Oekraïne-verdrag is niet te lastig voor referendum

Ook internationale verdragen lenen zich voor referenda. Nederland kan daarbij leren van andere landen, betogen Joost van den Akker en Koen van der Krieken.

U moet lekker thuisblijven, luidt de oproep van Rob de Wijk over het raadgevend referendum op 6 april. Volgens hem is het referendum over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne zinloos aangezien het verdrag feitelijk niet meer zou kunnen worden teruggedraaid (Opinie, 22 januari). De Wijk meent voorts dat internationale verdragen zich niet lenen voor referenda, omdat zij op een andere wijze tot stand komen dan nationale wetgeving.

Vanwaar zoveel misbaar? Ook een referendum over zo’n Europese kwestie kan immers het vertrouwen in de politiek versterken en een aanvulling vormen op de vertegenwoordigende democratie.

Het Nederlands referendum voorziet in een groeiende behoefte van burgers om zich rechtstreeks uit te spreken over tal van onderwerpen. Uit onderzoek van het SCP blijkt een relatief groot en duurzaam verlangen onder de Nederlandse bevolking naar meer directe democratie. Bijna 80 procent vindt dat ‘over voor ons land belangrijke beslissingen door de kiezer zelf moet worden gestemd’.
Burgers richten hun kritiek op gekozen politici, maar stellen daar grote steun voor meer directe democratie tegenover.

Lees dit artikel van Joost van den Akker en Koen van der Krieken verder in Trouw