Krijgt de Tweede Kamer nog wat te zeggen over het TTIP?

Krijgt ons eigen parlement de bevoegdheid aankomend handelsverdrag TTIP goed te keuren? Wordt de macht van Brussel hiermee ingeperkt? Dat zal afhangen van een zaak die binnenkort loopt bij het Europese Hof van Justitie.

Voormalig EU Commissaris voor Handel Karel De Gucht had een moeilijke maand, afgelopen oktober. Eerst moest hij op 9 oktober het, al eerder uitgelekte, TTIP mandaat openbaar maken.

‘I’m delighted’, zei hij daarover. Vervolgens moest hij op 30 oktober instemmen met een verzoek om zich door het Europese Hof van Justitie te laten adviseren over de status van handelsakkoorden. Hierover zei hij: ‘I have been saying for months that we need to clarify the interpretation of the Lisbon Treaty as regards trade matters.’

Hoe hangen De Guchts ‘delighted’ en ‘clarify’ nu met elkaar samen? Het aankomende handelsverdrag TTIP is een bilateraal verdrag. Dit betekent dat er wordt onderhandeld over een verdrag dat betrekking heeft op afspraken tussen afzonderlijke landen, in dit geval de Verenigde Staten (VS) en een Europees land. Toch onderhandelen bij TTIP de Europese lidstaten niet mee. De Europese Commissie onderhandelt namens de lidstaten met de VS, dit is een stuk effectiever volgens de Commissie.

Europese lidstaten zijn verontrust vanwege de vergaande bevoegdheid van de Commissie in de onderhandelingen, die mogelijk tornt aan nationale regelgeving. En vanwege de aanhoudende storm van kritiek op het verdrag in het algemeen. In juni 2014 vroegen 21 verschillende Europese parlementen – onder leiding van de Nederlandse Tweede Kamer – aan de Commissie om TTIP als een ‘gemengd akkoord’ te bestempelen.

Gemengde akkoorden sluit de Europese Commissie af na goedkeuring van zowel het Europees Parlement, als van alle 28 lidstaten afzonderlijk. Dit in tegenstelling tot eenzijdige akkoorden, die niet door de lidstaten hoeven te worden geratificeerd. Als TTIP zo’n gemengd akkoord wordt, is ratificatie per afzonderlijke lidstaat dus verplicht. Op 16 oktober zegde de Commissie toe het handelsverdrag door nationale overheden te laten ratificeren ‘als dit nodig blijkt te zijn’.

Over de vraag wat nu precies een gemengd akkoord inhoudt – en of TTIP hieronder moet vallen – is veel onduidelijkheid. De Gucht noemde het dan ook slechts ‘waarschijnlijk’ dat TTIP de status van een gemengd akkoord zal krijgen. Naar aanleiding van de het verzoek van de lidstaten vroeg De Gucht het Europese Hof van Justitie op 30 oktober 2014 om te bepalen wat de bevoegdheden zijn van de Commissie in het onderhandelen van bilaterale handelsakkoorden. Hij verpakte dit verzoek door in eerste instantie de status van het handelsverdrag tussen de EU en Singapore op te vragen. In die aanvraag wordt al wel een toespeling op TTIP gedaan gemaakt: ‘In case of the EU-US trade talks, for instance, there will most likely be a number of elements that will require ratification by national parliaments.‘

Het Europese Hof van Justitie heeft sinds De Guchts uitspraak van 30 oktober nog altijd geen verzoek van de Commissie ontvangen. Uit navraag bij de Commissie blijkt dat het verzoek van De Gucht nog altijd op het bureau van de Commissie ligt. Volgens een woordvoerder van de Commissie Handel (DG Trade) is indienen van het verzoek ‘overgelaten aan de Commissie Juncker’.

Lees dit artikel Mitchell van de Klundert verder op Follow The Money