Aankoop staatsobligaties door ECB geen goed idee

De eurozone heeft er geen baat bij dat de Europese Centrale Bank (ECB) nu staatsobligaties gaat opkopen. Dat zei Sabine Lautenschläger, de Duitse ECB-bestuurder, zaterdag in Berlijn.

De lage inflatie in de eurozone baart de Europese Centrale Bank dezer dagen behoorlijk wat zorgen. Het cijfer daalde deze maand tot 0,3 procent. Daarmee bevindt de inflatie zich een pak onder de doelstelling van de ECB: namelijk net onder 2 procent. De kans dat de inflatie de volgende maanden nog meer daalt, is bovendien niet onbestaande. Want op de internationale energiemarkten is de olieprijs aan een duikvlucht bezig.

De ECB worstelt dan ook met de vraag hoe ze het inflatieprobleem het best aanpakt. Op 21 november zei ECB-topman Mario Draghi alvast dat de inflatie ‘zo snel mogelijk’ weer in de buurt van de ECB-doelstelling moet komen. Hij sloot niet uit dat de instelling in Frankfurt overgaat tot het opkopen van staatsobligaties om de te lage groei en de te lage inflatie in de eurozone op te krikken. Sombere macro-economische data verhogen de verwachting dat Frankfurt rond de jaarwisseling in actie zal schieten.

Afgelopen week liet de Portugese ECB-bestuurder Vitor Constâncio zich ontvallen dat de ECB mogelijk tijdens de eerste drie maanden van 2015 een beslissing neemt over de aankoop van staatsobligaties als de economische groei niet snel aantrekt. De Belgische ECB-bestuurder Luc Coene is alvast gewonnen voor de maatregel.

Maar aan die beslissing zal wellicht nog een stevig debat voorafgaan. Want Duitsland staat niet te springen om over te gaan tot de zogenaamde ‘quantitative easing’ (QE). Dat maakte Sabine Lautenschläger, de Duitse ECB-bestuurder, zaterdag nog eens duidelijk tijdens een evenement in Berlijn.

Lees verder op De Tijd

The sputtering engine

“The world cannot afford a European lost decade,” says Jacob Lew, America’s treasury secretary. The latest European figures were uninspiring. In the third quarter the euro zone grew by just 0.6% at an annualised rate. This sluggishness was not primarily due to the countries hit hardest by the crisis—Greece’s economy grew faster than any other euro-zone country, and Spain and Ireland are recovering. Rather, it is the core countries that are exhausted—and few more so than the biggest, Germany. It grew by just 0.1% in the third quarter, after contracting by the same amount in the previous three months.

Angela Merkel, the German chancellor, has been subject to a rising chorus of foreign criticism. Germany should do more to stimulate domestic consumption and investment, goes the refrain. This would help countries like France and Italy as they undergo tough structural reforms. Higher imports would also reduce Germany’s current-account surplus, the largest in the world and a cause of imbalances within Europe and beyond. Stimulating demand would push up prices, which could save the euro zone from tipping into deflation. Prices in the zone rose at an annualised 0.4% in October, far below the 2% ceiling set by the European Central Bank (ECB).

Lees verder op The Economist

Einsames Deutschland

In der Außenpolitik hat Berlin Probleme mit allen wichtigen Partnern. Das wiedervereinte Deutschland steht einsamer da, als sich das 1990 viele vorstellen konnten. Verändert sich die Position des Landes?

Deutschland befindet sich außenpolitisch in einer Lage, die man früher als prekär bezeichnet hätte. Zu keinem seiner wichtigen Verbündeten und Partner hat es gute Beziehungen – weder in Europa noch über den Atlantik hinweg. Der Grad der Verstimmung reicht von wirtschaftspolitischem Grundsatzstreit bis zu offener geopolitischer Gegnerschaft. Misstrauen und Vorwürfe haben sich in Beziehungen geschlichen, die über Jahrzehnte hinweg von routinierter Zusammenarbeit geprägt waren. Das mag zum Teil der Tagespolitik geschuldet sein, ist also nicht unumkehrbar. In der Summe entsteht aber doch der Eindruck, dass sich die deutsche Position in der Welt schleichend verändert.

Am längsten währt dieser Prozess in den deutsch-amerikanischen Beziehungen. Vom Zerwürfnis über den Irak-Krieg haben sie sich bis heute nicht erholt; Zeiten offener Konfrontation (Libyen, Fiskalpolitik) wechseln ab mit Phasen der Zusammenarbeit (aktuell die Bekämpfung des „Islamischen Staats“). Den größten Flurschaden dürfte die NSA-Affäre hinterlassen, in der die deutsche Führung vergebens darauf hoffte, von Washington so behandelt zu werden wie andere, als treu geltende Alliierte.

Dass man in Berlin „Freundschaft“ verlangte, die amerikanische Seite aber nur von „Partnerschaft“ redete, zeigt die Tiefe des Missverständnisses über die Natur der Beziehungen. Deutschland, so viel kann man mit Sicherheit sagen, wird für Amerika nie ein zweites Großbritannien sein. Es gäbe genug geteilte Werte, aber es fehlt nun an Verlässlichkeit – auf beiden Seiten.

In Europa sieht es nicht besser aus. In der Vergangenheit galt es als beunruhigend, wenn eine Fehlfunktion des deutsch-französischen Motors die EU zum Stottern brachte. Das erscheint heute als Luxusproblem, denn Deutschland hat gravierende Meinungsverschiedenheiten mit sämtlichen großen Ländern in Europa: mit Frankreich und Italien über Haushaltsdisziplin und Reformpolitik, mit Großbritannien über die Zukunft der europäischen Einigung. Da geht es nicht mehr um Einzelfragen in diesem oder jenem Dossier, sondern ums Eingemachte. In den beiden romanischen Ländern herrschen grundsätzlich andere Vorstellungen über Wirtschaftsordnung und Lebensart; in Großbritannien folgt niemand mehr der deutschen Integrationslogik.

Dass die Bundesregierung in der Euro-Krise auf Unterstützung aus Finnland oder den Niederlanden bauen musste, zeigt, wie viel verlorengegangen ist. Unter Kohl lautete die Devise, man müsse die kleinen Länder einbeziehen. Heute sind sie an manchen Tagen Deutschlands einzige Verbündete in Europa.

Lees verder op de Frankfurter Allgemeine

Is Duitsland schuldig?

Alhoewel het toespelen van de Zwarte Piet wat aan populariteit heeft ingeboet, is het in economenland nog geaccepteerd gedrag. Velen geven nu de schuld van de voortdurende malaise in de eurozone aan Duitsland. Door Duitsland is de euro te duur en omdat de Duitsers weigeren te spenderen, blijft de eurozone kwakkelen, aldus voornoemde groep economen. Klopt natuurlijk helemaal niks van. Deze aanbevelingen zijn een mix van symptoombestrijding en omgekeerd redeneren.

Duitsland spendeert te weinig.
Bovenstaande claim is een frappant, maar typisch voor veel macro-economen die alleen de aggregaten (de samengestelde totalen) zien en niet de onderliggende oorzaken. Veel van de eurolanden liggen op apengapen (door de echte oorzaak: teveel slechte schuld) en genereren maar weinig economische vraag. Duitsland doet het echter nog redelijk goed en heeft relatief weinig schulden. De gezochte “oplossing” is dan ook het laten stijgen van zowel de Duitse salarissen, de overheidsuitgaven (starten en laten oplopen van overheidstekort) alsmede de kredietverlening. Meer salarissen zal voor twee dingen zorgen, hogere consumptie (dus ook hogere import uit de eurozone; groei voor de PIIGS+F, Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje en Frankrijk) en een hoger Duits prijspeil (waardoor de concurrentiepositie van de PIIGS+F verbetert; produceren van een VW wordt duurder, waardoor Fiat het makkelijker krijgt). Ook het oplopende overheidstekort (stijgende overheidsuitgaven) en de extra kredietverschaffing, zal de Duitse import uit andere eurolanden stimuleren.

Omgekeerde wereld
Dit klinkt allemaal leuk en aardig, maar wat de economen eigenlijk doen is de winnaar straffen ten gunste van de verliezers. Dat de PIIGS+F begrotingstechnisch er een zooitje van gemaakt hebben, dat ze hun arbeidsmarkt niet of nauwelijks hebben hervormd, dat ze teveel schulden zijn aangegaan (op alle niveaus: overheid, bedrijfsleven en particulieren), dat ze te weinig in kennis en innovatie hebben geïnvesteerd, en zo verder, wordt nu gepresenteerd als een euvel. De consensus is dus dat de PIIGS+F al voor zoveel vraag naar Duitse producten en diensten hebben gezorgd (door tot over de oren te lenen), dat het nu de beurt is aan Duitsland om deze gunst te retourneren. Deze wederkerigheid is natuurlijk onzinnig, want het eindresultaat is dat op termijn ook Duitsland aan exportkracht (naar niet eurolanden) zal verliezen en opgezadeld zal raken met net zo veel schulden als de PIIGS+F.

Lees deze column van Alexander Sassen van Elsloo verder op De Financiële Telegraaf

Duitse eurosceptische partij AfD slaat slag in deelstaat Saksen

De eurosceptische partij Alternatief voor Duitsland (AfD) neemt voor het eerst haar intrek in een Duits deelstaatparlement. Bij de verkiezingen in Saksen zondag behaalde de Afd maar liefst 10 procent van de stemmen, blijkt uit de eerste prognose van de publieke omroep ARD.

De in 2013 opgerichte AfD vindt dat de euro als gemeenschappelijke munt heeft gefaald. Ook wil de partij bevoegdheden uit Brussel naar Berlijn terughalen. Immigratie moet volgens de AfD meer aan banden worden gelegd.

De CDU van bondskanselier Merkel behaalt haar slechtste resultaat ooit in Saksen en bleef steken op 39 procent. Vijf jaar geleden was dat meer dan 40 procent. CDU-premier Stanislaw Tillich van Saksen sluit uit dat hij gaat regeren met het eurosceptische AfD. Tillich wil niet met een partij regeren die de euro wil afschaffen, aldus de Duitse tv. Tillich weigerde tijdens de verkiezingscampagne nog een alliantie met het AfD uit te sluiten. Dat kwam hem op kritiek te staan uit het pro-EU-kamp.

Lees verder op de Volkskrant

Ook Duitsland ‘gevangen’ in eenheidseuro

De ‘one-size-fits-all euro’ ontwikkelt zich als een blok aan het been van Duitsland. Volgens gastcolumnist André ten Dam dreigt nu ook het sterkste euroland ten onder te gaan aan de eenheidsmunt en komt het welvaartsvernietigende Nederlandse ‘Wisselverlies-scenario’ steeds dichterbij.

Dat het ‘one-size-fits-all’ Euro Pact desastreus heeft uitgewerkt voor de zwakkere zuidelijke eurolanden mag na bijna 5 jaar eurocrisis als algemeen bekend worden verondersteld. Maar dat ook het sterkste euroland ten onder dreigt te gaan aan de Europese eenheidsmunt is minder bekend. Voor onze Oosterburen dreigt nu immers het welvaartvernietigende Nederlandse ‘Wisselverlies-scenario’. Een gewaarschuwd land telt voor twee.

Als gevolg van het verschil in karakter, kracht en ontwikkeling van de diverse nationale economieën binnen de eurozone is de euro sinds de invoering daarvan in 1999 veel te duur geworden voor de zuidelijke eurolanden maar tegelijkertijd veel te goedkoop voor Duitsland, zo is te zien in de bovenstaande grafiek.

Omdat alle nationale Europese economieën juist middels de Europese interne markt zo sterk met elkaar verbonden zijn, is nationaal gericht monetair beleid (wat betreft wisselkoers en rente) een absolute voorwaarde om ontstane onevenwichtigheden tussen deze nationale economieën tijdig en snel te kunnen corrigeren om destructieve stagnatie of juist ‘oververhitting’ te voorkomen. Maar het ‘one-size-fits-all’ element van het Euro Pact sluit nationaal gericht monetair beleid binnen de eurozone uit, met alle gevolgen van dien.

Lees verder op Follow the Money

Hoe betrouwbaar is Duitsland?

In zijn column in de Volkskrant van 26 juli stelt Paul Brill het grijze muizengedrag van Angela Merkel in de Oekraïne crisis aan de orde. Het is inderdaad opvallend dat de Duitse Bondskanselier, sinds de crash van het Malaysian Airlines vliegtuig MH17 boven het grondgebied van de Oekraïne, met 298 slachtoffers waaronder 194 Nederlanders en de oplopende spanningen rond de afwikkeling van het drama, weinig meer van zich heeft laten horen.

Duitsland, dat binnen de EU een leidende rol speelt, laadt de verdenking op zich dat alleen economische belangen het buitenlandbeleid bepalen. De dominante rol van Berlijn binnen de EU reikt in feite niet verder dan proberen de economische belangen van Duitsland veilig te stellen.

Op het moment dat van Duitsland verwacht wordt ook in immateriële buitenlandse kwesties stelling te nemen twijfelt het land. De vraag mag gesteld worden hoe betrouwbaar Duitsland is wanneer het er echt op aankomt een harde kritische houding aan te nemen tegenover president Vladimir Putin. Hoe betrouwbaar zal Duitsland zijn wanneer het in NAVO verband ooit stelling zal moeten nemen tegenover Rusland? Natuurlijk, niemand wenst zich een dergelijke lakmoesproef, maar het wapengekletter aan de randen van de EU neemt gevaarlijk toe.

Lees dit artikel door Joost de Weter verder op Citareg

Waarom de Fransen een zwakkere euro gaan afdwingen

‘Europa, dat is Frankrijk en Duitsland; de rest is garnituur.’ Deze uitspraak van Charles de Gaulle klinkt weer door in Frankrijk. En Fransen die de regie grijpen, zullen het monetaire beleid gaan beïnvloeden.

Een paar dagen voor de politieke aardverschuiving bij de Franse verkiezing voor het Europees Parlement riep oud-president Nicolas Sarkozy op tot de creatie van een grote Frans-Duitse economische zone. Op het oog was dit een doorzichtige, en naar wij nu weten vergeefse poging om zijn rechts-conservatieve UMP te laten winnen van het anti-Europese Front National, maar er steekt meer achter. Sarkozy’s uitspraak dat binnen de eurozone geen sprake kan zijn van gelijke rechten voor kleine landen toonde de ware aard van het Europese eenheidsproject. Vergeet idealistische vergezichten over Europese samenwerking, de Europese Unie dient volgens Frankrijk in de eerste plaats de belangen te behartigen van de grootste lidstaten, Frankrijk voorop.

Sarkozy staat daarmee in een lange traditie. In de jaren zestig zei de Franse president Charles de Gaulle: ‘Europa, dat is Frankrijk en Duitsland; de rest is garnituur.’ Helaas voor Frankrijk is het land in economisch opzicht geen partij meer voor Duitsland, wat het lastig maakt om in politiek opzicht gelijkwaardig te blijven. Langzaam maar zeker glijdt Frankrijk af naar de status van garnituur, iets wat Sarkozy wil voorkomen door af te spreken dat Frankrijk voortaan samen met Duitsland de dienst uitmaakt in de eurozone. Na de afgetekende overwinning van het Front National bij de Franse verkiezingen voor het Europees Parlement, zullen de gevestigde Franse partijen – naast Sarkozy’s UMP is dat de aangeslagen socialistische partij van president François Hollande – zich tot het uiterste inspannen om hun bevolking te laten zien dat Frankrijk het voor het zeggen heeft in Europa. Immers, de overwinning van het Front National is vooral te danken aan het gevoel van steeds meer Fransen dat zij hun lot niet meer in eigen hand hebben. Om te voorkomen dat Marine Le Pen hoge ogen gooit bij de presidentsverkiezing in 2017 zal Hollande moeten bewijzen dat Europa doet wat Frankrijk wil in plaats van andersom.

Lees deze column van Bruno de Haas verder op Follow the Money