Cameron geeft garantie op EU-referendum

David Cameron has pledged that he will not stand as prime minister after the next election unless he can secure a referendum on the UK’s membership of the EU in 2017.

Speaking on the BBC’s Andrew Marr Show on Sunday, Mr Cameron said he could “absolutely’’ give a cast-iron guarantee that the vote would go ahead in 2017 if he returned to Downing Street and that he would stand down if he could not promise a referendum in a future coalition.

“I’ve said very clearly that whatever the outcome of the next election, and of course I want an overall majority, and I’m hoping and believing I can win an overall majority, but people should be in no doubt I will not become prime minister unless I can guarantee that we will hold that referendum,” he said.

Setting out his position ahead of the European Parliament elections later this month, the prime minister said he was “confident’’ that he could renegotiate the UK’s relationship with Brussels.

“I’m confident that I can achieve the objectives I’ve set out and I think the right way to go into a negotiation is with a confident and positive nature that you will get those changes, and I want to see Britain stay in a reformed European Union,” he said.

Lees verder op The Financial Times

Brusselse bubble

De president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, heeft zijn politieke testament geschreven. Europa in de storm heet het. Daarin verhaalt de Belg van de turbulente vergaderingen waaraan hij tijdens de eurocrisis leiding gaf.

De portee van het verhaal is dat de Europese regeringsleiders de afgelopen jaren voor het eerst pas echt hebben ervaren wat het zeggen wil om deel uit te maken van een muntunie. En dat ze – zij het met veel vallen en opstaan, en zij het niet altijd met evenveel enthousiasme – uiteindelijk het ‘noodzakelijke’ hebben gedaan om de euro en daarmee het Europese project te redden.

Zo heet het op pagina 47: ‘Vandaar dat een nieuw systeem van macro-economisch toezicht deel uitmaakt van onze crisisaanpak: het was noodzakelijk dat de Unie beter zou waken over de economieën van de lidstaten, hun competitiviteit, het risico van zeepbellen in de vastgoedsector en andere zwakke plekken.’ En verderop in het boek heten ook bankenunie, reddingspakketten, begrotingspact, Europees Semester, bezuinigingen en hervormingen ‘noodzakelijk’: voor het behoud van onze welvaart op lange termijn, voor onze kinderen en, vooral, voor het redden van de euro.

Hoewel het boek een intrigerende blik biedt op de wijze waarop de crisis vanuit de Brusselse bubble werd ervaren, wordt het ontsierd door een stuitend gebrek aan respect voor politieke tegenstanders en democratische waarden. Wie de noodzaak van verdere integratie niet snapt, is dom en wie terugdeinst voor noodzakelijke besluiten is laf – daar komt het wel zo’n beetje op neer.

In antwoord op criticasters die hem en zijn politieke generatiegenoten gebrek aan politieke moed verwijten, schrijft Van Rompuy bijvoorbeeld: ‘In de laatste jaren kwam ik danig onder de indruk van de moed die regeringen opbrachten, van hun bereidheid om zwaar onpopulaire maatregelen te nemen in tijden van toenemend populisme… Ze kozen niet de weg van de demagogen of lafaards, maar ze verkondigden moedig de waarheid en ze verdedigden moeilijke maatregelen in het belang van hun land en de eurozone. Ze waren er volkomen van overtuigd dat ons gemeenschappelijke gevecht tegen de crisis een waardig hoger belang diende, omdat het de enige weg vooruit was.’

Deze passage is om meerdere redenen onthutsend. Ten eerste vanwege de associatie van ‘moed’ met ‘onpopulair’. Van Rompuy legt hier een zeer dubieus verband tussen de kwaliteit van een politicus (‘moedig’) en de aard van zijn besluiten (‘onpopulair’). De ware politicus laat zich kennelijk niets gelegen liggen aan de wens van het volk. Sterker, ‘in tijden van toenemend populisme’ kant hij zich juist tegen electorale wensen. In mijn boekje heet dat een dictator.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op De Groene

Gij zult rood staan

Europese burgers die vol goede verwachtingen het beste voor hebben met Europese samenwerking worden wel erg op de proef gesteld. Toch moeten we voorwaarts.

Tijdens het hardlopen of afwassen fantaseer ik vaak wat ik zou doen als ik de baas was van de wereld. Heel kinderachtig en ik zal u hier niet lastigvallen met al mijn onuitvoerbare plannen en idealen. Maar wat wel mooi is, denk ik dan hoopvol, is dat we in Europa de mogelijkheid hebben gecreëerd om met zijn allen en zijnde de grootste economie ter wereld nou eindelijk eens wat grensoverschrijdende problemen aan te pakken op een manier die recht doet aan onze eigen, op een rijke historie en diverse culturen gebaseerde, gedeelde waarden.

Een gezamenlijk energieplan, fiscale harmonisering, bevorderen en delen van kennis en innovatie, een betere kwaliteit van bestuur, uitvoering en toezicht door specialisatie en schaal. Dat is waar we het allemaal voor doen.

Dat dat niet altijd even goed lukt is heel jammer, en waar pas echt het bloed mee onder de nagels vandaan wordt getrokken is de doorzichtige Euro-PR waar weldenkende burgers vervolgens mee worden beledigd. Houd daarmee op en leg gewoon uit dat het moeilijk is.

Lees deze column van Hans de Geus verder op RTL Nieuws

De stille machtsgreep van de Europese Commissie

De Europese verkiezingen lijken nog maar weinig te leven bij de Nederlanders. Maar dat is niet terecht, want er staat veel op het spel.

Sinds de vorige verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 is de Europese Unie ingrijpend veranderd. In reactie op de eurocrisis zijn grote stappen gezet in de richting van een gezamenlijk Europees economisch bestuur. Daarbij krijgt de Europese Commissie steeds meer invloed over onderwerpen waar ze volgens de verdragen niets te zeggen heeft, zoals de huren of de zorg in Nederland. De Europese verkiezingen zouden volgens mij dan ook vooral moeten gaan over de vraag of wij, Nederlandse burgers, deze stille machtsoverdracht naar Brussel oké vinden of dat we deze juist afwijzen.

De eurocommissaris voor economische en monetaire zaken (momenteel is dat de Fin Olli Rehn) is de afgelopen paar jaar uitgegroeid tot een soort “supercommissaris” of “begrotings-tsaar”. Olli Rehn kan lidstaten van de EU allerlei ‘beleidsaanbevelingen’ doen, en als landen die aanbevelingen niet opvolgen kunnen daar forse boetes op volgen. Nationale parlementen staan daarbij langs de zijlijn en ook het Europees Parlement heeft geen directe invloed op de dwingende ‘aanbevelingen’!

Lees deze column van Erik Wesselius verder op de website van de SP

Nederland is te groot voor Europa en moet zich bevrijden van de EU

In Pro & Contra de stelling: Nederland moet uit de Europese Unie. Geert Wilders en Marcel de Graaff (PVV) willen uit de EU omdat die onze welvaart belemmert. Alexander Pechtold en Sophie in ’t Veld (D66) vinden het tegendeel.

Nederland is een klein land, zonder de Europese Unie betekenen we niets, zeggen de eurofielen. Maar onze stelling is dat Nederland te groot is voor Europa en zich daarom moet bevrijden van de EU. De Europese Unie bracht ons welvaart en banen, beweren de eurofielen. Als we die welvaart willen behouden en nieuwe banen willen creëren, moeten we in de EU blijven, stellen ze. Maar de eurofielen hebben twee keer ongelijk.

Het is simpelweg niet juist dat het uitverkopen van nationale soevereiniteit aan Brussel ons welvaart en banen bracht. Hoe minder een land zich in het verleden door de Brusselse sirenenzang liet verleiden, hoe beter het economisch presteerde. Better off out is geen fabeltje. Zwitserland, het meest welvarende land van Europa, kent hoge economische groei en weinig werkloosheid, maar zit niet in de EU.

Lees verder op De Volkskrant

Hoe Jean-Claude Juncker het Luxemburgse belasting-paradijs in stand hield

Eerder schreef ik over de moeizame bestrijding van belastingparadijzen. Een bijzondere rol daarin is weggelegd voor Jean-Claude Juncker, kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Toen hij premier van Luxemburg was, bleef het bankgeheim aldaar intact. Pas nadat de Verenigde Staten zich ermee bemoeiden, zwichtte hij. Tekenend voor de tandeloosheid van de EU én de eigen-land-eerst-mentaliteit van Juncker.

Het is één van die no-brainers van Europese samenwerking: het bestrijden van belastingontduiking. Een Duitse tandarts die zijn vermogen voor de Duitse belastingdienst kan verschuilen in Luxemburg, kan door belastingsamenwerking worden bestreden. Het zijn dit soort dossiers waar internationale coördinatie haar meerwaarde bewijst, waar de Europese Unie een afvoerputjescompetitie van belastingontduikerswerving een halt toe kan roepen.

En toch wist een klein bebergt landje in het noorden van Europa dapper weerstand te bieden aan de vooruitgang: Luxemburg. Onder het leiding van Jean-Claude Juncker, de huidige christendemocratische kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, kon Luxemburg tot voor kort haar bankgeheim handhaven.

John Christensen, directeur van het Tax Justice Network, een ngo die zich bezighoudt met belastingontwijking en –ontduiking, beschreef Luxemburg eens als ‘The Death Star of financial secrecy.’Lees hier over wat Luxemburg zo’n geheimhoudingsparadijs maakt. Een hoogwaardig belastingparadijs van Caribische kwaliteit, midden in Europa.

Lees dit artikel door Jesse Frederik verder op De Correspondent

De laffe EU-politicus

Gisteren heb ik het gehad over de woedende burger, die machteloos moet toezien hoe zijn land wordt ‘uitgekleed’ ten faveure van een Europese politieke droom. Vandaag iets over (het ontbreken van) politieke moed.

Wordt u ook zo moe bij het aanhoren van de oeverloze kletspraatjes van onze Nederlandse europolitici? Of je nu In ’t Veld hoort of Van Baalen, Tang of Esther de Lange, het is van een schier ondraaglijke oppervlakkigheid en zelfingenomenheid. De één (D66 politica In ’t Veld) denkt dat de invoering van eurobonds Nederland geld oplevert (I kid you not, ze zegt het echt, luister hier maar, bij minuut 15:30), de ander (PvdA’er Tang) bezweert dat een Europese 5%-werkloosheidsnorm even ‘streng’ kan worden opgelegd als de Brusselse begrotingsnorm van 3%, waar momenteel alleen Oostenrijk aan voldoet en een derde (VVD’er Van Baalen) meent dat hij het Nederlands belang dient door weg te blijven als er in het EP plenair gestemd moet worden. En dan durven dit soort politici ook nog te vragen om ons vertrouwen, het vertrouwen van het volk. Het volk heeft maar voor één soort politicus respect en dat is degene die durft te zeggen waar het op staat, het belang van zijn land dient en daarop actie onderneemt. De actie die nu in het belang van Nederland nodig is, is de euvele moed om te zeggen dat de eenheidsmunt euro is mislukt, dat ons land financieel wordt uitgekleed door Brussel en dat Nederland dus uit de eurozone moet treden.

Lees deze column van Jean Wanningen verder op De Dagelijkse Standaard