Zin en onzin in het ‘Europa’ debat

Er wordt veel onzin gezegd en geschreven over de euro en de Europese Unie. Ook worden er veel zinnige zaken aangekaart, maar in Nederland halen die zinnige zaken zelden tot nooit de voorpagina. Laat ik een aantal zinnige en onzinnige zaken in het ‘Europa’ debat voor u samenvatten.

Om te beginnen deze: heel vaak wordt gesproken over ‘Europa’, waar bedoeld wordt de Europese Unie. Geen weldenkend mens is anti-Europa, maar wèl anti-EU. De euro-gelovigen doen net alsof we een supranationaal (of erger: een federaal) verband nodig hebben om op Europees vlak als soevereine staten samen te werken. Dat is een misvatting. En voor een land als Nederland een hele dure misvatting. Daarom begrijp ik niet, waarom veel landgenoten deze simpele economische waarheid niet onder ogen durven zien. Alleen zotskappen en mensen met destructieve neigingen benadelen zich moedwillig zelf.

Dan het ‘argument’, dat ‘Europa’ voor vrede heeft gezorgd. Het komt mij voor, en dat mag toch algemeen bekend worden verondersteld, dat vooral de afspraken in NAVO-verband voor vrede hebben gezorgd, daar hebben we een instituut als de Europese Unie niet voor nodig. Bovendien ontpopt de euro zich meer en meer als splijtzwam in plaats van bindmiddel tussen de volkeren van Europa. In de sociaaleconomisch totaal afgebroken samenlevingen van Portugal en Griekenland krijgt de Duitse bondskanselier de schuld van alle ellende, terwijl de ware schuldige de monetaire misgeboorte van de euro is. Ik zou weleens willen weten hoe de meeste Nederlandse burgers zouden reageren als van de ene dag op de andere hun salaris met dertig procent gekort wordt of nog erger, dat er in Nederland een werkloosheid zou zijn van 25 procent en onder jongeren meer dan 50 procent. Maar de technocraten uit Brussel interesseert dat allemaal niks, zij laten toe, dat hele samenlevingen economisch én sociaal ontwricht raken. Ik noemde dat ooit ‘een misdaad jegens de menselijkheid’.

Lees dit artikel van Jean Wanningen verder op De Dagelijkse Standaard

Europa

Weinig onderwerpen leiden de laatste jaren tot zulke heftige debatten als Europa. In een land dat tientallen jaren als zeer pro-Europees bekendstond, zijn de scepsis en de argwaan over de EU sinds de eeuwwisseling ieder jaar verder toegenomen. Wat is er fout gegaan?

Organisaties hebben de natuurlijke neiging te groeien en steeds verder uit te dijen. Dat geldt voor de Hema, dat maar winkels blijft openen terwijl de omzet per winkel voortdurend daalt, dat gold ooit voor Philips, dat inmiddels zijn lessen heeft geleerd, dat geldt voor instituties en dus ook voor de EU. Wie in het centrum van de macht zit, wil altijd meer. Meer landen bij de EU, meer regels, meer economische integratie. Het eind is een politieke unie, die buiten het Europese establishment verder niemand wil. Terwijl Schotten uit het Verenigd Koninkrijk willen treden, Catalonië een referendum over onafhankelijkheid van Spanje wil, het voormalige Zuid-Tirol niets meer met Rome te maken wil hebben en de Vlamingen en Walen elkaar allang niet meer velen, dromen eurofielen over een federaal Europa. Hoe langer je in Brussel zit, hoe verder je kennelijk van de realiteit af komt.

De EU heeft zich overtild. De eerste fout was de introductie van de euro en dan vooral de beslissing over de landen die tot de eurozone mochten toetreden. De Europa-econoom Barry Eichengreen noemt de euro ‘een historische vergissing.’ Ja, en ook een kostbare vergissing. Terwijl de wereldeconomie na de crisis van 2009 herstelde en snel de eerdere verliezen weer had ingelopen, belandde Europa in de eurocrisis van 2011, die met reden zo heette. De werkloosheid in de eurozone is nu 11,9%, de hoogste van enig economisch blok in de ontwikkelde wereld. Wie nu nog wil beweren dat de euro ons economisch voordeel heeft gebracht, moet wel blind zijn voor de feiten. Landen die zo verschillend zijn als de noordelijke en zuidelijke landen van de EU, horen niet in één muntunie. De zwakke landen zitten permanent met een te dure valuta opgescheept. In feite hebben de zuidelijke landen nu de Duitse mark als munt. Dat is op termijn onhoudbaar.

De tweede fout was de uitbreiding van de EU in 2004 en 2007 met twaalf nieuwe lidstaten, waaronder negen voormalige Oostbloklanden. Die beslissing was, zoals zovele in Europa, politiek gedreven, maar economisch buitengewoon onverstandig. Wie economisch sterke en economisch heel zwakke (en bovendien vaak corrupte) landen bij elkaar stopt, vraagt om problemen. Arme landen willen zich altijd graag bij rijke landen aansluiten, want de subsidiestromen komen hun kant op en ze mogen meepraten over ’nog meer Europa’.

De claim dat de EU Nederland ‘honderden miljarden’ bracht, zoals onlangs twee vooraanstaande Nederlanders in een krant beweerden, is grotesk. Eurofilie is kennelijk een ziekte die het gebruik van het gezonde verstand in de weg staat. De juiste claim is dat Nederland, net als ieder land in de wereld, geprofiteerd heeft van het klimaat van vrijhandel na de Tweede Wereldoorlog. De Europese zaak zou er sterk bij gebaat zijn als we nou eens ophouden met overdrijven.

Deze column van Jaap van Duijn was te lezen in De Telegraaf van 17 mei 2014

Nederland betaalt een te hoge prijs voor Europa

Als het serieus wordt moet je liegen. Was getekend Jean-Claude Juncker, de premier van Luxemburg die in het voorjaar van 2011 ontkende dat de Europese Unie steun aan Griekenland voorbereidde.

Nu is hij kandidaat-voorzitter voor de Europese Commissie. De euro is een serieuze zaak. Vandaar dat geen enkele Nederlandse regering de waarheid heeft verteld over de ingrijpende gevolgen van de deze munt. Vandaar dat Nederlanders nooit mochten zeggen of zij meer soevereiniteit willen afstaan dan was afgesproken toen Nederland de gulden opgaf.

Op één uitzondering na. In 2005 mochten wij in een referendum stemmen over een Europese grondwet. ‘Nee’, zei een duidelijke meerderheid. De grote politieke partijen schrokken, concludeerden dat Europa zich slecht leende voor volksraadplegingen en hebben sindsdien op Europees niveau ingestemd met een overdracht van bevoegdheden die verder gaat dan wat burgers en parlement eigenlijk goed vonden.

Elke nieuwe regering duwt Nederland een stukje verder naar een Europese eenheidsstaat. Met Europese steunfondsen voor schuldenlanden. Met een Europese bankenunie die de voorbode is van een Europese begrotingsunie. Voorstanders van Europese eenwording rechtvaardigen deze soevereiniteitsoverdracht met wat Nederland in ruil hiervoor terugkrijgt: voorspoed, vrijheid en vrede.

Was het maar waar. De Europese Unie kost welvaart en veroorzaakt scheuren in de samenleving, vooral in zuidelijke landen. Dat komt vooral doordat Europese eenheidsbouwers in 1999 een fatale vergissing begingen met de invoering van de euro.

Een gemeenschappelijke munt in landen die weinig met elkaar gemeen hebben, saboteert het coördinatiemechanisme in een markteconomie. De prijs van geld, ofwel de rente, vertelt hoeveel mensen moeten sparen voor hun oude dag. Hij vertelt ondernemers of investeren lucratief is. Wie met de rente gaat knoeien, vernielt het natuurlijke aanpassingsvermogen in een markteconomie. De schuldencrisis in perifere landen van de eurozone illustreert hoe desastreus dat geknoei uitpakt.

Om een herhaling van financiële crises te voorkomen heeft de Europese Unie besloten om beleid te centraliseren. Wie morrelt aan het coördinatiemechanisme in een markteconomie slaat onherroepelijk de weg in naar een planeconomie. In de toekomstige Europese eenheidsstaat zal steeds minder ruimte overblijven voor marktwerking.

Zo legt de euro de bijl aan de wortel van onze economische orde en betaalt Nederland de hoofdprijs voor een Europese droom. Het is pijnlijk om te zien hoe uitgerekend een liberale premier onze vrijheid en democratie opoffert voor Europa.

Lees deze column van Bruno de Haas verder op de Volkskrant

De euro blijft. Wen er maar aan

De afgelopen 300 jaar verdwenen honderden geldsystemen door hyperinflatie of monetaire herstructureringen. Sommige valuta bestonden maar een paar maanden. Andere bijna 200 jaar.

De oude vertrouwde gulden voert de lijst van langstlevende valuta aan. Met de omwisseling naar de fysieke euro in 2002 kwam er een einde aan een monetaire ‘loopbaan’ van 188 jaar. Deze gulden was de meeste tijd keurig goudgedekt en tot ver in de jaren tachtig betaalden we gewoon nog met guldens en rijksdaalders die voor 72 procent uit zilver bestonden. Een slimme Texelse ondernemer vertelde me onlangs dat hij jarenlang alleen de onedele munten bij de bank inleverde en alle zilveren munten uit de kasstroom filterde om in melkbussen te bewaren. Slim: zilveren guldens zijn nu ruim 2 euro waard, op basis van de huidige zilverprijs. Over geldontwaarding gesproken. De heimwee naar de gulden is, mede door de eurocrisis, goed te begrijpen. Maar of we dat nu leuk vinden of niet, de euro blijft.

Ik moet denken aan een discussie over het lot van de euro met vriend Thierry Baudet zo rond 2010. De eurocrisis was net uitgebroken omdat Griekenland failliet dreigde te gaan. Ik stelde dat het onvoorstelbaar was om binnen vijftien jaar te stoppen met de euro, een prestigieus politiek project. In het wereldwijde financiële systeem, met de wendbaarheid van een supertanker, is men liever ten hele verdwaald dan dat ten halve gekeerd. Onverstandig, maar wel de realiteit. Thierry hield vol dat een terugkeer naar de afzonderlijke oude succesvolle munten technisch goed mogelijk moest zijn. Klopt, maar in de financiële en geopolitieke wereld gelden andere wetten dan die van de normale logica. Zaken als eergevoel en politieke opportuniteit blijken meestal leidend. De euro is er niet gekomen omdat burgers of bedrijven dat zo handig vonden, maar omdat de Duitse eenwording voor de Fransen alleen acceptabel was als Duitsland de sterke D-Mark (54 jaar oud) zou opgeven.

De enige bedreiging voor de euro is van electorale aard. Alleen als er in een belangrijk EU-land een anti-EU-partij aan de macht zou komen, zou een schakel kunnen breken. Maar dat risico is (voorlopig?) vooral van theoretische aard. Zolang in ons land Wilders geen absolute meerderheid in de Kamer krijgt, is het bijvoorbeeld vrijwel ondenkbaar dat zijn anti-eurohouding tot een terugkeer naar de gulden leidt. Een zeer brede regenboogcoalitie is aannemelijker dan dat Den Haag Wilders de sleutel van de kluis overhandigt.

Dat betekent niet dat we geen grote monetaire veranderingen gaan meemaken.

Lees deze column van Willem Middelkoop verder op RTLZ

De euro moet worden opgedoekt

Het opdoeken van de ‘one-size-fits-all euro’ is veel voordeliger, socialer en verstandiger dan daarmee doorgaan, betogen zes wetenschappers en deskundigen.

Door Harry Geels, Arjo Klamer, Kees de Lange, Marcel van Silfhout, Jean Wanningen en André ten Dam

‘Insanity’ is doing the same thing over and over again and expecting different results (Albert Einstein)

Inderdaad, met de door de politieke elite en de ECB sinds 2010 genomen maatregelen lijkt de euro gered en de eurocrisis bezworen. Wat de Europese volkeren echter niet wordt verteld is dat de genomen maatregelen vooral de symptomen van de eurocrisis bestrijden. De hoofdoorzaak daarvan wordt niet gecorrigeerd want ruim vier jaar later blijft de belangrijkste structuurfout van het Euro Pact ongeadresseerd. De one-size-fits-all constructie daarvan is desastreus gebleken voor de aan de euro deelnemende landen die economisch veel te verschillend zijn. En een politieke unie lost die problematiek in de eurozone niet op. Kortom, onder het motto ‘beter laat dan nooit’, de hoogste tijd voor herbezinning.

De euro: van middel tot doel
Bij de invoering van de euro in 1999 is ons door de toenmalige politieke leiders voorgehouden dat we met de euro als wondermiddel daartoe in 2010 in de eurozone een min-of-meer volledige werkgelegenheid en een aanzienlijk hogere welvaart zouden bewerkstelligen. De realiteit is echter dat we juist sinds 2010 in een uitzichtloos ‘horrorscenario’ zijn beland, waarbij de euro door de politieke elite nu niet meer als (wonder) middel wordt bestempeld maar als doel op zich. Een serieus inhoudelijk debat over alternatieve monetaire richtingen wordt daarbij uit de weg gegaan. Want, zo luidt de retoriek, met het opdoeken van de euro zou ‘hel en verdoemenis’ ons ten deel vallen, en daarom moet de euro worden gered, koste wat het kost…

In dat reddingsproces zijn de no-bail-out bepalingen (op grond waarvan ieder euroland individueel verantwoordelijk is en zou moeten blijven voor de eigen staatsfinanciën) rücksichtslos overboord gegooid, terwijl deze bepalingen toch in steen zijn gehouwen in het EU-Verdrag en de statuten van de ECB. Middels (hoe je ook wendt of keert, onwettige) reddingfondsen en ECB-acties is een bankroet voorkomen van diverse eurolanden (en daarmee van de Europese bankensector), staat een bankenunie in de steigers en komt ook de invoering van de aanvankelijk onbespreekbare eurobonds met rasse schreden naderbij. Om er economisch weer boven op te komen is er verder vanaf 2010 aan de Zuid-Europese probleemlanden een streng beleid opgelegd van uitsluitend ‘besparingen en hervormingen’.

Euro-beleid werkt contraproductief
Nu vier jaar later moeten we echter constateren dat zich in Zuid-Europa de grootste economische, sociale en humanitaire ramp heeft voltrokken van de na-oorlogse Europese geschiedenis, dat de sterkere landen (met name Duitsland en Nederland) tot over hun oren zitten in ‘slechte’ leningen aan en garantstellingen voor Zuid-Europa en dat de economische ontwikkeling van de eurozone ver achter blijft bij die van andere werelddelen.

Lees verder op Follow the Money

Euro cabaret

In een interview met dagblad De Telegraaf deed voormalig CPB-directeur Coen Teulings weer van zich spreken.

Had hij bij zijn afscheid als CPB-directeur, vorig jaar april, al aangegeven dat Nederland de euro helemaal niet nodig had gehad om dezelfde voordelen te behalen van de Interne Markt, vanochtend deed hij daar nog een schepje bovenop, door te stellen dat het CPB destijds de vermeende voordelen van de euro schromelijk heeft overdreven. Teulings maakte, gelet op zijn achtergrond, ooit deel uit van de ‘elite’, maar hij is er klaarblijkelijk klaar mee. Dat wil zeggen, met de leugens en het bedrog. En dat siert hem. Vorig jaar zei Teulings:

“Uit onze analyse blijkt dat als je de euro niet had ingevoerd en door was gegaan als handelsunie en die had uitgebreid, dan had je het leeuwendeel van de voordelen van de Europese integratie ook wel geïncasseerd.”

Tegenover De Telegraaf verklaarde hij vandaag:

“Het heeft geen enkele zin eromheen te draaien: economisch zijn de voordelen van de invoering van één munt niet zo duidelijk. Het meeste onderzoek suggereert dat je de voordelen ook zonder één munt wel kunt halen.”

En dat, terwijl het CPB eerder stelde dat de euro ons ‘een weeksalaris’ heeft opgeleverd. Maar vandaag distantieert Teulings zich van die eerdere verklaring. Beter laat dan nooit en qua timing niet toevallig, denk ik dan onmiddellijk, want het slaat voorstanders van de mislukte munt een veelgebruikt argument uit handen. Het ‘argument’ blijkt een non-argument te zijn.

Lees dit artikel van Jean Wanningen verder op De Dagelijkse Standaard

EU officials plotted IMF attack to bring rebellious Italy to its knees

The revelations about EMU skulduggery are coming thick and fast. Tim Geithner recounts in his book ‘Stress Test: Reflections on Financial Crises’ just how far the EU elites are willing to go to save the euro, even if it means toppling elected leaders and eviscerating Europe’s sovereign parliaments.

The former US Treasury Secretary says that EU officials approached him in the white heat of the EMU crisis in November 2011 with a plan to overthrow Silvio Berlusconi, Italy’s elected leader. “They wanted us to refuse to back IMF loans to Italy as long as he refused to go,” he writes.

Geithner told them this was unthinkable. The US could not misuse the machinery of the IMF to settle political disputes in this way. “We can’t have his blood on our hands”.

This concurs with we knew at the time about the backroom manoeuvres, and the action in the bond markets.

It is a constitutional scandal of the first order. These officials decided for themselves that the sanctity of monetary union entitled them to overrule the parliamentary process, that means justify the end. It is the definition of a monetary dictatorship.

Lees deze column van Ambrose Evans-Pritchard verder op The Telegraph

Zo snel mogelijk uit de euro

Nederland moet uit de euro, en wel zo snel mogelijk. Dat betoogt econoom Bruno de Haas in zijn nieuwe boek. Volgens De Haas was de euro vanaf het begin af aan een rampzalig idee, en kan de muntunie niet gerepareerd worden met meer Europees toezicht. Hij gaat in debat met Wim Boonstra, de hoofdeconoom van de Rabobank.