De Britse Europarlementariër Dan Hannan is een van de grootste vertolkers van het Eurosceptische geluid in de Conservatieve partij van David Cameron. Die begon deze week met zijn tour door Europa om betere afspraken te krijgen voor Groot-Brittannië. Met wisselend succes. Zo is de Franse minister van Buitenlandse Zaken tegen een speciale status voor Groot-Brittannië, terwijl Angela Merkel een verdragsverandering niet uitsluit. Wat moet Cameron binnenhalen? (fragment begint bij 36 min en 30 sec.)
Auteur: Burgercomité-EU
Burgerinitiatief tegen Politieke Benoemingen
Doel van Burgercomité EU is niet alleen Nederland zo snel mogelijk uit de EU te krijgen, maar ook een grondige hervorming van onze democratie. Politieke patronage, nomenklatoera, old boys network, vriendjespolitiek. Het zijn termen die opkomen als je kijkt naar het Nederlandse systeem van publieke benoemingen. Lidmaatschap van een van de gevestigde partijen is vaak een voorwaarde om een functie als burgemeester, topambtenaar of lid van een van de vele adviesraden te kunnen verkrijgen. Daarom roepen wij u graag op om te tekenen voor het Burgerinitiatief tegen Politieke Benoemingen van Meer Democratie!
Lees en teken het burgerinitiatief op de website van Meer Democratie >>>
Can we do it ourselves?
Dit is een solide, tot nadenken stemmende documentaire over een relevante economische onderwerp. De kwestie van de grip van het kapitalisme op de moderne wereld is zeer relevant momenteel en de film doet de vraag rijzen of we richting een democratische coöperatieve manier van zaken doen moeten gaan. De film toont voorbeelden van bedrijven die overleven als democratieën binnen een kapitalistisch systeem.
Spanjes radicale plan voor de eurozone
Volgens de krant El Païs heeft de Spaanse minister van Economische Zaken, Luis De Guindos, de Europese Centrale Bank (ECB) en andere Europese instituties een voorstel gedaan om het macro-economisch beleid in de eurozone radicaal te herzien. Madrid wil vrijer verkeer van arbeid, een gedeeltelijke fiscale unie met gemeenschappelijke obligaties en een uitgebreider mandaat voor de ECB. Inflatie moet het primaire mandaat blijven, maar daarnaast zou de ECB voortaan ook moeten waken over economische convergentie tussen lidstaten. De centrale bank zou het monetaire beleid ook moeten inzetten om te voorkomen dat loonkosten en inflatie tussen lidstaten uiteenlopen en dat er landen zijn met grote overschotten of tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans.
Merkel sluit wijziging EU-verdrag niet uit
Om de Britten binnen de EU te houden sluit de Duitse kanselier Angela Merkel een wijziging van het Verdrag van Lissabon niet bij voorbaat uit. Maar niemand ziet hoe zoiets realiseerbaar is tegen eind 2017, wanneer Cameron zijn referendum wil houden.
’Waar een wil is, is een weg. Dit moet ons leidende principe zijn.’ Die uitspraak van Angela Merkel moet de Britse premier David Cameron gisteren als muziek in de oren geklonken hebben op de laatste etappe van zijn ronde langs vier Europese hoofdsteden.
Cameron bezocht de jongste twee dagen Den Haag, Parijs, Warschau en Berlijn om de temperatuur te meten voor zijn eis om het Britse lidmaatschap te heronderhandelen. Met zijn buit wil hij voor eind 2017 naar de Britse kiezers stappen, die dan mogen beslissen of hun land deel blijft uitmaken van de EU.
Merkel herinnerde Cameron eraan dat er best eerst over de inhoud gesproken wordt. Maar, zei ze, ‘als we overtuigd zijn over wat er moet veranderen, mogen we niet zeggen dat een wijziging van het verdrag totaal onmogelijk is.’
Voorlopig heeft Cameron zijn kaarten nog niet op tafel gelegd. Hij liet wel al verstaan dat hij de omschrijving van de Europese Unie als een ‘steeds nauwere unie’ uit het Verdrag wil laten schrappen. Hij speelt ook met het idee om EU-burgers pas sociale uitkeringen zoals kinderbijslag toe te kennen als ze vier jaar in Groot-Brittannië gewerkt hebben.
Dat laatste had hem ’s ochtends in Warschau nog een koude douche opgeleverd. Cameron was nauwelijks buiten of de Poolse premier Ewa Kopacz gaf een stevige verklaring uit: ‘Ik ben hevig gekant tegen maatregelen die kunnen leiden tot discriminatie van Polen en andere EU-burgers die op een wettelijke manier werk zoeken in het Verenigd Koninkrijk.’ Cameron viseert vooral burgers uit Centraal-Europa, en Kopacz staat niet alleen met haar standpunt in die regio.
De vraag rijst dus of de uitspraak van Merkel meer is dan een tactische opstelling. Ze wil er alles aan doen om Groot-Brittannië binnen de Europese Unie te houden. Maar voor een verdragswijziging is unanimiteit onder de 28 EU-lidstaten vereist. Als de Britten de dans openen, zullen andere landen niet aarzelen om ook hun eisen op tafel te leggen – bijvoorbeeld om de economische en monetaire unie te verdiepen.
Niemands meester, niemands knecht
Het is verleidelijk om de westerse geschiedenis voor te stellen als een lange, vaak gefrustreerde maar toch min of meer ononderbroken beweging in de richting van de grootst mogelijke individuele vrijheid, en het is beslist een opluchting dat we aan de onderdrukking van priesters en koningen ontkomen zijn, maar daarvoor in de plaats heeft zich de staat tot in de fijnste vertakkingen van ons bestaan genesteld. In de materiële wereld, waar je kinderen een paar dagen langer mee op vakantie wilt nemen of een schuurtje wilt bouwen, en in de digitale wereld, waar bijna al je bewegingen worden gevolgd en geïnterpreteerd. Paul Frissen, hoogleraar in Tilburg, schrijft:
Tegenover de werkelijkheid van verschil en ongelijkheid plaatst de verzorgingsstaat de uniformerende norm van de bureaucratie. De staat bedenkt wat gezondheid is, wat goed opvoeden is, wat een plichten van het burgerschap. En waar de burger eigen verantwoordelijkheid krijgt, moet hij daarmee wel doen wat de staat bevalt. Normalisering en disciplinering gaan hand in hand.
De staat gedraagt zich niet zoals hij zou moeten doen – idealiter zoals een goede ober, op discrete afstand en adviserend op verzoek – maar onbescheiden en intrusief. Met de vanzelfsprekendheid van een natuurwet en de brutaliteit van een gangster overschrijdt hij voortdurend de grenzen van de persoonlijke levenssfeer, een terrein dat krimpt en krimpt, net zo lang tot er geen privacy meer bestaat, een moment dat volgens Mark Zuckerberg al lang is aangebroken: ‘Het tijdperk van privacy is voorbij.’
Natuurlijk zijn grote technologiebedrijven tot veel ingrijpender privacyschendingen in staat dan de meeste overheden, maar overheden zouden beter moeten weten. Ze zouden zelfs maatregelen kunnen treffen – het is maar een idee – om de burger te beschermen tegen het onophoudelijke gesjacher met zijn privégegevens. Wat een glansrijke rol zou dat zijn, een overheid die de privacy van haar burgers daadwerkelijk beschermt. Maar in plaats daarvan neemt ze alle slechte gewoonten van datareuzen over en voegt er nog een paar van zichzelf aan toe. Er is vrijwel geen levensterrein meer te bedenken waarover de overheid geen opvatting heeft, waarop ze geen invloed probeert uit te oefenen, waar ze zich niet onmisbaar probeert te maken. John Stuart Mill, die de opdringerigheid van de staat in zijn eeuw al verafschuwde, zou in de onze verbijsterd zijn hoofd schudden en niet weten waar hij moest beginnen om de ongeoorloofde inmenging in de privésfeer bloot te leggen. Steeds verder schuiven overheden (god, wat zijn het er ook véél – lokaal, provinciaal, nationaal en tegenwoordig ook nog supra nationaal) over onze persoonlijke levenssfeer heen, log en onontkoombaar als een gletsjer. A.L. Snijders, een snuffelende schrijver die veel met de mensen praat over hoe ze leven, schreef eens over een bezoek aan een molen in de Achterhoek:
De molenaar van Vierakker is geboren in de molen die de grootvader van zijn vader heeft laten bouwen. Al die tijd proberen de muizen en ratten hun graantje mee te pikken. De molenaars verdedigen zich door gif te strooien in kleine kistjes met een gat erin. Nu mag de huidige molenaar dat niet meer eigenhandig doen. Sinds enkele jaren komt er een ambtenaar gif in de kistjes doen, 4x per jaar. De molenaar moet daarvoor 400 gulden betalen. Daarvoor krijgt hij een bewijs dat hij het ongedierte bestrijdt. Als hij dat bewijs niet heeft, moet hij zijn bedrijf sluiten, want een molenaar moet het ongedierte bestrijden. De meeste mensen in de buitenwijken van L. denken dat dit een goede maatregel is, die verband houdt met de volksgezondheid. Ikzelf zie het allemaal heel somber in.
De overheid heeft de molenaar de verantwoordelijkheid voor ongediertebestrijding uit handen genomen, en berispt en beboet hem als hij de consequenties niet aanvaardt. Ergens in het contact tussen molenaar en ambtenaar is een bepaald volume vrijheid verloren gegaan. Hij heeft de vrijheid om te handelen zoals het hem goeddunkt ingeleverd voor het algemeen welzijn, want dat is wat de overheid doet: ze beschermt de burger tegen de mogelijke nalatigheid van de molenaar. Dat is een belangrijke karakteristiek: de staat die zijn surveillance legitimeert door te waarschuwen voor de dreiging van een derde partij, die ons, als de staat niet ingrijpt, schade de overheid zal berokkenen. De molenaar die het ongedierte niet bestrijdt, de pedofiel die in een chatbox onze kinderen verleidt, de uitkeringsfraudeur die het verpest voor de goedwillenden en de terrorist die de samenstelling van een explosief googelt.
De woorden ‘fraude’ of ‘terrorisme’ zijn het sesam-open-u van de mensbeeld privacy; noem ze en ons privéleven wordt openbaar en onze gemeen: er grondrechten verdampen. De al dan niet fictieve Dritte im Bunde bedreigt, als hij de ruimte krijgt, ons welzijn en onze individuele vrijheid. En om onze vrijheid op lange termijn te beschermen, maakt de overheid zich er op korte termijn meester van. Aan het monsterverbond dat is gegroeid tussen burger en overheid, ligt de angst voor een derde ten grondslag – angst die levend gehouden en aangewakkerd moet worden om effectief te zijn. De overheid gedraagt zich als een pooier, die beschermt wie zij in feite gijzelt.
Bovenstaande is een kort stukje uit de Kousbroeklezing van Tommy Wieringa (15 april).
Salaris
Paul Polman, de CEO van Unilever, schaamt zich kapot voor zijn salaris. Hij verdiende het afgelopen jaar 8 miljoen euro. ‘Ik schaam me soms voor de hoeveelheid geld die ik verdien’, zei hij eind vorige week tegen een verslaggever van de Washington Post die van verbazing van zijn stoel viel. ‘Ik heb nog nooit zoveel verdiend en ik had ook niet verwacht dat het ooit zou gebeuren.’
Gisteren drong het grote nieuws door tot Nederland en ook daar keek menigeen raar op. De CEO van een van de tien grootste voedsel- en cosmeticaconcerns ter wereld die vindt dat hij te veel verdient? Had Polman de lentekolder in de kop? Zat er iets vreemds in de paddestoelensoep van Knorr?
Acht miljoen ís natuurlijk best veel, maar je hoort daarover uit de mond van CEO’s toch vrij zelden klachten. Die praten liever niet over hun vergoeding en als ze het wel doen vinden ze die meestal in overeenstemming met hun niet geringe capaciteiten, zo niet aan de zuinige kant. Overigens kwamen Polmans woorden niet helemáál als een verrassing: hij en zijn financiële man Jean-Marc Huët weigerden begin dit jaar al een forse loonsverhoging, ondanks heftige druk van hun RvC om die wél te accepteren.
Je kunt zeggen: kunst, als ze mij morgen acht miljoen per jaar gaan betalen zie ik de rest van mijn leven ook af van verdere salarisverhogingen en wil ik voor de bühne ook best toegeven dat sprake is van behoorlijk stevige salariëring. Maar daarmee zou je het signaal van Polman te kort doen. Paul Polman uit Enschede is geen doorsnee-CEO. Althans, niet in alle opzichten. Toen hij in 2009 aantrad, ging hij met een hakbijl door de bestuurslagen van de firma en ontsloeg hij zestig procent van de managers – in lijn met het beeld van de genadeloze alfaman die eindelijk de top van de apenrots heeft bereikt en even een paar piketpaaltjes slaat.
Handelsverdrag TTIP – inclusief ISDS – weer een stapje dichterbij
De Commissie voor Handel van het Europees Parlement gaf donderdag een overwegend positief advies over handelsverdrag TTIP. Een domper voor de TTIP-critici die vuurwerk hadden verwacht van de Europese volksvertegenwoordigers.
De 28e mei beloofde een spannende dag te worden voor iedereen die zich bezighoudt met TTIP, het veel bekritiseerde Transatlantische handels- en investeringsverdrag waaraan Europa en de VS achter de schermen aan werken. En dat werd het. Ook voor iedereen die ‘Europa’ ver weg of onbegrijpelijk vindt. Reden: Europarlementariërs – direct gekozen door het Europese volk – konden een stempel drukken op het weinig transparante handels- en investeringsverdrag TTIP. Over TTIP steggelen Europa en de Verenigde Staten al anderhalf jaar.
De inmenging van Europarlementariërs komt van de Commissie Internationale Handel van het Europees Parlement (INTA), niet te verwarren met de Europese Commissie voor Internationale Handel (DG Trade). De INTA-commissie bestaat uit 41 Europarlementariërs en geeft gevraagd en ongevraagd advies over handelskwesties. Het advies van INTA komt in de vorm van een resolutie en daarover werd donderdag gestemd. Zoals verwacht nam INTA de resolutie aan met 28 stemmen tegen 13. De resolutie is belangrijk omdat nu het gehele Europees Parlement (751 leden) erover moet stemmen.
In de resolutie staat hoe INTA TTIP graag ziet vormgegeven en dat is nu juist waar de schoen wringt. INTA is namelijk overwegend positief over TTIP. De originele ontwerptekst van de resolutie bevatte nog vele kritische punten, maar andere commissies deden suggesties resulterend in een aanzienlijk mildere versie.
Meest opvallend is de draai over de bescherming van investeerders in TTIP, de zogenaamde ISDS-clausule. De ontwerptekst en INTA-voorzitter Bernd Lange waren er vooraf duidelijk over: ‘ISDS is niet nodig.’ Na de stemmingsronde bleek dat INTA de lijn van de Europese Commissie wil volgen, dit betekent wel een ISDS-clausule in TTIP onder de voorwaarde dat er ‘op termijn’ een internationaal hof wordt opgericht. Bernd Lange zei na de stemmingsronde: ‘Het oude ISDS is dood.’ Hiermee implicerend dat er een nieuwe vorm voor investeerdersbescherming moet worden gevonden.

