Het kleine Brusselse potje droomt van grootse daden

Roepnaam: Efsi. Het jongste product van de beproefde Brusselse afkortingenmachine, geboren op 26 november 2014, moet een wonderkind worden, niet het zoveelste bureaucratische gedrocht.

Dat is de ambitie achter het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (Efsi), dat de Europese Commissie gisteren met veel tamtam presenteerde in Straatsburg. Van dit plan wordt veel verwacht. Het moet het vertrouwen in de langdurig kwakkelende economie van de Europese Unie terugbrengen. “Wij bieden hoop aan miljoenen Europeanen die gedesillusioneerd zijn na jaren van stagnatie”, zei commissievoorzitter Jean-Claude Juncker.

Zijn toespraak voor het Europees Parlement was misschien wel de belangrijkste in zijn lange politieke leven. “Ik heb een visioen van schoolkinderen in Thessaloniki die een spiksplinternieuw klaslokaal binnenlopen, vol met computers. Ik heb een visioen van een Franse forens die zijn elektrische auto oplaadt langs de snelweg op dezelfde manier waarop we vandaag benzine tanken.”

Dat is de ambitie achter het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (Efsi), dat de Europese Commissie gisteren met veel tamtam presenteerde in Straatsburg. Van dit plan wordt veel verwacht. Het moet het vertrouwen in de langdurig kwakkelende economie van de Europese Unie terugbrengen. “Wij bieden hoop aan miljoenen Europeanen die gedesillusioneerd zijn na jaren van stagnatie”, zei commissievoorzitter Jean-Claude Juncker.

Zijn toespraak voor het Europees Parlement was misschien wel de belangrijkste in zijn lange politieke leven. “Ik heb een visioen van schoolkinderen in Thessaloniki die een spiksplinternieuw klaslokaal binnenlopen, vol met computers. Ik heb een visioen van een Franse forens die zijn elektrische auto oplaadt langs de snelweg op dezelfde manier waarop we vandaag benzine tanken.”

Lees dit artikel van Christoph Schmidt verder op Trouw

Europarlementariërs worden nooit geconfronteerd met andere standpunten dan die van henzelf

De mogelijkheden voor burgers om Europarlementariërs op hun werk aan te spreken zijn vaak beperkt. Het zijn vooral partijleden die hun Europarlementariërs op partijcongressen aan de tand kunnen voelen en moties kunnen indienen. Door op een congres een inhoudelijke uitspraak te doen, weten Europarlementariërs wat de leden van hen verlangen. Werkt dit ook in de praktijk zo? Laten we het laatste D66-congres bekijken waar allerlei leden moties indienden. De meeste voorstellen op het congres zijn niet gericht aan de Europese delegatie, maar een aantal zijn dat expliciet wel. Kunnen leden zo hun Europarlementariërs bijsturen? Vier voorbeelden laten zien dat dit een illusie is, in ieder geval bij D66.

Lees dit artikel van Chris Aalberts verder op The Post Online

Don’t shoot the messenger

Ewald Engelen schreef een boek voor de burger over de oorzaken van de financiële crisis. Op aanraden van zijn uitgever koos hij een controversiële titel en plaatste hij een lijst met ‘hoofdrolspelers’ voorin het boek. Een ‘gimmick’ volgens Engelen die vervolgens een storm van kritiek kreeg te verwerken. Terecht?

Gisteren verscheen in de Volkskrant een stuk van Peter de Waard over het jongste boek van hoogleraar financiële geografie Ewald Engelen, De Schaduwelite voor en na de crisis, met als ondertitel Niets geleerd, niets vergeten. Dat is opmerkelijk. Kennelijk heeft De Waard voorinzage gehad in de NCRV uitzending Altijd Wat, gisteravond, waarin de uitspraken van Engelen aan de orde komen. Bijvoorbeeld dat de titel ‘Schaduwelite’ en de lijst met namen voor in het boek een ‘gimmick’ waren, een grap, bedacht door de uitgever.

In dat Volkskrantstuk wekt De Waard de suggestie dat Engelens werk in hetzelfde rijtje kan worden geplaatst als dat van de fantast Diederik Stapel en vele andere hoogleraren, die het niet al te nauw namen met de waarheid. Op twitter en andere sociale media barst vervolgens een ware storm los. Journalisten buitelen over elkaar heen om Engelen aan het kruis te nagelen. Nederland anno 2014. Het is jammer dat deze negatieve beeldvorming gecreëerd wordt, want dan hoeven we het immers niet meer over de inhoud te hebben. Maar zou het juist niet een keer goed zijn als de goegemeente zich zou verdiepen in de bezorgde boodschap van Engelen in plaats van hem te framen als de ‘dorpsgek’ van financieel-economisch Nederland?

Want laten we wel wezen: zowel aan gene zijde van de oceaan als hier in Europa zijn het de belastingbetalers geweest, burgers en bedrijven dus, die de financiële sector van de ondergang hebben gered. Maar in het wereldje is het gewoon weer business as usual. Engelen wijst er in zijn boek aan de hand van talloze voorbeelden op dat de sector gewoon op oude voet voortgaat. Hij heeft dus gelijk wanneer hij waarschuwt dat ‘er niets geleerd is’. Maar in plaats dat dit feit leidt tot een maatschappijbrede herbezinning op de rol van de financiële sector in de (wereld-)economie wordt er gemiezemausd over een namenlijst vóór in het boek. Alsof dát het belangrijkste thema is.

Engelen stelt in feite een simpele en logische vraag: waarom werd de financiële sector na de crisis in 2008 eigenlijk niet aan banden gelegd? Ja, waarom eigenlijk niet?

Lees dit artikel van Jean Wanningen verder op Follow The Money

We moeten ons afvragen waarom we in de EU nog bij elkaar zijn

De Brusselse bureaucratie is soms buitengewoon bekwaam in het zich ongeliefd maken. Een recent staaltje daarvan leverde zij met de ‘naheffing’ die landen als Nederland (€ 642 miljoen) en Groot-Brittannië (€ 2 miljard) moeten ophoesten – en wel snel graag! – na een boekhoudkundige herberekening van de nationale inkomens.

En alsof dit niet bizar genoeg is: Frankrijk, dat al jaren achtereen de in het kader van de Europese Monetaire Unie (EMU) afgesproken begrotingsregels aan de laars lapt, krijgt als gevolg van diezelfde herberekening ruim € 1 miljard toegestopt. Zou het niet een idee zijn om de uitbetaling daarvan ten minste afhankelijk te maken van het eerst nakomen door Parijs van de begrotingsafspraken? Dus: er gaat geen euro van de nabetaling naar Frankrijk zolang het begrotingstekort van Hollande boven de 3 procent blijft uitkomen.
Niet zeuren, zeggen eurofielen in zo’n geval altijd, kijk eens wat die Europese integratie ons allemaal wel niet oplevert. Dan moet je daar toch ook wat voor over hebben. Het vreemde is echter dat als de Europese integratie werkelijk voor alle lidstaten voordelig is, dat dit sommige landen dan extra geld moet kosten – zij zijn structureel ‘netto-betaler’ – terwijl andere landen steevast veel meer geld uit Brussel ontvangen dan zij eraan bijdragen.

Nu zou er veel voor te zeggen zijn dat discussies over de Europese integratie over meer gaan dan over geld of institutionele structuren. Op een bijeenkomst die de TeldersStichting onlangs organiseerde, wierp de Hongaarse hoogleraar Krisztina Arató in een verhelderend betoog enkele kernvragen op. Haar kernvraag bij uitstek: ‘Waarom zijn we eigenlijk in de Europese Unie bij elkaar?’

Eurofielen en Brusselse bureaucraten weten op zich best wel raad met zo’n vraag. Om economisch overeind te blijven in een globaliserende wereld, kan hun antwoord luiden. Vanwege nooit meer oorlog in Europa, klinkt ook geregeld. En meer van dat soort ronkende beweringen, die vervolgens nooit met feitelijk bewijsmateriaal worden onderbouwd. Of het antwoord luidt: dat hebben we nu eenmaal zo gewild. Waarbij ‘we’ dan slaat op een klein groepje politici en Brusselse belanghebbenden; niet op de burgers in de Europese Unie.

Maar wat zou er in een democratie logischer zijn dan dat een dergelijke wezensvraag juist aan de burgers wordt voorgelegd? In een liberale democratie behoort het bestuur immers de burgers te dienen, en niet andersom.

Lees deze column van Patrick van Schie verder op Trouw

De SP gaat onafwendbaar dezelfde kant op als de Partij van de Arbeid

Marcel van Dam is niet speciaal een vriend maar hij kan het altijd wel scherp zeggen. Hoe komt het dat de SP nauwelijks profiteert van de peilloze diepte waarin de PvdA is verdwenen, was de vraag in zijn column van donderdag. Het is inderdaad een raadsel. Voorheen lag de links-rechts verdeling in de Kamer min of meer vast, met communicerende vaten tussen de partijen onderling. Nu halen de linkse partijen bij elkaar geen veertig zetels meer.

Waarom kan de SP de dominante positie van de PvdA niet overnemen?

Lees deze analyse/column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Eindelijk: een heuse eurodiscussie, maar nu wel doorpakken

Afgelopen dinsdag vond er op het hoofdkantoor van ABN Amro een heus economendebat plaats over de houdbaarheid van de euro. Het was een goede stap om over de euro in discussie te gaan. Maar nu is een volgende, meer inhoudelijke discussie over de alternatieve euroscenario’s noodzakelijk.

Op het hoofdkantoor van ABN Amro, de bank waar wij alle Nederlanders eigenaar van zijn, vond een debat plaats over de houdbaarheid van de euro. De locatie is opmerkelijk, omdat de opeenvolgende Nederlandse regeringen altijd categorisch hebben ontkend dat de euro in gevaar is. Over alternatieven voor de euro mocht nooit worden gediscussieerd, zoals hier betoogd.

Het debat ging tussen Han de Jong, hoofdeconoom van ABN Amro, en Bruno de Haas, schrijver van het boek ‘Laat de leeuw niet in zijn hempie staan’. De Jong, sprekend op persoonlijke titel, gelooft in de euro en De Haas stelt dat hij uiteindelijk niet houdbaar is. Het betoog van De Jong komt er grofweg op neer dat wat de Amerikanen hebben gekund met de dollar, Europeanen ook moet lukken met de euro. De Haas is defaitistischer en ziet te veel onoverkomelijke verschillen tussen diverse Europese (sub)culturen als reden voor de uiteindelijke val van de euro.

Een ander interessant verschilpunt gaat over de ‘wealth transfers’ van noord naar zuid. Volgens De Haas moet er nu gemiddeld zo’n 2,5% van het bbp van de rijkere landen naar de periferie om de euro overeind te kunnen houden. Hij gelooft dat de rijkere landen uiteindelijk niet bereid zijn die wealth transfers op te brengen. De Jong is idealistischer en denkt dat wij hier wel toe bereid zijn. De Jong: ‘meer dan 40% van het bpp in Nederland is feitelijk wealth transfer van rijke naar armere provincies en van rijke naar arme mensen in ons land, dan is 2,5% – als dit cijfer klopt – voor onze Griekse, Italiaanse en Spaanse vrienden ook wel op te brengen.’

Helaas kan hier nu niet uitgebreid inhoudelijk op het eurodebat worden ingegaan, daarom drie korte algemene reacties. Ten eerste is het opvallend dat discussies over de euro, zo ook deze, bijna altijd technocratisch van aard zijn. Er wordt vaak aan voorbij gegaan dat de hele opzet (en eventuele uitbouw) van de eurozone tot stand komt via schending van regels en democratische beginselen, zoals eerder hier betoogd.

Verder, bij het denken over de eventuele verdere vervolmaking van de eurozone met een politieke-, banken- en fiscale unie (inclusief eurobonds), zoals De Jong dat voorstaat, wordt geen moment stil gestaan bij de vraag of de gemiddelde Europeaan dat eigenlijk wel wil en hoe democratisch de besluitvorming hierover is. De politiek probeert discussies over de transferunie en over waarom wel of niet een bankenunie of eurobonds enzovoort, angstvallig buiten het debat te houden.

Lees deze column van Harry Geels verder op De Financiële Telegraaf

The sputtering engine

“The world cannot afford a European lost decade,” says Jacob Lew, America’s treasury secretary. The latest European figures were uninspiring. In the third quarter the euro zone grew by just 0.6% at an annualised rate. This sluggishness was not primarily due to the countries hit hardest by the crisis—Greece’s economy grew faster than any other euro-zone country, and Spain and Ireland are recovering. Rather, it is the core countries that are exhausted—and few more so than the biggest, Germany. It grew by just 0.1% in the third quarter, after contracting by the same amount in the previous three months.

Angela Merkel, the German chancellor, has been subject to a rising chorus of foreign criticism. Germany should do more to stimulate domestic consumption and investment, goes the refrain. This would help countries like France and Italy as they undergo tough structural reforms. Higher imports would also reduce Germany’s current-account surplus, the largest in the world and a cause of imbalances within Europe and beyond. Stimulating demand would push up prices, which could save the euro zone from tipping into deflation. Prices in the zone rose at an annualised 0.4% in October, far below the 2% ceiling set by the European Central Bank (ECB).

Lees verder op The Economist

Brussel vs Timmermans: 1-0

Referendum EU Associatieverdrag Oekraïne

Door Jelte Wiersma

Frans Timmermans is vermalen door Brusselse logica over plastic zakjes en heeft zijn eerste strijd tegen Brusselse regels verloren. De logica van de Europese Unie leidt namelijk altijd tot meer regels.

De op zaterdag 1 november aangetreden Timmermans vond een door de vorige Europese Commissie voorgesteld plastic zakjesverbod een tekenend voorbeeld van doorgeslagen bemoeienis. En dus wilde hij er vanaf. Landen kunnen als ze willen immers zelf wel een verbod afkondigen.

Maar zo werkt het niet. Het Europees Parlement – groot voorstander van een verbod – sloot maandag een overeenkomst met de verantwoordelijke ministers van de 28 Unie-landen om stapsgewijs tot een vermindering van de productie en verkoop van zakjes te komen.

Onder meer Frankrijk en Oostenrijk willen nationaal een verbod invoeren maar vrezen dat niet te kunnen doen wegens Europese regels. Er is immers, deels althans, één Europese economische ruimte. Dat betekent één speelveld voor producten, die aan dezelfde eisen moeten voldoen én vrij verhandelbaar zijn.

Een plastic zakjesproducent zou een zaak kunnen aanspannen en die komt dan uiteindelijk bij het Europees Hof voor Justitie in Luxemburg. Dat Hof heeft een traditie van het zo Europees mogelijk uitleggen van politieke afspraken tussen de Unie-landen. De zorg van Frankrijk en Oostenrijk is dan ook gerechtvaardigd.

Landen die van de zakjes af willen, zijn daarom genoodzaakt op Unie-niveau afspraken te maken. En dat gebeurde ondanks Timmermans’ verzet dan ook.

Lees verder op Elsevier >>>