Europese actiedag tegen vrijhandelsverdrag VS-EU

In meer dan 100 Europese, Canadese en Amerikaanse steden werd deze zaterdag geprotesteerd tegen het mogelijke vrijhandelsverdrag tussen de VS en Europa. In Nederland werd er een manifestatie georganiseerd op het Beursplein in Amsterdam. Dit protest vond plaats in het kader van het groeiend verzet tegen het Transatlantic Trade and Investment Partnership, dat achter gesloten deuren wordt besproken, onder grote invloed van het internationale bedrijfsleven en met ingrijpende gevolgen voor het milieu, werknemers en consumenten.

Al meer dan een jaar onderhandelen de Europese Unie en de VS in het geheim zonder een noemenswaardige vorm van democratische controle, over een mogelijk vrijhandelsverdrag. De voorstanders claimen dat een succesvol akkoord miljarden euro’s en dollars kan opleveren en voor miljoenen nieuwe banen zorgt. Maar volgens critici is de beloofde economische groei vergelijkbaar met een Trojaans paard: de gewenste welvaartsgroei is zeer onzeker terwijl er tegelijkertijd wel sprake is van ongewenste gevolgen zoals de afbraak van bestaande regelgeving rondom arbeid, veiligheid en milieu aan beide zijden van de oceaan.

Naast deze ‘uitholling van sociale en milieustandaarden’, kent TTIP een voorziening die het bedrijven mogelijk maakt om overheden voor vele miljarden aan te klagen voor een supranationale privaat tribunaal. Bedrijven hechten veel belang aan dit zogenaamde Investor-State Dispute Settlement. Het probleem met ISDS is, dat het buiten de reguliere rechtsorde handelt en hiermee democratisch tot stand gekomen beleid onder druk zet.

De Europese Commissie heeft eerder actieve inspraak op TTIP door burgers van de hand gewezen. Dit ondanks toezeggingen om het onderhandelingsproces open en transparant te maken. Michael Efler, contactpersoon van het Europese Citizins Initiative (230 organisaties in 21 EU-landen): “De afwijzing van het ECI bevestigt alleen maar de strategie van de Commissie om de burgers en de parlementen van de TTIP en CETA-onderhandelingen uit te sluiten. In plaats van aandacht te hebben voor de zorgen van burgers, wordt er alleen naar de lobbyisten van het bedrijfsleven geluisterd.”

Bronnen:
SOMO
Facebook
Stop TTIP CETA TISA

En weer een vrijhandelsverdrag erdoor, nu CETA

Alles kan en mag zolang de handel maar meedogenlozer en totalitairder kan, en de EU slaat weer zijn slag

De Europese Unie en Canada zijn het eens geworden over het ontwerp voor een vrijhandelsakkoord. Beide partijen maakten woensdag bekend dat de onderhandelingen over de tekst zijn afgerond.

Het CETA-akkoord, dat een einde moet maken aan de meeste handelsbelemmeringen tussen de EU en Canada, geldt als blauwdruk voor het vrijhandelsakkoord TTIP tussen de EU en de Verenigde Staten. Het overleg over TTIP is nog volop gaande.

Zo: One down, two to go. De TTIP en TISA.

En zo duwt de EU er weer een handelsverdrag door die wetgevingen ingrijpend zal doen veranderen, en de weg voor TTIP en TISA is ook mooi gebaand. Inspraak? Who cares, de EU is er voor zichzelf als wanna-be Federale Overheid. De EU rust niet totdat niemand behalve de grootste bedrijven meer inspraak heeft.

Lees verder op Lang Leve Europa

Nieuwe aanval op online-privacy: CISPA v3, nu genaamd “CISA”

Maak kennis met CISA. De politici van het Amerikaanse Congres (en dan vooral de lobby daarachter) zijn halsstarrig volhoudend. Nadat SOPA (Stop Online Piracy Act) en PIPA (Protect Intellectual Property Act) in Amerika werd afgeserveerd onder grote druk van de bevolking, kwam die vervolgens terug onder de naam CISPA (v2, Cyber Intelligence Sharing and Protection Act) hier benoemd, welke werd afgeserveerd onder grote druk van de bevolking, komt nu dus voor de derde keer, CISA (v3), de Cybersecurity Information Sharing Act. CISPA zelf is al twee keer afgewezen, nu dus op voor de derde keer.

U herkent hier uiteraard direct ook het functioneren van de Europese Unie. De voorzitter van de Europese Commissie Juncker omschreef het zo mooi ten tijd van het Franse referendum over de EU grondwet:

If it’s a Yes, we will say ‘on we go’, and if it’s a No we will say ‘we continue’.
– Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie

Na het referendum Nee tegen de EU Grondwet kwam die met een ander kaftje weer terug als Verdrag van Lissabon, toen uiteraard direct geaccordeerd zonder mogelijkheid tot inspraak.

De politici spelen het spelletje van de langste adem. Het net zo lang volhouden totdat het wel lukt. Hoe lang kan de goegemeente (die wel hard moet werken voor hun geld en hun hypotheek) zich succesvol gezamenlijk inspannen om dit soort wetgevingen te blokkeren? Op gegeven moment verzwakt de aandacht van de gezamenlijke bevolking, en BAM! de wetgeving is er door. Dit in combinatie met de salami-tactiek, waar elke keer weer een extra stapje genomen wordt naar een totalitaire overheid, zonder enige vorm van inspraak, volledig gedicteerd door multinationals, de bankiers en de stasi – de staatsveiligheid/inlichtingendiensten.

Het past dan ook geweldig goed bij het TTIP (voorheen TAFTA) en TISA, welke grotendeels gelijk natuurlijk al waren afgeserveerd als ACTA. Waar ACTA een internationale versie van het controversiële DMCA was. Die lopen parallel aan SOPA en PIPA, welke nu dus met CISA terug is als een vervolg op CISPA. En wist u al van CETA? Niet? Dat was de TTIP+TISA met Canada, ondertussen wel doorgevoerd zonder dat u het kon weten.

Kunt u alle afkortingen nog volgen? Precies de bedoeling. Via de achterdeurtjes legt de lobby de wetgeving op met dit soort geheime verdragen. De bedreiging voor onze veiligheid, gezondheid, financiën en mensenrechten is groot, de democratie wordt met dit soort geheime verdragen keihard onder de voet gelopen.

Lees verder op Lang Leve Europa

Investeringsbescherming in het TTIP-verdrag is een waardeloos idee

In het nieuwe handels- en investeringsverdrag tussen de Verenigde Staten en de EU is voor investeerders de mogelijkheid opgenomen om overheden voor een internationaal arbitragetribunaal te slepen. Het geeft investeerders gevaarlijk veel macht. En waarom zijn de eigen rechtbanken eigenlijk niet goed genoeg?

Zondag was het schluss, de publieke consultatieronde over investor-state dispute settlement (ISDS) in het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TIPP) verdrag. De wat?!

Het TTIP is het nieuwe handels- en investeringsverdrag tussen de Verenigde Staten en de EU waar momenteel over onderhandeld wordt. In dat verdrag is ook de mogelijkheid opgenomen voor investeerders om overheden voor een internationaal arbitragetribunaal te slepen bij overtreding van hun verdragsrechten, beter bekend als investor-state dispute settlement (ISDS).

Zo’n arbitragetribunaal kan overheden dwingen compensatie te bieden voor gevoerd beleid. Claims kunnen ingediend worden bij onteigening van fabrieken of olievelden, maar soms gaat het verder dan dat. Er zijn bijvoorbeeld ook al claims ingediend vanwege het uitbannen van nucleaire energie (Vattenfall versus Duitsland); tabaksregulering (Philip Morris versus Australië; Philip Morris versus Uruguay); het korten van staatsobligatiehouders (Argentinië) en het nationaliseren van financiële instellingen (Ping An versus België).

Lees dit artikel van Jesse Frederik verder op Follow The Money

Hoe voer je als leek een economisch debat

Economie is te belangrijk om aan de priesterkaste der economen over te laten, vindt Ha-Joon Chang.

De Koreaan Ha-Joon Chang (Seoul, 1963) doceert aan de Universiteit van Cambridge. Hij schreef dertien boeken, waarvan ’23 dingen die ze je niet vertellen over kapitalisme’ het bekendste is. In zijn boeken haalt Chang op een voor iedereen te begrijpen manier mythes uit de gangbare economie onderuit.

Ook voor alfa’s is ‘Economie: de gebruiksaanwijzing’ van de Koreaanse ontwikkelingseconoom en hoogleraar Ha-Joon Chang goed te volgen, al is het niet per se voor alfa’s geschreven.

Kan dat wel, een boek over economie zonder ook maar één formule?
“De indruk bestaat dat economie gelijkstaat aan wiskunde. Maar dat is slechts één van de ‘talen’ om economie te bespreken. Met formules kun je ideeën heel exact uitdrukken, maar de ethische en politieke vooronderstellingen komen niet duidelijk naar boven. Die haal je soms beter boven water door ‘talig’ te formuleren.”

Je kunt niet over economie spreken zonder er een verborgen ‘waardenset’ op na te houden, ‘economie is een politiek argument’, schrijft u.
“We zijn geen scheikundigen die deeltjes zonder wil bestuderen. De echte economie en de echte maatschappij bestaan uit mensen met hun eigen vooroordelen, gevoelens, ideologie en een vrije wil. De studie daarvan kan dan ook niet vrij zijn van ideologie. Dat gaat zelfs op voor de ‘harde statistieken’. Neem het Bruto Nationaal Product. Dit cijfer over de omvang van een economie neemt huishoudelijk werk of zorg voor je ouders niet mee, zodat mensen die dat doen – in veel landen zijn dat vrouwen – niet lijken bij te dragen aan de economie.
Ander voorbeeld: het werkloosheidscijfer. De officiële definitie van ‘hebben van werk’ is dat je minsten één uur per week betaald aan de slag bent. Veel mensen zullen dat niet echt een baan noemen, dus voor hen ligt de werkloosheid veel hoger dan uit de statistieken blijkt.”

Definities zijn tenminste nog op te zoeken. Verborgen veronderstellingen lijken gevaarlijker.
“Ja. Een goed voorbeeld is het argument voor vrije handel tussen landen. In de gangbare theorie levert het afbreken van handelsbarrières altijd voordeel op – voor beide landen, zelfs als het ene land in alle sectoren minder presteert dan het andere. Maar de verborgen aanname is dat als de goedkopere of betere importproducten binnenstromen en de lokale industrie wegvagen, dat de mensen die daardoor hun baan kwijtraken direct iets heel anders kunnen gaan doen.
Op die manier is in de VS het vrijhandelsakkoord Nafta – tussen de VS, Canada en Mexico – verkocht. Maar Amerikanen die eerst nog T-shirtjes naaiden kunnen niet ineens computers ontwerpen of zakenbankier worden.”

En zo kiezen we dus voor iets wat we niet willen, op basis van de halve waarheid. U roept iedereen op om beweringen van economen te checken, als hoeksteen van een democratie. Hoe doen mensen dat – behalve door het lezen van uw boek?
“Mijn boek is een ‘gebruiksaanwijzing’. Hopelijk gaan mensen in elk geval iets in deze geest lezen. Over de oorlog in Irak, het homohuwelijk, klimaatverandering, of voetbal flappen we er ook zonder enige kwalificatie van alles uit. Maar als het over economie gaat, durven we niets meer te zeggen omdat het iets technisch is wat we aan experts moeten overlaten.”

In Nederland hebben we daar wel een handje van. Ons Centraal Planbureau rekent partijprogramma’s door op economische effecten. Wil een partij het ontslagrecht versoepelen, dan beloont het CPB haar met een bonus van extra groei en werkgelegenheid. Maar of die effecten ook echt uitkomen…
(onderbrekend) “…er zijn ook maatregelen die op korte termijn wel voordeel geven, maar op de lange termijn niet. Als je de rechten van werknemers beknot gaan mensen uit angst voor baanverlies misschien wat harder werken. Maar daarna kan de productiviteit door stress juist afnemen.”

Hoe voorkomen we dat we op basis van valse veronderstellingen verkeerde besluiten nemen?
“Verdiep je erin! Als je in de Middeleeuwen religieus actief wilde zijn moest je eerst Latijn studeren, want het Vaticaan verbood het vertalen van het Schrift.
Zo is het nu met economie. Als je je niet eerst in de mathematische taal van economen verdiept kun je je niet in het debat mengen. Daarmee schept het ‘priesterschap’ der economen een onrechtmatig monopolie. Als bewoners van een land waar het protestantisme voet aan de grond kreeg zijn jullie toch wel in staat op te staan tegen de manier waarop economische kennis en beleid over je wordt uitgestort? IMF en de EU hebben Griekenland en Italië opgedrongen wie de nieuwe premier werd. Terwijl zelfs onder economen geen overeenstemming was over het te voeren beleid. Word wakker!”

Dus economen zouden zelf ook bescheidener moeten zijn. Wat voor reacties krijgt u van uw collega-economen, lezen ze uw boek?
“Sommigen wel en die zijn positief, maar degenen die het lezen zeggen zelf al dat ze open minded zijn. Helaas is de meerderheid dat niet. Ik heb erg gepleit voor pluralisme in de economie, maar daar willen ze niet aan, ze willen niet toegeven dat theorieën of stromingen gelijkwaardig zijn. Uitgaan van de eigen absolute gelijk is een erg schadelijke houding, denk ik.”

U citeert in uw boek Nobelprijswinnaar Robert Lucas die zei dat ‘het probleem van depressiepreventie is opgelost’. En toen kwam De Grote Recessie. Je zou denken dat die alles in de academische wetenschap op zijn kop zette, een academische revolutie zou veroorzaken.
“Ik zit niet te wachten op een revolutie, waarin de ene dominante theorie het overneemt van de andere. Ik betoog juist dat we alle ideeën nodig hebben.
Ik lieg niet als ik zeg dat ik evenveel gelezen heb van Friedrich Hayek (icoon van het vrijemarktkapitalisme en kleine overheid, red.) als van Karl Marx. Ik ben het met veel oneens maar het zijn grote denkers en ik leer van allebei. Soms komt de ene theorie beter van pas, soms de andere. Elke theorie is bedacht vanuit een bepaald vraagstuk, en je moet pragmatisch zijn bij het toepassen van verschillende scholen op verschillende problemen.”

De studie van de economie heette in den beginne ‘politieke economie’. Men bestudeerde ook machtsverhoudingen, ethiek, de sociologische kant van arbeid, de rol van de financiële sector en ongelijkheid. Tegenwoordig krijgen die minder aandacht. Ten onrechte, meent Chang. Zijn boek is breed van opzet en laat zich lezen als een beschrijving van hoe de economie in de praktijk werkt en heeft gewerkt. Met instemming bespreekt Chang daarom het eerder dit jaar verschenen ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ van Thomas Piketty. Piketty zette ongelijkheid van inkomen en vermogen weer op de agenda.

De voorspellingen van Piketty is dat de rijkste 1 procent alleen maar verder zal uitlopen op de rest. U voegt daaraan toe: om de status quo te handhaven gebruiken de rijken hun invloed en macht om de ideologie van het vrije individu en de vrije markt in stand te houden.
“Inderdaad. De krachtigste manier van macht uitoefenen is door wereldbeeld breed geaccepteerd te krijgen. In de VS is ze dat zo goed gelukt dat arme mensen hun lot accepteren en zelfs zeggen dat het hun eigen schuld is dat ze zelf arm zijn. Als je ze zover hebt, is het makkelijk ze eronder te houden.
Precies om die reden betalen rijken veel geld aan denktanks die de vrijemarktideologie uitdragen. Daarom is het zo belangrijk dat wij ons blijven realiseren dat ongelijkheid geen natuurramp is die ons overkomt. Het verschijnsel is door de mens zelf gecreëerd, dus we kunnen het ook zelf oplossen.”

In zijn boek schrijft Chang negen hoofdscholen in de economie. Een school die volgens hem ten onrechte weinig aandacht krijgt is de Ontwikkelingstraditie. De recepten voor een arm land om zich te ontwikkelen staan vrijwel haaks op de adviezen die het IMF ze juist vanuit een vrijemarktideologie oplegt. Bescherm industrieën die je wilt ontwikkelen tegen buitenlandse concurrentie; bescherm je schaarse grondstoffen met een exportverbod; steun als overheid sectoren waar je goed in wilt worden met subsidies en door monopolies toe te staan, maar bemoei je niet teveel met de werking van de markten. Juist een land als de Verenigde Staten, tegenwoordig kampioen vrije markt, heeft zich op die manier kunnen ontwikkelen.

Elites kunnen het bederven voor de rest. Zou het ook kunnen dat een rijk, ongelijk land als de VS of Groot-Brittannië daardoor economisch wegzakt?
“Nou en of. Sterker nog, in Engeland is dat al aan de gang. De macht van de enorme financiële sector heeft de maakindustrie gesloopt, bijvoorbeeld door te hameren op een hoge wisselkoers van de Britse pond. Dat is goed voor de banken maar funest voor exporterende bedrijven die nog wat tastbaars maken. Door hun constante dreigement om te vertrekken leggen bankiers iedereen hun wil op. Ze verzwakken de productieve sector door te hameren op de kortetermijnresultaten. Bedrijven mogen van de financieel analisten niet meer investeren in onderzoek of het ontwikkelen van vaardigheden want de winst moet dit kwartaal omhoog. Op lange termijn is dat natuurlijk fnuikend.”

Maar ziet u Groot-Brittannië economisch echt onderuit gaan, terug naar niveau ontwikkelingsland?
“Ja, dat kan. Groot-Brittannië zakt al heel lang weg. Ooit waren ze goed voor twintig procent van de totale wereldproductie. Ze lopen inmiddels ver achter bij andere Europese landen. Buiten Londen zakt de infrastructuur in elkaar. Sommige streken in het noorden bevinden zich al op het niveau van ontwikkelingslanden.
Engeland is het klassieke voorbeeld van een land waar een elite het beleid dicteert en markten manipuleert ten kosten van de rest van de nationale economie. Dit geldt op een bepaalde manier ook voor de VS trouwens. Dus ja, het is gebeurd en het kan zo weer gebeuren.”

Moeten we de school van Ontwikkelingstraditie wellicht op een land als Griekenland loslaten?
“Ja, dat zou beter zijn. Helaas overheerst het beeld dat de Grieken lui zijn. Maar de luie mensen, dat zijn de Nederlanders, jullie werken het minst aantal uren. Dus het probleem zit hem niet in de arbeidsethiek maar in de productiviteit. Die gaan ze niet opkrikken met de verkoop van wat zomerhuisjes; de Grieken moeten van de grond af iets opbouwen en dat zal zonder de lessen uit de Ontwikkelingstraditie niet gaan.
De EU zou de bescherming of subsidiëring van bepaalde bedrijfstakken moeten toestaan. Helaas is dat politiek onhaalbaar. Maar het probleem verdwijnt niet door er geld heen te blijven sturen en bezuinigingen af te dwingen.”

Dit interview van Hans de Geus met Ha-Joon Chang komt uit Trouw van zaterdag 12 juli 2014

Waarom het handelsverdrag met de VS met argwaan moet worden bekeken #TTIP

In rapporten over het nog te sluiten handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten worden de voordelen stelselmatig overdreven en de nadelen structureel onderbelicht. Zelfs de sociaal-democratische minister Ploumen (Handel, PvdA) sluit zich daar doodleuk bij aan. Wie steekt een stokje voor dit ondemocratische monstrum?

llustratief voor de afgronddiepe kloof tussen de Brusselse bubble en het electoraat is de wijze waarop de Vlaamse eurocommissaris Karel De Gucht de afgelopen jaren heeft geprobeerd er nog even voor het einde van zijn mandaat een verreikend handelsverdrag tussen Verenigde Staten en Europese Unie doorheen te frommelen.

Terwijl de burger worstelt met de negatieve consequenties van een mislukte muntunie, steeds meer twijfels koestert over aard en richting van het Europese integratieproject en meer en meer nadelen ondervindt van de interne markt (‘social dumping’) , doet de Brusselse elite een klassieke vlucht naar voren. Het tuigt een transatlantische interne markt op die de voordelen (en nadelen) van de Europese interne markt moet verdubbelen: het Transatlantisch Handels en Investeringsverdrag. Of op z’n twitters #TTIP.

Europabreed is er de afgelopen tijd dan ook steeds meer weerzin tegen zowel proces als resultaat ontstaan. Zie hier voor een van de eerste kritische artikelen over #TTIP. De onderhandelingen zijn weinig transparant, vinden achter gesloten deuren plaats en zijn alleen toegankelijk voor multinationals, wat de argwaan over de uitkomst ervan − een markt die vooral de belangen van het grootbedrijf dient en burgers het nakijken geeft − alleen maar verder vergroot. En die de oproepen van De Gucht en consorten om er toch vooral op te vertrouwen dat publieke belangen bij hen in goede handen zijn alleen maar ongeloofwaardiger maken.

Onder druk van ngo’s en burgerpetities in vooral Duitsland Zie hier voor link naar Duitse petitie tegen #TTIP. heeft De Gucht weliswaar een adempauze moeten inlassen en meer openbaarheid moeten beloven, maar de documenten die de commissie tegen heug en meug op internet heeft geplaatst wemelen van de weggetipexde passages, terwijl de gouvernementele propaganda die het kabinet van De Gucht onverminderd blijft afscheiden nog altijd in het badinerende teken staat van nog-maar-een-keertje-uitleggen. Zie hier voor een overzicht van de beschikbare documenten. Alsof burgers incompetente sukkels zijn die niet weten wat goed voor ze is − een toontje dat wel vaker doorklinkt in Brusselse communicatie.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op De Correspondent

Vrijhandel voor de VVD is handel vrij van democratische controle

Het is zorgwekkend dat Van Baalen en de VVD geen oog hebben voor de bezwaren die kleven aan een vrijhandelsverdrag met de VS, schrijft Bastiaan Rijpkema, rechtsfilosoof en als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden. ‘Wij stellen hogere eisen aan voedselveiligheid dan de VS. Gaan we die regels ook harmoniseren?’

De koopman op één en de dominee op twee’, stelt VVD’er Hans van Baalen in zijn lofrede op een wereld geregeerd door vrijhandelsverdragen. Van Baalen strooit rijkelijk met economische voorspellingen en schattingen. ‘400.000 banen in Europa’ door een vrijhandelsverdrag met Japan. Vrijhandel met Canada? Eindelijk, dan kunnen onze kaasboeren hun Canadese collega’s eens goed aanpakken. Want bijna alle kaas wordt daar lokaal geproduceerd – onacceptabel natuurlijk.

Veel belangrijker is TTIP, het vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten. ‘4,1 miljard euro per jaar voor Nederland’, beweert Van Baalen. De Nederlandse Europarlementariërs en de Nederlandse regering moeten zich daarom ‘vierkant achter de TTIP-onderhandelingen scharen’ en ‘taboeloos durven onderhandelen’.

Het is de VVD op z’n smalst. Een partij waarin enkel nog verstokte libertariërs zich herkennen. Terwijl er een ware storm van kritiek is opgestoken tegen het allesomvattende vrijhandelsverdrag met de VS, presteert Van Baalen het om alle bezwaren opzichtig links te laten liggen. Misschien is dat wat de ‘koopman op één’ betekent, maar Van Baalen had zich toch even kunnen verdiepen in de nadelen van TTIP.

Lees verder op de Volkskrant