CDA-senaatsfractie bepaalt lot Oekraïneverdrag

Nu premier Mark Rutte de Nederlandse wensenlijst rondom het Oekraïneverdrag heeft vastgelegd in een juridisch bindende verklaring van alle 28 EU-leiders, ligt het lot van het verdrag in handen van de Eerste Kamerfracties van D66 en het CDA. Op D66 wordt in de coalitie al min of meer gerekend. Het CDA is lastiger.

Rutte denkt dat hij een ‘vechtkans’ heeft om het Oekraïnverdrag door de Eerste en Tweede Kamer te krijgen, zei hij donderdagavond op de EU-top in Brussel. Het kabinet van VVD en PvdA wil het EU-associatieakkoord met Oekraïne al langer ratificeren, maar heeft daarvoor D66 en CDA nodig.

Vooral het CDA twijfelt. Alsnog instemmen is een electoraal risico, omdat 2,5 miljoen Nederlanders in april tegen het verdrag stemden. Reden voor CDA-leider Sybrand Buma om donderdagavond te herhalen dat hij geneigd is naar de kiezer te luistern. ‘De kloof tussen politiek en Nederlanders zal verder verdiepen als Den Haag gewoon doorgaat en het referendum negeert.’

Rutte verdedigt het negeren van de nee-stem met de redenering dat het verdrag ‘Nederland veilig houdt’. Volgens de premier moet Nederland ‘het Europese front tegen het destabiliserende buitenlandbeleid van Rusland steunen.’

Rutte denkt dat hij de international georiënteerde CDA-Senaatsfractie over de streep kan trekken, mede vanwege de deal die hij donderdag in Brussel heeft gesloten. Na maanden lobbyen staat nu zwart-op-wit dat het EU-associatieakkoord met Oekraïne geen opmaat is naar een EU-lidmaatschap, militaire bijstand of extra geld aan Kiev. Ook komt er geen plicht tot vrije vestiging van Oekraïners in EU-landen.

Lees dit artikel van Natalie Righton verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

De wondere wegen van Rutte en het associatieverdrag

Na maanden getreuzel moet premier Rutte komende week hom of kuit geven. Ratificeert de regering het associatieverdrag met Oekraïne wel of niet? Het parlement zei eerder ja, daarna zei de meerderheid van de kiezers nee. Dat gebeurde in een raadgevend referendum, op 6 april. De Wet op het raadgevend referendum verplichtte de regering vervolgens om zo spoedig mogelijk een intrekkings- of een inwerkingtredingswet bij het parlement in te dienen. Met die wettelijke bepaling heeft de premier willens en wetens de hand gelicht. De reden is duidelijk: hij wil ondanks de kiezersuitspraak toch zijn handtekening zetten onder het verdrag.

Maar hij weet dat een groot deel van het parlement daarover uitermate kritisch is en de bevolking in meerderheid verlangt dat de regering de uitslag van het referendum serieus neemt. Hij weet ook dat de meeste Europese regeringsleiders zeggen geen genoegen te zullen nemen met een Nederlands nee, dat vanwege het unanimiteitsvereiste, zal leiden tot het niet in werking kunnen treden van het nu voorliggende associatieverdrag. En hij weet dat Oekraïne hoe dan ook aan het verdrag vasthoudt.

Daarom heeft de premier een laatste list bedacht. Hij legt aan de komende Europese Raad in Brussel een in zijn woorden ‘juridisch bindende verklaring’ ter ondertekening voor. Daarin wordt vastgelegd dat het verdrag geen opmaat is tot EU-lidmaatschap van Oekraïne, geen extra middelen aan het land verschaft, geen militaire verplichtingen jegens dat land oplegt, geen vrij verkeer voor Oekraïense werknemers mogelijk maakt en dat corruptie tot de kern van het verdrag gaat behoren. Daarmee – aldus de premier – wordt recht gedaan aan de Nederlandse nee-stem en kan ratificatie toch doorgaan. Tijdens de algemene beschouwingen in de Eerste Kamer heb ik de premier gewezen op de levenloze aard van het konijn dat hij met zijn ‘juridisch bindende verklaring’ uit de hoed tovert.

Dat de nee-stemmers zich gehoord zullen weten door een regering die ja zegt tegen het door hen verworpen verdrag, is immers volstrekt ongerijmd. Zeker nu het Nationaal Referendumonderzoek heeft vastgesteld dat indien de opkomst veel hoger zou zijn geweest, de uitslag waarschijnlijk hetzelfde gebleven was: nee tegen dit verdrag. Het onderzoek stelt ook vast dat de voornaamste zorgen van de nee-stemmers gebaseerd waren op de endemische corruptie van Oekraïne en de angst dat via dit verdrag een lidmaatschap van de EU dichterbij zou komen.

Lees dit artikel van Tiny Kox verder op Joop

Gerelateerde berichten

Rutte en het Oekraïne-referendum – Waarom schaamt hij zich voor ons land?

Hoe hard de kritiek in de Tweede Kamer soms ook is, premier Rutte laat dit meestal gelaten van zich afglijden. Maar maandag zag ik ineens een heel andere Mark Rutte: tijdens een bijeenkomst met politici uit EU-landen was daar plots een premier in paniek: “I am totally against referenda. And I am totally, totally, totally against referenda on multilateral agreements, because it makes no sense, as we have seen with the Dutch referendum.” De premier keerde zich tegen het recht van Nederland om een referendum te houden over een Europees onderwerp en toonde onverholen zijn afkeer van de opvattingen van de Nederlanders – die hij zelfs ‘desastreus’ noemde. Het is opmerkelijk, een politieke leider die zo klaagt over de bevolking.

Politiek is vaak niet zo moeilijk, maar wordt veelal moeilijk gemaakt. Vooral wanneer de bevolking het ene wil, maar de bestuurders iets heel anders. Niets is voor een premier zo gemakkelijk als een referendum, omdat er altijd een ‘ja’ of een ‘nee’ uit komt. Voor het referendum over Oekraïne is dat niet anders. Alle EU-landen sloten een verdrag en moeten dat goedkeuren. Wij deden dat niet en daarmee is het verdrag van tafel. De premier is nu bang dat andere landen gewoon door zullen gaan, maar dat kan niet (want het verdrag is van tafel). Rutte wil daarom met al die landen nieuwe onderhandelingen gaan voeren, maar dat hoeft helemaal niet (want het verdrag is van tafel). Hij vindt ook dat die gesprekken nog lang niet kunnen beginnen, vanwege het referendum in Groot-Brittannië, maar dat is helemaal onzin.

Lees deze column van Ronald van Raak verder op The Post Online

Gerelateerde berichten

Oekraïense plofkipfabriek strijkt neer in Veenendaal

Een grote kippenfokkerij in Oekraïne van MHP (dat groot is geworden dankzij leningen met Europees belastinggeld, zie gerelateerde artikelen hieronder) dat volgende week een Nederlandse vestiging opent.

Een van de grootste kippenfokbedrijven ter wereld, het Oekraïense Myronivsky Hliboproduct (MHP), opent volgende maand een fabriek in Veenendaal. Nederlandse kippenboeren vrezen dat de aanwezigheid van deze ‘idioot grote kippenfabriek’ het kwaliteitsimago van de Nederlandse pluimveesector zal verwoesten.

MHP, een beursgenoteerd bedrijf in handen van een van de rijkste mannen van Oekraïne, verdooft, slacht, bevriest en verpakt jaarlijks 332 miljoen kippen. Ter vergelijking: in heel Nederland worden zo’n 574 miljoen kippen per jaar geslacht. Nu gebeurt dat hoofdzakelijk in Oekraïne zelf, terwijl ongeveer eenderde van de kippenproductie is bedoeld voor de export. Een uitsnijderij in Veenendaal, zo is de uitleg, is praktisch zodra die export toeneemt. MHP gaat de nieuwe fabriek samen bestieren met vleeshandelsbedrijf Jan Zandbergen, dat nu al veel zaken doet met Oekraïne.

Het kippenvlees van MHP wordt nu nog vooral verkocht in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Centraal-Europese landen. West-Europa was altijd een ondergeschoven kindje vanwege de vaak strenge dierenwelzijnseisen en hoge importheffingen die de EU hanteert. Maar in de aanloop naar het vrijhandelsverdrag met Oekraïne, waarover Nederland afgelopen april een referendum hield, liet de EU geleidelijk aan steeds meer invoerheffingsvrije kip toe. Zo importeerde Europa vorig jaar al 65 procent meer Oekraiense kip dan in 2014.

Maar de kleine 40 duizend ton die nu jaarlijks is toegestaan, noemt directielid Anastasia Sobotjoek van MHP nog altijd veel en veel te weinig. ‘Wij hopen als vanzelfsprekend dat dit snel zal toenemen’, zegt ze. Ook daarop voorsorterend verwacht ze veel van de nieuwe joint venture met Veenendaal. Over de recente nee-stem van Nederland tegen het associatieverdrag maakt het bedrijf zich geen zorgen, zegt Sobotjoek.

De Nederlandse pluimveesector maakt zich daarentegen wel grote zorgen over de komst van MHP, zegt Hennie de Haan, voorzitter van de Nederlandse Vakbond voor Pluimveehouders. De frustratie in een notendop: in Nederland zijn boeren gebonden aan zeer strenge dierenwelzijnseisen, maar dankzij het vrijhandelsakkoord staat de achterdeur voor goedkopere en beduidend minder diervriendelijke kipfilets nu wagenwijd open.

Lees dit artikel van Jarl van der Ploeg verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Niets mag zijn EU-voorzitterschap verstoren

Premier Mark Rutte speelt hoog spel. Niets mag het EU-voorzitterschap verstoren, ook het ‘nee’ van het referendum niet. Op het Binnenhof begint dat te schuren.

Het vertoonde volgens een enkeling trekjes van ‘politieke stalking’, zo vaak belde de premier vorige week met oppositieleiders. Of er niet toch te praten viel over een schappelijke oplossing voor het Oekraïneprobleem? Iets meer coulance, iets meer tijd om het op te lossen. Nu op stel en sprong het associatieverdrag opzeggen werkt averechts en leidt tot onwenselijke onrust in een Europa dat al onder hoogspanning staat door de vluchtelingencrisis en de dreigende Brexit.

Het halsstarrige antwoord van ‘verantwoordelijke partijen’ als CDA en D66 stemde de entourage van de premier bitter: njet. Zelfs SGP-leider Kees van der Staaij liet zich niet vermurwen. De meest loyale gedoger van de kabinetten Rutte I en Rutte II vreest dat de koers van de premier het wantrouwen over de EU als ‘voortdenderend project’ alleen maar bevestigt. Van der Staaij: ‘Een intrekkingswet is nu de meest heldere reactie op het referendum.’ Pas daarna is er ruimte om in Brussel over een aangepast samenwerkingsverband met Oekraïne te onderhandelen.

Maar dwars tegen de wens van de voltallige oppositie in, wil Rutte eerst onderhandelen. Nu intrekken zou de doodsteek zijn voor een verdrag dat al overal is goedgekeurd. Om te kunnen onderhandelen moet het op tafel blijven. Gevolg is wel dat de uitslag van het referendum in de koelkast verdwijnt.

Tenminste, als het smalle koord waar de premier nu op balanceert heel blijft. VVD en PvdA hebben samen een Kamermeerderheid van één zetel. Dat moet dinsdag genoeg zijn om een SP-motie weg te stemmen die oproept het verdrag ‘zo spoedig mogelijk’ te verwerpen. Een aantal PvdA’ers zal Rutte met de neus dichtgeknepen volgen, maar bronnen binnen de coalitie houden er rekening mee dat tenminste één fractielid daarvoor past: Jacques Monasch.

VVD en PvdA zijn bereid om een eenzame tegenstem uit de eigen gelederen te incasseren. Als compensatie wordt er gerekend op de steun van de afgescheiden Kamerleden Roland van Vliet (ex-PVV) en de geroyeerde VVD’er Johan Houwers. Het is de magerste vorm van gedoogsteun. Rutte neemt risico’s. De leiders van de nee-campagne vervloeken hem, de loyale oppositie staat nu ook tegenover hem en met een morrende Monasch ligt de flinterdunne meerderheid van VVD en PvdA in de waagschaal. Toch zet hij door. Waarom?

De premier is er op gebrand om van het Nederlandse EU-voorzitterschap een succes te maken.

Lees verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Het onwettige uitstel van #NEEisNEE

Het debat na de volksraadpleging begint nu de grootste blamage van onze democratie te worden. Ik zou als politicus zo’n uitslag heel prettig vinden. Eindelijk weet je precies wat de kiezer wil. Eerst negeerden het Kabinet, Kamer & Senaat de wil van hun volk en tekenden een verdrag. Ondanks dat de referendumwet pas enkele dagen geldig was, werd deze afgeschoten door 2,5 miljoen Nederlanders. De grootste groep thuisblijvers bleek te bestaan uit mensen die onvoldoende vertrouwen hadden dat de regering hun tegenstem zou respecteren. Ze kregen donderdagavond gelijk.

“Indien onherroepelijk is vastgesteld dat een referendum heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing, wordt zo spoedig mogelijk een voorstel van wet ingediend dat uitsluitend strekt tot intrekking van de wet of tot regeling van de inwerkingtreding van de wet.” WET.

De Kamer heeft dus maar twee opties. Of de uitslag negeren en de wet alsnog inwerking te laten treden, of de uitslag respecteren en de goedkeuringswet intrekken. Er bestaan geen andere opties. Het Kabinet wordt niet genoemd, is dus niet aan zet. Geen optie voor uitstel voor internationaal overleg, geen optie om een gewijzigd verdrag alsnog goed te keuren. Het is klaar, de bal hangt in het net, het laatste fluitsignaal is geweest.

Lees verder op GeenStijl

Gerelateerde berichten

EU, luister nou toch eens naar het volk

Een goed maar wel weer een naïef stuk, dat uit gaat van de premisse dat het de EU met dit associatieverdrag voornamelijk om handel zou gaan. Het “meest diepgaande en gedetailleerde associatieverdrag ooit”, gepresenteerd als “het is maar een handelsverdrag” is vooral bedoeld om Oekraïne binnen de Westerse invloedssfeer te trekken. Wij voorspellen: ze gaan geen letter aanpassen. Bovendien: het handelsverdrag alleen en op zichzelf is ook niet goed voor Oekraïne.

Met een overtuigende meerderheid stemden de Nederlanders tegen het EU-associatieverdrag met Oekraïne in een adviserend referendum. Slechts 32 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen, maar dat is meer dan bijvoorbeeld voor de Europese verkiezingen in 1999. Bovendien bleef 16 procent van de niet-stemmers thuis in de hoop dat de opkomstdrempel van 30 procent niet zou worden gehaald. Het referendum leefde dus wel degelijk.

Nederland heeft uiteraard niets tegen Oekraïne en velen in het nee-kamp willen ook best een handelsverdrag met Oekraïne sluiten. Hun punt is echter dat het verdrag niet louter een handelsverdrag is, en dat is juist. Het verdrag belooft immers ook financiële steun aan het corrupte Oekraïne, boven op de 100 miljoen per jaar die het nu al krijgt. Ook wil het verdrag een ‘versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU’, terwijl het land niet eens lid van de NAVO is en er zeker onvoldoende steun in de NAVO bestaat om het land militair te verdedigen.
Mikpunt

Volgens het nee-kamp was ‘alles wat fout is met de EU ook fout met dit verdrag’. Sommige tegenstanders zeiden zelfs openlijk dat Oekraïne hun niets kon schelen [Ja, daar is-tie weer!]. Het mag dus duidelijk zijn dat de EU het ware mikpunt was, maar dat heeft ze aan zichzelf te wijten. De hoofdschuldigen voor het Nederlandse nee zitten in Brussel, met als medeplichtigen de nationale politici die alle waarschuwingen die jarenlang hebben geklonken, naast zich neer legden.

Lees dit stuk van Pieter Cleppe verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Wat Rutte deed was het ‘nee’ van het referendum vervalsen

Woensdag, in het debat over het referendum, ging het in de Tweede Kamer opeens over het ‘interpreteren van het nee’. Op dat moment wist ik: hier zien we precies waarom de politiek het vertrouwen verliest.

Er wordt een digitale vraag gesteld, ja of nee, men zegt nee, en de minister-president (en de PvdA) plaatst er onmiddellijk een ‘maar’ achter om het nee te relativeren.

Nee is: nee, maar.

Zo ontstaat er ruimte – en Rutte sprak ook over ruimte. En ruimte bestaat uit tijd. En Rutte zei ook meteen dat hij tijd nodig had. Hij weet dat met ‘maar’ en ‘tijd’ hij het ‘nee’ waterig kan maken. Maar die waterigheid is ook een gif. Het gif waardoor het volk de politiek terecht wantrouwt. Want zij en de democratie worden in de zeik genomen.

Ik moest denken aan Umberto Eco. Ik hoorde eens een lezing van hem over het interpreteren van teksten. Eco meende dat je bij het interpreteren van een tekst niet alles met die tekst mag doen. De interpretatie wordt beperkt door de bedoeling van de tekst.

Eco verwees naar Augustinus, en schrijft in zijn boek Over interpretatie: ‘Elke interpretatie van een bepaald onderdeel van een tekst kan worden geaccepteerd als ze wordt bevestigd door, en moet worden afgewezen als ze in strijd is met een ander onderdeel van dezelfde tekst.’

De tekst ‘nee’ is een tekst die bestaat uit één woord. Korter kan niet.

Lees deze column van Theodoor Holman verder op Het Parool

Gerelateerde berichten

De ijdele premier als wetsovertreder

Wat ik heb overgehouden aan het referendumdebat van gisteravond is een bevestiging van mijn cynisme over de politieke moraal van de minister-president. Dat Mark Rutte zich niet laat leiden door ideologische bevlogenheid was mij al jaren duidelijk.

Hij is een onderhandelaar pur sang, een dealmaker. Voor hem geen vergezichten, geen ideologie. Gewoon de problemen aanpakken en oplossen die hij onderweg tegenkomt. Manager Mark die met een altijd parate woordenwaterval elke kritiek op zijn handelen zelfverzekerd denkt te kunnen afslaan.

Gisteravond zagen weer een voorbeeld van zijn stuurmanskunst. Rutte’s belangrijkste argument was het claimen van onderhandelingsruimte in Brussel. We kunnen daar niet aankomen met een door het Nederlandse parlement afgewezen verdrag, zo was zijn stelling. Met lege handen en zonder wisselgeld bereiken we niks.

Daarom klampte hij zich vast aan de strohalm van het “zo spoedig mogelijk” uit de Referendumwet. Dit taalkundig niet voor nadere interpretatie vatbare begrip rekte hij uit voorbij de letter en de geest van de wet. Sinds gisteravond weten we dat in de opvatting van de minister-president “zo spoedig mogelijk” een periode van drie maanden kan omvatten. De Nederlandse taal heeft dus een belangrijke vernieuwing ondergaan. Onbetwistbare urgentie blijkt een flexibel begrip te zijn.

De onderhandelaar Rutte heeft met deze retorische truc de tijd geclaimd die hij nodig denkt te hebben om zich te kunnen profileren als dialoogzoeker. Dat wil hij doen door het nee-kamp te consulteren en in Brussel te kijken of er nog iets te regelen is qua aanpassing van het Oekraïneverdrag. Een haast wereldvreemd plan.

Ten eerste wil het nee-kamp niet geconsulteerd worden, want voor de initiatiefnemers van het referendum is het Nee gewoon een Nee. Ten tweede valt er in Brussel niets te halen. Alle andere lidstaten hebben het verdrag al geratificeerd zonder voorbehoud. Ze hebben geen zin om een voor hen voldongen feit achteraf nog eens ter discussie te gaan stellen.

Ik denk dat Mark Rutte dit allemaal van binnen heel goed weet.

Lees deze column van Asher ben Avraham verder op Opiniez

Gerelateerde berichten

Draai na referendum levert PvdA hoon op

Het Nederlandse ’nee’ tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne heeft niet alleen het kabinet, maar ook de PvdA-fractie in de problemen gebracht.

Vonden de sociaaldemocraten vóór het referendum nog dat het kabinet de uitslag moest overnemen, nu vinden ze dat het kabinet eerst met vertegenwoordigers van het nee-kamp in overleg moet. De draai leverde de partij in een roerig en soms snoeihard Kamerdebat hoon op van de oppositie.

Ook de VVD werd volop aangevallen nadat Kamerlid Ten Broeke erop had gewezen dat het nee-kamp verdeeld is en dat de nee-stemmers verschillende motieven hebben. Recht doen aan de uitslag is daarom een lastige klus. SP-Kamerlid Van Bommel merkte op dat Ten Broeke ook niet moeilijk deed over de motieven van kiezers die op de VVD hebben gestemd omdat ze dachten dat ze daarmee duizend euro zouden krijgen. Een lachsalvo steeg op vanaf de rijkgevulde publieke tribune.

Het kabinet kwam in het debat eveneens in de knel. De voltallige oppositie wil dat er snel een wet komt ter intrekking van het verdrag met Oekraïne. Alleen dan wordt recht gedaan aan de uitslag van het referendum. „Ik was tegen het referendum en vóór het verdrag, maar als het een ’nee’ is geworden, kun je niet ’ja’ doen. Intrekken is onvermijdelijk”, zei CDA-leider Buma.

Premier Rutte wil echter ruimte houden om met een Europese oplossing te komen. „Geef ons een kans”, smeekte hij. Rutte belooft in Brussel aanpassingen aan het verdrag te bedingen die de nee-stem ’een plek geven’. Lukt dat niet, dan trekt het kabinet alsnog de goedkeuringswet in.

’Onacceptabel’, vond PVV-leider Wilders. Hij beschuldigde de premier van het plegen van een ambtsmisdrijf. Volgens de referendumregels moet het kabinet immers zo spoedig mogelijk met een intrekkingswet komen.

Het was gisteravond onduidelijk of Rutte kan rekenen op de steun van de voltallige coalitie. Zo konden meerdere PvdA’ers gisteren niet garanderen dat de hele fractie akkoord is met de tactiek van het kabinet. Bij de stemming van volgende week moet dat blijken.

Daarmee heeft de ministersploeg van Rutte een taai probleem. Het beeld blijft immers hangen dat ze de raad van het volk in de wind slaat. Omdat het een raadgevend referendum is, kan het kabinet de uitslag naast zich neerleggen. Maar in een verkiezingsjaar is dat zowat politieke zelfmoord.

Het kabinet zette vóór het debat de oppositie nog onder druk. Premier Rutte en minister Koenders (Buitenlandse Zaken) belden persoonlijk met fractieleiders van CDA, D66, SGP en GL. De bewindslieden vroegen met klem om niet mee te stemmen met het SP-voorstel dat het kabinet dwingt tot intrekken van de Oekraïne-wet. Tijdens de schorsing van het debat belden de bewindslieden nog eens. Het leek tevergeefs.

Telegraaf, 14 april 2016

Gerelateerde berichten

Kom, kom, coalitie; niet zo zuur over de uitslag van het referendum

Inzake de zogenaamde ‘Giftige cocktail van rancune, woede, wantrouwen en angst’

Stelt u zich eens voor. Er zijn verkiezingen. Er worden allerlei leugens verspreid. Zo beweren bepaalde aanstormende Europarlementariërs dat ze allerlei dingen waar ze niets over te zeggen hebben zullen regelen voor de kiezer in Brussel. Zoals lijsttrekkers die claimen eigenhandig de eurocrisis te hebben bedwongen, of de dreigende oprichting een Europees leger voor de poorten van de hel hebben weggesleept. Of wat dacht u van banen die naar Nederland te halen zijn? Ook al heeft het Europarlement slechts een adviserende rol bij buitenlands- en veiligheidsbeleid, fiscaal beleid, familierecht, eurobeleid en het werkgelegenheidsbeleid – toch deden alle lijsttrekkers van de Nederlandse politieke partijen in 2014 (en voorgaande jaren) dit heel anders voorkomen. Alsof zíj het allemaal regelden.

Europese verkiezingen
Zijn de afgelopen Europese verkiezingen door deze campagne-leugentjes om bestwil minder geldig? Zijn de nationale verkiezingen minder legitiem omdat er een zekere partij besloot om volledig kermisklant te gaan en 1000 euro aan iedere burger beloofde? Toch is popiejopie- campagnevoering ineens wél een drama zodra het gaat om het eerste raadplegend referendum. Raar.

Stelt u zich eens voor. Er zijn verkiezingen. Er komt een minderheid van de kiezers opdagen. Zo zweeft de opkomst voor de verkiezingen van het Europarlement sinds de Val van de Muur gemiddeld rond de 35 procent. Zijn de afgelopen Europese verkiezingen hierdoor minder geldig? Is het instituut Europarlement hierdoor direct overbodig, omdat tenslotte gemiddeld 65 procent van de burgers er niet over stemt? Nee, natuurlijk niet. Gemiddeld 30 procent is toch al snel 40 zetels, zo ongeveer het mandaat van regeringspartij VVD en premier Rutte (hoi!). Niemand die aan zijn handtekening onder verdragen twijfelt, ook al zit hij er dankzij “maar” 4 miljoen mensen van de 17. De (al dan niet strategische) thuisblijvers dienen in het eigengemaakte bedje te liggen. Zoals Plato al waarschuwde: “De straf voor het niet participeren in de politiek, is bestuurd worden door je minderen.” Het is als niet meedoen aan de Postcode Loterij, en achteraf zeiken en naar de rechter stappen omdat je Flodder-buurman wel heeft gewonnen en je dit uitgerekend hém niet gunt. Want jij weet het niet alleen beter, je bént natuurlijk ook gewoon beter.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op TPO

Gerelateerde berichten

Rutte minimaliseert ons NEE

Rutte interpreteert ons nee al snel tot een nee tegen het lidmaatschap van Oekraine. Daarmee minimaliseert Rutte ons nee. Immers, ons werd de vraag gesteld: “bent u voor of tegen het Associatieverdrag met Oekraine?”

De vraag was niet ‘bent u tegen lidmaatschap’. Nu het verdrag slechts aanpassen door expliciet te vermelden dat lidmaatschap is uitgesloten, doet geen recht aan onze democratische stem.

Het ging ons niet om slechts 1 artikeltje uit het verdrag, maar om álle artikels. En met name de artikels die Oekraïne het recht geven op financiële bijdrage en militaire steun of op visumvrij reizen. Het was ook een nee tegen het provoceren van Rusland. Een blokkade op de snelweg voor multinationals richting Europa en TTIP. Een nee tegen de plofkip, gentech en oneerlijke concurrentie omdat Oekraïne zich bij productie van goederen niet aan dezelfde regels t.a.v. mensen- en dierenrechten hoeft te houden.

Dat de andere 27 lidstaten hun goedkeuring al hebben gegeven, omdat deze EU lidstaten gek genoeg -of juist niet- níet het democratisch recht op referenda hebben, maakt het voor Rutte erg lastig, zo niet onmogelijk. Nu ons nee minimaliseren omdat EU en haar 27 lidstaten iets te voorbarig 36 miljard overmaakte -nog voordat de prestatie was geleverd- kan niet. Hoe Rutte het dan oplost, is nu zijn probleem.

Ingezonden door Petra VanEyndhoven

Gerelateerde berichten

Mark Rutte, wees eerlijk: akkoord met Oekraïne ís basis voor Europese integratie

Rutte stelt dat het associatie-akkoord met Oekraïne geen voorportaal is voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Wie het akkoord gaat lezen ziet al snel dat het anders zit. Ook voorstanders van het akkoord zijn verstandig als ze erkennen dat het akkoord leidt tot vergaande politieke en economische integratie.

Soms zeg je als politicus iets wat klopt, maar niet juist is. Mark Rutte deed dat vorige week vrijdag met het Oekraïne-referendum:

Premier Mark Rutte benadrukte gisteren nog maar eens dat burgers zich echt geen zorgen hoeven te maken dat Oekraïne lid zal worden van de EU. “No way! We hebben dit soort verdragen ook met andere landen, zoals in Midden-Amerika. Sommige landen doen misschien wel mee aan het Eurovisiesongfestival, maar dat wil niet zegen dat ze ook lid worden van de EU.

Rutte moet natuurlijk koorddansen. Zijn eigen partij is gespleten, de kiezers zijn verdeeld. De Ruttiaanse oplossing: de boel downplayen. Een (scheve) vergelijking, een geruststelling, een grapje. Zo kennen we Rutte. Oud-Hollandse gezelligheid gaat bij hem boven een principieel gesprek.

Maar wat als deze aanpak nu eens niet olie op de golven werpt, maar juist olie op het vuur?

Het referendum over de toekomstige Europese status van Oekraïne is een goed voorbeeld. Dit referendum komt niet uit het niets. Het is een reactie op de onvrede dat toenemende Europese integratie zich lijkt te onttrekken aan democratische controle. Een meerderheid van Nederland is voor lidmaatschap van de Europese Unie, maar vindt tegelijkertijd dat de burger weinig te zeggen heeft over voortgaande integratie. Politieke leiders zijn niet eerlijk. Thuis geven ze af op Europa, in Brussel is het ouderwets handjeklappen. Je bestelt het één, je krijgt het ander. Europese integratie is daarmee een weg vooruit zonder democratische rem. Het is schizofreen, en de kiezer ziet het.

Dat derde steunpakket voor Griekenland zou er nooit komen volgens Rutte. Het kwam er. De Italianen konden volgens Bolkestein niet in de euro. Hij stemde voor. De Europese Grondwet was begraven in 2005 zei Van Aartsen. Om er vervolgens mee in te stemmen. Of die luchtbrug van vluchtelingen uit Turkije volgens Rutte: allemaal veel te voorbarig. Drie dagen later was het er. Het is politiek van de voldongen feiten. Je flirt met euroscepsis, om vervolgens eurogezind te kussen.

Het is een cynisch spel dat Rutte’s VVD speelt. Mede daarom waren er binnen no-time waren 427.939 kiezers bereid een handtekening te zetten om via GeenPeil een referendum aan te vragen. Om een streep in het zand te zetten.

Lees verder op de blog van Sywert van Lienden

Gerelateerde berichten

Boze burgers na referendum nog bozer?

Veel mensen grijpen het Oekraïnereferendum aan om te protesteren tegen het kabinet en de EU. Maar de kans is groot dat ze na woensdag alleen nog maar bozer zullen zijn.

De 63-jarige Jan Uding, vrijwilliger in een verpleeghuis in de Haagse Schilderswijk, blijft woensdag thuis. Uit protest tegen het kabinet en ‘alle mooie verhaaltjes’. Het is net zo’n corrupte bende als in Oekraïne. ,,Als je eenmaal in de Kamer hebt gezeten, word je vanzelf burgemeester of wethouder. Ik zie die Pechtold op tv roepen over het verdrag: ‘stem ja, stem ja, stem ja’, omdat het zo goed zou zijn voor iedereen. Je ziet gewoon dat hij zit te liegen.”

Stemmen heeft bovendien geen zin, denkt de Hagenaar, dat verdrag komt er toch wel. ,,Het wordt je nu gewoon door je strot geduwd, met een tempo van hier tot ginder. En na een paar jaar zeggen dat het mis is gegaan. En politici leren er niks van: de volgende keer maken ze dezelfde fout. Daar word ik zo langzaamaan een beetje ziek van.”

Kiezers willen woensdag veel meer zeggen dan alleen wat ze van het associatieverdrag met Oekraïne vinden. Maar liefst twee derde van de stemmers geeft met ‘voor’ of ‘tegen’ een oordeel over de Europese Unie, blijkt uit opinieonderzoek van Maurice de Hond.

Ook spreekt twee derde zich in dit referendum uit over ‘de wijze waarop democratie in Nederland werkt’. Nog eens 42 procent van de Nederlanders zegt dat hun stem hun oordeel over het kabinet weergeeft.

Het viel politicoloog Martin Rosema, gespecialiseerd in kiezersonderzoek, al eerder op. ,,De EU is het belangrijkste motief voor kiezers. Hun onvrede zit diep en daar is slim op ingespeeld door de initiatiefnemers van het referendum. Jan Roos en consorten hebben het gepresenteerd als referendum over de EU. Dat beeld draai je niet makkelijk meer om.”

Mensen voelen zich niet gehoord, zegt onderzoeker Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ,,Dat komt nu naar buiten. De elite is te ver afgedreven van de gewone burger, is het gevoel. In de EU gebeuren allerlei dingen waarop gewone mensen geen greep hebben.”

De uitbreiding van de Unie met tien vooral Oost-Europese landen in 2004 ging veel mensen bijvoorbeeld te snel. Een jaar later kwam de grote onvrede aan het licht tijdens het referendum over de Europese grondwet, waar een meerderheid tegen stemde.

Sindsdien is de boosheid niet verminderd. Dekker: ,,Sommige mensen voelen zich vernacheld, omdat de grondwet voor hun gevoel toch is doorgegaan onder een andere naam: het verdrag van Lissabon.”

Lees verder op De Gelderlander

Gerelateerde berichten

Oekraïne-referendum is een feest voor de democratie

De inkt van de referendumwet is maar net droog en we kunnen al naar de stembus om de regering van advies te voorzien. Vandaag stemt Nederland voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Maar sommige mensen blijven ook thuis en daarom lijkt de grote vraag vooral of meer dan 30 procent van de kiezers naar de stembus gaat.

Mocht de kiesdrempel gehaald worden, wat zegt dat dan? Stemmen mensen voor of tegen het verdrag met Oekraïne? Voor of tegen Europa? Voor of tegen een Nexit? Voor of tegen de politiek of – meer in het bijzonder – tegen politici? Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat 48 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in politici. Kan het referendum een middel zijn om dat percentage op te krikken? Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden vindt van wel. ‘Een meerderheid van de Nederlanders heeft wel vertrouwen in democratische instellingen, een referendum kan het gat tussen dat vertrouwen en het vertrouwen in politici verkleinen.’

Eindelijk een interessant programma! Luister!

Gerelateerde berichten

Laat noch Poetin noch VS onze stem bepalen

Het verdrag met Oekraïne is vooral goed voor de VS. Stem dus tegen.

Het is gênant, maar de voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne hebben niet slechts een zwak, maar zelfs helemaal geen verhaal. Vandaar dat de voorstanders zich al vanaf het begin van de campagne gedwongen zagen om op de proppen te komen met een enge boeman, die Poetin heet. Een stem voor het verdrag is een stem voor Poetin, wordt beweerd.

Oké. Maar het bestrijden van IS, een grote vijand van Poetin, is ook in zijn voordeel, gaan we daar dus mee stoppen? En Poetin houdt van judo, misschien moeten we de judoverenigingen in ons land verbieden? We willen immers toch Poetin niet in de kaart spelen? Moeten we, bij het afsluiten van verdragen, ons laten leiden, zoals de voorstanders bepleiten, door wat Poetin daar wel of niet van zou kunnen vinden, gesteld dat we dat al kunnen weten? Nee natuurlijk! We laten onze oren juist naar Poetin hangen als we het wel of niet tekenen van een verdrag met een ander land afhankelijk maken van wat Poetin hier wel of niet over zou denken. Het is een teken van zwakte en niet van kracht ons door anderen te laten dicteren waar we al dan niet mee moeten instemmen.

Het feit dat Rusland niet blij is met dit associatieverdrag betekent niet automatisch dat wij er wel blij mee moeten zijn. Net zoals het feit dat Rusland nu in Syrië vecht tegen IS niet betekent dat we IS automatisch tot onze bondgenoot moeten verklaren. Bovendien, het voortbestaan van dit associatieverdrag betekent een bevestiging en verharding van de huidige tweedeling in Oekraïne en deze tweedeling heeft het voor Rusland mogelijk gemaakt grote delen van Oekraïne onder haar gezag te plaatsen. En zo spelen dus juist de ‘nuttige idioten’ die voor dit associatieverdrag pleiten zonder het te weten Poetin in de kaart.

Trouwens, het simplistische zwartwit schema ‘EU goed, Rusland slecht’ (het lijkt wel een B-film) is kinderlijk en niet serieus te nemen. Op zijn minst zijn er geen ‘good guys’ en ‘bad guys’ in deze burgeroorlog aan te wijzen en zijn Rusland en EU even schuldig aan het uitbreken ervan.

Hoewel, als er dan toch per se een ‘schuldige’ moet worden aangewezen dan moeten we erkennen dat de Russische steun aan de rebellen in de Donbass-regio pas werd gegeven nadat de EU een deel van de bevolking had opgehitst en aangezet tot het plegen van een gewelddadige coup tegen een democratisch gekozen – zij het volstrekt corrupte – regering. Dat de EU, net als de VS, overal ter wereld maar zou moeten interveniëren om ‘verlichting en democratie’ te brengen (of gewoon om ordinaire geopolitieke redenen?), is een onder eurofielen welig tierend, hardnekkig en nauwelijks uit te roeien geloof.

Ten slotte, het intrekken van het verdrag zou niet alleen voor onszelf het beste zijn, maar ook voor Oekraïne. Dat Rusland hier ook blij mee zal zijn is alleen maar mooi meegenomen, want er is niets op tegen om vriendelijke relaties met Rusland te onderhouden.

Waarom zouden we Rusland ontzeggen, wat we wel doen met een land als Saoedi-Arabië, dat begin dit jaar tientallen gevangenen heeft onthoofd en waar vrouwen tweederangs burgers zijn en niet mogen stemmen?

Met dit referendum heeft Nederland nu een unieke kans om tegen dit associatieverdrag te stemmen en zo te voorkomen dat de spanningen in het oosten van Europa verder oplopen.

Laten we ‘nee’ zeggen tegen een door de Amerikanen gepropageerd, neoconservatief en agressief beleid, waarbij de confrontatie met Rusland wordt gezocht ten koste van de stabiliteit op ons continent.

Dit artikel werd gepubliceerd in Trouw op 5 april 2016

Gerelateerde berichten

Het verschil tussen een handelsverdrag en een associatieverdrag

Links het handelsverdrag met Marokko, rechts het associatieverdrag met Oekraïne.

Gaat het nu om een handelsverdrag of niet? Wat is het verschil? Willen alle mensen in Oekraïne dit verdrag. En wat speelt er nog meer mee? Wordt Oekraïne lid van de Europese Unie? Hoe is het met de corruptie. Moeten we niet solidair zijn met Oekraïne en de mensen helpen? Spelen we Putin ‘in de kaart’ met Nee zeggen tegen dit associatieverdrag?

Harry van Bommel legt het uit

Gerelateerde berichten

Regering speelt vals om ja-stem referendum af te dwingen

Om het heilige ‘Europese project’ te beschermen, ondermijnt de regering het democratisch proces.

De campagne is nu vol op stoom. Wij, het Burgercomité-EU, en anderen uit het ‘tegenkamp’ hebben nauwkeurig en specifiek aangegeven – vaak met de artikelnummers van het verdrag erbij – wat er volgens ons allemaal mis is met het verdrag. En dat is veel, zoveel zelfs dat we het in een klein pamflet getiteld En daarom nee hebben gepubliceerd. De voorstanders hebben hier tot nu toe op een paar algemene kreten na – Handelsverdrag! Samenwerking! Veiligheid! – niets tegen in gebracht. De vraag is natuurlijk of een associatieverdrag daadwerkelijk de handel, veiligheid en samenwerking bevordert en of het wel te rijmen is met onze democratische waarden, niet alleen die van ons land, maar ook die van Oekraïne.

Wel heeft de regering intussen het democratisch proces zelf ondermijnd. Dat baart ons enorm zorgen. Als je het spel niet eerlijk kunt winnen behoor je niet te gaan valsspelen. Zeker niet als regering en zeker niet met zoiets belangrijks als onze democratie. Toch zagen we dit de afgelopen maanden keer op keer gebeuren.

Het eerste voorbeeld is het stemlokalenschandaal. Sommige gemeenten hebben het aantal stemlokalen met meer dan 70 procent gereduceerd terwijl dit nota bene het eerste referendum is waarvoor een opkomstdrempel geldt. Daarmee beïnvloedt de overheid dus niet alleen de opkomst, maar ook de uitslag. De gemeente Son en Breugel is hiervoor door de rechter veroordeeld, maar het is natuurlijk bizar dat wij, het ‘tegenkamp’, nu met allerlei rechtszaken ervoor moeten proberen te zorgen dat ook gehandicapten, ouderen, en anderen die wellicht minder mobiel zijn straks zonder onnodige obstakels kunnen gaan stemmen.

Ten tweede begrijpt de regering blijkbaar het verschil tussen de staat en het kabinet niet meer. Het kabinet kan als politieke coalitie campagne voeren, maar de staat als onpartijdige arbiter en vertegenwoordiger van alle Nederlanders, zonder onderscheid, kan dat niet. En toch voert bijvoorbeeld Hans Docter, ambassadeur in Ghana (sic!) en dus rijksambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, op verzoek van de regering actief campagne voor het associatieverdrag. Een ambtenaar kan politiek actief zijn, maar alleen als privépersoon en als hij de campagne strikt scheidt van zijn werk. Een ambtenaar die in zijn functie campagne voert, behoort te worden ontslagen in plaats van in opdracht van de regering onwettig te handelen. Het komt er nu dus op neer dat wij via deze ambassadeur niet alleen campagne tegen de regering voeren, maar ook tegen de staat zelf. Dat is een ongehoord feit, dat opnieuw aantoont hoe weinig respect onze overheden nog hebben voor de staatsrechtelijke principes.

Ten derde zijn sommige gemeenten zo onverstandig geweest een folder met ‘informatie’ over het referendum met de stempassen mee te sturen. Deze uitleg lijkt echter als twee druppels water op het regeringsstandpunt, de argumenten van het tegenkamp komen nauwelijks of ernstig verknipt aan bod. Met andere woorden, dit is een verborgen oproep van de gemeenten om ja te stemmen. Wat zou er gebeuren als tijdens Tweede Kamerverkiezingen gemeenten stempassen zouden rondsturen met ‘informatie’ waaruit blijkt dat men maar het beste op de PvdA kan stemmen? Het land zou te klein zijn. Het lijken wel ‘Russische’ toestanden.

Lees verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Pechtold neemt giften aan van grote belanghebbende bij associatieverdrag Oekraïne

Vraag. Wie betaalde de vlucht van D66’ers Alexander Pechtold en Kees Verhoeven, vorige maand, naar Oekraïne? Ondernemer Frans Lavooij, we zien hem ook op foto’s van het tripje terugkeren. Het is het heerschap hier rechts bij de herdenking op het Maidan-plein.

In een reeks verslagen wordt ons verteld hoe belangrijk het is dat we het verdrag tekenen. Het zou goed zijn voor Nederland, omdat we kunnen handelen, en voor Oekraïne, omdat we kunnen… handelen? Zoals we eerder schreven zijn de economische voordelen compleet gefingeerd, dus burgers worden met niet-bestaande cijfers doodgegooid. Schrijver Ton F. van Dijk ontdekte dat het de genoemde Rotterdamse ondernemer Frans Lavooij is die Pechtold en Verhoeven naar Oekraïne vloog, alles voor het algemeen belang.

Wat D66 er niet bij vermeldt is dat de zakenman gedeeltelijk eigenaar is van de koffiefabriek. Die verkeert in zwaar weer, omdat het associatieverdrag een boycot door Rusland tot gevolg had. Daarom moet verdwenen export naar Rusland worden opgevangen door de EU en precies dat is waar het associatieverdrag over gaat.

Lees dit artikel van Arno Wellens verder op 925.nl

Gerelateerde berichten