Dat EU-referendum van Cameron hoeft niet meer

De Conservatieven van de Britse premier Cameron hebben op overtuigende wijze de verkiezingen gewonnen. Cameron beloofde een referendum te houden over het EU-lidmaatschap van zijn land, maar als we ‘forecaster’ Martin Armstrong mogen geloven heeft die belofte geen zin meer.

Het zou een nek-aan-nek race worden, die Britse verkiezingen. Labourleider Ed Milliband versus de zittende premier Cameron. Het werd een fiasco voor Labour: naar verluidt koersen de Conservatieven zelfs af op de absolute meerderheid in het Lagerhuis. Milliband is history.

Interessant is ook wat deze uitslag gaat betekenen voor de verhouding tussen Groot-Brittannië en de EU. Zoals bekend wil Cameron de EU drastisch hervormen en nieuwe afspraken maken over de Britse bijdrage aan het Europese project. Dat wil zeggen: fors minder betalen, terwijl de Britten al een voorkeurspositie hebben bedongen door geen lid te willen worden van de eurozone noch van Schengen. ‘Brussels gets Brexit for breakfast’ kopte de Europese editie van journalistenorganisatie Politico vanochtend.

Door deze onverwacht grote overwinning heeft Cameron nadrukkelijk een kiezersmandaat in handen om de strijd met Brussel hard in te gaan. Zijn belofte om in 2017 een referendum over het EU-lidmaatschap te organiseren indien Brussel onvoldoende over de brug komt tijdens de onderhandelingen over een hervormd ‘Europa’ zal hij dan mogelijk zonder al te veel politiek gedoe kunnen nakomen, al weet je het met die Britten nooit. RTL-verslaggever Hella Hueck vatte het in één beeld samen:

Lees verder op Follow the Money

UKIP derde partij van Groot-Brittanië. Aantal zetels: 1

De definitieve cijfers:
1,45 miljoen stemmen (4,8%) voor SNP: 56 zetels
3,87 miljoen stemmen (12,7%) voor UKIP: 1 zetel

Tot zover het districtenstelsel. Behalve notoire haters van niet-mainstreamgeluiden iemand nog voorstander van invoering hiervan in ons land? Omdat de democratie dan weer zo lekker gaat ‘leven’?

Conclusie: Als je kiezers dus niet dicht op elkaar wonen (zoals kiezers van SNP wel doen), dan win je geen districten. Het aantal stemmen is volstrekt irrelevant. You can’t beat the system. Arme UKIP.

Nigel Farage is inmiddels afgetreden. Hij zal gedurende de zomer overdenken of hij het leiderschap weer op zich gaat nemen (lees hier zijn artikel in The Independend). Wij hopen van wel, al was het maar om Cameron achter de broek te blijven zitten over het beloofde EU-referendum.

Anyway, het ‘nette’ deel van het land kan opgelucht adem halen. Maar wij vragen ons af of dit nog een staartje gaat krijgen. Immers, miljoenen kiezers (geen klein bier) zullen hun geluid nu helemaal niet vertegenwoordigd zien in het Britse parlement. Als daarbij het economisch herstel in de EU niet doorzet en de immigratie toe blijft nemen, dan… Ja, wat dan?

Dan is er in elk geval nog een referendum in 2017! Als de EU & Cameron zich daar niet onderuit weten te wurmen.

European Union elite united in distrust of the people

Cameron’s referendum pledge is seen as a threat by eurocrats whose power depends on denying the voters a voice.

The European Union and its British advocates in big business and banking have a referendum problem, a phobia even.

The pro-EU camp doesn’t like referendums because it’s afraid it will lose them. Europe’s political class, including the bulk of Britain’s great and good, objects to the very notion of popular votes on the EU. Their contempt goes further. On the rare occasions that voters are given a choice and say “no”, the EU merely ignores them and asks them to vote again.

More and more people on the continent want a popular vote on the EU or its single currency. As the latest Greek debt crisis looms, most European leaders, officials and diplomats acknowledge that the euro needs serious reforms enshrined in a new treaty. But it won’t happen in the foreseeable future because of a greater fear: that a new treaty will lead to unstoppable calls for popular votes across Europe.

British Prime Minister David Cameron is not isolated in Europe because he wants to reform the EU — he has allies in many northern and eastern European countries for that fight. He is isolated because he has broken Europe’s referendum taboo by holding out the prospect of a popular vote on EU membership by 2017. For the EU this is a heinous crime, as European Commission president Jean-Claude Juncker made clear when he threatened to scupper Cameron’s plan.

In June, the pro-EU camp will celebrate the 40th anniversary of the British referendum on staying in what was then the EEC. Asked why Britons had voted “yes” back in 1975, the late Roy Jenkins replied: “They took the advice of people they were used to following.” Those days of deference are long gone and the pro-EU camp knows it.

Which is why you won’t hear so much about another anniversary. This year also marks the 10thanniversary of the French and Dutch “no” votes on the European constitutional treaty. The anniversary is an important one because, after a discreet interval of a few years, the rejected EU constitution was resurrected, virtually intact, as the Lisbon Treaty. And with no popular vote.

Lees dit artikel van Bruno Waterfield verder op The Australian

Canada bezorgd om Europees protest tegen vrijhandel

‘We maken ons zorgen over het protest in Europa tegen vrijhandel.’ Dat zegt Jayson Myers, de voorzitter van de grootste Canadese werkgeversorganisatie.

De Europese ministers van Handel worden wat ongerust over het straatprotest tegen de vrijhandelsakkoorden met Canada en de VS. Dat bleek gisteren na een vergadering in Brussel. Uit een opiniepeiling van Pew Research bleek bijvoorbeeld dat slechts 41 procent van de Duitsers op dit moment een handelsverdrag tussen de EU en de VS een goede zaak vindt. Dat is 15 procentpunten minder dan een jaar geleden.

Een van de frustraties is dat de onderhandelingen over het handelsverdrag met de VS nog niet zo ver zijn opgeschoten dat de Europese Commissie al veel weerwerk kan bieden. Over veel punten zijn namelijk nog geen teksten, en dat blijft nog eventjes zo.

Maar ook over het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada groeit de bezorgdheid. Vorig jaar bereikten de Commissie en de Canadese regering na vijf jaar onderhandelen daarover een akkoord. Het was het laatste grote wapenfeit van Karel De Gucht als eurocommissaris van Handel. Maar nu moet dat akkoord nog groen licht krijgen in het Canadese parlement, het Europees Parlement en de parlementen van de lidstaten van de Europese Unie.

En daar wringt stilaan het schoentje. Ook de Canadezen zijn er niet helemaal gerust op, zegt Jayson Myers. Hij zit de grootste industriefederatie van het land voor – CMW, het Canadese Agoria – en is in ons land voor de European Business Summit.

Lees verder op De Tijd

Zege Cameron effent pad voor referendum over brexit

De Britse parlementsverkiezingen zijn met meer dan gewone aandacht gevolgd in Europa. Aftredend premier David Cameron beloofde de Britten immers een referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie bij een zege. Die volksraadpleging bepaalt de toekomst van de EU.

Tien jaar geleden was het Verenigd Koninkrijk een belangrijk ankerpunt in de Europese politiek. Londen was dé bondgenoot van Duitsland in het streven naar vrijhandel, in de uitbouw van een interne markt en in de uitbreiding naar Oost-Europa. En met Parijs bouwde Londen een politiek-militaire as op. De driehoek tussen Londen, Berlijn en Parijs is compleet verdwenen. De Britten zijn de voorbije jaren steeds verder verdwenen uit het centrum van de Europese politiek.

Meer dan eens heeft de Conservatieve Britse premier David Cameron geprobeerd vanuit de zijlijn terug over te steken naar het Europese centrum. Telkens draaiden de pogingen uit op een nog groter Brits isolement in Europa.

Het begon al met het vertrek van de Britse Conservatieven uit de Europese Volkspartij, waardoor de banden met andere centrumrechtse regeringen in Europa verbroken werden. Een historische vergissing, noemde voormalig EU-president Herman Van Rompuy die beslissing.

Cameron poogde de voorbije jaren vaak te krampachtig medestanders te vinden in het Europese kamp. Zo weigerde hij deel te nemen aan het begrotingspact, dat de EU-landen verplicht te streven naar een begrotingsevenwicht. En Cameron maakte zichzelf onmogelijk met de manier waarop hij in mei vorig jaar de benoeming van Jean-Claude Juncker tot EU-Commissievoorzitter probeerde te saboteren. Zelfs kanselier Angela Merkel trok haar handen af van haar oude bondgenoot.

En toen Cameron steeds driester tekeerging tegen de vele Polen en Roemenen die als ‘welvaartstoerist’ naar het VK trekken, raakte Londen ook de steun kwijt van de Oost-Europese landen. De ‘nieuwe landen’ uit Oost-en Centraal-Europa evolueerden trouwens zelf : weg van de mercantiele Britse houding naar meer integratie. De Britten staan alleen in hun afkeer van het Europese streven naar een ‘ever closer union’.

Lees verder op De Tijd

Geen weg terug, deel 3: Kunnen we nog uit de euro?

Recentelijk berichtte ik u over de Eurozone en of het voor lidstaten mogelijk is om deze monetaire unie te verlaten. Hoewel het in theorie mogelijk is om middels een uitstap uit de Europese Unie (EU) ook de Eurozone te verlaten, blijft het door gebrek aan bestaande wet- en regelgeving slechts speculatie. Maar begin deze week was het dan zover. De heer Jean-Claude Juncker, president van de Europese Commissie (EC), bevestigt dat de economische en monetaire unie ”blijvend en onomkeerbaar” is. Dit zei hij tijdens een toespraak aan de Universiteit van Leuven, België. Twee dagen eerder liet VVD-Europarlementariër Hans van Baalen weten dat hij Griekenland het liefst terug ziet gaan naar de drachme. Opvallend hoe twee Europese ambtenaren tegenstrijdige uitspraken doen. Wie moeten wij nu geloven? Het failliet van de EU in een notendop.

Deel 3

Zoals reeds eerder aangegeven, bestaat er geen enkel statuut, wet, regel of verdrag dat een uitstap uit de Eurozone regelt. Om deze reden is het juridisch gezien niet mogelijk om de Eurozone te verlaten. Dit, in tegenstelling tot een uitstap uit de EU, waarbij het Verdrag van Lissabon middels artikel 50 houvast geeft over de betreffende procedure. De euro verving de nationale munt van een groot aantal lidstaten en met dank aan Juncker weten wij nu dat deze vervanging permanent van aard is.

Hoewel Juncker klare taal spreekt, merkt men toch een dreigende ondertoon in de manier waarop hij zijn speech ten gehore brengt. Enkele dreigingen op een rij, die zullen geschieden wanneer Griekenland de monetaire unie verlaat. Ten eerste verdenkt Juncker de ”Angelsaksische wereld” ervan er alles aan te doen om de Eurozone te laten ontbinden, indien Griekenland afstand neemt van de euro. Tevens merkt hij op dat de Eurozone veiligheid en voorspoed brengt. Het zal Jean-Claude wellicht ontgaan zijn dat in landen als Spanje en Portugal het vertrouwen in een rap tempo gedaald is tot een ultiem dieptepunt. Het zal de EC-president eveneens ontgaan zijn dat de anti-EU sentimenten in Frankrijk sterk zijn aangewakkerd. Verder negeert hij het feit dat de oostelijke regionen van zijn Europa in economisch verval raken door de sancties jegens Rusland. In welke wereld leeft Juncker nu eigenlijk?

Lees dit artikel van Daniël Leeuwenhart verder op Curiales

Geen weg terug, deel 2: Kunnen we nog uit de eurozone?

In het vorige deel heeft u kunnen lezen hoe het Verdrag van Lissabon nog enige houvast geeft over een procedure tot het verlaten van de Europese Unie (EU). Echter, met betrekking tot de Eurozone zwijgt zij als het aankomt op een uitstap. Het is daarom nog maar de vraag of het juridisch dan wel technisch gezien mogelijk is om uit de monetaire unie te stappen. In dit artikel wordt onderzocht of een dergelijke mogelijkheid bestaat en of er andere opties voor de hand liggen. Wederom heeft geen enkele lidstaat zich ooit uit de Eurozone teruggetrokken en juist daarom is het opmerkelijk dat er weinig aandacht aan deze mogelijkheid wordt besteed.

Deel 2

Op 1 januari 1999 werd de euro in elf Europese lidstaten geïntroduceerd. Twee jaar later werd de nationale munt officieel vervangen door de euro en sindsdien hebben negentien leden de gemeenschappelijk munt als nationale valuta. Hoewel er sinds de invoering van de euro nog geen enkel land uit de Eurozone is gestapt, overweegt Griekenland al sinds geruime tijd om dit wel te doen. In 2012 werd de term Grexit voor het eerst aangehaald en dit refereerde vanzelfsprekend naar een uitstap van de Grieken uit de monetaire unie.

Onlangs gaf de Duitse Minister van Financiën aan dat Griekenland een redelijke kans maakt op het verlaten van de Eurozone, maar het voor andere lidstaten onwaarschijnlijk zal zijn om dezelfde stap te ondernemen. Deze uitspraak is voornamelijk gebaseerd op het feit dat Griekenland in een diepe crisis is beland en de overige lidstaten als Portugal en Ierland gered zijn door onder andere kapitaalinjecties. Het zou voor de Grieken beter uitpakken om terug te gaan naar de drachme om de nationale economie nog enigszins nieuw leven in te blazen.

Maar waarop wordt een dergelijk besluit gebaseerd?

Lees dit artikel van Daniël Leeuwenhart verder op Curiales

Geen weg terug, deel 1: Kunnen we nog uit de EU?

Tot voor het Verdrag van Lissabon was er geen ontsnappingsclausule opgenomen in de reeds bestaande statuten en verdragen van de Europese Unie (EU). Evenmin was er sprake van een bestaand beleid dat de uitstap uit de Eurozone bepaald. Nu nog is dit beleid non-existent. Naar mijn mening is er bewust gekozen voor geen uitstapbeleid, simpelweg omdat men de euro in gang heeft gezet met als doel permanente vertegenwoordiging onder EU-lidstaten. Het is opmerkelijk dat er geen enkel land tot nog toe uit de Unie is gestapt. Gezien de financiële situatie in een land als Griekenland zou men denken dat er op z’n minst oprecht overwogen wordt om te Eurozone dan wel de EU te verlaten.

Deel 1

Met de introductie van de Europese Grondwet in 2004 was het de bedoeling om ook voor het eerst een uitstapclausule te ontwikkelen. Deze Grondwet werd echter door onder andere Nederland niet geratificeerd omdat het merendeel van de Nederlandse bevolking tegen stemde. Ook
Frankrijk stemde tegen en als gevolg hiervan werden verdere stemmingen in een aantal Europese landen uitgesteld. Vervolgens werd het Verdrag van Lissabon in het leven geroepen en dit was zowel inhoudelijk alsook feitelijk gelijkvormig de eerder verworpen Constitutie. Het verschil zit hem in het feit dat het om een Verdrag gaat in plaats van een Grondwet.

Het Verdrag van Lissabon geeft lidstaten voor het eerst de mogelijkheid om vrijwillig de EU te verlaten. Maar hoe verloopt een dergelijke procedure? Is de optie om de Unie te verlaten daadwerkelijk op vrijwillige basis of komt er meer bij kijken dan het aanvankelijk lijkt te zijn? En welke consequenties zijn er verbonden aan een uitstap? Om een overzicht te krijgen van de gehele procedure en de gevolgen daarvan voor een lidstaat is het van belang om de feiten op een rij te krijgen. Allereerst artikel 50 uit het Verdrag van Lissabon; het artikel dat een eventuele uitstap regelt.

Lees dit artikel van Daniël Leeuwenhart verder op Curiales >>>