Grenzeloze solidariteit is voor Europa niet te dragen

Vanuit zijn nieuwe kantoor aan de Weesperzijde kijkt Paul Scheffer naar de Pijp, de smeltkroes waar hij al ruim dertig jaar woont. Hier aan deze kant van de Amstel lijkt de multiculturele samenleving plotseling ver weg. De enige clustering van vreemdelingen bevindt zich enkele tientallen meters verderop in het luxueuze Amstel Hotel.

Scheffer heeft gewacht met een interview over de vluchtelingencrisis vanwege een verlegenheid met het onderwerp, die hij naar eigen zeggen met velen deelt. Nu is de hoogleraar Europese Studies in Tilburg en publicist klaar voor zijn eerste vraaggesprek. Hij heeft de voorbije dagen driftig aantekeningen gemaakt.

Een interview met Scheffer, die in 2000 het debat over de multiculturele samenleving aanslingerde met zijn essay ‘Het multiculturele drama’, heeft iets weg van het bijwonen van een lezing. Scheffer kiest zijn woorden zeer zorgvuldig en eist nuance in de weergave ervan. Voor zijn neus ligt een krantenknipsel uit het FD.

‘Wir schaffen das.’
‘De nu al legendarische woorden van bondskanselier Angela Merkel: laat de vluchtelingen maar komen, wij kunnen het aan. Ik dacht meteen: als dat maar goed gaat. Ik ben de laatste om Merkels motieven in twijfel te trekken, maar ik vind het een geweldige fout. “Wir schaffen das.” Nee, deze keuze voor open grenzen gaat Duitsland dus níet “schaffen”.’

Waarom zei Merkel dit, denkt u?
‘Wat zeker een rol speelt is dat Duitsland, met zijn oorlogsverleden, zich in een morele depressie bevindt na de verwijten van dictatoriaal gedrag in de Griekenland-crisis. Daarop volgde nu de morele euforie: kijk eens, iedereen wil naar ons toekomen! Duitsland legde eerst zijn bezuinigingsethiek aan Europa op. Nu volgt de gewetensethiek. Het is fantastisch dat zo veel mensen zeggen: we moeten iets doen! Hier in Nederland ook trouwens. Maar die Wilkommenskultur zonder grenzen is niet bestendig op de lange termijn.’

Gaat Nederland daar ook de gevolgen van ondervinden?
‘Als Duitsland niet iedereen goed opvangt, trekken mensen verder naar de buurlanden. Je ziet nu al de wanhoop in München. Een SPD-politica riep huilend dat de openbare orde in het geding is. De Süddeutsche Zeitung, die voorop liep in de Willkommenskultur, stelt nu steeds pijnlijker vragen: kunnen we deze grenzeloze solidariteit wel dragen? Nee dus.’

Wat is het allergrootste probleem?
‘Europa bewaakt zijn buitengrenzen niet. Hoe kun je een unie willen vormen zonder buitengrenzen? Er zijn nu twee mogelijkheden: of we vallen terug via de renationalisering van de grenzen, of we gaan vooruit. Er is een stille revolutie gaande. Tien jaar geleden was Europa steevast achterpaginanieuws. Inmiddels is de hele horizon waarbinnen we denken Europa. Voor het eerst snappen we dat de grens van Griekenland ónze grens is. En dat het begrotingstekort van Italië óns begrotingstekort is.’

Lees dit interview met Paul Scheffer verder op het FD (na registratie 5 artikelen per maand gratis) >>>

Machtige autolobby heeft tentakels tot diep in Brussel

Het Volkswagen/dieselschandaal zet ook de machtige Europese autolobby in de schijnwerpers. Van de eerste wetsvoorstellen tot en met de uitvoering, op alle niveaus heeft de auto-industrie een vinger in de pap.

Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) heeft zelf weinig last van die lobby (“Het heeft weinig zin om de Groenen daarmee lastig te vallen”), maar ziet wel van een afstand hoe die te werk gaat. “Bij een recent aanscherpingsvoorstel over de uitstoot van vervuilende stoffen probeerde de autoindustrie allerlei uitzonderingen in de tekst te krijgen, zoals voor ‘busjes voor sociaal gebruik’. Daarmee werden onder meer ambulances en taxibusjes bedoeld. Dat noemden wij het ‘Volkswagen-amendement’ want het was duidelijk wie erachter zat. Laat dat amendement nou deze week zijn ingetrokken…”

Er zijn meer EU-landen waar auto’s worden gemaakt, maar de Europese autolobby is toch vooral een Duits ding. In Duitsland bestaan historische, innige banden tussen de auto-industrie en de politiek. Oud-bondskanselier Gerhard Schröder zat als premier van de deelstaat Nedersaksen in de raad van toezicht van Volkswagen. Tussen 2004 en 2010 hadden de Duitsers bovendien weinig te duchten van de doorgaans strenge Europese Commissie, omdat de Eurocommissaris voor industrie en ondernemingen een Duitser was: Günter Verheugen.

De autolobby heeft haar tentakels uiteraard ook uitgestrekt tot diep in het Europees Parlement, dat als medebeslisser EU-wetten kan maken en breken. Bij een debat dat de auto-industrie raakt, zie je ze één voor één opstaan als spreker: een volksvertegenwoordiger uit het Engelse Sunderland, een collega uit Antwerpen, kortom: uit alle regio’s waar grote autofabrieken staan.

Drie jaar geleden ontstond er rumoer toen bleek dat een wetsvoorstel over normen voor verkeerslawaai niet was opgesteld door de daarvoor aangewezen Tsjechische Europarlementariër, maar door het ‘hoofd akoestiek’ van de Duitse fabrikant Porsche.

Lees verder op Trouw >>>

Wake up call voor links: Een sociale EU komt er van zijn levensdagen niet

Vorige week sprak de kersverse Labour-leider, Jeremy Corbyn, zich in een ingezonden stuk in The Financial Times onomwonden uit tegen een Brexit.

Zijn kromme argumenten zijn interessant omdat ze als twee druppels water lijken op de onnavolgbare redeneerbochten waar GroenLinks en PvdA zich in moeten wringen als zij hun steun voor Europa verdedigen tegen eurosceptische bedenkingen.

Ten eerste vreest Corbyn dat de Conservatieven een Brexit zullen misbruiken om regelgeving op het vlak van arbeidsrechten weer terug te draaien. Het gaat dan om wetgeving op het vlak van werktijden, seksediscriminatie en medezeggenschap. Deze wetten waren de uitkomst van ellenlange onderhandelingen tussen lidstaten en bestaan meestal uit minimumstandaarden. Neem de Europese medezeggenschapswet. Die verplicht bedrijven zich te houden aan een minimum aan inspraak dat schraler is dan we in Nederland kennen maar verplichtender dan wat de Britten zelf hadden.

Deze tegenvoorbeelden worden ook altijd genoemd door Eickhout (GroenLinks) en Jongerius (PvdA) als je ze voorhoudt dat Europese integratie toch eerst en vooral de belangen van het grootbedrijf dient. Inderdaad is het ooit de progressieve bedoeling geweest om de Interne Markt vergezeld te doen gaan van Europees sociaal beleid. Het probleem is dat deze progressieve bedoelingen een stille dood zijn gestorven. De genoemde wetten stammen allemaal uit het midden van de jaren negentig. Daarna is er niets noemenswaardigs meer gebeurd. Dat komt door politieke machtsverschuivingen. Tijdens de Europese verkiezingen van 1999 verloren de sociaal-democraten fors en waren zij niet langer de grootste partij van Europa. En het komt door de vertechnocratisering van de politiek, waardoor anno 2015 sociaal-democraten zich in niets meer onderscheiden van christen-democraten of liberalen: het is één groot neoliberaal partijenkartel.

Lees deze geweldige column van Ewald Engelen verder op de Groene Amsterdammer >>>

Verdrag EU-Canada is TTIP via de achterdeur

De schadelijke investeringsbescherming in TTIP, is al opgenomen in het CETA-verdrag met Canada.

De onderhandelingen over CETA werden precies een jaar geleden afgerond. Dit verdrag tussen de EU en Canada bevat precies dezelfde omstreden clausules als het veel bekendere TTIP, waaronder het mechanisme waarmee buitenlandse investeerders landen voor miljarden kunnen aanklagen als nieuw beleid hun winsten aantast.

TTIP, het handelsverdrag waarover de EU en de Verenigde Staten in het geheim onderhandelen, is het afgelopen jaar steeds meer in de schijnwerpers komen staan. Vooral investeringsbescherming binnen TTIP doet de gemoederen hoog oplopen.

Investeringsbescherming is een geschillenbeslechtingsmechanisme (ISDS, Investor to State Dispute Settlement) dat buitenlandse investeerders vergaande rechten geeft om staten aan te klagen als de winsten van een bedrijf benadeeld worden door overheidsbeleid.

De investeerder kan het nationale recht omzeilen. Een ad hoc-tribunaal van commercieel juristen beslist of een claim gegrond is. Hierbij hebben ze maar beperkt oog voor het bredere algemeen belang van overheidsbeleid, omdat ze vooral oordelen over aantasting van eigendomsrechten. Het tribunaal kent schadevergoedingen toe die vele honderden miljoenen euro’s kunnen bedragen. Vorige week presenteerde Eurocommissaris Cecilia Malmström een vernieuwde versie van ISDS om deze angel uit de discussie te halen.

Zo kunnen staten voortaan in beroep gaan tegen een ISDS-beslissing en kunnen arbiters niet meer ad-hoc worden aangesteld, of tegelijkertijd als rechter en advocaat werken. Het beestje krijgt zelfs een nieuwe naam: het ICS (Investment Court System).

De voorgestelde hervormingen zijn echter vooral cosmetisch van aard en veranderen niets aan de kern van het probleem: we hebben hier te maken met een privaat systeem dat boven de nationale jurisprudentie staat en waarvan alleen buitenlandse investeerders gebruik kunnen maken. Binnen de Britse stop-TTIP campagne wordt ICS ‘lipstick on a pig’ genoemd.

Lees verder op de Volkskrant >>>

Nog 2 dagen: Spreek u uit over Oekraïne!

Er is een referendum in de maak over het EU-associatieverdrag met Oekraïne. Hoewel de politiek gewoon doorgaat om Oekraïne binnen de EU te trekken, laten veel Nederlanders nu al weten dat ze dit niet willen.

Iets meer dan een jaar geleden kwamen wij met de voorganger van Burgercomité-EU, het Burgerforum-EU, in de Kamer ons burgerinitiatief voor een EU-referendum toelichten. We kregen tijdens het plenaire debat van minister Timmermans te horen dat hij het door ons gevraagde referendum niet wilde uitschrijven. Hij adviseerde ons gebruik te maken van de Raadgevend Referendumwet zodra die van kracht was geworden. En dat laatste is deze zomer gebeurd.

We maken nu gebruik van deze wet, en hebben inmiddels de tweede procedurele fase bereikt. We zijn heel hard op weg de benodigde 300.000 (!) handtekeningen voor een correctief raadgevend referendum over het EU-associatieverdrag met Oekraïne te verzamelen. We zitten inmiddels over de helft van dat aantal.

De wet maakt het voor burgers mogelijk zich te verenigen tegen een reeds door het parlement bekrachtigde wet, en deze referendabel te laten verklaren. Bij 300.000 geldige handtekeningen komt er dan ook definitief een referendum. Als het ons lukt de 300.000 handtekeningen te verzamelen zal dit referendum heel gepast plaatsvinden tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in 2016.

Waarom willen we eigenlijk een referendum over dit associatieverdrag? Zo maar wat wedervragen. Is het verstandig een associatieverdrag af te sluiten met daarin een visumvrije regeling (artikel 19) met een land in burgeroorlog? Met een land dat bijzonder corrupt is en samen met Uganda en Comoros op plek 142 staat van een corruptieranglijst? En willen we Oekraïne straks werkelijk via EU-regelingen financiële bijstand geven (artikel 453)?

En voor wie denkt dat Oekraïne baat zal hebben bij de EU: heeft de EU niet genoeg ellende veroorzaakt in de regio? We zijn toch de stuitend onverantwoordelijke toespraken van Verhofstadt en Van Baalen op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev niet vergeten? Waarom bemoeien ze zich met de interne en bijzonder precaire aangelegenheden van een ander soeverein land? Die EU-inmenging is mede aanleiding voor de huidige burgeroorlog in Oekraïne.

En willen Nederlanders echt dat ons land zich, via dit verdrag, impliciet mengt in een oorlog met Rusland? Uit opinieonderzoek blijkt al jaren ondubbelzinnig dat Nederlanders niet willen dat Oekraïne lid wordt van de EU. Maar ondanks wat politici bij hoog en bij laag beweren is dit verdrag een grote stap in die richting.

De voormalige EU-topfunctionarissen Barroso en Van Rompuy hebben ondubbelzinnig te kennen gegeven dat Oekraïne in de EU thuishoort. Oekraïense politici zien dit verdrag ook als een opstap naar lidmaatschap. VVD-Europarlementariër Hans van Baalen weigerde zondag in het programma Reporter op radio 1 uit te sluiten dat Oekraïne ook in de toekomst geen lid van de EU zal worden.

Sommigen vragen zich vertwijfeld af of zo’n referendum niet te ingewikkeld is voor onze bevolking. Maar is een referendum over een verdragstekst van honderden bladzijden werkelijk ingewikkelder dan verkiezingen over uitgebreide verkiezingsprogramma’s die nooit te verwezenlijken zijn? En weten we zeker dat onze politici zelf over alle informatie (eenzijdige voorlichting door lobbygroepen), de vrijheid (fractiediscipline) en de tijd (verdragsteksten van duizenden pagina’s) beschikken om verstandige beslissingen te nemen?

Het was tenslotte een twitteraar die ons erop wees dat pagina 4 van de door ons parlement vastgestelde verdragstekst een vertaalfout bevat die in het licht van de Oekraïense burgeroorlog nogal schril overkomt. Er wordt daar gesproken van ‘politieke heroveringen’, ongetwijfeld in plaats van (door de EU afgedwongen) ‘politieke hervormingen’. Hoe goed is die tekst dus eigenlijk door onze politici gelezen voordat ze tekenden (bij het kruisje)? De kern van de zaak is dat in een levende democratie de bevolking zich rechtstreeks zou moeten kunnen uitspreken over zaken die de toekomst van het land aangaan. Dat geldt eens temeer als die zaken niet (volstrekt helder) in verkiezingsprogramma’s waren opgenomen.

De klassieke representatieve democratie is verouderd en door de EU nog verder uitgehold. Door de invoering van de Referendumwet is dat door onze vertegenwoordigers ook deels erkend. Vandaag zijn referenda dan ook noodzakelijke instrumenten voor de bevolking om een soevereine wil uit te kunnen drukken over concrete besluiten. Laten we dus, mede uitgenodigd door Timmermans, maar eens met dit associatieverdrag beginnen.

Door Pepijn van Houwelingen en Arjan van Dixhoorn namens Burgercomité-EU

Bron: Nederlands Dagblad van 16 september 2015

Politiek knijpt ’m voor referendum

Feest van de democratie Alive & Kicking, dankzij alle vrijwilligers! Jullie hebben ons door de woestijn geholpen! DANK!

Shockwebsite GeenStijl lijkt te slagen met de actie GeenPeil om een referendum van de grond te krijgen over een omstreden verdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. In politiek Den Haag groeit het ongemak.

Maandag is de ‘Deadline Des Doods’, om ‘geschiedenis te schrijven’ en de ‘democratie te redden’. Er moeten dan 300.000 handtekeningen liggen om een referendum aan te vragen. GeenPeil zit er nog zo’n 25.000 vandaan. Als de actie slaagt wacht binnen zes maanden de stembus. Het is weliswaar een raadgevend en niet-bindend referendum, maar toch.

Alles draait om het zogenoemde associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie. In de Tweede Kamer beschouwd als een onschuldig en ‘aangekleed’ handelsverdrag. Dat beeld is veranderd omdat het GeenPeil-team, onder leiding van de brutale verslaggever Jan Roos, het een opmaat noemt naar Oekraïense toetreding tot de EU. „Een land vol corruptie, illegale vrouwenhandel en met een burgeroorlog”, zegt Roos. „Ze dachten dit verdrag even buiten het zicht van de domme burger erdoor te loodsen, maar dat gaat mooi niet door.” Hij trekt publicitair de kar; ook het Burgercomité-EU en het Forum voor Democratie van Thierry Baudet zitten achter het initiatief.

Op het Binnenhof zit men behoorlijk in de maag met de actie. De Tweede Kamer stemde, op de SP en PVV na, al in april vóór het verdrag. D66 ziet het al helemaal met ongemak aan. De partij beschouwt het referendum als een kroonjuweel, maar stemde vóór het verdrag. „Prima als het referendum er komt”, zegt fractieleider Alexander Pechtold nu. „Vindt de burger dat de rem op dat verdrag moet, dan accepteren we dat.”

Zo laconiek zal het er binnenskamers niet aan toe gaan. Rutte zal zich verbijten. Een eventueel referendum valt middenin het Nederlands voorzitterschap van de EU, niet fraai als er dan binnenslands geageerd wordt tegen een Europees verdrag. Dan zijn er nog de kosten: zo’n 27 miljoen euro.

Bron: De Stentor van 25 september 2015

Asielzoekers – Laten we taboevragen niet mijden

Er zijn veel redenen om asielzoekers op te vangen, maar horen economische daarbij? Yvonne Hofs zocht het uit.

Wat kost een asielzoeker? Een heikele vraag, die politiek zeer gevoelig ligt. Wie hem stelt, wordt al gauw in de xenofobe hoek gezet. Dit gaat immers over vluchtelingen, over mensen. De vraag hoeveel de asielzoeker-immigranten Nederland gaan kosten, ook op lange termijn, is in veler ogen onethisch, omdat de opvang als een humanitaire plicht wordt beschouwd.

Prima. Maar als die vraag er niet toe doet, waarom proberen zoveel migratiedeskundigen en journalisten dan te bewijzen dat asielzoekers het gastland op den duur veel gaan opleveren? Om vervolgens te betogen dat Nederland en andere Europese landen de verhoogde immigratie moeten omarmen? Waarschijnlijk omdat ze bang zijn extreemrechts in de kaart te spelen dat de vluchtelingen afschildert als profiteurs en daarmee succes boekt. Maar dat ongemak rechtvaardigt niet dat de waarheid wordt verdoezeld en de feiten worden verdraaid. En dat gebeurt nu wel.

De vraag hoeveel asielmigranten kosten is van belang, omdat het voor de toekomst van de verzorgingsstaat nogal uitmaakt of ze aan de financiële houdbaarheid daarvan bijdragen of dat ze die juist aantasten. De ervaringen in de afgelopen 25 jaar geven weinig aanleiding tot optimisme. De meeste Nederlanders stellen prijs op een goed sociaal vangnet. Ongeacht of Nederland invloed kan uitoefenen op de omvang van de asielinstroom, is de politiek daarom verplicht de financiële consequenties van de instroom in kaart te brengen en daar zijn beleid op aan te passen. De kop in het zand steken lost niks op. Wensdenken evenmin.

Zelfs het Sociaal en Cultureel Planbureau, een instituut dat niet bekend staat om zijn rechtse sympathieën, vindt dat de politiek legitieme zorgen negeert. SCP-directeur Kim Putters stelde vorige week in Trouw dat de overheid burgers die zich ongemakkelijk voelen over de sterk gestegen asielinstroom voor voldongen feiten stelt. ‘De besluiten worden niet altijd genomen door de mensen die ook de gevolgen dragen’, zei Putters. ‘Deze week hebben we bij het SCP wat cijfers over vluchtelingenstromen uit het verleden op een rij gezet. In 1993 en 2000 hadden we ook te maken met veel oorlogsvluchtelingen. Van de Somaliërs is 70 procent afhankelijk van de bijstand. Van de Syriërs is dat 60 procent en van de Eritreeërs is dat 50 procent. Dat is een probleem dat vraagt om een politiek debat.’

Er is geen kosten-batenanalyse voorhanden van asielzoekers die een verblijfsstatus hebben of genaturaliseerd zijn. In antwoord op Kamervragen van de PVV heeft het kabinet dit jaar alleen iets losgelaten over de kosten van asielzoekers in de opvangcentra, dus degenen die net zijn aangekomen en geen verblijfsvergunning hebben. Asielzoekers hebben de rijksoverheid in 2014 940 miljoen euro aan onderdak, levensonderhoud, gezondheidszorg, advocaatkosten, uitzetkosten, administratie, begeleiding en scholing gekost. Dit jaar is daar 1,4 miljard euro voor uitgetrokken, exclusief de kosten voor onderwijs aan asielzoekerskinderen (vorig jaar ruim 56 miljoen euro). In deze rekensommen gaat het dus niet over (ex-)vluchtelingen mét verblijfsvergunning. Juist zij trekken een onevenredig zware wissel op de verzorgingsstaat, zoals Kim Putters constateerde.

Lees dit artikel van Yvonne Hoffs verder op de Volkskrant

De maatschappij is al een generatie verder dan het old school establishment

Eind jaren zestig kwam een nieuwe, bevlogen generatie op. Een progressieve generatie die wilde afrekenen met de gevestigde orde. De gevestigde orde had teveel macht en was het gevoel met wat er in de samenleving speelde allang kwijt. Men hield vast aan oude tradities en normen en hield de macht bij zich. De nieuwe generatie wilde meer zeggenschap voor het volk, was voor een multiculturele samenleving, wilde meer Europese eenheid, wilde meer solidariteit afdwingen, wilde meer transparantie in de democratie en men was vastberaden de scheve verhouding tussen kapitaal en arbeid rechttrekken.

En deze revolutie lukte ze. De babyboomgeneratie zorgde goed voor zichzelf en voor hun achterban: een (onbetaalbare) verzorgingsstaat werd opgericht. Bovenal: men greep posities in overheidsbesturen, publieke sectoren en media.

Inmiddels zijn we vijftig jaar verder. De tijden zijn veranderd. Een nieuwe generatie – laten we ze Nieuw Realisme noemen – ziet een gecorrumpeerde bestuurslaag die idealen en het eigen belang boven de realiteit en boven het landsbelang stelt. Sommige idealen zijn bereikt. Anderen hebben desastreuse gevolgen gehad. De multiculturele samenleving is een faal. Polderprivatiseringen hebben zorg onbetaalbaar gemaakt. Progressieve bestuurders van destijds zijn de conservatieve machthebbers van vandaag. Hun idealen passen niet meer bij deze tijd. Visie ontbreekt. En de democratie werkt nog nauwelijks.

Vijftien jaar geleden ontstonden de eerste scheuren: de Nederlandse burger keerde zich al af van de polderpolitiek. Aan het begin van deze nieuwe eeuw gaven de Nederlanders al de eerste signalen af door bijvoorbeeld op Pim Fortuyn te stemmen. Niet dat ze het altijd met hem eens waren. Maar het werd tijd voor verandering. Het was een signaal. Er broeide iets. Een veenbrandje.

In 2005 was Nederland helder. Mede dankzij de inspanningen van D66 kwam er terecht een referendum over Europa. Maar de uitslag was een shock voor bestuurlijk Nederland, dat zich persoonlijk en idealistisch een toekomst in de EU zag: Het volk zei: “wij wensen onze soevereiniteit niet aan Europa over te dragen”. Nederland is een onderdeel van Europa. Wij bestaan bij de gratie van onze handel met Europa. Maar je soevereiniteit overdragen aan een EU dat een beperkt democratisch gehalte heeft, dat willen we niet.

Daarna volgde het kritische moment dat voor iedere Nederlander duidelijk werd dat de Nederlandse politiek, de nieuwe ‘progressieve’ elite, helemaal niet zo democratisch ingesteld was als men deed voorkomen. Als de feiten je niet bevallen, verander je de definities: Kabinet Balkenende sjoemelde Nederland alsnog de Europese Grondwet in, door het een Verdrag te noemen en er een volkslied uit te slopen. Keihard tegen de wens van een ruime meerderheid van het volk. Ongehoord. Schandalig. Hautain. Ondemocratisch. Het overdragen van de soevereiniteit van het land naar een vreemde mogendheid is een enorm zwaar delict. Het is landverraad. Een land kan alleen bestaan als het zelfbeschikking heeft. Deze was ten grabbel gegooid voor een achterhaald ideaal.

Dat er toen geen opstand, of revolutie uitbrak, had mede te maken met de tamelijk makke opstelling van de media: immers, ook daar zaten vrienden van de jaren zestig. Men sloot de ogen voor zo’n ondemocratisch en gevaarlijk staatsspel, want het was voor Het Goede Doel: de EU. Waar idealen dogma’s worden en elke realistische kritiek een taboe.

Lees deze uitstekende column verder op de Vierkrant >>>