Rijken van nu veel rijker dan in de Gouden Eeuw en dat verschil zou nog wel eens veel groter kunnen worden

De rijksten zijn 111 keer zo rijk, maar Jan Modaal is slechts 9 keer zo rijk als in de Gouden Eeuw.

Als de 17de eeuw de Gouden Eeuw wordt genoemd, is de 21ste toch minstens de Platina Eeuw, want de rijksten zijn er in de tussentijd qua vermogen relatief flink op vooruit gegaan. Overigens, dat goud en platina geldt veel minder voor Jan Modaal, want die heeft zijn karige loontje uit de Gouden Eeuw naar verhouding heel wat minder fors zien stijgen in het hier en nu.

In de Gouden 17de Eeuw telde Nederland ongeveer 20 families of personen met een vermogen van 1 miljoen gulden of meer, aldus Kees Zandvliet in zijn De 250 rijksten van de Gouden Eeuw. Maar in de 21ste eeuw zijn er ongeveer 20 families of personen met een vermogen van 1 miljard euro of meer volgens de gegevens van de Quote 500.

Omgerekend naar hedendaagse koopkracht (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis) zou die 1 miljoen gulden uit de Gouden Eeuw nu 9 miljoen euro waard zijn. Nu zijn de 20 rijksten feitelijk miljardairs en dus 111 keer zo rijk als de 20 rijksten uit de Gouden Eeuw, hoewel het huidige kapitaal veel virtueler, dus minder liquide is door aandelen, financiële hefbomen en kapitaalinjecties van centrale banken, die in de Gouden Eeuw nauwelijks bestonden.

Overigens zou de miljonairsfamilie uit de Gouden Eeuw, als ze haar kapitaal toen op een solide spaarbankboekje vast had gezet, nu vele miljarden op haar spaarrekening kunnen zien staan. Maar geen enkele familie van toen is er in geslaagd haar kapitaal tot in het heden te behouden. Gemiddeld raakten de rijksten in de loop der eeuwen hun vermogen al na twee generaties kwijt door slechte investeringen, aan andere slimme lieden of het verwaterde door erfenissen. Voor hen in de plaats kwamen nieuwe rijken, die nog grotere fortuinen wisten te vergaren en weer verloren.

Lees dit artikel van Jos van Hezewijk verder op de Volkskrant

Regiopresident Catalonië vervolgd om referendum

Het Spaanse openbaar ministerie gaat de Catalaanse regiopresident Artur Mas vervolgen vanwege diens rol bij de organisatie van een stemming over afscheiding van Catalonië van Spanje. Ook de Catalaanse vicepresidente en de regiominister van Onderwijs worden aangeklaagd. Beiden moeten zich verantwoorden wegens het negeren van een rechterlijk verbod, machtsmisbruik, misbruik van publieke middelen en onbevoegd gebruik van hun autoriteit.

De vervolging van Mas en zijn collega’s heeft geleid tot woedende reacties onder de voorstanders van afscheiding van Catalonië. ‘De regering wil de zaak in de rechtbank oplossen in plaats van op een politieke manier’, aldus een woordvoerder van de Catalaanse nationalisten. Andere, radicalere nationalisten die de regioregering steunen spraken van ‘een aanklacht tegen het hele volk’.

Premier Rajoy liet weten het besluit van justitie ’te respecteren’. Tegenstanders van de Catalaanse afscheiding van een mogelijk referendum toonden hun instemming. Daarbij werden nieuwe aanklachten tegen het regionale bestuur ingediend vanwege de betrokkenheid bij de organisatie van de stemming.

De vervolging door justitie vormt een nieuwe belemmering in de toenadering tussen het Catalaanse regiobestuur en de centrale regering in Madrid rond het consult over de afscheiding, dat op 9 november plaats vond. Toen stemden ruim twee miljoen Catalanen in overgrote meerderheid voor afscheiding.

Premier Rajoy zal volgende week zaterdag Barcelona bezoeken. Daarbij wordt verwacht dat hij met een aanbod voor meer budgettaire onafhankelijkheid zal proberen de Catalaanse regiopresident af te laten zien van een referendumeis. De vervolging van Mas heeft de partijen echter opnieuw op ramkoers gebracht.

Lees dit artikel van Steven Adolf verder op de Volkskrant

Europese netneutraliteit opnieuw ter discussie

Het voorstel van eurocommissaris Neelie Kroes (Digitale Agenda) voor Europese netneutraliteit wordt herzien, waardoor netneutraliteit opnieuw ter discussie staat.

Dat blijkt uit gelekte documenten van de Raad van de Europese Unie, die door European Civil Digital Rights, de Europese waakhond voor digitale rechten, zijn gepubliceerd.

In april van dit jaar stemde het Europees Parlement in met een voorstel van Kroes voor Europese netneutraliteit, dat tevens een einde aan roamingkosten binnen Europa maakt. Netneutraliteit bepaalt dat providers geen diensten of toepassingen op het internet mogen belemmeren. Alle data moeten gelijk worden behandeld.

Nadat het Europees Parlement over het plan heeft besloten, buigt de Raad van de Europese Unie zich over het voorstel. De Raad van de Europese Unie, die bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese landen, wil naar verluidt het voorstel herzien en wijzigingen doorvoeren.

Uit de gelekte documenten blijkt dat de Raad van de Europese Unie belangrijke aanpassingen wil doorvoeren in het huidige voorstel, waarbij het wegens “noodzakelijke flexibiliteit” mogelijk moet worden om internetdiensten te laten “blokkeren, vertragen, veranderen of stopzetten”.

Daarnaast is in het herziende voorstel de term netneutraliteit minder duidelijk gedefinieerd en wordt er weer ruimte geboden voor “gespecialiseerde diensten” die voorrang zouden kunnen krijgen op het internet.

Ook het afschaffen van roamingkosten in Europa zou opnieuw ter discussie staan.

Lees verder op Nu

Wie trekt er aan de touwtjes? (video)

Sometimes stories in the news can make you wonder who is really pulling the strings. This 10-minute video exposes the role corporate lobby groups have in EU decision-making– who they are, how they get what they want, and how they affect you, and others like you all over Europe, from the food on your plate, to rules for bankers, to the chemicals allowed in everyday products. Watch, learn, and share!

SER: detacheren buitenlandse werknemers in Nederland ‘schimmig’

De Europese regels voor het detacheren van buitenlandse werknemers in Nederland worden te vaak misbruikt. Nederlandse werknemers hebben daardoor soms te maken met oneerlijke concurrentie van goedkope buitenlanders. Die kritiek geeft de Sociaal-Economische Raad in het ontwerpadvies Arbeidsmigratie dat vandaag verschijnt.

Bedrijven kunnen al sinds 1996 dankzij de EU-detacheringsrichtlijn makkelijker met hun eigen personeel aan projecten over de grens werken. Detacheren is maximaal twee jaar toegestaan en is bedoeld voor bijvoorbeeld een Pools metaalbedrijf dat met eigen lassers een klus aanneemt in de Eemshaven. De Polen krijgen dan loon volgens de Nederlandse normen, maar betalen hun sociale premies en aanvullend pensioen in hun thuisland, zodat ze daar verzekerd zijn als ze terugkeren.

Omdat er via allerlei ingewikkelde constructies wordt gewerkt, valt niet precies te achterhalen hoeveel buitenlandse werknemers in Nederland zijn gedetacheerd. Maar uit gegevens over 2011 blijkt dat het om ten minste 106 duizend mensen ging. Er wordt veel gedetacheerd in de bouw, landbouw en transport.

Detachering is dankzij de lagere sociale lasten een verdienmodel, constateert de SER. Het adviesorgaan, bestaande uit werkgevers, vakbonden en onafhankelijke kroonleden, noemt de wereld van de detachering ‘ondoorzichtig en af en toe schimmig’. Buitenlandse werknemers zijn niet alleen 10 tot 30 procent goedkoper via de sociale premies, vaak wordt ook verdiend aan reis- en huisvestingskosten. Zo moesten Portugese betonvlechters die aan de ondertunneling van de A2 bij Maastricht werken per maand bijna 1.000 euro huur betalen. ‘Detacheren is tijdelijk bedoeld. Maar het dreigt permanent te worden, met goedkope werknemers uit bijvoorbeeld Portugal die via een Iers bedrijf jarenlang door Europa zwerven’, zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer.

Brussel moet de regels voor detachering aanscherpen, stelt de SER in zijn ontwerpadvies. ‘Het moet afgelopen zijn met die race to the bottom.

Lees dit artikel door Nanda Troost verder op de Volkskrant
Lees ook: Arbeidsmigranten zijn oneerlijke concurrent via NOS

Hoe twee miljard dollar van de tabaksindustrie achter een Brussels rookgordijn verdwijnt

De vier grootste tabaksproducenten ter wereld maken ruim twee miljard dollar aan de EU over voor de bestrijding van tabakssmokkel. Maar niemand weet waar dat geld precies voor wordt gebruikt en of de tabaksindustrie voordelen geniet in ruil voor haar vrijgevigheid. Ook de methodes van het Europees Bureau voor fraudebestrijding liggen onder vuur. Documenten in handen van De Correspondent laten zien hoe de organisatie op belangrijke vragen het antwoord schuldig blijft.

‘Het is te erg wat er is gebeurd,’ zegt Ingeborg Grässle. ‘Ik kan niet opgeven. Het raakt aan de reden waarom ik politicus ben.’

De Duitse christendemocratische Europarlementariër voert een verbeten strijd om transparantie in de affaire-Dalli.Over die affaire schreef ik dit verhaal. Op 16 oktober 2012 moest de Maltese eurocommissaris aftreden, nadat tegen hem de verdenking was gerezen dat hij via een vriend omkoopgeld aan een tabaksfabrikant had gevraagd. Sindsdien woedt er in de Europese instellingen een almaar heviger gevecht over de toedracht van John Dalli’s val.

In april dit jaar sprak het Europees Parlement uitHet standpunt van het Parlement over OLAF is te vinden op p. 64 van de beslissing over de kwijting van de begroting 2012 dat de beschuldigingen tegen Dalli tot op de dag van vandaag onbewezen zijn. Ook ‘betreurde het sterk’ dat het onderzoek van het European Anti-fraud Office (OLAF) dat Dalli de kop kostte ‘ernstige tekortkomingen’ had.

In juli 2014 haalde Grässle, die als voorzitter van de begrotingscontrolecommissie van het Parlement een belangrijke positie bekleedt, fel uit in het blad Europolitics. Ze verweet OLAF het Parlement voorgelogen te hebben en oordeelde dat het tijd was voor een grote schoonmaak bij het antifraudebureau.

Giovanni Kessler, de directeur van OLAF, reageerde als door een wesp gestoken. Hij schreef een briefKesslers boze brief aan de drie voorzitters. gericht aan de voorzitters van de drie belangrijkste Europese instellingen, een document dat De Correspondent in handen heeft. Kessler sprak daarin zijn zorg uit dat de beschuldigingen ‘op de rand van laster’ de reputatie en het vermogen om onafhankelijk onderzoek te doen van zijn bureau aantastten.

Half oktober kreeg Kessler een vriendelijk antwoord.De brief van de drie voorzitters die DC in handen kreeg. De hoogste bazen van de Europese Unie besloten hun brief met: ‘We moedigen u en uw staf aan om uw belangrijke werk voort te zetten, in volledige onafhankelijkheid, en verzekeren u van onze volle steun bij deze inspanningen.’

Wonderlijk. Kessler heeft in een door het Europarlement aangenomen beslissing felle kritiek gekregen, maar de voorzitter van het Parlement gaat pal achter hem staan.

Maar Grässle laat zich niet uit het veld slaan. Op haar werkkamer in het Europarlement zet ze nauwgezet uiteen waarom OLAF volgens haar juridisch in de fout is gegaan. Ook licht ze toe waarom ze argwaan koestert over de akkoorden die de Europese Commissie met de vier grootste tabaksfabrikanten sloot.

Lees dit artikel van Tomas Vanheste verder op De Correspondent

Links laat het liggen

Het was een min of meer vast gegeven dat er in de politieke machtsverhoudingen tussen het rechtse en het linkse blok nauwelijks verschuivingen plaatsvonden. Binnen de blokken fungeerden de partijen als communicerende vaten. Ook na het succes van Wilders veranderde er niet veel. Bijvoorbeeld: bij de verkiezingen in 1986 haalden de PvdA, de PPR, de PSP en de SP (die toen voor het eerst deelnam) samen 55 zetels. In 2010 haalden deze partijen (de PPR en de PSP waren opgegaan in GroenLinks) nog steeds samen 55 zetels.

Die min of meer vaste verhouding tussen links en rechts is vrij dramatisch aan het verschuiven, zoals blijkt uit de peilingen. De drie linkse partijen zouden nu 35 zetels behalen, 20 minder dan in 1986 en 2010. Hoe komt dat? De diepe val van de PvdA is geen afdoende verklaring. Eerder ging het verlies van die partij naar GroenLinks en SP. Waarom nu niet? Is de verschuiving naar rechts incidenteel of is het een trend?

De PvdA wordt afgerekend op het afbraakbeleid waarvoor Samsom samen met Rutte heeft getekend. De SP en in mindere mate GroenLinks hebben daartegen oppositie gevoerd. Zonder noemenswaardig succes. Linkse partijen worden afgerekend op hun hoofddoelstelling: het beschermen van de zwakkeren en hun opstelling in het verdelingsvraagstuk.
Hoe komt het dat de SP en GroenLinks zich daarop kennelijk niet genoeg weten te profileren om het verlies van de PvdA te kunnen absorberen? Me dunkt dat er munitie genoeg is. Een paar columns geleden refereerde ik aan nieuwe cijfers van Eurostat, het CBS van de Europese Unie, over de groei in ons land van het aantal mensen dat onder de Europese armoedegrens is gezakt. Dat is nu 15,9 procent. Onder kinderen zelfs 17 procent. Ik schreef: ‘We hebben het over 2,5 miljoen mensen, onder wie 600 duizend kinderen, vrijwel zeker gedoemd deel uit te maken van de volgende generatie armen.’ Dat nieuwsfeit kreeg nauwelijks aandacht in de media en als er al actie van SP of GroenLinks in Den Haag is geweest, is mij dat ontgaan. De koopkracht van de regelingslonen en het minimumloon is nu lager dan in 1980. Het achterblijven van de laagste inkomensgroepen is dus niet incidenteel maar structureel. Het lijkt wel of links niet meer bestaat.

Neem de discussie over de topinkomens en de vermogensbelasting. Grote vermogens mogen best meer belast worden. Maar te makkelijk wordt iemand die geen bedrijfspensioen heeft opgebouwd, maar zelf voor zijn pensioen heeft gespaard, door links behandeld als miljonair die best wat meer vermogensbelasting kan betalen. Iemand die 1,5 miljoen heeft gespaard voor zijn pensioen heeft, als hij al het rendement van 4 procent haalt dat voor de rendementsheffing wordt gehanteerd, daaruit nu een netto inkomen van 42 duizend euro per jaar. Niet exorbitant hoog.

Veel erger is dat gesuggereerd wordt dat het verdelingsvraagstuk kan worden opgelost door de aanpak van topinkomens. Lage inkomens worden niet verhoogd door het verlagen van hoge inkomens. In de discussie over een meer gelijke inkomensverdeling faalt links volkomen, net als in die over de hervorming van de verzorgingsstaat. Discussie over de verzorgingsstaat is puur een discussie over betaalbaarheid geworden. Het Centraal Planbureau hanteert modellen die steevast als uitkomst genereren dat meer uitgaven aan de verzorgingsstaat leiden tot lagere economische groei, meer werkloosheid en ander ongerief. Sluipenderwijs zijn de veronderstellingen van het CPB normatief geworden, alsof een correcte berekening ook de rechtvaardiging is om de veronderstelling waarop die is gebaseerd voor waar aan te nemen. Ook linkse partijen laten hun verkiezingsprogramma’s aan die normen toetsen. Maar als het al waar is dat een verhoging van de bijstand voor gezinnen met kinderen nadelig is voor economische groei, kan het tegelijk waar zijn dat het opgroeien in armoede later zoveel kosten veroorzaakt dat het voorkomen van armoede nu als investering kan worden gezien voor economische groei later. Veel belangrijker dan welke berekening ook is natuurlijk dat het moreel verwerpelijk is kinderen in armoede te laten opgroeien. Bovendien: het aantasten van zaken als AOW, pensioen en ouderenzorg is misschien goed voor de economie nu, maar het leidt tot afbraak van de solidariteit omdat je maar beter voor jezelf kunt zorgen als een ander het niet doet. Jammer voor de mensen die dat niet kunnen. De verdediging van de verzorgingsstaat als morele imperatief en als investering voor een rechtvaardige toekomst wordt nauwelijks nog gehoord.

Lees deze column van Marcel van Dam verder op de Volkskrant

Hoe de overheid u heimelijk afzet met belastingverhogingen

‘Kalte Progression’ in de inkomstenbelasting houdt in dat de overheid het moment waarop iemand in een hogere schijf van de inkomstenbelasting valt niet laat meestijgen met de inflatie. Daardoor belandt een belastingbetaler steeds sneller in een schijf met een hoger tarief. Ook opeenvolgende Nederlandse regeringen (tot en met de huidige) hanteren graag deze geniepige vorm van belastingverhoging. Bron: Patrick van Schie: Koude kermis of kappen met ‘koude progressie’

Eine neue Studie enthüllt die Ausmaße der kalten Progression: Rund 3300 Euro mehr Steuern muss ein Durchschnittsverdiener zahlen. In der CDU wächst darüber der Unmut – beim Parteitag droht Ärger.

Für Carsten Linnemann sind Steuerentlastungen eine Herzensangelegenheit. Auf dem CDU-Bundesparteitag im Dezember wird der Chef des Unionswirtschaftsflügels deshalb einen Antrag zum Abbau der “kalten Progression” einbringen. Rund 70 Parteiorganisationen der CDU unterstützen seinen Antrag mit dem Titel “Steuerbremse muss kommen!”

Doch Linnemann kämpft gegen mächtige Gegner. Die Parteispitze um Bundeskanzlerin Angela Merkel und Bundesfinanzminister Wolfgang Schäuble hat sich gegen Steuersenkungen gestellt. Schäuble, so ist in der Union zu hören, will auf dem Parteitag in Köln am liebsten gar nicht erst über das Thema diskutieren. Nun bekommt Linnemann Rückenwind durch eine neue Studie. Das Institut der deutschen Wirtschaft Köln (IW Köln) hat im Auftrag der Konrad-Adenauer-Stiftung die Effekte der kalten Progression untersucht – und wie diese realistisch abgemildert werden können. Die Studie liegt der “Welt” vorab vor.

Demnach wird der Staat von 2015 bis 2018 bei einer unterstellten Preissteigerungsrate von einem Prozent 15 Milliarden Euro zusätzlich durch die “heimlichen Steuererhöhungen” einnehmen. Liegt die Inflation im Schnitt bei 1,5 Prozent, erhöhen sich die Einnahmen des Fiskus sogar auf 23,8 Milliarden Euro.

Lees verder op Die Welt