Oekraïne hoort niet binnen de EU

Nederland heeft als lidstaat van de Europese Unie op 30 juni de associatieovereenkomst tussen enerzijds de EU en anderzijds Moldavië, Georgië en Oekraïne goedgekeurd. Wat Nederland betreft is de weg open voor toetreding op termijn van deze landen tot de EU. Landen die qua cultuur en democratie ver afstaan van de Nederlandse samenleving.

Landen die ik niet ken, waar ik ook niks mee heb. Bij Oekraïne bijvoorbeeld heb ik geen positief beeld. Ik herinner mij de opstand en de doden op het Maidan, begin vorig jaar, plus twee EU-politici die daar als Peppie en Kokkie verkondigden dat Oekraïners EU-burgers zouden worden. Uit wier naam ze spraken, is mij tot op heden nog een raadsel. Nu is er een burgeroorlog met duizenden burger-slachtoffers, een burgervliegtuig dat naar beneden is gehaald, een economische boycot van Rusland, sancties over en weer, boeren die daar hun producten niet meer kunnen slijten, etc, etc. Chaos!

Waarom moet zo’n land toetreden tot de EU? Het is nogal ingrijpend, want Oekraïne is een verdeeld land in oorlog. Kan het dan zo zijn dat er in de Eerste Kamer op een zonnige namiddag voor het reces een besluit doorheen wordt gejast dat Oekraïne zicht geeft op volwaardig lidmaatschap van de EU, als zijnde de wil van de Nederlandse bevolking?

Het is gebleken van niet, want een kleine actie van tegenstanders leverde in rap tempo 14.000 handtekeningen op van burgers die willen dat er een referendum wordt georganiseerd over dit onderwerp. De kiesraad is een procedure begonnen en nu moeten er voor 28 september 300.000 handtekeningen komen om onze mening als burger te peilen.

Dat zijn heel veel handtekeningen. Die van mij komt er zeker bij. Ik wil de redenen wel eens weten waarom wij moeten worden verbonden met zo’n soort land.

Er zijn politici die zeggen dat de EU te ingewikkeld is om in een referendum te proppen. Dat zijn wel heel vreemde woorden. De bevolking mag het recht nemen zich hierover uit te spreken.

Ik zal zowel voor- als tegenstanders aandachtig beluisteren om daarna een weloverwogen keuze te kunnen maken.

Jan van het Meer
Koudum

Bron: Leeuwarder Courant van 25 augustus 2015

Tijd voor een referendum over Europa?

GeenStijl is in juli de petitie GeenPeil gestart. Ze willen dat er een referendum komt waarin burgers zich kunnen uitspreken over het verdrag dat op stapel staat tussen de EU en Oekraïne. Waar gaat het over en heeft het kans van slagen? Verslaggever Hella Hueck beantwoordt vijf vragen over het verdrag en GeenPeil.

1. Wat is een associatieverdrag?
Associatie-overeenkomsten zijn bindende afspraken die de Europese Unie met andere landen sluit. De overeenkomst is gericht op verregaande samenwerking tussen de EU en het betreffende land. Zo’n verdrag wordt meestal gezien als een voorportaal tot een lidmaatschap van de Europese Unie. We hebben zulke overeenkomsten al met landen als Macedonië (sinds 2004), Servië en Albanië.

Een associatie-overeenkomst is gericht op economische samenwerking. Zo moeten partijen import- en exporttarieven en quota afbouwen. Maar economie is al snel ook politiek. In het verdrag worden ‘gemeenschappelijke waarden’ geformuleerd en moet Oekraïne zijn rechtsstaat en democratie versterken en de mensenrechten beter respecteren. Er zitten ook elementen van ontwikkelingssamenwerking in de overeenkomst. Zo staat er dat ‘Oekraïne in aanmerking komt voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering’. Het land staat er financieel beroerd voor en torst een staatsschuld van 70 miljard met zich mee.

Als je tijd over hebt: hier kun je meer dan 300 pagina’s tellende verdrag doorakkeren. Het gaat overigens niet alleen om Oekraïne, we hebben ook met Moldavië en Georgië zo’n verdrag.

2. Waar staan we nu met dat associatieverdrag?
Het Verdrag is in juni 2014 ondertekend door de Europese Unie en Oekraïne. Maar het is een akkoord waar niet alleen de EU over gaat. De lidstaten moeten het in hun parlementen óók goedkeuren. Dat heet een ‘gemengd akkoord’. In Nederland is dat al gebeurd. Afgelopen juli stemde de Eerste Kamer in met het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne. De Tweede Kamer deed dat al eerder. Vrijwel alle lidstaten hebben de overeenkomst reeds goedgekeurd. Het verdrag moet op 1 januari 2016 in werking treden.

Lees verder op RTL Nieuws >>>

Denemarken houdt referendum over EU-justitiebeleid

De Deense premier Lars Løkke Rasmussen, heeft een referendum aangekondigd over de Deense deelname aan het gemeenschappelijke justitiebeleid van de Europese Unie. Dat referendum zal plaatsvinden op 3 december 2015.

Op dit moment doet Denemarken niet mee aan het Europese justitiebeleid, omdat het een zogenaamde opt-out heeft op dit gebied. Het hoeft Europese regels niet in te voeren, maar praat ook niet mee over de totstandkoming van nieuwe regels.

Het voorstel is om deze opt-out te vervangen voor een opt-in, naar Iers en Brits model. Dit zou de Denen in staat stellen om te kiezen welke Europese justitieregels het wel en niet wil invoeren.

Door de opt-out dreigt Denemarken aansluiting te verliezen bij de Europese politieorganisatie Europol. Dit lijkt de belangrijkste reden om de relatie met de EU anders aan te willen pakken. ‘Het is essentieel dat we niet uit Europol glijden’, zei premier Rasmussen tijdens een persconferentie. ‘Maar het is ook belangrijk dat we zelf blijven beslissen over asiel- en vluchtelingenbeleid.’

Een coalitie van vijf Deense partijen sloot in december 2014 al een overeenkomst om een referendum over dit onderwerp te houden. De partijen hebben al 22 EU-regels aangewezen die ze in Denemarken willen invoeren. Van tien andere Europese regels is nu al bekend dat Denemarken ze niet zal invoeren, waaronder regelgeving op het gebied van immigratie- en asielbeleid.

Bron: FD

Grieken krijgen het geld en Tsipras stapt op

De Grieken kunnen 20 september naar de stembus. De regering ging gisteren ten onder aan aanhoudend geruzie over de bezuinigingen. Premier Alexis Tsipras zag lange tijd met lede ogen aan hoe de leden van zijn Syriza-partij elkaar in de haren vlogen, maar gaf er de brui aan.

Hoe anders was dat begin van dit jaar. Gejuich. Tsipras zwaait. Lacht van oor tot oor. Hij is helemaal de man als zijn partij in januari de verkiezingen wint. Tsipras zal nooit toestaan dat Europa bepaalt wat het noodlijdende Griekenland moet doen om er weer bovenop te komen.

Nu, acht maanden later is de lach verdwenen. De enige zwaai is die van zijn vertrek. Met een gezicht op onweer vertelt Tsipras op de Griekse televisie dat het goed is geweest dat zijn regering alles op alles heeft gezet om te voldoen aan de voorwaarden voor een nieuwe lening van 86 miljard euro. „Nu die is toegekend voel ik de diepe morele plicht om mijn handelen ter beoordeling voor te leggen aan de kiezer”, aldus Tsipras. Kortom, als de Grieken zijn pro-Europese koers steunen, doet hij opnieuw een gooi naar het premierschap.

Kort daarna beent hij naar de president om het ontslag van zijn regering aan te bieden. Dat maakt het mogelijk om vervroegde parlementsverkiezingen uit te schrijven, die vrijwel zeker op 20 september zullen worden gehouden.

Binnen zijn Coalitie van Radicaal Links (Syriza) woedt al weken een felle opstand tegen de voorwaarden van de noodlening. In ruil voor het geld willen de Europese Unie (EU), de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat Griekenland zware bezuinigingen doorvoert en de belasting verhoogt.

Tsipras verbreekt zijn verkiezingsbelofte door toch te doen wat de geldschieters van hem vragen. Tot grote woede van zijn partijleden. Tientallen Syriza-parlementariërs verwijzen de hervormingsplannen naar de prullenbak of onthouden zich van stemming. Ze slaan daarna aan het muiten.

De minister van Defensie schreeuwt woorden als chantage. Voormalig minister van Financiën Yanis Varoufakis laat Tsipras als een baksteen vallen. De onderminister van financiën treedt af. De minister van Energie stapt woedend op omdat Griekenland weigert Europa de rug toe te keren.

De regering blijft ook deze maand wankelen onder interne rebellie. Twaalf Syriza-afgevaardigden tekenen een verklaring waarin ze oproepen tot verzet tegen de door Europa en het IMF geëiste hervormingen. Tsipras kan zijn partij alleen nog behoeden voor een implosie door de bezem er eens flink doorheen te halen, zeggen zijn medestanders. Maar dat laat hij na.

De premier zegt dat hij geen keus heeft. Het land heeft dringend geld nodig. De Griekse economie is met een kwart gekrompen. Een op de vier Grieken is werkloos. Tsipras móet de Europese eisen inwilligen in ruil voor een krediet en onderhandelingen over eventuele kwijtschelding van de inmiddels torenhoog opgelopen schulden. Bovendien is het de enige manier om Griekenland binnen de eurozone te houden. Dat is volgens opiniepeilingen ook de wens van het overgrote deel van de Griekse bevolking.

Vanwege het gemor onder de Syriza-politici zien de Grieken en Europa de vervroegde verkiezingen al een tijdje aankomen. Tsipras wacht tot het eerste deel van de nieuwe noodlening – 23 miljard euro – binnen is. Nog op de dag dat het geld is overgemaakt betaalt de Griekse regering een lopende rekening af bij de Europese Centrale Bank. Een paar uur later vertelt Tsipras de Grieken dat hij er mee stopt. Zoals gebruikelijk met een opengeknoopt hemd en zonder stropdas. Want, heeft de premier altijd gezegd, die gaat hij pas dragen als het hem is gelukt de schulden van zijn land terug te brengen. Daarvoor zullen de Grieken hem opnieuw moeten kiezen.

Dit artikel is van Gerben van ‘t Hof uit de Gelderlander van 21 augustus 2015

Rijk zonder het te weten

De Europese Unie wordt door de rest van de wereld gezien als een expanderend rijk. Het negeren van die visie is gevaarlijk, schrijft Jelte Wiersma.

Om een heldere blik op jezelf te krijgen, helpt het vaak om door de bril van een ander te kijken. Neem de Europese Unie (EU). Rusland ziet de Unie als een agressief expanderend rijk. In de Arabische wereld wordt de Unie begrepen als een christelijk-liberale zendingsorganisatie. China probeert zijn bevolking weg te houden van de Europese cultuur.

Wie dat in Brussel voorlegt aan politici, diplomaten en ambtenaren stuit vaak op een verontwaardigd en hevig protest. De Europese Unie is geen agressief rijk, niet christelijk noch liberaal, klinkt het dan. De Unie is een internationale verdragsorganisatie waarvan landen onder bepaalde voorwaarden lid kunnen worden. Zij is de hoeder van de universele rechten van de mens, democratie en vrij verkeer van goederen en personen. Dat is geen rijk.

Dat mag het zelfbeeld van de Unie zijn, maar daarbuiten gelooft niemand dit. Die misconceptie is levensgevaarlijk.

Het belangrijkste kenmerk van een rijk is dat het expansief is. Telkens op zoek naar meer territorium, onderdanen en mogelijkheden om de eigen cultuur aan anderen op te dringen. Han-Chinezen hebben van China een rijk gemaakt door vele volkeren te onderwerpen. Het ooit kleine koninkrijk Moskovië veroverde zoveel grond dat het grootste land ter wereld ontstond, Rusland.

Juist omdat deze landen zelf rijken zijn die via agressieve expansie hun macht hebben vergroot, herkennen hun leiders in de Unie een rijk. Immers, de Unie heeft zich sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1951 door zes landen in het hart van Europa uitgebreid tot 28 lidstaten. En die expansie is nog niet ten einde. Het gebied strekt zich intussen uit van Noord Afrika tot aan de Noordpool en van de Iers-Atlantische kust tot vlak bij Istanbul, Sint-Petersburg en Israël. De bevolking telt 510 miljoen mensen. Op hun paspoort staat eerst ‘Europese Unie’, dan pas de naam van hun land. Wie vanuit Rusland of Turkije Estland of Griekenland binnenkomt, wordt verwelkomd in de Europese Unie. De Unie opent wereldwijd ambassades. Onder meer in kandidaat-lidstaten. Via die ambassades geeft de Unie geld aan ‘kandidaten’ als Macedonië, Servië en Montenegro, mits ze doen wat Brussel wil.

Minder zichtbaar is dat de Unie één markt is, qua koopkracht zelfs de grootste ter wereld. Iedereen die iets wil verkopen in de Unie, moet aan Uniestandaarden voldoen. De EU exporteert zo Unie-eisen en zet de wereldstandaard.

Waarom is ontkenning in de Unie van empire-building zo gevaarlijk?

Lees verder op Elsevier

Handel boven alles!

Er komt steeds weer slecht nieuws boven over TTIP, het Transatlantic Trade and Investment Partnership en TPP, het Trans-Pacific Partnership, waarin de handelsbetrekkingen tussen de VS en Europa, respectievelijk Australië en een aantal Aziatische en Amerikaanse landen moeten worden geregeld.

De tekst van de verdragen is geheim. Wat de afgelopen maanden is gelekt, suggereert echter dat bedrijven een grotere vinger in de pap krijgen en ze nationaal beleid behoorlijk in de wielen mogen rijden. Zo kunnen internationale bedrijven een financiële claim indienen wanneer overheidsbeleid hun ‘voorziene’ winst schaadt. Denk bijvoorbeeld aan milieu-eisen en regels rond voedselveiligheid die de ondernemersvrijheid van multinationals nationaal aan banden leggen, of die een bedrijf striktere eisen opleggen om in bijvoorbeeld de Europese markt actief te mogen zijn dan in de Verenigde Staten gebruikelijk is.

De verdragen voorzien in een internationaal orgaan waar bedrijven zulke claims, zogeheten Investor-State Dispute Settlements (ISDS), kunnen indienen. Zaken die bij dit orgaan worden ingediend, worden volgens de gelekte plannen via arbitrage en onder geheimhouding afgehandeld. Er zal geen mogelijkheid tot beroep zijn, en er komt geen rechter aan te pas. Evenmin iemand die de rechten van burgers in de gaten houdt, trouwens.

De clausule over ISDS was zo controversieel dat het Europees Parlement – dat in de rest van de TTIP-besprekingen vrij mak is – daar een stokje voor heeft gestoken. Of nou ja: ze stelden bespreking daarvan uit tot later. Wat bepaald niet hetzelfde is als tegenstemmen, helaas.

Burgerorganisaties en NGO’s maken zich grote zorgen wat TTIP en TPP voor burgerrechten en nationaal beleid gaan betekenen. Auteursrechtenregels lijken ferm te worden aangesnoerd, niet met het oog op het belang van de makers, maar in het voordeel van de distributeurs.

Er zijn grote zorgen over de gezondheidsclausules: bedrijven krijgen het recht zich vergaand met het volksgezondheidsbeleid te bemoeien. Goedkope generieke medicijnen bevoordelen in plaats van dure, geregistreerde middelen tast immers de potentiële winst van bedrijven aan.

Onlangs bleek dat farmaceutische bedrijven staan te trappelen om onderzoeksgegevens via deze handelsverdragen af te schermen. Cijfers van wetenschappelijk onderzoek naar het effect van medicijnen willen ze onder het strenge auteursrecht van de verdragen scharen. Metingen worden dan niet openbaar gemaakt en mogen niet door anderen worden gebruikt: dat zou immers hun winst kunnen aantasten.

Wat dat betekent? Claims over de effectiviteit van nieuwe medicijnen kunnen niet langer door derden worden gecontroleerd, en de Europese Unie wordt gedwongen elk oordeel van de Amerikaanse FDA over nieuw te vermarkten medicijnen kritiekloos te slikken.

Artikel van Karin Spaink in het Parool van dinsdag 19 augustus 2015

Alle begin is moeilijk, ook het referendum

Burgers hebben de eerste stappen gezet om een referendum af te dwingen. Maar waarom is daar zo weinig aandacht voor, vraagt Joop van Holsteyn zich af.

Het blijft lastig, zoiets nieuws als een referendum in Nederland. Toen het ruim een jaar geleden wettelijk mogelijk werd om een landelijk raadgevend referendum te organiseren, was daar in de media niet of nauwelijks aandacht voor. Die mogelijkheid werd praktisch effectief vanaf 1 juli 2015. Vanaf dat moment konden kiesgerechtigde burgers via dit middel proberen aan de democratische bel te trekken.

Of zij dat vervolgens zouden doen, was een beetje de vraag. Niet alleen omdat die nieuwe wet zo weinig aandacht kreeg, terwijl het wel degelijk ging om een wezenlijke uitbreiding van het democratische arsenaal van burgers. Maar vooral omdat het verleden weinig hoopgevend was. Nederland kende eerder een wettelijke voorziening, de zogeheten Tijdelijke referendumwet, maar deze wet verliep op 1 januari 2005 zonder dat er ook maar één keer gebruik van was gemaakt. Het referendum over de zogenaamde Europese Grondwet van 2005 was apart geregeld, voor een eenmalige volksraadpleging. En de uitslag van precies dat referendum smaakte bij een groot deel van de gevestigde politieke elite zacht gezegd niet naar meer, integendeel.

Maar de Wet raadgevend referendum kwam er, al had het een mooi poosje geduurd. En verdraaid, er is reeds gebruik van gemaakt! Met nogmaals opmerkelijk weinig aandacht in de media. In een persbericht van 13 augustus op de website van de Kiesraad wordt echter keurig melding gemaakt van het nieuws, want nieuws is het. ‘Er zijn meer dan tienduizend geldige verzoeken ingediend voor het houden van een referendum over de wet tot goedkeuring van een Associatieovereenkomst met Oekraïne. Daarmee gaat deze wet door naar de volgende, definitieve fase’, aldus het bericht.

Inderdaad, met het succesvol inzamelen van tienduizend handtekeningen – aangejaagd door GeenStijl en Burgercomité=EU – is de eerste horde genomen. In de volgende, definitieve fase, die loopt van 18 augustus tot en met 28 september, moeten nogmaals handtekeningen worden verzameld. Niet minder dan 300.000 geldige individuele verzoeken in deze fase, om bij succes een raadgevend referendum, dat wil zeggen een (ongevraagd) advies van de bevolking aan Tweede Kamer, af te dwingen.’Burgers willen uitbreiding EU frustreren’, kopte NRC Handelsblad verleden week boven een klein bericht over het vooralsnog geslaagde referenduminitiatief. Dat is wel heel erg zuinig, maar daarom niet minder tekenend. Maar hoe men ook denkt over het referendum als democratisch middel, in het bijzonder in een representatieve democratie, en hoe men verder staat tegenover de ontwikkelingen binnen de EU, het is een gegeven dat de Nederlandse democratische traditie wordt verrijkt. Het feit dat bijvoorbeeld GeenStijl hier een rol bij speelt of dat het middel nogmaals ingezet lijkt te worden in de strijd tegen wat Geert Wilders waarschijnlijk ‘Hun Brussel’ zal noemen, doet daar niets aan af.

Nederland lijkt zich te voegen bij de ruime groep landen met een vertegenwoordigende democratie met daarbinnen de mogelijkheid voor burgers om zich zo af en toe eens anders dan bij verkiezingen uit te spreken. Dat daarvoor in het politieke en publieke debat zo weinig aandacht is, is curieus. De democratische, politieke inrichting en werking van Nederland is kennelijk niet bijster boeiend, nauwelijks nieuwswaardig. En die stilte geeft toch een beetje te denken waar het de open, in democratische vernieuwingen geïnteresseerde houding betreft, niet in de laatste plaats van de media. Maar goed, alle begin is moeilijk, ook het begin van wat, wie weet, over enkele decennia een bloeiende, vitale referendumtraditie in Nederland blijkt te zijn.

Trouw, 20 augustus 2015

Politieke bestuur weert tegenstemmen en tegenkrachten

Volgens ex-ombudsman Alex Brenninkmeijer verwart de overheid burgerrechten steeds vaker met een aanval op haar macht, en trekt zij daarom juist meer macht naar zich toe. ‘Dat is een aanmerkelijke verzwakking van de rechtsstaat.’

Als de macht trapt, dan is het naar beneden, waar meestal de burger staat. Toen Alex Brenninkmeijer in Amsterdam eens van de sokken werd gereden door een onbesuisde chauffeur van Parkeerbeheer ging hij bij de politie zijn beklag doen. Zijn fiets was kapot, zijn hand gewond, maar op het bureau stuitte hij op het gesloten systeem van elkaar afdekkende agenten. Een klacht? Als meneer die doorzette, zei de dienstdoende agent intimiderend, zou de politie hem als verdachte willen horen.

‘Een opeenhoping van macht: ik heb er een gruwelijke hekel aan’, zegt Brenninkmeijer. Op de macht moet altijd een rem staan, zeker als ze berust bij een grote machinerie als de staat. In zijn jaren als Nationale Ombudsman (2005-2013) heeft Brenninkmeijer keer op keer moeten optekenen hoe weinig een enkeling tegenover een onwelwillende overheid heeft in te brengen. Die ervaring bracht hem ertoe kritisch te spreken over de ‘verruwing’ in de houding die de overheid tegenover burgers inneemt. In plaats van dienstbaar is de staat niet zelden wantrouwig, ongevoelig of gewoonweg bot en onwetend, luidde zijn boodschap. Daarom is het volgens hem allesbehalve een overbodige luxe dat de Nationale Ombudsman als zaakwaarnemer van de burgers met het gezag van een Hoog College van Staat is bekleed. Op die status kan hij een beroep doen als de regering meent hem als een ondergeschikte te kunnen behandelen.

Voor deze subtiliteit in de verhouding met de Ombudsman bleek de minister die Brenninkmeijer eens de les kwam lezen over diens kritische gezindheid weinig gevoel te hebben. De aanleiding voor het ministeriële ongenoegen waren de bedenkingen die hij uitte bij het politie-optreden tijdens de strandrellen in Hoek van Holland in de zomer van 2009. Terugblikkend zegt Brenninkmeijer: ‘De politie had gericht en met scherp geschoten op het publiek, in een situatie waarin onderzocht moest worden of dat gerechtvaardigd was. Van de politie evenals van de politiek kwam al snel de afdekkende reactie: die mensen op dat strand hadden zich misdragen. Het was echt voorbarig om het politie-optreden daarmee goed te praten. Het is nogal wat als agenten gericht gaan schieten op publiek en niet weten waar die kogels terechtkomen. Ik zoog mijn argumenten ook niet uit mijn duim, maar baseerde me op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.’

Vice-premier Wouter Bos (PvdA) voelde zich niettemin geroepen publiekelijk tegen Brenninkmeijer uit te varen, met het verwijt dat hij zijn boekje te buiten was gegaan. Binnenskamers volgde de actie van Bos’ collega. Onder het motto dat hij altijd zacht op de persoon, maar hard op de zaak wil spelen, past Brenninkmeijer ervoor de naam te onthullen, maar uit de context valt op te maken dat het PvdA-minister Guusje ter Horst was. Brenninkmeijer typeert het gesprek met haar als een poging hem ‘terug te jagen in het hok’.

Was Ter Horsts autoritaire actie een incident of een symptoom van verstoorde verhoudingen en ongewenste machtsophoping in het Nederlandse bestel? ‘Ik heb het een paar keer meegemaakt’, zegt Brenninkmeijer, ‘dat ik kritiek uitoefende, onderbouwd met argumenten, en een minister vervolgens disciplinerend optrad: dat kunt u niet maken, dat mag u niet doen.’

De Ombudsman is een van de instituties die in het bestel zijn ingebouwd om tegendruk te bieden aan de staatsmacht en corrigerend op te treden bij misbruik van bevoegdheden, gechicaneer- of willekeur. In een democratie moet de macht die tegenspraak dulden, of zelfs koesteren, en er zeker niet boos over worden, zoals Bos en Ter Horst. ‘De kracht van een democratie schuilt in de tegenspraak’, zo formuleert Brenninkmeijer dit inzicht.
‘Het lastige gesprek’ is Brenninkmeijers metafoor voor het besluitvormingsproces in de democratische rechtsstaat en de rol van tegenspraak daarin. Daarin past geen ‘terug in het hok-gesprek’ van machthebbers die last ondervinden van hun controleurs. Politici tonen zich soms geërgerd over de rechten die burgers hebben verworven, als blijkt dat ze daardoor in hun dadendrang worden belemmerd. De reactie kan dan een inperking van die rechten inhouden, dan wel de introductie van nieuwe wetten en regels om de eigen armslag te vergroten. In beide gevallen is het doel de staat met meer macht op te tuigen, om dieper te kunnen interveniëren, scherper te controleren, meer te sanctioneren.

Het gevaar dat dan volgens Brenninkmeijer dreigt is dat het recht de macht niet meer voldoende kan temmen: ‘De meest zuivere toetssteen voor de beoordeling van het handelen van de overheid is in hoeverre zij rekening houdt met de belangen van de burger. Burgers zijn wij allemaal, in onze niet-professionele hoedanigheid.’

Lees dit artikel uit de Groene Amsterdammer verder via Blendle >>>