Handelsverdrag met VS is te politiek ingrijpend

Het handelsverdrag tussen EU en VS is strijdig met onze ideeën over dierenwelzijn, privacy en patenten.

Door Thierry Baudet

Een van de terugkerende misvattingen in het debat over het Europese project is dat het regelen van economische zaken geen ingrijpende gevolgen zou hebben voor de politiek. Zo ging het met de invoering van de euro en zo ging het met de interne markt en de open grenzen. Steeds werden nieuwe machtsvergrotingen van Brussel gepresenteerd als louter technische, puur praktische maatregelen waar iedereen beter van werd, waar hooguit sommigen op korte termijn wat omschakelproblemen door zouden ondervinden, maar waar tegen geen serieuze, fundamentele oppositie mogelijk was.

Precies zo gaat het nu met TTIP: het ambitieuze handelsakkoord met de Verenigde Staten waarover de onderhandelingen twee jaar geleden begonnen en waarmee in totaal duizenden miljarden zijn gemoeid. Op donderdag 5 februari j.l. was de jaarlijkse overzichtsconferentie. In Brussel kwamen politici, grote bedrijven en lobbyisten samen om de voortgang te bespreken en hun wensen kenbaar te maken. Eurocommissaris Cecilia Malmström hield een wervend verhaal, de Amerikaanse ambassadeur gaf een high five aan Europarlementariër Bernd Lange en megafarmaceut Pfizer benadrukte dat TTIP vooral goed was voor het midden- en kleinbedrijf.

Het handelsakkoord beoogt drie zaken te doen:
1) het harmoniseren van productspecificaties,
2) het afschaffen van invoertarieven en -quota en
3) het instellen van een Atlantisch arbitragetribunaal waar geschillen tussen bedrijven en overheden kunnen worden beslecht.

Al deze zaken worden volgens het bekende economisme verdedigd: het zou competitie en innovatie stimuleren, het zou onnodige dubbele regelgeving wegwerken, we zouden er allemaal x euro per jaar aan verdienen. Dit zou waar kunnen zijn – evengoed zou het voordeel erg mee kunnen vallen, en het is ook mogelijk dat het akkoord onze economie uiteindelijk schaadt. We weten het niet, het is speculatief. Economie is geen voorspellende wetenschap.

Zinniger dan het getouwtrek over cijfers is dan ook de vraag naar de politieke consequenties.

Lees deze column van Thierry Baudet verder op het NRC

Brusselse parlementaire journalistiek bestaat niet

Niet verrassend dat we niets horen over onderhandelingen.

In Den Haag noemen we journalisten die de politiek volgen ‘parlementair journalisten’. Dagelijks is merkbaar wat dat inhoudt. Toen de zorgplannen van minister Schippers werden afgeschoten, probeerden parlementair journalisten meteen een beeld te krijgen van de achtergronden en de gevolgen: om welke redenen waren Eerste Kamerleden tegen de voorstellen, hoe lagen de voorstellen in de verschillende partijen, welke compromissen waren er mogelijk en wat zouden de politieke gevolgen kunnen zijn? Via de media werden we overvoerd met dit soort informatie.

Hoe gaat dat in Brussel? Ook daar vinden politieke conflicten en onderhandelingen plaats, maar we horen er nauwelijks iets van. Een mooi voorbeeld is TTIP: het nieuwe handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Momenteel onderhandelt de Europese Commissie met de VS en het Europees Parlement kijkt daarbij mee, aangezien het Parlement moet instemmen met de uitkomst. Maar informatie krijgen we nauwelijks. Hoe komt dat?

In Brussel bestaat geen parlementaire journalistiek zoals in Den Haag. Dat zien we al aan de naam: in Brussel heten journalisten ‘correspondenten’ en geen ‘parlementair journalisten’ ongeacht het feit dat Brussels beleid net als Haags beleid in heel Nederland gaat gelden. Volgens een recente uitzending van de podcast Onder Mediadoctoren is er een andere naam omdat Europa gevoeld wordt als ‘het buitenland’ en niet als ‘Nederland’. De naam ‘correspondent’ – die heb je immers alleen in het buitenland – sluit daarbij aan.

Maar het gaat nog een paar stappen verder.

Lees dit artikel van Chris Aalberts verder op The Post Online

Europa ‘slaapwandelde’ de Oekraïense crisis binnen

De Europese Unie en Groot-Brittannië hebben de signalen uit Moskou ‘catastrofaal verkeerd geïnterpreteerd’ en zijn de Oekraïense crisis binnen ‘geslaapwandeld’. Dat schrijven Britse Hogerhuisleden in een kritisch rapport over de aanloop naar de oorlog in Oekraïne, dat vandaag is gepubliceerd.

De Europese Unie heeft zich niet gerealiseerd hoe diep de Russische tegenstand zat over het aanhalen van de banden tussen de EU en Oekraïne, stelt het EU-subcomité voor Buitenlandse Zaken van het Britse Hogerhuis. ‘Er was een sterk element van ‘slaapwandelen’ tijdens de huidige crisis; de lidstaten hebben zich laten verrassen door de gebeurtenissen in Oekraïne.’

Het Hogerhuiscomité doelt op het omstreden handelsverdrag tussen de EU en Oekraïne, dat eind 2013 zou worden getekend, maar door de toenmalige president Janoekovitsj overboord werd gezet ten gunste van een handelsakkoord met Moskou. Tegen dat besluit braken massademonstraties uit in Kiev, die uiteindelijk leidden tot de afzetting van Janoekovitsj, de bezetting van het Oekraïense schiereiland de Krim door Rusland en de separatistische opstand in het oosten.

In het rapport staat ook dat de EU en Groot-Brittannië te lang zijn uitgegaan van de ‘optimistische aanname’ dat Rusland op weg was om een democratie te worden. De oorzaak daarvan is volgens de Hogerhuisleden een gebrek aan specialisten en kennis over Rusland op Buitenlandse Zaken.

‘Het verlies aan collectieve analytische capaciteit heeft de mogelijkheden ondermijnd van de lidstaten om de politieke verschuivingen in Rusland te begrijpen, en daar een gezaghebbend antwoord op te formuleren’, concludeert het rapport. De EU heeft ‘het uitzonderlijke karakter’ van Oekraïne niet op waarde weten te schatten, stellen de Hogerhuisleden.

Ook Groot-Brittannië zelf heeft het in de Oekraïne-crisis lelijk af laten weten en is veel te passief en te weinig zichtbaar geweest, volgens het rapport. Dat stelt ook dat Londen een speciale verantwoordelijkheid heeft ten opzichte van Oekraïne, omdat de Britten in 1994 een van de ondertekenaars waren van het Memorandum van Boedapest.

In dat akkoord is afgesproken dat de territoriale integriteit en politieke zelfstandigheid van Oekraïne gegarandeerd zijn door de ondertekenaars, Rusland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In ruil daarvoor moest Oekraïne zijn kernwapenarsenaal opgeven, toen in grootte het derde ter wereld.

Lees verder op Trouw

EU krijgt contra-propagandacentrum

Dit centrum moet ontluikende jihadisten op het juiste pad krijgen.

Met 1 miljoen euro wordt een Europees centrum opgericht dat EU-lidstaten die met extremisme te maken hebben kunnen inschakelen. België heeft een voortrekkersrol in het project. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon donderdag in Washington gezegd op een top tegen terrorisme. Omdat de hele problematiek een globaal gegeven is, vroeg Jambon er om meer samenwerking, ook met de VS.

Jambon was een van de sprekers op de ‘Countering Violent Extremism Summit’. Hij omschreef er de situatie van jongeren die radicaliseren en naar Syrië of andere conflictgebieden trekken als een “tikkende tijdbom die met alle mogelijke middelen onschadelijk gemaakt moet worden”. Internationale samenwerking en maatregelen die verder gaan dan veiligheid en repressie – een thema waarover de Vilvoordse burgermeester Hans Bonte woensdag speechte in Washington – moeten een oplossing bieden.

Jongeren moeten de waarden van de democratische maatschappij leren, aldus Jambon. Hij wees er op het reeds aangekondigde Europese project rond contra-progranda voor Syriëstrijders, waarin België het voortouw neemt. Doel is een communicatiestrategie voor verschillende soorten media die als “tegengif” moet dienen voor de boodschap van haatpredikers.

De EU maakte 1 miljoen euro vrij voor het project en de ontwikkeling is net gestart in Brussel, met de hulp van Britse specialisten. “Het doel is een algemene communicatiestrategie die de Europese landen naar eigen inzicht kunnen gebruiken”, zei Jambon. “We willen de radicale elementen in onze maatschappij opsporen, identificeren en volgen bij hun mediagebruik en hen bereiken met betekenisvolle boodschappen.”

Lees verder op De Morgen

‘Ik heb met Angela gebeld. Gelachen dat we hebben’

Yanis & Alexis

Alexis, mijn brief is af, mijn brief is af!’

‘Die voor de nazi en de krent?’

‘Niet nazi zeggen, dat vinden ze geen leuke humor, daar boven de wijwetenallesbeterenjulliehebbenmisschienlekkerderewijvenmaarwijhebbenmeergeld-grens.’

‘Je hebt het zo opgeschreven dat onze draai geen draai lijkt?’

‘En dat we tóch geld krijgen! Geen trojka meer, maar TIFKAT. Wel extensief hulpprogramma, maar met wat multi-interpretabele open eindjes. Enfin, de gebruikelijke lingo bij door de pomp gaan. Vermengd met politiek-filosofische nonsens, speciaal om de Hollanders te zieken, want die schijnen een hekel te hebben aan hooggestemde referaten.’

‘Ik heb met Angela gebeld. Gelachen dat we hebben. Ze gaat ons helpen: ze heeft de nazi, o ja sorry dat zou ik niet meer zeggen, opgedragen om publiekelijk nog een paar keer NEIN te zeggen en ‘geen substantiële oplossingen’ te mompelen. Zodat we vrijdag allemaal als helden uit de vergadering komen gerold. Wij kunnen thuis vertellen dat elke deal waar de Duitsers boos over zijn, een goede deal is. Zij kunnen thuis vertellen dat ze ons de sirtaki hebben laten dansen. Dan hameren we het ’s middags snel af, doen een rondje moppen tappen, woelen door ons haar en strompelen daarna naar buiten om te zeggen dat het loodzware onderhandelingen waren waarin voor de poorten van de hel een deal is weggesleept.’

Lees deze column van Sheila Shitalsing verder op de Volkskrant

Krijgt de Tweede Kamer nog wat te zeggen over het TTIP?

Krijgt ons eigen parlement de bevoegdheid aankomend handelsverdrag TTIP goed te keuren? Wordt de macht van Brussel hiermee ingeperkt? Dat zal afhangen van een zaak die binnenkort loopt bij het Europese Hof van Justitie.

Voormalig EU Commissaris voor Handel Karel De Gucht had een moeilijke maand, afgelopen oktober. Eerst moest hij op 9 oktober het, al eerder uitgelekte, TTIP mandaat openbaar maken.

‘I’m delighted’, zei hij daarover. Vervolgens moest hij op 30 oktober instemmen met een verzoek om zich door het Europese Hof van Justitie te laten adviseren over de status van handelsakkoorden. Hierover zei hij: ‘I have been saying for months that we need to clarify the interpretation of the Lisbon Treaty as regards trade matters.’

Hoe hangen De Guchts ‘delighted’ en ‘clarify’ nu met elkaar samen? Het aankomende handelsverdrag TTIP is een bilateraal verdrag. Dit betekent dat er wordt onderhandeld over een verdrag dat betrekking heeft op afspraken tussen afzonderlijke landen, in dit geval de Verenigde Staten (VS) en een Europees land. Toch onderhandelen bij TTIP de Europese lidstaten niet mee. De Europese Commissie onderhandelt namens de lidstaten met de VS, dit is een stuk effectiever volgens de Commissie.

Europese lidstaten zijn verontrust vanwege de vergaande bevoegdheid van de Commissie in de onderhandelingen, die mogelijk tornt aan nationale regelgeving. En vanwege de aanhoudende storm van kritiek op het verdrag in het algemeen. In juni 2014 vroegen 21 verschillende Europese parlementen – onder leiding van de Nederlandse Tweede Kamer – aan de Commissie om TTIP als een ‘gemengd akkoord’ te bestempelen.

Gemengde akkoorden sluit de Europese Commissie af na goedkeuring van zowel het Europees Parlement, als van alle 28 lidstaten afzonderlijk. Dit in tegenstelling tot eenzijdige akkoorden, die niet door de lidstaten hoeven te worden geratificeerd. Als TTIP zo’n gemengd akkoord wordt, is ratificatie per afzonderlijke lidstaat dus verplicht. Op 16 oktober zegde de Commissie toe het handelsverdrag door nationale overheden te laten ratificeren ‘als dit nodig blijkt te zijn’.

Over de vraag wat nu precies een gemengd akkoord inhoudt – en of TTIP hieronder moet vallen – is veel onduidelijkheid. De Gucht noemde het dan ook slechts ‘waarschijnlijk’ dat TTIP de status van een gemengd akkoord zal krijgen. Naar aanleiding van de het verzoek van de lidstaten vroeg De Gucht het Europese Hof van Justitie op 30 oktober 2014 om te bepalen wat de bevoegdheden zijn van de Commissie in het onderhandelen van bilaterale handelsakkoorden. Hij verpakte dit verzoek door in eerste instantie de status van het handelsverdrag tussen de EU en Singapore op te vragen. In die aanvraag wordt al wel een toespeling op TTIP gedaan gemaakt: ‘In case of the EU-US trade talks, for instance, there will most likely be a number of elements that will require ratification by national parliaments.‘

Het Europese Hof van Justitie heeft sinds De Guchts uitspraak van 30 oktober nog altijd geen verzoek van de Commissie ontvangen. Uit navraag bij de Commissie blijkt dat het verzoek van De Gucht nog altijd op het bureau van de Commissie ligt. Volgens een woordvoerder van de Commissie Handel (DG Trade) is indienen van het verzoek ‘overgelaten aan de Commissie Juncker’.

Lees dit artikel Mitchell van de Klundert verder op Follow The Money

Journalisten hebben het maar moeilijk met de nieuwe Griekse regering

‘Het lijkt wel of het niet tot [de Griekse regering] doordringt hoe serieus het is’, zei EU-correspondent Gwen Ter Horst duidelijk verbaasd in het NOS Radiojournaal van dinsdag­ochtend. De onderhandelingen tussen Griekenland en de eurogroep waren de dag ervoor mislukt.

Door Jesse Frederik

De eurogroep eiste dat Griekenland zich gewoon aan de bestaande afspraken zou houden. Griekenland weigerde. Yanis Varoufakis, de Griekse minister van Financiën, wilde de btw niet – nog een keer – verhogen en de pensioenen niet – nog een keer – korten. ‘De Grieken plaatsen zich buiten de realiteit’, vond Ter Horst.

Je schikken naar wat op tafel ligt – dat is ‘realistisch’ en ‘serieus’. Dat wat op tafel ligt een door en door rot programma is, dat al vijf jaar laat zien dat het niet werkt, doet er niet toe.

Ter Horst vervolgde haar verslag: ‘Echt bizar werd het toen Griekse diplomaten in de perszaal de concept­tekst [van de onderhandelingen] gingen uitdelen aan journalisten. Om maar vooral te laten zien met wat voor onrealistische oplossingen de eurogroep komt.’ Voor de NOS is het blijkbaar ‘bizar’ dat een politicus de openbaarheid opzoekt als er ook achterkamers zijn.

Menig medium heeft het er maar moeilijk mee: de nieuwe Griekse regering. Politiek verslaggevers denken politiek, niet inhoudelijk. Dikwijls weten ze niet hoe Griekenland er aan toe is, wat er precies in het ‘hervormingsprogramma’ staat en wat precies de gevolgen zijn geweest voor de Griekse economie. Ze weten wel dat Syriza radicaal is, dat ze ingaan tegen wat veel verstandige politici vijf jaar lang hebben geroepen en dat ze zich niet aan de gangbare regels van het politieke spel houden.

Daarmee is Syriza ‘bizar’, ‘onrealistisch’ en ‘niet serieus’. En daarmee is de eurogroep het omgekeerde.

Deel van het probleem is de framing van de Griekse crisis. Jarenlang waren er krantenkoppen, over piekende rentes op Griekse staats­leningen, panikerende Griekse beurzen en leeglopende Griekse banken. Die mediapaniek was zo’n beetje voorbij rond juli 2012. Mario Draghi zei die maand toe dat hij ‘alles zou doen wat nodig is’ om de euro bij elkaar te houden. Weg was de financiële paniek en weg was de crisissfeer. De krantenkoppen verdwenen en Griekenland verdween weer naar de achtergrond. Google Trends laat het prachtig zien: het aantal zoekopdrachten naar de trefwoorden ‘Griekenland crisis’ blijft onverminderd hoog tot juli 2012. Daarna daalt de interesse als een baksteen.

Maar waar de krantenkoppen verdwenen, daar bleef de werkloosheid gewoon doorstijgen. Zo af en toe kwam het nog in het nieuws – weer tegenvallende groeicijfers – maar van een crisissfeer was geen sprake meer. Crisis in de financiële media is een staatsrente van 25 procent, niet een werkloosheid van 28 procent.

Lees dit artikel van Jesse Frederik verder op De Groene

Greece had a chance to make the euro zone work better. It blew it

Clip-clopping around Europe over the past few weeks, Yanis Varoufakis, Greece’s dashing finance minister, has urged the euro zone to chart a new course. Endlessly forcing new loans upon indebted countries like Greece in the pretence that they will one day be repaid, he argued, was a strategy for depression and deflation. “The disease that we’re facing in Greece,” he told the BBC, “is that a problem of insolvency for five years has been treated as a problem of liquidity.”

This view would not seem outlandish in the academic world that Mr Varoufakis recently quit. Few believe that Greece’s debts, worth over 175% of GDP, will ever be repaid in full. But saying so betrayed a woeful misunderstanding of the euro zone’s rules. If the European Central Bank shared Mr Varoufakis’s view, it would have to cut off Greek banks, potentially driving Greece out of the euro. Indeed, earlier this month, when the minister visited the ECB in Frankfurt, Mario Draghi, its president, snippily told him to keep his opinion to himself. He has not repeated it since.

Mr Varoufakis’s gaffe is a mere footnote in a list of mishaps that have characterised Greece’s miserable experience in the euro. But it is depressingly typical for a government that, for all its high popularity at home, has squandered every opportunity to improve its lot, and ultimately that of the euro zone. Even as Mr Varoufakis and his colleagues in Greece’s ruling Syriza party have loftily declared that the changes they seek would benefit all Europeans, not just Greeks, their negotiating strategy has been small-minded, self-defeating and naive.

Some of this may be put down to inexperience. A few Europeans were guilty of assuming that Alexis Tsipras, the prime minister, would perform what Greeks call a kolotoumba (“somersault”) the instant he took office. But Syriza has no excuse for making idle references to the Nazi occupation of Greece. Nor has it helped by playing games with its partners in the Eurogroup of finance ministers. European officials have been incensed by a Hellenic habit of leaking supposedly private discussion papers.

Lees verder op The Economist