Er is een weg uit de Eurocrisis

Als de niet aflatende eurocrisis de afgelopen vijf jaar één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is dat wel dat de muntunie niet alleen niet werkt, maar zelfs een bedreiging vormt voor de EU. Dat moet anders. En dat kan, de oplossing is er.

Om een stabiele samenleving te krijgen hebben mensen niet alleen een zekere welvaart nodig, en werk, en perspectief, maar ook hoop en vertrouwen. Dat laatste geldt zeer zeker ook voor investeerders en ondernemers die eigen of andermans kwartjes on the line zetten bij nieuwe investeringsprojecten. Wie echter kijkt naar de eurozone constateert dat er daar nogal wat schort aan deze modaliteiten.

Vooral in het zuiden van de eurozone heersen werkloosheid, armoede en een zorgwekkende uitzichtloosheid voor een hele generatie jonge mensen. Zonder perspectief op een baan trekken veel hoogopgeleiden dan ook weg naar elders. Uit pure noodzaak verlaten zij huis en haard, daarmee hun moederland opzadelend met een probleem: een toekomst zonder de intelligentsia – die het land is ontvlucht.

In de sterkere eurozone-economieën – waartoe Nederland nog steeds behoort – stijgt de werkloosheid ook. Hier zit het probleem niet zozeer in jeugdwerkloosheid, maar in werkloosheid onder vijf-en-veertig plussers. Wie op die leeftijd zonder baan komt te zitten heeft het weinig verheffende perspectief tot zijn dood zonder werk te blijven.

Lees dit artikel van Jean Wanningen verder op FTM >>>

Voorbij de orthodoxie

Martijn Jeroen van der Linden komt tot de conclusie dat er vier harde lessen zijn te leren uit de Griekse crisis. Eén daarvan: ‘zonder een echt alternatief is onderhandelen kansloos’. Gelukkig is dat alternatief er volgens hem.

Om economische stabiliteit, democratie en eenheid in Europa te verwezenlijken, dienen alternatieven die ver buiten de huidige orthodoxie liggen overwogen te worden. Maar alvorens alternatieven te ontwikkelen, dienen we vier lessen te trekken uit de Griekse crisis.

Ten eerste, een monetaire unie zonder politieke unie is onmogelijk. In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat Eurolanden niet rechtstreeks mogen lenen van de ECB. Hiermee hebben de afzonderlijke lidstaten afstand gedaan, vaak zonder het echt te beseffen, van hun politieke soevereiniteit. In 1992 stelde Wynne Godley in het artikel Maastricht and All That dat het opgeven van de macht op geldcreatie een land de status van regio of kolonie geeft. Regionale autoriteiten kunnen niet langer devalueren, verliezen het recht om tekorten te financieren met nieuw geld en moeten voor andere vormen van financiering naar het centrale gezag, de trojka in dit geval.

Kortom, de keuze is nu:
1) het opheffen van de euro en terug naar nationale soevereiniteit en nationale munten; of 2) met de euro naar een Europese federatie met een centrale Europese overheid, een Europees fiscaal stelsel, een Europees economisch beleid en enkel Europese obligaties. In zo’n federatie heeft de Europese overheid rechtstreeks toegang tot de ECB en kunnen onevenwichtigheden (gedeeltelijk) worden hersteld via het fiscale systeem. Net zoals er in Duitsland al decennia geld stroomt van rijke deelstaten als Beieren, Hessen en Hamburg naar armere, met name Oost-Duitse, deelstaten, zou dit ook op Europees niveau dienen te gebeuren. Of dit wenselijk is, is een politieke keuze. De vraag die aan Europese burgers dient te worden voorgelegd is: wilt u inwoner van de Verenigde Staten van Europe worden of behoudt u liever uw eigen nationaliteit?

Lees verder op Follow The Money >>>

Why ‘whatever it takes’ just isn’t going to work for the euro anymore

The trouble is that, while solving a financial crisis, Mario Draghi created an economic one.

It is unlikely anyone will be baking a cake, wrapping any presents, or even sending a congratulatory emoji. But this Sunday marks the third birthday of what, in retrospect, may well have been the most successful speech in central banking history.

Three years ago, on July 26, 2012, Mario Draghi, the president of the European Central Bank, made his promise to do “whatever it takes” to save the euro. Its impact was little short of miraculous. Since then, despite the drama of the past month in Greece, the capital markets have been bought under control. The threat of the bond vigilantes suddenly kicking a country out of the single currency has been ended. Borrowing rates have fallen dramatically. So long as they knuckle under to the conditions of the bail-out programmes, even the most heavily indebted countries can keep themselves afloat. Draghi’s intervention, on that measure, was a spectacular success.

The trouble is that, while solving a financial crisis, he created an economic one. The eurozone is no longer at risk of an imminent financial collapse. But it is facing a grinding depression that has gone on now for year after year, and shows little sign of ending. In time, that is going to create a political crisis, just as it has already done in Greece. Can Draghi fix that as well? So far there is little sign of it.

Lees dit geweldige stuk van Matthew Lynn verder op The Daily Telegraph >>>

EP moet namenlijst omstreden pensioenfonds Europarlement vrijgeven

Het Europees Parlement moet de lijst met leden van een omstreden pensioenfonds openbaar maken. Het bestuur van het parlement weigerde die te publiceren, omdat daarmee de privacy van de parlementariërs geschonden zou worden. Maar een rechtbank in Luxemburg heeft bepaald dat de lijst toch moet worden vrijgegeven.

De NOS heeft jaren geëist dat de namen van de deelnemers bekend worden, zodat duidelijk wordt of parlementariërs hun positie gebruiken om zichzelf te verrijken. De parlementariërs bepalen zelf de hoogte van het pensioen, zonder dat ze daar verantwoording over hoeven af te leggen. Verder is in het verleden belastinggeld uit de lidstaten gebruikt om tekorten in het fonds aan te vullen. Om die redenen is er al jaren discussie over het zogenoemde Vrijwillig Pensioenfonds.

Bijna tien jaar geleden vroeg de NOS voor het eerst om de lijst van leden van het Vrijwillig Pensioenfonds. In 2005 beloofden Nederlandse Europarlementariërs in een speciale ‘gedragscode’ dat ze niet langer gebruik zouden maken van deze riante regeling.

Om te controleren of alle Nederlanders hun deelname inderdaad hadden beëindigd, vroeg de NOS aan het eind van dat jaar om de ledenlijst. Het parlement wilde die toen niet openbaar maken. Twee jaar geleden wees een rechter in Luxemburg het verzoek af. De NOS ging toen niet in beroep, maar diende een nieuw verzoek in.

De Finse en Zweedse regering en het Europese college voor bescherming van persoonsgegevens steunden de NOS bij die procedure. Ook zij vonden dat de gevraagde informatie openbaar moest worden.

Lees verder op de website van de NOS >>>

De gemene Duitser is terug

In korte tijd van meest geliefde land op aarde tot de boeman van Europa. Berlijn maakt zich zorgen.

Het valt niet meer te ontkennen, ook niet in Berlijn: de gemene Duitser is terug. Het beeld is al zo’n honderd jaar oud: de Duitsers als een gemeen, lelijk en heerszuchtig volk. In de Eerste Wereldoorlog kwam het clichébeeld op, de Tweede Wereldoorlog heeft het nog versterkt. En ook al heeft de Bondsrepubliek zich sindsdien enorme inspanningen getroost om te laten zien hoe het land is veranderd – het werd een voorbeeldige democratie, een rechtsstaat en samen met erfvijand Frankrijk de spil van een vreedzaam en verenigd Europa – helemaal verdwenen is het beeld van der hässliche Deutsche nooit.

Zolang het bleef bij spotprenten in Griekse kranten, waarop Duitse politici werden afgebeeld in naziuniform of de Hitlergroet brachten, was het voor Duitsers vooral ergerlijk. Men zag het en probeerde het te negeren. Vervelender werd het al toen ook Griekse politici historische parallellen gingen trekken tussen het Duitse beleid in de eurocrisis en Hitler-Duitsland, dat in Griekenland gruwelijk heeft huisgehouden. Maar ook dat was nog weg te wimpelen als onzinnige overdrijving.

Dat het probleem veel groter is, begint pas tot Duitsland door te dringen sinds de laatste top van de leiders van de eurozone, nu bijna twee weken geleden. De Duitsers dreigen met hun harde opstelling hun goede imago te verspelen – en niet alleen in Griekenland, en ook niet alleen in het zuiden van Europa.

Donald Tusk, president van de Europese Raad, zei vorige week in een interview met een aantal Europese kranten hoe geschokt hij was over het enthousiaste onthaal dat anti-Duitse opmerkingen van de Griekse premier Tsipras kregen in het Europees Parlement. „Het leek wel een anti-Duitse demonstratie, van links en radicaal-rechts. Het was voor het eerst dat ik zulke emoties zag in een anti-Duitse context. Van bijna het halve Europees Parlement.”

Uiterst pijnlijk voor Duitsland was bijvoorbeeld dat de voorzitter van de regerende Parti Socialiste, Jean-Christophe Cambadélis, vorige week een ‘open brief aan een Duitse vriend’ schreef, waarin ook hij de Duitsers hun geschiedenis nog eens inpeperde. „Europa begrijpt de koppigheid van je grote land niet, beste vriend. Zou jouw land de solidariteit zijn vergeten die Frankrijk heeft getoond meteen na de gruwelijke misdaden die uit naam van Duitsland zijn begaan? Als Duitsland de solidariteit op het continent de rug toekeert, stelt het Europa in feite voor een rampzalig alternatief: een verschrikkelijk referendum – voor of tegen Duitsland.”

Dat kwam hard aan.

Lees het hele artikel in het NRC van vandaag, op papier of via Blendle >>>

Fundamentele democratisering

Het Griekse drama toont het dilemma van links. ‘Pragmatisch’ meeregeren met rechts, zoals Jeroen Dijsselbloem doet. Of net als Syriza de ideologische confrontatie aangaan, met het risico te verliezen. Tijd voor een nieuwe koers.

Er schijnt in ons land al geruime tijd een geheimzinnige wet te gelden die stelt dat politieke onvrede zich vertaalt in een stem op rechts. Aan die zijde zijn tevens de energie en het politieke initiatief te vinden. Linkse partijen lijken voornamelijk bezig te zijn met het etaleren van nuchtere bescheidenheid en regerings-fähigkeit.

De dramatische ontwikkeling van de Griekse crisis heeft het linkse vraagstuk verder op scherp gezet. Twee visies over de toekomst van de linkse politiek zijn daarbij recht tegenover elkaar komen te staan: de middenkoers van sociaal-democraten als Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom, en de neo-keynesiaanse hervormingskoers voorgestaan door Syriza en progressieve economen.

Het Griekse Syriza is de eerste linkse partij die openlijk geprobeerd heeft het Europese bezuinigingsbeleid te bevragen en te veranderen. Nu Syriza het onderspit heeft gedolven en de hele Griekse samenleving als een stoute schooljongen in de hoek is gezet, lijkt de rebellie voorlopig neergeslagen. Tegelijkertijd zwelt de kritiek enkel verder aan. Ook gematigd progressieve stemmen voegen zich nu bij het koor van criticasters van de Europese politiek. De fijne breuklijnen tussen noord en zuid, links en rechts, eurofielen en eurosceptici waren er al langer. Ze zijn nu open en bloot aan de oppervlakte getreden, voor iedereen te zien. De weg naar Europese eenwording, een traject dat volgens Angela Merkel alternativlos en onomkeerbaar was, is zijn aura van onvermijdelijkheid kwijt.

Voor de linkse politiek is de Griekse crisis extra betekenisvol, omdat de vernederende ondergang van het neo-keynesiaanse alternatief is bewerkstelligd met openlijke steun van sociaal-democraten als Dijsselbloem, Samsom, de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz en de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel. De twee kampen zijn in de afgelopen maanden rechtstreeks tegenover elkaar komen te staan. Een scheiding der geesten heeft plaatsgevonden die eveneens haar uitwerking zal hebben op de Nederlandse politiek, al is het alleen al omdat het Griekse crisisbeleid veel overeenkomsten heeft met de koers die Dijsselbloem voorstaat in de rest van Europa, dus ook in Nederland.

Lees verder op de Groene via Blendle >>>

Een federaal Europa? Vraag het de kiezers!

Nederland verdient een open debat over de voor- en nadelen van een federaal Europa. Als het aan Brussel ligt, komt dat er nu snel. Maar niet zonder volksstemming, vindt Peter van Ham.

De EU heeft vorige week weer een grote stap gezet richting een Verenigde Staten van Europa. Het Griekse eurodrama maakt duidelijk dat een monetaire unie zonder politieke unie gewoonweg niet werkt. De eurogroep probeert het fiscale en economische beleid van de eurozone te coördineren, maar dat blijft behelpen. Sinds het uitbreken van de eurocrisis in 2008 heeft de EU verreikende maatregelen genomen om de eurozone bijeen te houden. Deze initiatieven kregen obscure en nietszeggende namen zoals het ‘Europese semester’ of het ‘Europees Stabiliteitsmechanisme’ (ESM). Maar af en toe wordt er ook in Brussel duidelijke taal gesproken. Vorige maand presenteerde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, een rapport getiteld ‘De Voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie’. Dit zogeheten ‘Vijf Presidenten Rapport’ is een blauwdruk van een toekomstig federaal Europa, met alles erop en eraan: een sterke EU-regering en een volledige economische, financiële, fiscale en politieke unie. Wat ontbreekt is een oproep tot een gezamenlijk Europees leger, maar dit idee had Juncker immers al afgelopen maart geopperd.

Het meest revolutionaire idee in het Vijf Presidenten Rapport is de stap richting een Europese begrotingsunie. Een zogenoemde Europese budgettaire raad moet in de toekomst de nationale begrotingen coördineren, hetgeen uiteindelijk een bindend karakter zal krijgen middels EU-wetgeving. In het voorjaar van 2017 komt de EU met voorstellen om deze begrotingsunie definitief vorm te geven. Dit rapport wordt natuurlijk in het Nederlandse parlement uitvoerig behandeld, na het zomerreces. De vraag is echter of Nederland nog wel echt iets te zeggen heeft over de toekomst van de EU. Het Griekse drama heeft immers het publieke geheim ontboezemd dat de belangrijke beslissingen door Duitsland en Frankrijk worden genomen, en dat andere landen zich daarbij hebben neer te leggen. Landen die niet tot de eurozone behoren – zoals Groot-Brittannië – vallen helemaal buiten de boot. Nederland denkt door voorzitter Jeroen Dijsselbloem binnen de eurogroep wat extra invloed te kunnen uitoefenen, maar dat is niet meer dan een zoethoudertje gebleken.

Lees deze column van Peter van Ham verder op het NRC

Dijsselbloem staat in z’n hemd bij naheffing

Minister Dijsselbloem (Financiën) blijkt geen enkel juridisch argument te hebben om tegen te houden dat De Telegraaf inzage krijgt in correspondentie met de Europese Commissie over een naheffing van 643 miljoen euro. Dat is te lezen in een nieuw besluit van de Commissie in de zaak, die deze krant naar de rechter in Luxemburg bracht.

Drie dagen na de herverkiezing van Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep ging er vanuit zijn departement een bericht met een opmerkelijke inhoud naar de Europese Commissie. De strekking: bij de behandeling van het bezwaar van De Telegraaf over het achterhouden van documenten over de naheffing moest Brussel maar een ’eigen afweging’ maken.

Met die brief van 16 juli hees het team van Dijsselbloem de witte vlag: de Commissie maakte woensdag na een maandenlange procedure alsnog de documenten openbaar van correspondentie tussen Den Haag en het hoofdkwartier van de Europese Unie over de rekening van 643 miljoen euro die Nederland kreeg nadat het nationaal inkomen was bijgesteld. Dat steeg, omdat het Centraal Bureau voor de Statistiek verfijndere methoden gebruikt om de omvang van de economie vast te stellen. Zo komt sinds kort de belastingaangifte van elk bedrijf binnen bij het CBS en is er ook meer zicht op de omzet van zzp’ers.

De overgave van Nederland daags na de herbenoeming is opvallend omdat deze helemaal niet gevraagd werd door de Europese Commissie. Die had slechts aangegeven dat wanneer er bezwaren waren tegen openbaarmaking van de documenten aan deze krant, daarvoor wel een wettelijke onderbouwing moest worden gegeven.

Die was er kennelijk niet, ondanks alle grote woorden van Dijsselbloem en zijn collega Koenders (Buitenlandse Zaken) dat openbaarmaking van de correspondentie zo ongeveer de bijl aan de wortel van de diplomatie zou zetten. Die is immers gebaat bij stilte. Daarom mocht ook de Tweede Kamer deze niet inzien, ook al hebben Kamerleden recht op meer overheidsinformatie dan burgers en media.

De Europese Commissie weigerde daarom in december de stukken vrij te geven aan deze krant. Maar nadat de Nederlandse euro’s waren bijgeschreven in het kasboek in het Brusselse Berlaymontgebouw, liggen de zaken anders. Daarom zijn de mails alsnog vrijgegeven.

Lees verder op de Telegraaf >>>