Tijd voor een referendum over Europa?

GeenStijl is in juli de petitie GeenPeil gestart. Ze willen dat er een referendum komt waarin burgers zich kunnen uitspreken over het verdrag dat op stapel staat tussen de EU en Oekraïne. Waar gaat het over en heeft het kans van slagen? Verslaggever Hella Hueck beantwoordt vijf vragen over het verdrag en GeenPeil.

1. Wat is een associatieverdrag?
Associatie-overeenkomsten zijn bindende afspraken die de Europese Unie met andere landen sluit. De overeenkomst is gericht op verregaande samenwerking tussen de EU en het betreffende land. Zo’n verdrag wordt meestal gezien als een voorportaal tot een lidmaatschap van de Europese Unie. We hebben zulke overeenkomsten al met landen als Macedonië (sinds 2004), Servië en Albanië.

Een associatie-overeenkomst is gericht op economische samenwerking. Zo moeten partijen import- en exporttarieven en quota afbouwen. Maar economie is al snel ook politiek. In het verdrag worden ‘gemeenschappelijke waarden’ geformuleerd en moet Oekraïne zijn rechtsstaat en democratie versterken en de mensenrechten beter respecteren. Er zitten ook elementen van ontwikkelingssamenwerking in de overeenkomst. Zo staat er dat ‘Oekraïne in aanmerking komt voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering’. Het land staat er financieel beroerd voor en torst een staatsschuld van 70 miljard met zich mee.

Als je tijd over hebt: hier kun je meer dan 300 pagina’s tellende verdrag doorakkeren. Het gaat overigens niet alleen om Oekraïne, we hebben ook met Moldavië en Georgië zo’n verdrag.

2. Waar staan we nu met dat associatieverdrag?
Het Verdrag is in juni 2014 ondertekend door de Europese Unie en Oekraïne. Maar het is een akkoord waar niet alleen de EU over gaat. De lidstaten moeten het in hun parlementen óók goedkeuren. Dat heet een ‘gemengd akkoord’. In Nederland is dat al gebeurd. Afgelopen juli stemde de Eerste Kamer in met het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne. De Tweede Kamer deed dat al eerder. Vrijwel alle lidstaten hebben de overeenkomst reeds goedgekeurd. Het verdrag moet op 1 januari 2016 in werking treden.

Lees verder op RTL Nieuws >>>

Alle begin is moeilijk, ook het referendum

Burgers hebben de eerste stappen gezet om een referendum af te dwingen. Maar waarom is daar zo weinig aandacht voor, vraagt Joop van Holsteyn zich af.

Het blijft lastig, zoiets nieuws als een referendum in Nederland. Toen het ruim een jaar geleden wettelijk mogelijk werd om een landelijk raadgevend referendum te organiseren, was daar in de media niet of nauwelijks aandacht voor. Die mogelijkheid werd praktisch effectief vanaf 1 juli 2015. Vanaf dat moment konden kiesgerechtigde burgers via dit middel proberen aan de democratische bel te trekken.

Of zij dat vervolgens zouden doen, was een beetje de vraag. Niet alleen omdat die nieuwe wet zo weinig aandacht kreeg, terwijl het wel degelijk ging om een wezenlijke uitbreiding van het democratische arsenaal van burgers. Maar vooral omdat het verleden weinig hoopgevend was. Nederland kende eerder een wettelijke voorziening, de zogeheten Tijdelijke referendumwet, maar deze wet verliep op 1 januari 2005 zonder dat er ook maar één keer gebruik van was gemaakt. Het referendum over de zogenaamde Europese Grondwet van 2005 was apart geregeld, voor een eenmalige volksraadpleging. En de uitslag van precies dat referendum smaakte bij een groot deel van de gevestigde politieke elite zacht gezegd niet naar meer, integendeel.

Maar de Wet raadgevend referendum kwam er, al had het een mooi poosje geduurd. En verdraaid, er is reeds gebruik van gemaakt! Met nogmaals opmerkelijk weinig aandacht in de media. In een persbericht van 13 augustus op de website van de Kiesraad wordt echter keurig melding gemaakt van het nieuws, want nieuws is het. ‘Er zijn meer dan tienduizend geldige verzoeken ingediend voor het houden van een referendum over de wet tot goedkeuring van een Associatieovereenkomst met Oekraïne. Daarmee gaat deze wet door naar de volgende, definitieve fase’, aldus het bericht.

Inderdaad, met het succesvol inzamelen van tienduizend handtekeningen – aangejaagd door GeenStijl en Burgercomité=EU – is de eerste horde genomen. In de volgende, definitieve fase, die loopt van 18 augustus tot en met 28 september, moeten nogmaals handtekeningen worden verzameld. Niet minder dan 300.000 geldige individuele verzoeken in deze fase, om bij succes een raadgevend referendum, dat wil zeggen een (ongevraagd) advies van de bevolking aan Tweede Kamer, af te dwingen.’Burgers willen uitbreiding EU frustreren’, kopte NRC Handelsblad verleden week boven een klein bericht over het vooralsnog geslaagde referenduminitiatief. Dat is wel heel erg zuinig, maar daarom niet minder tekenend. Maar hoe men ook denkt over het referendum als democratisch middel, in het bijzonder in een representatieve democratie, en hoe men verder staat tegenover de ontwikkelingen binnen de EU, het is een gegeven dat de Nederlandse democratische traditie wordt verrijkt. Het feit dat bijvoorbeeld GeenStijl hier een rol bij speelt of dat het middel nogmaals ingezet lijkt te worden in de strijd tegen wat Geert Wilders waarschijnlijk ‘Hun Brussel’ zal noemen, doet daar niets aan af.

Nederland lijkt zich te voegen bij de ruime groep landen met een vertegenwoordigende democratie met daarbinnen de mogelijkheid voor burgers om zich zo af en toe eens anders dan bij verkiezingen uit te spreken. Dat daarvoor in het politieke en publieke debat zo weinig aandacht is, is curieus. De democratische, politieke inrichting en werking van Nederland is kennelijk niet bijster boeiend, nauwelijks nieuwswaardig. En die stilte geeft toch een beetje te denken waar het de open, in democratische vernieuwingen geïnteresseerde houding betreft, niet in de laatste plaats van de media. Maar goed, alle begin is moeilijk, ook het begin van wat, wie weet, over enkele decennia een bloeiende, vitale referendumtraditie in Nederland blijkt te zijn.

Trouw, 20 augustus 2015

NL is verworden tot export gericht lage-lonen land en belastingparadijs voor multinationals

Er is niet links en rechts, er is het extreme midden en de rest.

Iedereen die links is, kent de totale verbijstering. Het partijprogramma van de PvdA is links. In verkiezingstijd zijn de uitspraken van de PvdA-lijsttrekker links. De rapporten van het Wetenschappelijk Bureau zijn links.

Maar als na de verkiezingen een coalitie –welke samenstelling ook, hoe groot het PvdA-aandeel ook- gevormd is, dan is het beleid rechts. Zo ging het in 1994. Zo ging het in 1998. Zo ging het in 2006. En zo ging het ook na 2012: alsof Polanyi nooit geschreven heeft, dwong Klijnsma bijstandsgerechtigden tot proto-dwangarbeid; alsof multinationals geen fiscale deals sluiten met het Ministerie van Financiën, legde de kamerfractie samen met de PVV per motie vast dat Nederland geen belastingparadijs is; alsof het ISDS niet de natte droom is van het bedrijfsleven, steunt Ploumen TTIP. En Dijsselbloem liet bankiers van SNS Reaal tijdens de redding in 2013 hun bonussen houden maar zaagt Griekse gepensioneerden bij hun knieën af. Natuurlijk, PvdA-leden wisten te voorkomen dat ongedocumenteerden verder gecriminaliseerd worden. Maar als het tegenhouden van één rabiaat rechts plan -hoe noodzakelijk en knap dat verzet ook is – volstaat om als links te gelden, dan stelt links niets voor.

Hoe het gapende gat tussen woord en daad te verklaren? Inderdaad, coalitievorming gaat niet zonder compromissen, niet zonder water in de wijn, niet zonder het bouwen van bruggen, niet zonder over schaduwen heen te springen, niet zonder nuance, niet zonder realiteitszin. Allemaal waar, maar Tariq Ali geeft in zijn recente boek The Extreme Centre een andere verklaring. De verklaring is zijns inziens eigenlijk doodeenvoudig. Sociaaldemocraten handelen niet links, omdat zij niet links zijn. Zo simpel is het.

Lees deze column van David Hollanders verder op Joop >>>

Euro puppets, the European Commission’s remaking of civil society

Al in 2013 werd deze ‘discussion paper’ van Christopher Snowdon bij en door het Institute of Economic Affairs gepubliceerd. Hieronder volgt de samenvatting, voor degenen die meer willen weten, daaronder de link naar dit zeer lezenswaardige document.

  • With public confidence in the European project waning, the idea of initiating a ‘civil dialogue’ with the public emerged in the mid-1990s as a way of bolstering the EU’s democratic legitimacy.
  • Citizens have not been consulted directly, however. Instead they have been ventriloquised through ‘sock puppet’ charities, think tanks and other ‘civil society’ groups which have been handpicked and financed by the European Commission (EC). These organisations typically lobby for closer European integration, bigger EU budgets and more EU regulation.
  • The composition of ‘civil society’ at the EU level is largely dictated by which groups the Commission chooses to fund. There has been a bias towards centre-left organisations, with a particular emphasis on those promoting policies that are unpopular with the public, such as increasing foreign aid, restricting lifestyle freedoms and further centralising power within EU institutions.
  • The EC’s favoured civil society organisations are also marked by a homogeneous worldview and similarity of jargon. The literature and websites of these groups suffocate the reader with vague rhetoric about ‘stakeholders’, ‘sustainability’, ‘social justice’, ‘capacity building’, ‘fundamental rights’, ‘diversity’, ‘equity’ and ‘active citizenship’.
  • Many of the groups which receive the Commission’s patronage would struggle to exist without statutory funding. For example, Women in Europe for a Common Future received an EC grant of €1,219,213 in 2011, with a further €135,247 coming from national governments. This statutory funding made up 93 per cent of its total income while private donations contributed €2,441 (0.2 per cent) and member contributions just €825 (0.06 per cent).
  • There is virtually no funding for organisations which seriously question the Commission’s direction of travel. By contrast, groups that favour closer union and greater centralisation are generously funded. The ‘Europe for Citizens’ programme which ‘gives citizens the chance to participate in making Europe more united, to develop a European identity, to foster a sense of ownership of the EU, and to enhance tolerance and mutual understanding’ has a €229 million budget for 2014-20.
  • Substantial EU funds are also used to support organisations that share the Commission’s environmentalist agenda. The Green 10 represent the largest of Europe’s environmental lobby groups, but dozens, if not hundreds, of like-minded ecological organisations also receive EU funding. The Commission freely admits that funds are given to environmental groups ‘to support policy development’.
  • Civil society groups in non-member countries are another funding priority for the Commission. In 2012/13, its Neighbourhood Civil Society Facility had a €22 million budget to be distributed to groups in Eastern Europe, North Africa and the Middle East, later increased to €45.3 million. Many Youth in Action grants have been given to projects in potential new member states such as ‘Unite Unite Europe!’ (Serbia), ‘Be Active, Be European!’ (Albania) and ‘Citizen of my country, citizen of my Europe!!’ (Kosovo).
  • The EC’s policy of picking allies and supporting them with taxpayers’ money has made the system more elitist and less democratic.

Lees de hele paper (pdf) van Christopher Snowdon >>>

Fundamentele democratisering

Het Griekse drama toont het dilemma van links. ‘Pragmatisch’ meeregeren met rechts, zoals Jeroen Dijsselbloem doet. Of net als Syriza de ideologische confrontatie aangaan, met het risico te verliezen. Tijd voor een nieuwe koers.

Er schijnt in ons land al geruime tijd een geheimzinnige wet te gelden die stelt dat politieke onvrede zich vertaalt in een stem op rechts. Aan die zijde zijn tevens de energie en het politieke initiatief te vinden. Linkse partijen lijken voornamelijk bezig te zijn met het etaleren van nuchtere bescheidenheid en regerings-fähigkeit.

De dramatische ontwikkeling van de Griekse crisis heeft het linkse vraagstuk verder op scherp gezet. Twee visies over de toekomst van de linkse politiek zijn daarbij recht tegenover elkaar komen te staan: de middenkoers van sociaal-democraten als Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom, en de neo-keynesiaanse hervormingskoers voorgestaan door Syriza en progressieve economen.

Het Griekse Syriza is de eerste linkse partij die openlijk geprobeerd heeft het Europese bezuinigingsbeleid te bevragen en te veranderen. Nu Syriza het onderspit heeft gedolven en de hele Griekse samenleving als een stoute schooljongen in de hoek is gezet, lijkt de rebellie voorlopig neergeslagen. Tegelijkertijd zwelt de kritiek enkel verder aan. Ook gematigd progressieve stemmen voegen zich nu bij het koor van criticasters van de Europese politiek. De fijne breuklijnen tussen noord en zuid, links en rechts, eurofielen en eurosceptici waren er al langer. Ze zijn nu open en bloot aan de oppervlakte getreden, voor iedereen te zien. De weg naar Europese eenwording, een traject dat volgens Angela Merkel alternativlos en onomkeerbaar was, is zijn aura van onvermijdelijkheid kwijt.

Voor de linkse politiek is de Griekse crisis extra betekenisvol, omdat de vernederende ondergang van het neo-keynesiaanse alternatief is bewerkstelligd met openlijke steun van sociaal-democraten als Dijsselbloem, Samsom, de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz en de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel. De twee kampen zijn in de afgelopen maanden rechtstreeks tegenover elkaar komen te staan. Een scheiding der geesten heeft plaatsgevonden die eveneens haar uitwerking zal hebben op de Nederlandse politiek, al is het alleen al omdat het Griekse crisisbeleid veel overeenkomsten heeft met de koers die Dijsselbloem voorstaat in de rest van Europa, dus ook in Nederland.

Lees verder op de Groene via Blendle >>>

Sneven op Brusselse technocraten

De democratie in Europa wordt volgens Ewald Engelen al vele jaren met voeten getreden. Met de huidige Griekse crisis is een voorlopig dieptepunt bereikt en dat brengt de nodige risico’s met zich mee. ‘Voor je het weet creëer je martelaren van de democratie.’

Met het Dictaat van Athene bestaat er geen twijfel meer over het ware doel van het Europese project. De transformatie van nationale democratieën in oligarchische technocratieën, teneinde de neoliberale droom van de European Roundtable of Industrialists uit de vroege jaren tachtig eindelijk te kunnen voltooien: totale mobilisatie voor de export.

Argwanende zielen hadden het al eerder door. Begin jaren negentig bijvoorbeeld, met de introductie van de Interne Markt, die de Europese gemeenschap transformeerde tot een paradijs voor loonkostenarbitreurs en laagopgeleide Nederlanders voor het eerst confronteerde met wat het betekende om te moeten concurreren met veel goedkopere Grieken, Portugezen en Spanjaarden. Of eind jaren negentig, toen de Europese elite aanstuurde op een monetaire unie tussen landen met uiteenlopende verdiencapaciteiten, geschiedenissen en culturen. Of in 2005, toen het afgewezen gedrocht van een Europese Constititutie via de achterdeur alsnog werd ingevoerd.

Of in 2010, toen Merkel de Griekse en Italiaanse democratische mandaten met voeten trad door er twee meegaande vazallen te parachuteren, die moesten uitvoeren wat gekozen regeringen weigerden te doen: het afbreken van sociale grondrechten. Of in 2012, toen Brusselse technocraten in samenspraak met gekozen regeringsleiders buiten het zicht van nationale parlementen een begrotingsgevangenis optuigden die tekorten ongrondwettelijk maakte en daarmee de beleidsruimte voor toekomstige regeringen beperkte tot wat volgens de neoliberale leer acceptabel was.

Of in 2013 toen de Raad van State een onthutsende ‘Voorlichting’ publiceerde waarin dit gezaghebbende college van staat haar grote zorgen uitsprak over de gevolgen voor de Nederlandse beleidssoevereiniteit van het zogenaamde ‘Europese semester’, dat begin en eind van de Nederlandse begrotingscyclus naar Brussel verschoof – en waar in de Tweede Kamer vervolgens geen haan naar kraaide.

Werden de eerste stappen naar technocratië nog verguld met gloedvolle verhalen van voorspoed, vrede en democratie, sinds 2010 wordt de ene Ausnahmezustand aan de andere geregen om nieuwe schreden op het pad naar voltooiing van de Unie te kunnen zetten zonder te worden gedwarsboomd door onwillige kiezers, opgezweept door wat sinds de crisis populistische rattenvangers heten. Ik gebruik hier met opzet het Duits. Want wat er de afgelopen jaren in Brussel is gebeurd, lijkt zo van de nationaal-socialistische rechtsfilosoof Carl Schmitt te zijn afgekeken.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op FTM >>>

Greece is the latest battleground in the financial elite’s war on democracy

From laissez-faire economics in 18th-century India to neoliberalism in today’s Europe the subordination of human welfare to power is a brutal tradition.

Greece may be financially bankrupt, but the troika is politically bankrupt. Those who persecute this nation wield illegitimate, undemocratic powers, powers of the kind now afflicting us all. Consider the International Monetary Fund. The distribution of power here was perfectly stitched up: IMF decisions require an 85% majority, and the US holds 17% of the votes.

The IMF is controlled by the rich, and governs the poor on their behalf. It’s now doing to Greece what it has done to one poor nation after another, from Argentina to Zambia. Its structural adjustment programmes have forced scores of elected governments to dismantle public spending, destroying health, education and all the means by which the wretched of the earth might improve their lives.

The same programme is imposed regardless of circumstance: every country the IMF colonises must place the control of inflation ahead of other economic objectives; immediately remove barriers to trade and the flow of capital; liberalise its banking system; reduce government spending on everything bar debt repayments; and privatise assets that can be sold to foreign investors.

Using the threat of its self-fulfilling prophecy (it warns the financial markets that countries that don’t submit to its demands are doomed), it has forced governments to abandon progressive policies. Almost single-handedly, it engineered the 1997 Asian financial crisis: by forcing governments to remove capital controls, it opened currencies to attack by financial speculators. Only countries such as Malaysia and China, which refused to cave in, escaped.

Consider the European Central Bank. Like most other central banks, it enjoys “political independence”. This does not mean that it is free from politics, only that it is free from democracy. It is ruled instead by the financial sector, whose interests it is constitutionally obliged to champion through its inflation target of around 2%. Ever mindful of where power lies, it has exceeded this mandate, inflicting deflation and epic unemployment on poorer members of the eurozone.

Lees deze fantastische column van George Monbiot verder op The Guardian

Tsipras: dit is een viering van de democratie

‘Wij Grieken zijn vastbesloten onze toekomst in eigen hand te nemen. Wat er zondag ook gebeurt, dit is een viering van de democratie”. Dat zei de Griekse premier Alex Tsipras vrijdagavond in het centrum van Athene, waar hij tienduizenden demonstranten toesprak.

Wij Grieken zijn vastbesloten onze toekomst in eigen hand te nemen. Wat er zondag ook gebeurt, dit is een viering van de democratie”. Dat zei de Griekse premier Alex Tsipras vrijdagavond in het centrum van Athene, waar hij tienduizenden demonstranten toesprak.

Hij riep de Grieken opnieuw op ‘nee’ te stemmen bij het referendum van komende zondag. Tien miljoen Grieken mogen zich dan uitspreken over meer hervormingen in ruil voor extra steun in Griekenland. ‘Laten we een trots ‘nee’ zeggen tegen ultimatums en tegen degenen die ons chanteren”, aldus Tsipras. ‘Met een tegenstem kiest de Griek ervoor in waardigheid te leven in Europa.”

Hij kreeg bijval van de menigte, die ‘Ochi, ochi, ochi” (Nee, nee, nee) scandeerde. In Athene zijn vrijdagavond zowel voorstanders als tegenstanders van hervormingen de straat opgegaan. Er is veel politie op de been om ja- en nee-stemmers uit elkaar te houden. Peilingen laten zien dat de twee kampen min of meer gelijk opgaan.

Lees verder op Trouw >>>