Stemmen voor het Europees Parlement is zinloos

Een paar maanden geleden interviewde ik Europarlementariër Marije Cornelissen van GroenLinks. Zij houdt zich bezig met de rechten van homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders (HLBT’s). Ze was in Moldavië geweest, een klein land naast Roemenië dat grenst aan de EU. Moldavië wil graag een associatieverdrag sluiten met de EU omdat dat goed is voor de Moldaafse economie. In ruil daarvoor – zo was door Cornelissen onderhandeld – heeft Moldavië de mensenrechten van HLBT’s verbeterd. Cornelissen glunderde bij het vertellen van haar overwinning: tienduizenden Moldaafse HLBT’s zijn nu beter beschermd.

Cornelissen kwam niet met een antwoord op de essentiële vraag namens wie deze verbetering tot stand kwam. Namens wie sprak Cornelissen met de Moldaafse autoriteiten? Het was niet namens de Europese of Nederlandse bevolking, want die hebben nooit om betere HLBT-rechten in Moldavië gevraagd. Zij weten niet eens waar Moldavië ligt. Cornelissen dacht dat de GroenLinks-achterban HLBT-rechten altijd een belangrijk thema vindt. We kunnen daar ernstig aan twijfelen want Cornelissen werd door de kandidaatstellingscommissie en de leden op een onverkiesbare plaats gezet.

Ik zou dit voorbeeld kunnen vervangen door de strijd van voormalig SP-er Kartika Liotard voor voedselveiligheid, de inzet van PvdA-er Judith Merkies voor verduurzaming of vele andere voorbeelden. Dit zijn allemaal belangrijke thema’s, maar steeds blijft de vraag namens wie allerlei standpunten worden ingenomen. Dit gaat niet om de vraag of Nederlandse Europarlementariërs er namens Nederlanders of Europeanen zitten en of zij het Nederlands of het Europees belang moeten behartigen. De vraag is: bestaat er überhaupt een reële achterban die deze beslissingen wenst?

De theorie over het Europees Parlement is eenvoudig. Burgers kiezen hun Europarlementariërs en daarmee is er sprake van ‘Europese democratie’. Maar voor democratie is in de praktijk meer nodig: een zekere band tussen burgers en hun volksvertegenwoordigers. Bestaat die band in Europa?

Het lijkt er niet op.

Lees verder op de website van Chris Aalberts

VVD stemde vóór Europese belastingdienst

De zelfverklaard eurosceptische VVD heeft vóór Europese belastingheffing gestemd.

In het voorstel van Jean-Luc Dehaene, dat over eigen middelen van de EU gaat, staat duidelijk gestipuleerd dat de EU, via de btw, belasting mag heffen.

Een van de vormgevende karakteristieken van een natiestaat is het heffen van belastingen. Met de steun aan dit voorstel bouwt de VVD dus actief mee aan een EU superstaat. Een project waarvan de VVD-top zegt het niet te willen, maar dat is dus onvervalste misleiding van de VVD-kiezer. Een bestuur dat haar leden voor de gek houdt: het blijft helaas een terugkerend thema.

Het voorstel van Dehaene geeft de EU ook nog eens het recht om zelf de hoogte van deze belasting te bepalen. Nederland heeft straks dus niets in te brengen als Brussel hogere belastingen wil doorvoeren. Dit is nu precies het weggeven van soevereiniteit waartegen een aantal politieke partijen, zoals Artikel50, UKIP, AfD, PVV, en anderen strijden. De VVD zegt dus dat ze hier ook tegen strijden, en de stemwijzers geven derhalve eveneens aan dat de VVD dit gaat doen. De waarheid is dus dat ze de kluit belazeren.

Nu kan iemand op Votewatch bekijken hoe Van Baalen heeft gestemd. Het bizarre is dat hij vóór heeft gestemd op vele punten, maar later een aantekening heeft laten maken om zijn stem op enkele hiervan te wijzigen. Deze stiekeme correctie achteraf beïnvloedt de uitslag van de stemming echter niet meer. Anders gezegd: Van Baalen stemt Eurofiel, met het ALDE van Verhofstadt mee, wijzigt zijn stem achteraf zonder daarmee de uitslag te veranderen, en kan dan naar buiten toe claimen dat hij juist heel eurokritisch is. Dat noemen we, met een steeds vaker gebruikt woord, volksverlakkerij.

Wanneer is het genoeg geweest? Ik hoop op 22 mei 2014.

Lees deze column van Alexander Sassen van Elsloo verder op GeenStijl

De euro blijft. Wen er maar aan

De afgelopen 300 jaar verdwenen honderden geldsystemen door hyperinflatie of monetaire herstructureringen. Sommige valuta bestonden maar een paar maanden. Andere bijna 200 jaar.

De oude vertrouwde gulden voert de lijst van langstlevende valuta aan. Met de omwisseling naar de fysieke euro in 2002 kwam er een einde aan een monetaire ‘loopbaan’ van 188 jaar. Deze gulden was de meeste tijd keurig goudgedekt en tot ver in de jaren tachtig betaalden we gewoon nog met guldens en rijksdaalders die voor 72 procent uit zilver bestonden. Een slimme Texelse ondernemer vertelde me onlangs dat hij jarenlang alleen de onedele munten bij de bank inleverde en alle zilveren munten uit de kasstroom filterde om in melkbussen te bewaren. Slim: zilveren guldens zijn nu ruim 2 euro waard, op basis van de huidige zilverprijs. Over geldontwaarding gesproken. De heimwee naar de gulden is, mede door de eurocrisis, goed te begrijpen. Maar of we dat nu leuk vinden of niet, de euro blijft.

Ik moet denken aan een discussie over het lot van de euro met vriend Thierry Baudet zo rond 2010. De eurocrisis was net uitgebroken omdat Griekenland failliet dreigde te gaan. Ik stelde dat het onvoorstelbaar was om binnen vijftien jaar te stoppen met de euro, een prestigieus politiek project. In het wereldwijde financiële systeem, met de wendbaarheid van een supertanker, is men liever ten hele verdwaald dan dat ten halve gekeerd. Onverstandig, maar wel de realiteit. Thierry hield vol dat een terugkeer naar de afzonderlijke oude succesvolle munten technisch goed mogelijk moest zijn. Klopt, maar in de financiële en geopolitieke wereld gelden andere wetten dan die van de normale logica. Zaken als eergevoel en politieke opportuniteit blijken meestal leidend. De euro is er niet gekomen omdat burgers of bedrijven dat zo handig vonden, maar omdat de Duitse eenwording voor de Fransen alleen acceptabel was als Duitsland de sterke D-Mark (54 jaar oud) zou opgeven.

De enige bedreiging voor de euro is van electorale aard. Alleen als er in een belangrijk EU-land een anti-EU-partij aan de macht zou komen, zou een schakel kunnen breken. Maar dat risico is (voorlopig?) vooral van theoretische aard. Zolang in ons land Wilders geen absolute meerderheid in de Kamer krijgt, is het bijvoorbeeld vrijwel ondenkbaar dat zijn anti-eurohouding tot een terugkeer naar de gulden leidt. Een zeer brede regenboogcoalitie is aannemelijker dan dat Den Haag Wilders de sleutel van de kluis overhandigt.

Dat betekent niet dat we geen grote monetaire veranderingen gaan meemaken.

Lees deze column van Willem Middelkoop verder op RTLZ

De euro moet worden opgedoekt

Het opdoeken van de ‘one-size-fits-all euro’ is veel voordeliger, socialer en verstandiger dan daarmee doorgaan, betogen zes wetenschappers en deskundigen.

Door Harry Geels, Arjo Klamer, Kees de Lange, Marcel van Silfhout, Jean Wanningen en André ten Dam

‘Insanity’ is doing the same thing over and over again and expecting different results (Albert Einstein)

Inderdaad, met de door de politieke elite en de ECB sinds 2010 genomen maatregelen lijkt de euro gered en de eurocrisis bezworen. Wat de Europese volkeren echter niet wordt verteld is dat de genomen maatregelen vooral de symptomen van de eurocrisis bestrijden. De hoofdoorzaak daarvan wordt niet gecorrigeerd want ruim vier jaar later blijft de belangrijkste structuurfout van het Euro Pact ongeadresseerd. De one-size-fits-all constructie daarvan is desastreus gebleken voor de aan de euro deelnemende landen die economisch veel te verschillend zijn. En een politieke unie lost die problematiek in de eurozone niet op. Kortom, onder het motto ‘beter laat dan nooit’, de hoogste tijd voor herbezinning.

De euro: van middel tot doel
Bij de invoering van de euro in 1999 is ons door de toenmalige politieke leiders voorgehouden dat we met de euro als wondermiddel daartoe in 2010 in de eurozone een min-of-meer volledige werkgelegenheid en een aanzienlijk hogere welvaart zouden bewerkstelligen. De realiteit is echter dat we juist sinds 2010 in een uitzichtloos ‘horrorscenario’ zijn beland, waarbij de euro door de politieke elite nu niet meer als (wonder) middel wordt bestempeld maar als doel op zich. Een serieus inhoudelijk debat over alternatieve monetaire richtingen wordt daarbij uit de weg gegaan. Want, zo luidt de retoriek, met het opdoeken van de euro zou ‘hel en verdoemenis’ ons ten deel vallen, en daarom moet de euro worden gered, koste wat het kost…

In dat reddingsproces zijn de no-bail-out bepalingen (op grond waarvan ieder euroland individueel verantwoordelijk is en zou moeten blijven voor de eigen staatsfinanciën) rücksichtslos overboord gegooid, terwijl deze bepalingen toch in steen zijn gehouwen in het EU-Verdrag en de statuten van de ECB. Middels (hoe je ook wendt of keert, onwettige) reddingfondsen en ECB-acties is een bankroet voorkomen van diverse eurolanden (en daarmee van de Europese bankensector), staat een bankenunie in de steigers en komt ook de invoering van de aanvankelijk onbespreekbare eurobonds met rasse schreden naderbij. Om er economisch weer boven op te komen is er verder vanaf 2010 aan de Zuid-Europese probleemlanden een streng beleid opgelegd van uitsluitend ‘besparingen en hervormingen’.

Euro-beleid werkt contraproductief
Nu vier jaar later moeten we echter constateren dat zich in Zuid-Europa de grootste economische, sociale en humanitaire ramp heeft voltrokken van de na-oorlogse Europese geschiedenis, dat de sterkere landen (met name Duitsland en Nederland) tot over hun oren zitten in ‘slechte’ leningen aan en garantstellingen voor Zuid-Europa en dat de economische ontwikkeling van de eurozone ver achter blijft bij die van andere werelddelen.

Lees verder op Follow the Money

Pauselijke barmhartigheid als een stampende olifant in een porseleinwinkel

Het gebeurde op 8 juli van het vorige jaar en de wereld kreeg er vochtige ogen van: voor zijn eerste officiële reis koos paus Franciscus Lampedusa als bestemming.

Door Sylvain Ephimenco

Op het eiland luisterde de heilige vader naar migranten die de overtocht naar het eiland hadden gewaagd. Hij wierp bloemen in de zee en had het over ‘de globalisering van de onverschilligheid’. Ik volgde het pausbezoek toen live op Rai Uno. Met verbijstering. Ik dacht: hoe pauselijke barmhartigheid hetzelfde effect dreigt te sorteren als een stampende olifant in een porseleinwinkel.

De volgende dag stelde ik de vraag of men zich realiseerde wat de weerslag van dit bezoek kon zijn op ‘donorlanden’ als Eritrea of Somalië. Zou dit met veel bombarie omgeven pausbezoek soms niet door migratiekandidaten als een aanmoediging worden opgevat?

Intussen zitten de Italiaanse autoriteiten met de handen in het haar. Terwijl in heel 2013 43.000 bootmigranten aan de Italiaanse kust arriveerden, zitten we alleen al in de eerste vier maanden van 2014 op 34.000. Het zou dus best kunnen zijn dat, bij ongewijzigd tempo, het aantal bootmigranten naar Italië de 100.000 gaat overschrijden. Een toename van ruim 100 procent. Aan de Noord-Afrikaanse kust zitten honderdduizenden te wachten op een boot. En misschien ook op hun dood door verdrinking. Ook al kun je de paus niet alles in de schoenen schuiven, het signaal dat hij gaf, was verkeerd.

We zitten nu aan de rand van een humanitaire ramp voor de betrokkenen, terwijl heel Europa lijkt te worden getroffen door een migratiecrisis zonder weerga. In Duitsland is het aantal asielverzoeken dit jaar al met 60 procent gestegen: op naar de 200.000 aanvragen eind dit jaar! Al in 2013 had Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, met 435.000 asielverzoeken binnen de EU een toename van 36 procent geconstateerd. In Nederland komen momenteel duizend asielzoekers per week binnen. Maar de discussie hier gaat al maanden over het ‘kinderpardon’ dat over het lot gaat van tientallen kinderen van afgewezen asielzoekers. Je zou willen dat dezelfde energie die in dat kinderpardon wordt geïnvesteerd, ook zou worden gebruikt voor het wakker schudden van Brussel.

Lees deze column van Sylvain Ephimenco verder op Trouw

Idealisme kan ook als zodanig niet deugen

Idealisme kan ook als zodanig niet deugen – of kan, zoals in het geval van de Europese perikelen, zijn doorgeschoten en tot nader order beter worden vervangen door realisme.

Nieuw voor mij: er bestaat in Amsterdam een heuse afdeling van de Franse Parti Socialiste (PS). Daarvoor is het aantal Fransen in de hoofdstad namelijk groot genoeg. Wat dus wil zeggen dat in Londen wel een hele rits afdelingen zou kunnen floreren, want daar wonen en werken zo’n 300 duizend – overwegend jongere – Fransen, van wie velen de gang naar het perfide Albion hebben gemaakt omdat ze in eigen land geen deugdelijke baan konden vinden.

Ik kwam met de Amsterdamse PS-afdeling in aanraking vanwege deelname aan een paneldiscussie over het wel en wee van de Europese Unie, georganiseerd door de Fransen samen met de PvdA-afdeling Amsterdam-Zuid. Voor deze gelegenheid waren de twee Franse politici in het panel zo galant om Engels als voertaal aan te houden.

Er gebeurden twee grappige dingen tijdens de discussie. Het eerste was het hevige ongemak van de twee Fransen toen hun werd gevraagd of ze ook vinden dat de broze geloofwaardigheid van het Europees Parlement een broodnodige injectie zou krijgen als een einde zou worden gemaakt aan het tijdrovende en dure pendelen tussen Brussel en Straatsburg. Iets wat alom in Europa wordt bepleit. Er volgde een bijna onnavolgbare omhaal van woorden, ruim overgoten met begrip voor de twijfel over het nut van de dubbele locatie, maar het eind van het liedje was toch dat er een belangrijke historische symboolfunctie in het geding is en dat Straatsburg moet blijven. Zodat maar weer eens werd bewezen dat er fraaie intentieverklaringen kunnen worden afgelegd over een beter werkend Europa, maar dat in cruciale kwesties het hemd toch nader blijft dan de rok.

Tweede opmerkelijke voorval was de reactie van zowel de Nederlandse als de Franse socialisten achter de tafel op het verwijt van een toehoorder dat ze zich zo defensief opstelden en dat uit hun discussiebijdragen zo weinig geestdrift voor de Europese zaak sprak. Dat was tegen het zere been. Als door een adder gebeten bezwoer de een na de ander wel degelijk te worden gedreven door een diep idealisme en een intens geloof in het grote goed van de Europese integratie.

Lees deze column door Paul Brill verder op de Volkskrant

Thierry Baudet: ‘Ik beschouw de EU als een buitenlandse bezettingsmacht’

In de aanloop naar de Europese verkiezingen de reeks Mijn Europa, waarin deskundigen hun licht laten schijnen op Europa. Vandaag jurist en historicus Thierry Baudet.

Wat is de grootste misvatting over Europa?
‘De grootste misvatting over de EU is dat er een middenpositie mogelijk is tussen een federale staat en uittreding. Dat is niet zo. De euro en de open grenzen zijn zo fundamenteel dat ze dwingen tot een regering en daarmee tot een staat. De open grenzen tussen de lidstaten maken een gemeenschappelijke verdediging van de buitengrenzen noodzakelijk en een gemeenschappelijk immigratiebeleid. Dat betekent één defensiemacht en ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Immigratie. De euro dwingt tot een bankenunie en een begrotingsunie. De bankenunie werkt alleen met een harmonisatie van de verschillende juridische systemen, en daarvoor heb je een ministerie van Justitie nodig. De begrotingsunie noopt tot een minister van Financiën.

Door de open grenzen en de euro zijn dus vijf ministeries nodig die de vijf essentiële taken van een staat vervullen. Een middenpositie is niet mogelijk: als je geen Verenigde Staten van Europa wilt kun je maar één ding doen: uittreden.’

Wat moeten we zeker delen in Europa?
‘Niets.’

Wat moeten we niet delen in Europa?
‘Soevereiniteit.’

Wanneer voel je je het meest Europeaan?
‘Nooit. Ik voel me wel deel van de westerse beschaving, dus het erfgoed van Jeruzalem, Athene, de Verlichting… noem maar op. Maar ‘Europeaan’? In Israël of delen van Amerika voel ik me méér thuis dan in Bulgarije of Roemenië. Portugal heeft meer met Brazilië dan met Duitsland. Engeland heeft meer met de Commonwealth dan met Servië. Enzovoort. Wat ‘Europeaan’ zou zijn is me een raadsel.’

Wie krijgt uw stem op 22 mei?
‘Niemand, want ik ga niet stemmen. Ik beschouw de EU als een buitenlandse bezettingsmacht waaraan ik geen legitimiteit wil verlenen door te stemmen. Het Nederlandse parlement moet eenvoudig zeggen: ‘Wij gaan er uit.’

Dit artikel van Chris Rutenfrans leest u in de Volkskrant

Giga-stemfraude verwacht bij Europese verkiezingen

De Europese verkiezingen zijn nog een kleine week van ons verwijderd. Welke partijen de verkiezingen winnen, weten we nog niet. Wat we wél weten, is dat gigantische stemfraude onvermijdelijk lijkt.

Schrik niet, maar als je enkel de Nederlandse nationaliteit hebt, is je stem eigenlijk niet zoveel waard. Wie een dubbele nationaliteit heeft is spekkoper tijdens de Europese verkiezingen van 22 tot 25 mei. Die mag namelijk twee keer naar de stembus.

Nee, het is geen verlate 1-aprilgrap. Iedereen die twee nationaliteiten heeft in twee verschillende EU-landen krijgt twee stembiljetten thuisgestuurd: één voor het land waar ze op dat moment wonen en één voor het land waar ze vandaan komen.

Dat blijkt uit onderzoek van het Algemeen Dagblad. De cijfers zijn schrikbarend: alleen al in Nederland wonen 157.000 mensen met een nationaliteit uit een ander EU-land. Voor één Nederlandse zetel in het Europees parlement zijn – toevallig – ongeveer 160.000 stemmen nodig (de kiesdeler is variabel: de opkomst wordt gedeeld door het aantal te verdelen zetels).

In totaal kunnen honderdduizenden Europeanen twee keer stemmen. Ja, officieel mag het allemaal niet, maar er is niemand die er toezicht op houdt. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken is dubbel stemmen strafbaar. ‘Nederland heeft in Europa aan de orde gesteld of het niet helemaal voorkomen kan worden maar dat heeft nog geen effect gehad,’ aldus de woordvoerder tegen het AD.

Tja. Hoe democratisch zijn de Europese verkiezingen dan eigenlijk nog, als er zo makkelijk kan worden gefraudeerd?

Bron: HP/De Tijd