Juncker blocks EU treaty negotiations until after 2019

Jean-Claude Juncker has ruled out any treaty negotiations on Britain’s relationship with Europe whilst he remains president of the European Commission.

In a blow to David Cameron, this would leave the country with no prospect of change until the end of 2019, two years after he has promised the public vote. If he is re-elected it will force the Prime Minister to hold a referendum on membership of the EU without reclaiming any power from Brussels, a position which will make an exit more likely.

“No treaty change proposals are envisaged until after November 2019, the end of Mr Juncker’s mandate as president of the commission,” an official told the Times. Negotiations would not begin until the following year, the source added. It comes after a very public spat in which Mr Cameron attempted to block Mr Juncker from getting the top job last summer.

Mr Cameron has committed himself to holding a referendum by the end of 2017 in the Conservative manifesto. “We want national parliaments to be able to work together to block unwanted European legislation,” it says. “And we want an end to our commitment to ‘ever closer union’ as enshrined in the treaty to which every country has to sign up.” Mr Cameron has said that he is “convinced” that he can “fix the problems” with Britain’s relationship with Europe. However, if he returns to Downing Street it is understood that he will be told by other European leaders at a Brussels summit that they are not prepared to accept his timetable of treaty changes as early as next year.

Lees verder op The Telegraph

We moeten ons afvragen waarom we in de EU nog bij elkaar zijn

De Brusselse bureaucratie is soms buitengewoon bekwaam in het zich ongeliefd maken. Een recent staaltje daarvan leverde zij met de ‘naheffing’ die landen als Nederland (€ 642 miljoen) en Groot-Brittannië (€ 2 miljard) moeten ophoesten – en wel snel graag! – na een boekhoudkundige herberekening van de nationale inkomens.

En alsof dit niet bizar genoeg is: Frankrijk, dat al jaren achtereen de in het kader van de Europese Monetaire Unie (EMU) afgesproken begrotingsregels aan de laars lapt, krijgt als gevolg van diezelfde herberekening ruim € 1 miljard toegestopt. Zou het niet een idee zijn om de uitbetaling daarvan ten minste afhankelijk te maken van het eerst nakomen door Parijs van de begrotingsafspraken? Dus: er gaat geen euro van de nabetaling naar Frankrijk zolang het begrotingstekort van Hollande boven de 3 procent blijft uitkomen.
Niet zeuren, zeggen eurofielen in zo’n geval altijd, kijk eens wat die Europese integratie ons allemaal wel niet oplevert. Dan moet je daar toch ook wat voor over hebben. Het vreemde is echter dat als de Europese integratie werkelijk voor alle lidstaten voordelig is, dat dit sommige landen dan extra geld moet kosten – zij zijn structureel ‘netto-betaler’ – terwijl andere landen steevast veel meer geld uit Brussel ontvangen dan zij eraan bijdragen.

Nu zou er veel voor te zeggen zijn dat discussies over de Europese integratie over meer gaan dan over geld of institutionele structuren. Op een bijeenkomst die de TeldersStichting onlangs organiseerde, wierp de Hongaarse hoogleraar Krisztina Arató in een verhelderend betoog enkele kernvragen op. Haar kernvraag bij uitstek: ‘Waarom zijn we eigenlijk in de Europese Unie bij elkaar?’

Eurofielen en Brusselse bureaucraten weten op zich best wel raad met zo’n vraag. Om economisch overeind te blijven in een globaliserende wereld, kan hun antwoord luiden. Vanwege nooit meer oorlog in Europa, klinkt ook geregeld. En meer van dat soort ronkende beweringen, die vervolgens nooit met feitelijk bewijsmateriaal worden onderbouwd. Of het antwoord luidt: dat hebben we nu eenmaal zo gewild. Waarbij ‘we’ dan slaat op een klein groepje politici en Brusselse belanghebbenden; niet op de burgers in de Europese Unie.

Maar wat zou er in een democratie logischer zijn dan dat een dergelijke wezensvraag juist aan de burgers wordt voorgelegd? In een liberale democratie behoort het bestuur immers de burgers te dienen, en niet andersom.

Lees deze column van Patrick van Schie verder op Trouw

Raad van State brengt advies uit n.a.v. Kamerdebat burgerinitiatief EU-referendum

En daar is het dan, Raad van State advies W01.14.0025/I/Vo/B naar aanleiding van het Tweede Kamer debat over het burgerinitiatief, bijna een half jaar geleden, van het Burgerforum-EU. In dit burgerinitiatief werd de politiek opgeroepen een referendum uit te schrijven zodra er weer bevoegdheden worden overgedragen om zo de ‘sluipende bevoegdheidsoverdracht’ naar Brussel een halt toe te roepen.

Alle moties voor een referendum naar aanleiding van dit debat zijn door de regering ontraden en hebben het niet gehaald. De enige motie die wel is aangenomen is een motie van Pieter Omtzigt waarin de Raad van State werd verzocht een onderzoek in te stellen naar de ‘sluipende bevoegdheidsoverdracht’. Is er sprake van een sluipende bevoegdheidsoverdracht? En zo ja, hoe zou dit in de toekomst kunnen worden voorkomen? In dit advies probeert de Raad van State op deze vragen antwoorden te geven.

Kort samengevat adviseert de Raad het volgende: ‘Niets aan de hand mensen, loopt u vooral rustig door’. Toch loont het zeker de moeite dit advies te lezen al was het maar vanwege het juridisch gebrabbel, de verbijsterende chutzpah en het obscurantisme waarmee men deze existentiële zaak probeert af te doen. Een bloemlezing:

Over het overdragen van bevoegdheden:

‘Een dergelijke verdeling van bevoegdheden impliceert echter geen verlies van soevereiniteit en zal veelal juist een bevestiging of versterking daarvan opleveren.’

Hier staat simpelweg ‘zwart is wit’, ‘vrede is oorlog’ of ‘ja is nee’ geschreven. Zodra zinnen abstract geformuleerd worden is dat dikwijls een aanwijzing dat er iets niet in de haak is. Het advies is doordrenkt van abstracte en boute beweringen zonder enige bewijsvoering.

‘Het terugleggen van bevoegdheid op nationaal niveau biedt dan ook geen bevredigende aanpak en oplossing’.

Een non sequitur van de eerste orde. De Raad van State toont nergens maar dan ook nergens in haar advies aan of maakt het zelfs maar enigszins aannemelijk dat dit het geval is. Integendeel, alles wijst op het tegendeel. Europese landen buiten de EU (Noorwegen, Zwitserland, IJsland, etc.) worden niet omlaag getrokken door het zinkend schip dat de EU heet en slagen er prima in allerlei problemen op nationaal niveau op te lossen.

Uit het advies blijkt daarentegen wel herhaaldelijk en haarscherp dat Nederland bij het tekenen van een verdrag in feite een blanco cheque uitschrijft. Immers, de bevoegdheden zijn niet scherp afgebakend en dit kan er toe leiden, dat, zeker in tijden van crisis, de EU bevoegdheden naar zich toetrekt waar niemand bij het ondertekenen van het verdrag rekening mee had gehouden laat staan wenselijk had gevonden:

‘Daardoor is die samenwerking in de loop van de tijd onmiskenbaar breder en intensiever geworden dan oorspronkelijk bij de goedkeuring van de verdragen werd vermoed of voorzien.’

Ja, u leest het goed, het staat er echt. Nederland moet bevoegdheden overdragen zonder dat er ooit sprake is geweest van enige geïnformeerde wilsovereenstemming. Nederlandse politici zijn zo enorm dom en naïef geweest dat ze hun handtekening onder verdragsteksten hebben gezet die blijkbaar zo vaag waren dat ze in feite blanco cheques hebben getekend. Nederland is aan de grillen van Brusselse bureaucraten overgeleverd.

‘Deze ontwikkeling kan een gevoel van verlies aan controle teweeg brengen’

Door het hele advies heen schrijft de Raad van State ineens over ‘gevoelens’, ‘indrukken’ en ‘beelden’ zodra ze een keihard en vervelend feit liever als een ‘oordeel’ wil wegzetten in plaats van het eerlijk te erkennen voor wat het is: een vervelende harde waarheid. Dit is zowel kinderlijk als irritant. Als ze eerlijk waren geweest hadden ze geschreven: ‘Deze ontwikkeling betekent een totaal verlies aan controle’. Nog zo’n voorbeeld:

‘Bij de vaststelling van verordeningen of richtlijnen door het Europees Parlement en de Raad kan een interpretatie worden gegeven aan een verdragsbepaling die uitstijgt boven hetgeen een lidstaat kon verwachten of meende te mogen verwachten op het moment dat de verdragsbepaling tot stand kwam. In dat geval kan in het nationale parlement de indruk ontstaan dat de instellingen (‘Brussel’) zich bevoegdheden aanmeten die het nationale parlement niet had beoogd over te dragen.’

Niets ‘kan de indruk ontstaan’, dat is een eufemisme, het is namelijk een keihard feit dat ons parlement weerloos is zodra verdragen naar willekeur geïnterpreteerd kunnen worden en dat is het geval want, zo vervolgt de Raad van State zelf:

‘De oorzaak daarvan ligt niet zelden in het feit dat een (sociaal, cultureel, educatief) onderwerp of beleidsterrein waarover of waarop de EU geen bevoegdheid lijkt te hebben, toch op het niveau van de Unie tot besluitvorming leidt, omdat het tevens raakt aan de vrijheden van de Unie (vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal) of dat het effect zou hebben op de goede werking van de interne markt.’

Onder ‘de vrijheden van de Unie’ kan men natuurlijk alles scharen wat men maar wil, met andere woorden, de EU kan doen wat ze maar wil. Sterker nog, het Hof van Justitie, aldus de Raad in een ronduit huiveringwekkende passage, hanteert de doctrine van het ‘nuttig effect’ en

‘Die methode van uitleg brengt met zich dat niet de oorspronkelijke standpunten en bedoelingen van de onderscheiden verdragsluitende lidstaten bepalend zijn voor de uitleg, maar de gemeenschappelijke bedoeling van de Uniewetgever en het gunstig effect daarvan voor het proces van Europese Integratie. Dat brengt onvermijdelijk mee dat de uitleg van bepalingen door het Hof soms (aanzienlijk) afwijkt van wat regeringen bij de aanvaarding daarvan hebben toegelicht.’

In deze passage staat zwart op wit dat de toekomst van Nederland in handen ligt van een stel ongekozen buitenlandse rechters in Luxemburg en onze Raad van State vindt het allemaal wel goed en eindigt haar advies met de volgende bizarre zin die zo uit de mond van Chamberlain had kunnen komen:

‘Onderkend moet worden dat het parlement ook in de toekomst kan worden geconfronteerd met onderhandelingsresultaten of beslissingen die, hoewel zij minder stroken met in Nederland levende inzichten of wensen, onderdeel zijn van een compromis dat onder druk van de omstandigheden moet worden aanvaard.’

Hier had moeten staan, want dat was tenminste eerlijk geweest: ‘Onderkend moet worden dat ook in de toekomst Nederland geconfronteerd kan worden met Europese dictaten die ons tegen onze zin in door de strot worden geduwd zolang we lid blijven van de EU.’

Het is duidelijk, we zullen voor onze eigen vrijheid moeten gaan vechten want we zijn door onze politici voor veertig zilverlingen en een leuk baantje in Brussel verkocht en verraden. Van de Raad van State hoeven we in ieder geval niets te verwachten.

Lees zelf en huiver >>>

Burgercomité-EU

EU referendum to be held in 2016 or 2017… No, not that one!

Swiss President Didier Burkhalter has today announced that Swiss voters will be asked to vote on the future of their bilateral relationship with the EU “by the end of 2016 or the beginning of 2017.”

There have been long-running negotiations over the Swiss-EU bilateral deals, with the EU keen on greater supranational oversight, but these talks gained more urgency in the wake of February’s referendum in which the Swiss electorate voted in favour of renegotiating rules on the free movement of persons.

The result stipulated that Switzerland will have to renegotiate its bilateral accord with the EU on free movement within three years or revoke it. This in turn could threaten Switzerland’s other bilateral agreements with the EU.

Last week, the EU told Switzerland that it was not prepared to negotiate quotas on free movement. In other words, in that choice between accommodating Swiss demands or playing hardball that we identified back in February, the EU has definitely opted for the latter approach. Interestingly, the decision not to negotiate was apparently reached by unanimity amongst EU governments, meaning that the UK opposed allowing the Swiss to ‘renegotiate’!

Lees verder op Open Europe

Kijk, dit was tenminste nog eens een debat

Deze video dateert van 27 januari vorig jaar. Met zijn speech veroorzaakte David Cameron die week een schok in Brussel en in andere Europese hoofdsteden. Het woord ‘referendum’ was weer gevallen en de kans op een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU leek (en lijkt nog steeds) daarmee te zijn vergroot. Sindsdien klinkt ook in Nederland weer de roep om een volksraadpleging.

In Buitenhof een debat tussen Guy Verhofstadt (voorzitter van de liberale fractie in het EP), Arjo Klamer (hoogleraar economie EUR) en Martin Visser (columnist, toen nog van het FD) over de legitimiteit van de euro en de Europese Unie zelf.

Cameron geeft garantie op EU-referendum

David Cameron has pledged that he will not stand as prime minister after the next election unless he can secure a referendum on the UK’s membership of the EU in 2017.

Speaking on the BBC’s Andrew Marr Show on Sunday, Mr Cameron said he could “absolutely’’ give a cast-iron guarantee that the vote would go ahead in 2017 if he returned to Downing Street and that he would stand down if he could not promise a referendum in a future coalition.

“I’ve said very clearly that whatever the outcome of the next election, and of course I want an overall majority, and I’m hoping and believing I can win an overall majority, but people should be in no doubt I will not become prime minister unless I can guarantee that we will hold that referendum,” he said.

Setting out his position ahead of the European Parliament elections later this month, the prime minister said he was “confident’’ that he could renegotiate the UK’s relationship with Brussels.

“I’m confident that I can achieve the objectives I’ve set out and I think the right way to go into a negotiation is with a confident and positive nature that you will get those changes, and I want to see Britain stay in a reformed European Union,” he said.

Lees verder op The Financial Times

Help mee met een referendum!

Dinsdag 8 april 2014 is de ‘Wet Raadgevend Referendum’ door de Eerste Kamer bekrachtigd en deze wet stelt ons vanaf ongeveer 1 juli 2015 (wanneer de wet naar verwachting in werking treedt) in staat een wet die door de Eerste Kamer is aangenomen, maar nog niet door de koning is ondertekend, door middel van een referendum ter goedkeuring eerst voor te leggen aan de bevolking.

Zodra een voor ons doel geschikte wet door het parlement is aangenomen, een wet die dus ook referendabel is, zullen wij als Burgercomité-EU alles op alles zetten om zo’n referendum af te dwingen.

Makkelijk zal dit niet zijn. Hiervoor zullen we namelijk binnen acht weken maar liefst 300.000 (papieren!) handtekeningen moeten verzamelen! Daar moet dus een flinke organisatie voor klaar staan en eventueel benodigde fondsen.

Wilt u helpen, iets doen, hoe klein ook? Meldt u dan aan via onze pagina Vrijwilligers.

Alvast bedankt!
Burgercomité-EU

Ons staatsrecht begint op carnaval te lijken

Staatsrecht en democratie zijn wat de politiek ervan maakt. En die maakt er heel weinig van, menen A.Q.C. Tak en J.M.H.F. Teunissen.

Staatsrechtelijke vraagtekens werden al bij het Generaal Pardon weggewuifd door Wouter Bos, die vond dat staatsrecht alleen is wat de politiek daarvan wenst te maken. Rutte vond de titulatuur van ‘koningin’ voor Maxima geen kwestie van staatsrecht, maar alleen een aanspreektitel. Het is dus geen kwestie van staatsrecht dat in 2002 een wetsvoorstel is verworpen dat de echtgenote van de koning de titel koningin draagt (amendement-Hillen).

Blijkbaar doet het er niet meer toe dat het belangrijkste artikel in onze Grondwet van 1814 was, dat de Kroon der Nederlanden uitsluitend is en blijft opgedragen aan Willem Frederik en diens wettige nakomelingen. Noch dat niet alleen het buitenland geen verschil meer zal zien met een titel die gedragen werd door de laatste drie koninginnen en door Maxima ‘als aanspreektitel’, maar vervolgens weer door haar als staatshoofd als zij ooit zoals Emma tot regentes wordt geroepen. Deze kwestie is voor de politiek even boeiend als de titel van de zogenaamde prinsessen en koninginnen die tijdens carnaval de Limburgse wegen bevolkten.

Staatsrecht is wat de politiek ervan maakt. Zo blijkt het ineens geen staatsrecht meer, dat het politieke primaat voor wetgeving en politiek in de Tweede Kamer hoort te liggen. Als het de politiek uitkomt, dwingt de Eerste Kamer essentiële wijzigingen af van het regeringsbeleid. Zij maakt gebruik van het feit dat haar samenstelling afwijkt van een Tweede Kamer die twee jaar later en rechtstreeks door het volk werd gekozen.

Lees dit ingezonden stuk van Jos Teunissen (hoogleraar staatsrecht) en Twan Tak (emeritus hoogleraar staatsrecht) verder in het NRC