingaan: de initiatiefnemers moeten tussen 18 augustus en 28 september 300.000 ondertekende, door de Kiesraad uitgeven, verzoeken verzamelen waarin om het referendum wordt gevraagd. Wordt dat aantal gehaald, dan moet de overheid binnen zes maanden een referendum organiseren. De uitkomst is niet bindend. Als bij dat referendum een meerderheid tegenstemt, moet de regering het wetsvoorstel slechts opnieuw in overweging nemen. Voorwaarde is dat minstens 30 procent van de kiesgerechtigden zijn of haar stem uitbrengt.

Wat de initiatiefnemers al wel hebben bereikt is dat het verdrag niet in werking kan treden. De referendumwet schrijft namelijk voor dat zolang de procedure voor het correctief raadgevend referendum loopt, door het parlement aanvaarde wetten en verdragen niet mogen worden ingevoerd.

Degenen die om het referendum hebben gevraagd zijn tegen verdere uitbreiding van de EU.

Bron: NRC

Hoog tijd dat de burger aan de noodrem trekt bij uitbreiding EU

Geef de Nederlandse bevolking de mogelijkheid de geleidelijke uitbreiding van de EU een halt toe te roepen.

Vorige maand trad de wet op het raadgevend correctief referendum in werking. In samenwerking met GeenPeil heeft het Burgercomité-EU besloten deze wet direct te gebruiken om de Nederlandse bevolking te betrekken bij de besluitvorming over de EU. Het doel is een referendum over het recent goedgekeurde associatieverdrag met Oekraïne.

Waarom precies willen we een referendum over het associatieverdrag? Zoals opinieonderzoek sinds 1996 consistent uitwijst is een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking tegen toetreding van Oekraïne tot de EU.

Natuurlijk beweert de regering bij hoog en laag dat dit verdrag geen opstapje is voor EU-lidmaatschap. Feit is echter dat dit bij Kroatië wel het geval was. Feit is ook dat Oekraïne dit verdrag zelf als een voorportaal voor lidmaatschap ziet. Het is dan ook teleurgesteld is dat hierover in het associatieverdrag zelf niets is opgenomen. Ook moet Oekraïne nu aan criteria gaan voldoen die overeenkomen met de eisen voor toetreding uit artikel 49 van het Verdrag van Lissabon.

Nederlanders willen niet dat Oekraïne lid wordt. Maar los daarvan valt te twijfelen aan de wijsheid van de associatie zelf. Oekraïne is een failliet land dat in een burgeroorlog verwikkeld is. De associatie met Oekraïne bedreigt ook nog eens de vrede in Europa.

Lees verder op de Volkskrant >>>

Inleidend verzoek referendum over associatieverdrag met Oekraïne toegelaten

Er zijn meer dan 10.000 geldige verzoeken ingediend voor het houden van een referendum over de wet tot goedkeuring van een Associatieovereenkomst met Oekraïne. Daarmee gaat deze wet door naar de volgende, definitieve fase. Als in de definitieve fase, die loopt van 18 augustus tot en met 28 september, 300.000 geldige verzoeken zijn ontvangen, dan wordt een raadgevend referendum over deze wet gehouden.

In totaal zijn 14.441 verzoeken ontvangen. Daarvan waren er 13.480 geldig, en 961 ongeldig. De controle van verzoeken vond plaats door middel van een steekproef, overeenkomstig de Wet raadgevend referendum.

Op 18 augustus wordt het besluit over toelating van de inleidende fase gepubliceerd in de Staatscourant. Het proces-verbaal van de beoordeling ligt vanaf die publicatie twee weken ter inzage bij de Kiesraad. Hetzelfde geldt voor de verzoeken die ongeldig zijn verklaard.

Formulieren voor het indienen van definitieve verzoeken tot het houden van een referendum over de goedkeuring van de Associatieovereenkomst met Oekraïne zijn vanaf 18 augustus beschikbaar op www.referendumovereenwet.nl.

Bron: Kiesraad

The make believe world of eurozone rules

The disagreement between Germany and the European Court of Justice is not about the law, but politics and economics.

By Wolfgang Münchau

Whenever you are in a room with European officials and discuss the euro, there is usually somebody who raises his finger and says: “This is all well and good, but it is ‘against the rules’.” It then gets very quiet.

“Against the rules” is a big thing in Europe. Most people do not really know what the rules are. But they do know that rules have to be followed.

The situation reminds me of a short story by Franz Kafka, Before the Law, where a man tries to seek entrance to a courthouse. A door keeper tells him that this is possible in principle, but not at the moment.

The man spends his entire life in front of the court waiting to be admitted. At the end of his life he was told that he could have gone through the door at any time. That man followed the wrong set of rules — rules of the mind, not of the law.

Rules of the mind is what we are dealing with in the European debate about the single currency. Many of these rules either do not exist, or they constitute some rather far-fetched interpretation of existing rules.

During the recent Greek crisis, I came across a completely new rule. I first heard it from Wolfgang Schäuble, the German finance minister. It says that countries are not allowed to default inside the eurozone. But a default was perfectly fine once they leave the euro, on the other hand.

I later read that Otmar Issing, the former chief economist of the European Central Bank, used almost exactly the same phrase as Mr Schäuble in an Italian newspaper interview. If so many important people say it, then surely it must be true, mustn’t it?

Actually, as it turns out, there is no such rule. There is only Article 125 of the European Treaty on the Functioning of the European Union. Article 125 says that countries should not take on the debt of other countries. This is also known as the “no-bailout” clause — though that, as it turns out, is a rather loaded interpretation.

In its landmark Pringle ruling — relating to an Irish case in 2012 — the European Court of Justice said bailouts are fine, even under Article 125, as long as the purpose of the bailout is to render the fiscal position of the recipient country sustainable in the long run.

In another landmark ruling, from June this year, the ECJ supported Mario Draghi’s promise to do whatever it takes to help a country subject to a speculative attack.

The ECB president’s pledge had previously been challenged by the German constitutional court. In both cases, the ECJ did not support the predominant German legal interpretation.

So what then can we infer from the previous ECJ rulings in the absence of an explicit ruling from the court on debt relief?

An interesting article by three authors from Bruegel, a European think-tank, concludes that debt relief is almost certainly consistent with current law.

The argument goes as follows: in the Pringle case, the court gave the go-ahead for bailouts in principle as long as they are intended to stabilise public finances. In the ruling on the ECB’s backstop, the court accepted the principle that the ECB could incur a loss on its asset purchases, as long as the bank follows its own mandate.

Add the two together, and you have debt relief. I am not sure whether the ECJ would follow this argument precisely if this ever came to court. The court would probably impose some constraints. But I would be surprised if the ECJ were to follow the German interpretation now when it rejected it previously.

Why do Germany and the ECJ disagree so much? The overt reason is that European law on monetary union is internally inconsistent, and thus open to different interpretation. It neither allows an exit, a default nor a bailout, and has therefore no clear procedure in the event of a financial crisis.

The German view is that the “no bailout” clause is the strongest of them all and must therefore take precedence. Others disagree.

In addition, German constitutional lawyers do not allow economic considerations to enter their legal arguments, while the ECJ justices do. At a deeper level, the disagreement is not about the law, but about politics and economics. The new “no-default” rule is a political aspiration dressed up as legal constraint.

What is really happening is that Germany does not want to grant Greece debt relief for political reasons, and is using European law as a pretext. Likewise, when Mr Schäuble proposes a Greek exit from the euro, ask yourself what rule that is consistent with.

The fact is they are making up the rules as they go along to suit their own political purposes.

Bron: Financial Times

Bijltjesdag

Deze zomer is er iets geknapt in Europa. Het was op mijn Amerikaanse vakantieadres duidelijk te horen. En dan bedoel ik niet het gebroken willetje van Alexis Tsipras. Noch het gebroken ruggengraatje van Syriza.

Dan bedoel ik die goudglanzende fata morgana van een verenigd Europa, die eindelijk POEF heeft gezegd.

Europese integratie is altijd een eliteproject geweest. Steile politici van het slag Mansholt en Monnet, Schuman en Spaak beloofden getraumatiseerde kiezers vrede, veiligheid en voorspoed in ruil voor wat minder nationale democratie en wat meer Europese technocratie. Zolang oorlog uitbleef, de Europese verhoudingen verder normaliseerden en werk­gelegenheid en koopkracht groeiden, kraaide geen haan naar wat de Hoge Heren in Brussel uitvraten.

Permissive consensus heet het sinds 1970 in het nieuwe, door Brussel gesubsidieerde en rijkelijk met Jean Monnet-leerstoelen besprenkelde vakgebied dat Europese Studies heet. Of in de woorden van de Duitse politicoloog Fritz Scharpf: veel outputlegitimiteit, weinig inputlegitimiteit. Waarbij wel altijd de twijfel knaagde wat nou precies de bijdrage van Brussel was.

Met het ‘Dictaat van Athene’ van 13 juli is dit impliciete sociale contract eindelijk naar de gallemiezen. Niet voor eurofielen trouwens. Die doen wat gelovigen altijd doen: de ogen sluiten voor onwelgevallige waarheden en dronken van vervoering neerknielen voor het graatmagere kalf dat Euro heet. En evenmin voor eurosceptici zoals ondergetekende. Ik zag slechts mijn eigen gelijk bevestigd en ben erdoor op z’n best nog een tikkie cynischer de Brusselse wereld in gaan blikken dan ik al deed.

Nee, de klap is vooral hard aangekomen bij dat grote contingent van trouwe eurolauwen, dat, wars van ideologie, de schaalvergroting van Euro simpelweg als gegeven en verdere verdieping en verbreding van de Europese Unie simpelweg als noodzaak beschouwde. ‘Mondialisering’, weet u wel. Of ‘opkomend China’. Of anders ‘geopolitiek’ en het ‘Russische kwaad’.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op de Groene >>>

Wanneer gaat de ‘handel in invloed’ over in corruptie?

Lobbyen bij politieke beslissers door belangengroepen en bedrijfsleven is zo oud als de weg naar Rome. Maar waar eindigt opkomen voor belangen en begint ongewenste belangenverstrengeling? Onze senaat blijkt vol te zitten met lobbyisten. Intussen weigerde Nederland een verdrag te ratificeren tegen deze ‘lobbycratie’.

Opkomen voor je eigen belangen, wie doet en wil dat nu niet? Daar is natuurlijk niets mis mee. Sinds mensenheugenis proberen individuen, groepen en bedrijven hun belangen veilig te stellen door politieke invloed te verwerven. Hoe krachtiger de lobby, hoe meer invloed. De voorbeelden uit Brussel, wie kent ze niet? De machtige bankenlobby, energielobby en de tabaksindustrie – het zijn slechts de bekendste daarvan.

Maar ook dichter bij huis – in Den Haag om precies te zijn – vinden lobbyisten hun weg naar regering en parlement, onze wetgevende macht. In een artikel in Elsevier gaf columnist Syp Wynia eerder dit jaar al een fraai inkijkje in het Haagse lobbycircuit. Hij vroeg zich daarbij af hoe het kan dat met name de Eerste Kamer vol zit met lobbyisten zónder dat daar moord en brand over wordt geschreeuwd. Want als vrijwel alle fractievoorzitters van de grotere partijen in de senaat – met uitzondering van de SP en PVV – óók bepaalde (bedrijfs-)belangen vertegenwoordigen, hoe zit het dan met hun onafhankelijkheid, die nodig is om wetgeving te toetsen op consistentie en uitvoerbaarheid?

Lees dit artikel van Jean Wanningen verder op FTM >>>

EU spendeert miljarden aan zelfpromotie

EU accused of trying to ‘indoctrinate’ children and trying to influence EU referendum after it emerges it is spending £500million a year promoting itself.

The EU is spending more than £500million a year promoting itself amid growing concern that it could have an “insidious” impact on the result of Britain’s referendum.

The analysis by Business for Britain, the Eurosceptic campaign, found that the EU has produced thousands of publications, videos and information campaigns to promote its values. The spending includes more than 100 publications, over 1,000 videos as well as cartoons, colouring books and other educational materials intended to promote EU values to children.

Matthew Elliott, the chief executive of Business for Britain, said: “With UK taxpayers contributing more and more to the EU Budget, it is staggering that the European Institutions are throwing away our hard-earned money on propaganda promoting the European project. “Indoctrinating children in classrooms and funding EU-friendly NGOs is a completely inappropriate use of taxpayers’ money when budgets are being cut at home. When Parliament debates the EU Referendum Bill in the autumn, it is vital that MPs prevent the EU from using its huge PR budget to brainwash voters and insidiously influence the result.”

The report, which went through European budgets on a line-by-line basis, established that the EU spent £560million directly on promotions and communications. However, the figure is likely to be conservative as many promotional activities are included in larger budgets and not detailed separately. Business for Britain said that the EU committed to £3.1billion worth of spending which included “corporate communication of the political priorities of the Union” – more than the advertising budget for Coca Cola.

Lees verder op The Telegraph >>>

Waar ligt Moldavië?

De EU (en daarmee u, Nederlandse burger!) heeft een ‘in depth’ associatieverdrag gesloten met Moldavië. Tegelijkertijd overigens met Georgië en Oekraïne. En dit allemaal uiteraard met de zegeningen van onze Tweede en Eerste Kamer, zonder dat de pers hier 1 letter aan gewijd heeft. Want associatie-akkoorden zijn saai en daar willen we de Nederlandse burgers niet mee vervelen, nietwaar? U ziet, de Nederlandse pers is heel goed in vooraf selecteren wat u wel of niet belangrijk dient te vinden. Afijn, gelukkig hebben we GeenStijl nog. In de serie democratie van GeenPeil gaat Jan Roos op pad om te vragen: Waar ligt Moldavië?

Voor meer: Lees verder op GeenStijl >>>