Chinese miljardair loopt binnen met uitverkoop van Portugal

Kent u die Portugese plofbankier nog? Ricardo Espírito Santo laat de naar zijn familie vernoemde BES-bank klappen. Vlak daarvoor trekt hij er nog een appeltje voor de dorst van €1 miljard uit, dat nu veilig op een rekening op de Cayman Islands staat. BES stort vervolgens in en wordt uiteindeliijk door de Portugese (en dus de Europese) belastingbetaler gered. Naar nu blijkt krijgt de op vier na rijkste familie van Hong Kong de gezonde onderdelen voor niet meer dan een fooi.

Het complete relaas van de het geslacht Espírito Santo leest u hier. Ruim een eeuw geleden begon het met casino’s vanuit welke later financiële diensten werden aangeboden. Tot eerder dit jaar was Banco Espírito Santo (BES) de grootste van Portugal, met een balanstotaal van ruim €80 miljard. In Europees verband is dat een bescheiden bedrag.

Begin juni 2014 gaat het mis. De autoriteiten vermoeden dat de balans is opgeklopt, er ontstaat een acuut liquiditeitsprobleem en er volgt zelfs een politie-inval bij het hoofdkwartier in het fiscaal vriendelijke Luxemburg. BES krijgt €4,9 van de overheid, maar dat geld komt uit een groter potje dat Portugel van de EU kreeg om de banken op te schonen.

Toch vreemd, want MinFin Jeroen Dijsselbloem beloofde ons tijdens de Cypriotische crisis nog zo dat voortaan aandeel- en obligatiehouders van banken aangeslagen zouden worden bij een bancair faillissement, niet de belastingbetaler. Het principe mocht geen ’template’ genoemd worden maar het idee was duidelijk. Dat blijkt toch tegen te vallen. Bij de bezitters en schuldeisers van BES is voldoende te halen, zo blijkt uit de jaarrekening van 2013. Toch worden ze gespaard.

Lees dit artikel van Arno Wellens verder op 925

Pensioenbeleid toch naar EU

Op dinsdag 10 juni maakten de pensioenwoordvoerders met staatssecretaris Klijnsma afspraken over de voortgang van de onderhandelingen over een Europees voorstel voor bedrijfspensioenfondsen. De Kamer heeft een parlementair voorbehoud geplaatst voor de behandeling van dit EU-voorstel. Dit voorbehoud betekent dat het kabinet bij besprekingen in Brussel geen onomkeerbare stappen mag zetten, tot er afspraken zijn gemaakt op dit dossier tussen Kamer en kabinet. Zo blijft de Kamer betrokken bij de besluitvorming in Europa.

Met het EU-voorstel zou het voor pensioenfondsen makkelijker moeten worden om in verschillende Europese landen actief te zijn. Ook zijn de regels bedoeld om het goede bestuur en risicomanagement van de pensioenfondsen te bevorderen. Verder wil de EU de informatievoorziening voor deelnemers aan pensioenfondsen verbeteren, bijvoorbeeld door middel van het universeel pensioenoverzicht. Ten slotte zijn de regels bedoeld ter verbetering van het toezicht op pensioenfondsen. Toezichthouders moeten goede instrumenten hebben om in te grijpen als dat nodig is.

Het kabinet heeft eerder verklaard dat het in grote lijnen eens met het EU-voorstel. Wel vindt het kabinet de bepalingen over het universeel pensioenoverzicht wel erg gedetailleerd. Dit zou ertoe kunnen leiden dat pensioendeelnemers te veel en ongerichte informatie krijgen. De Tweede Kamer is minder te spreken over het voorstel. Ze vindt dat het voorstel te veel ingrijpt op het Nederlandse pensioenstelsel. De Kamer heeft daarom aan de rem getrokken. Als enig parlement in de Europese Unie heeft zij een negatief subsidiariteitsoordeel over het voorstel uitgesproken.

Echter, het AD meldt vandaag dat zonder overleg met de Kamer Nederland alsnog afstevent af op een Europees pensioenbeleid. Dat blijkt uit een document waarmee Nederland zo nodig morgen wil instemmen. CDA-woordvoerder Pieter Omtzigt is ‘nijdig’ dat de Kamer is gepasseerd en eist opheldering. De Kamer dreigde eerder met een gele kaart om ‘het beste pensioenstelsel ter wereld’ in Nederlandse handen te houden. Brussel spreekt nu van ‘de eerste wetgevende stap op weg naar een Europese bedrijfspensioenvoorziening’.

Hieronder in een tweet van Pieter Omtzigt vindt u de link naar de betreffende Kamervragen die dinsdagochtend beantwoord moesten worden.

Bron: AD van dinsdag 9 december 2014

Update:

Meer informatie in het dossier van de Tweede Kamer

Brusselse angstzaaierij over Brexit niet overtuigend voor economisch florerend VK

No-one thinks Britain is out of it yet. But as the UK creams the Eurozone in economic performance, we are reminded that the scaremongers in Brussels have nothing to give, and that we must get Britain out of the EU, pronto!

Compare and contrast the economies of Britain and the Eurozone. The former is the fastest growing economy in the G7 and on track to be in a spending surplus by 2019. The latter is crippled by a “one-size-fits-all” approach to economics and on the brink of yet another crisis. Is anyone still in doubt about how much better off Britain would be out of the EU?

Pro-Europeans are fond of telling us what Britain can’t do outside the European Union. In particularle, they say we can’t reclaim our position as a global trading nation without the EU. Looking back on the progress Britain has made since 2010 – halving the deficit and becoming the fastest growing major economy in the world – proves with a bit of determination the Great British Public can do anything.

By leaving the EU, we can negotiate our own free trade agreements with countries all over the world, boosting both our economy and employment.

Whilst the EU negotiates free trade agreements which include Britain, because it also caters to the interests of the other 28 member states, the process takes far longer than it should. For example, the EU has been negotiating a free trade agreement with India for the last 7 years – since 2007. And there is still no end in sight for a signature on the dotted line. Britain is not the EU’s priority.

Nor are the economic benefits of our leaving the EU confined to trade. Currently just 5 percent of British businesses trade with the EU, with the majority trading within a 5-mile radius of their location. Despite this, 100 percent of British businesses are forced to adhere to the excessive red tape spewed out of Brussels on a daily basis, in spite of the fact they neither buy from nor sell to the EU.

As Eurosceptic MEP Dan Hannan often points out, the European Commission’s own research has argued the Single Market benefits the European economy by just €120 billion a year, whilst EU regulation costs the European economy €600 billion a year.

If we left the EU and only the 5 percent of British businesses who traded with Europe were bound by their regulations, our economy would boom.

Lees deze column van Luke Stanley verder op The Commentator

Gaat Draghi Italië redden op kosten van Noord-Europa?

Italien befindet sich in einem kritischen Zustand. Die Regierung von Matteo Renzi hat bisher – ähnlich wie jene von Francois Hollande – keinerlei Reform-Absichten erkennen lassen. Eine Diskussion in der EZB zeigt: Die Italiener verlassen sich auf den einsamen Retter Mario Draghi. Die Banken Italiens werden die Haupt-Begünstigten der nächsten Geldschwemme. Das Risiko wandert in Richtung Norden.

Italiens Kreditwürdigkeit wurde am Freitag von Standard & Poor’s von BBB auf „BBB -“ herabgesetzt und nähert sich damit dem Ramsch-Niveau. Und dies trotz der Hoffnung auf Staatsanleihenkäufe durch die EZB, vornehmlich aus Italien. Standard & Poor‘s begründet die Herabstufung mit der Prognose eines deutlichen Anwachsens des italienischen Schuldenbergs in den kommenden Jahren.

Schon Ende dieses Jahres schwillt Schätzungen zufolge Italiens Staatsverschuldung auf 135 Prozent gemessen an der Wirtschaftsleistung an.

Italien befindet sich in der Rezession. Im zweiten Quartal 2014 war die Wirtschaft um 0,2 Prozent geschrumpft und dies zum zweiten Mal in Folge.

Einem Bericht von Reuters zufolge plant EZB-Chef Draghi, das QE-Programm (Quantitative Easing) einschließlich der ABS-Papiere deutlich über 1.000 Milliarden Euro auszuweiten.

Offenbar gibt es im EZB-Rat eine Diskussion darüber, vorrangig Staatsanleihen aus Italien zu kaufen. Bisher war angedacht, Bonds von allen Staaten im Euroraum gleichermaßen aufzukaufen, bzw. entsprechend den EZB-Kapitalquoten. Dies hätte bedeutet, dass vorrangig deutsche Anleihen, danach französische und erst an dritter Stelle italienische Anleihen von der EZB gekauft werden sollten.

Draghi hätte sich damit dem Vorwurf der monetären Staatsfinanzierung entzogen. Gleichwohl werden durch ein breit angelegtes Staatsanleihen-Kaufprogramm (OMT) Risiken zwischen den Euro-Ländern umverteilt. Für eine solche Umverteilung gibt es kein EZB-Mandat.

Doch nun steht auf der Agenda, vorzugsweise italienische Staatsanleihen in die EZB-Bilanz aufnehmen, vorgeblich wegen der höheren Zinsen die Italien im Gegensatz zur Verzinsung deutscher Bonds (Spreads) zahlen muss.

Die Zinsen für Bonds im Euroraum wurden ohnehin nach unten gedrückt, nachdem Draghi mit seiner Ankündigung „whatever it takes to save the Euro“ die Märkte beruhigt hatte, indem er damit versicherte, den Banken und Anlegern ihre Investitionen in Bonds auch aus Krisenländern wie Italien abzunehmen.

Sollte sich Draghi im EZB-Rat durchsetzen, so könnte er tatsächlich bevorzugt italienische Staatsanleihen in die Bilanz aufnehmen.

Damit würde Draghi vorrangig italienischen Banken entlasten. In deren Bilanzen befinden sich Staatsschuldpapiere im Volumen von knapp 400 Milliarden Euro, die beim Banken-Stresstest als „risikolos“ eingestuft wurden.

Lees verder op DWR

EU trekt waarschijnlijk hervormingen ’too big to fail’ banken in

De Europese Commissie zal mogelijk haar voorstellen voor het hervormen van de sector van de grootbanken weer intrekken. Dat blijkt uit een brief van de nieuwe Europees commissaris voor Financiële Diensten, de Brit Jonathan Hill (foto). De hervorming werd begin dit jaar gelanceerd en geldt enkel voor de ongeveer dertig grootste Europese banken die als ’too big to fail’ worden beschouwd.

De brief is gericht aan de Nederlandse vicevoorzitter van de Europese Commissie, Frans Timmermans. Hij moet erop toezien dat de Commissie enkel wetsvoorstellen lanceert die een meerwaarde bieden, onder het motto ‘Europa moet groot zijn in het grote, en klein in het kleine’. Het Franse persbureau AFP kon de hand leggen op de brief.

“We zullen moeten bekijken welke vooruitgang gerealiseerd wordt betreffende het voorstel voor een structurele hervorming van de banken, want lidstaten verzetten zich ertegen op velerlei manieren”, schrijft Hill. Het intrekken van het voorstel dat zijn voorganger Michel Barnier in januari 2014 lanceerde “zou volgend jaar een van de opties kunnen zijn als de lidstaten zich er niet achter kunnen scharen”. Nu al overgaan tot het afvoeren van de wetsvoorstellen zou “prematuur” zijn, voegt hij eraan toe.

De voorstellen in kwestie vormen het sluitstuk van de hervorming van de financiële sector die Europa de voorbije jaren doorgevoerd heeft. De grootbanken zouden vanaf 2017 niet meer voor eigen rekening handel mogen voeren, terwijl een strikte scheiding van de dagdagelijkse en de risicovolle bankactiviteiten er niet a priori zou komen. Nationale toezichthouders zouden volgens het voorstel wel de bevoegdheid krijgen banken te verplichten bepaalde activiteiten in aparte wettelijke entiteiten onder te brengen.

Lees verder op De Morgen

Onhandigheid en naïviteit overheersen in Europa’s buitenlandbeleid

De crisis in Oekraïne, die ruim een jaar geleden begon, heeft een fundamenteel probleem van het buitenlandbeleid van Europa blootgelegd. In Brussel denken verlichte beleidsmakers dat invloedssferen tot het verleden behoren. Maar door haar goedbedoelde optreden veroorzaakt Europa juist onrust aan de buitengrenzen.

Eind november vorig jaar stemden de Oekraïense regeringspartijen tegen zes wetswijzigingen. Met deze actie maakte Kiev duidelijk dat ze het associatieakkoord met de Europese Unie definitief niet ging ondertekenen. Diezelfde avond stroomde het Maidanplein vol met pro-Europese demonstranten. Weinig aanwezigen zullen vermoed hebben dat hun land een jaar later in een slepende en uitzichtloze burgeroorlog zou verkeren.

Dat het associatieakkoord de directe aanleiding vormt van het conflict is uitermate wrang. Het akkoord is namelijk een belangrijke pijler in het Europese nabuurschapbeleid dat juist stabiliteit moet creëren aan de buitengrenzen van de Unie. In plaats daarvan heeft het tot een regionaal conflict geleid en is de relatie met Rusland nog nooit sinds de Koude Oorlog zo slecht geweest. Het contraproductieve resultaat van haar acties in Oekraïne schudt de EU ruw wakker uit de liberale droom waarin vrede en stabiliteit door economische hervorming en democratisering bereikt worden.

Teleurstelling overheerste bij de Europese leiders op 29 november vorig jaar. Ze waren in Vilnius bijeengekomen voor het ondertekenen van associatieakkoorden met verschillende Oost-Europese landen. De EU-top moest het feestelijke sluitstuk zijn van jarenlange onderhandelingen. Alles stond al op papier, alleen de handtekeningen ontbraken nog. De verbazing was dan ook groot toen de belangrijkste ondertekenaar zich plotseling terugtrok. Onder druk van Rusland besloot president Janoekovitsj zijn handtekening niet te zetten onder van het verdrag dat Oekraïne sterk aan de EU zou verbinden.

De Russische leiders moeten zenuwachtig zijn geworden toen ze het associatieakkoord onder ogen kregen. Hierin wordt namelijk duidelijk hoe ver Oekraïne zou integreren in de EU – en dat nu ook daadwerkelijk gaat doen nadat de nieuwe president Porosjenko het akkoord alsnog heeft ondertekend in juli. Door het opheffen van handelsbeperkingen en het gelijkschakelen van regels en standaarden krijgt Oekraïne veel makkelijker toegang tot de Europese markt. Ook reisbeperkingen worden opgeheven waardoor Oekraïners eenvoudiger naar EU-lidstaten kunnen reizen.

Aan deze grote economische voordelen zijn wel duidelijke voorwaarden gekoppeld. Zo moet Oekraïne haar democratie en rechtsstaat versterken en mensenrechten waarborgen. Ook al is er geen sprake van lidmaatschap, met het associatieakkoord zal Oekraïne zich het Europese project eigen maken.

Het liep uit op een oorlog. De vraag is hoe het zo mis heeft kunnen lopen. Is dat te wijten aan de volgens velen ‘verderfelijke’ Poetin-doctrine, of heeft de EU zelf ook steken laten vallen? Een nadere blik op de wereldvisies van Brussel en Moskou leert dat in het buitenlandbeleid van Europa onhandigheid en naïviteit overheersen.

Lees dit artikel van Pieter van der Lugt verder op De Groene

This transatlantic trade deal is a full-frontal assault on democracy

Brussels has kept quiet about a treaty that would let rapacious companies subvert our laws, rights and national sovereignty.

Remember that referendum about whether we should create a single market with the United States? You know, the one that asked whether corporations should have the power to strike down our laws? No, I don’t either. Mind you, I spent 10 minutes looking for my watch the other day before I realised I was wearing it. Forgetting about the referendum is another sign of ageing. Because there must have been one, mustn’t there? After all that agonising over whether or not we should stay in the European Union, the government wouldn’t cede our sovereignty to some shadowy, undemocratic body without consulting us. Would it?

The purpose of the Transatlantic Trade and Investment Partnership is to remove the regulatory differences between the US and European nations. I mentioned it a couple of weeks ago. But I left out the most important issue: the remarkable ability it would grant big business to sue the living daylights out of governments which try to defend their citizens. It would allow a secretive panel of corporate lawyers to overrule the will of parliament and destroy our legal protections. Yet the defenders of our sovereignty say nothing.

The mechanism through which this is achieved is known as investor-state dispute settlement. It’s already being used in many parts of the world to kill regulations protecting people and the living planet.

Lees deze column van George Monbiot verder op The Guardian

Draghi speel met vuur (2)

Ik kan er wel een feuilleton van maken. Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank, blijft met vuur spelen. Naar aanleiding van een speech van zijn vicepresident schreef ik al zoiets.

Vandaag zette hij zijn missie voor QE, quantitative easing, stevig door. Hij lijkt steeds minder aan te trekken van de zes tot acht ECB-bestuurders die tegen het opkopen van staatsobligaties zijn. IJzerenheinig zet hij in op dit wondermiddel. De markten rekenen er nu eenmaal op en Draghi wil blijkbaar graag leveren.

Vorige maand was er veel reuring na een bericht van persbureau Reuters. Daarin lekten centrale bankiers over de interne discussies. Dat leidde tot de nodige commotie waarop Draghi met zijn 23 collega’s in Frankfurt met een unanieme verklaring kwamen. De ECB wilde daarmee de indruk wekken dat het weer pais en vree was.

Waar gaat het om? De ECB heeft een reeks steunmaatregelen genomen. Ze verleent bankensteun (TLTRO) en koopt verpakte leningen (ABS) en obligaties (covered bonds) op. Draghi zei dat dit zou leiden tot een vergroting van de bankbalans tot het niveau van 2012. Omgerekend: € 1000 miljard.

Aanvankelijk was dit slechts een “verwachting”, dus de ECB was er niet op af te rekenen. En het zou de ECB niet dwingen meer te doen (QE bijvoorbeeld) als de verwachting niet zou worden gehaald. In latere bijeenkomsten sprak Draghi ineens van een “doel”. Daarmee zou de deur naar QE wel degelijk wagenwijd open te staan. Want wordt het doel niet gehaald, dat moet de ECB wel andere munitie inzetten.

Lees verder op de blog van Martin Visser