Hoogste tijd voor een referendum over een Nexit

De rijkste landen ter wereld zijn vrijwel allemaal klein.

Groter is niet altijd beter, betoogt Thierry Baudet, van Forum voor Democratie. De rijkste landen zijn juist klein. Nederland moet zich daarom bezinnen op het lidmaatschap van de EU.

Een debat over EU-lidmaatschap zoals dat nu in Groot-Brittannië wordt gevoerd zouden we in Nederland ook moeten hebben. Nog helemaal los van de uiteindelijke uitkomst: het is buitengewoon gezond om je regelmatig af te vragen of bestaande instellingen en afspraken nog wel voldoen. Of dat je de zaken liever op een andere manier regelt. De wereld verandert continu – en iets dat een halve eeuw geleden een goed idee leek, hoeft dat vandaag de dag niet meer te zijn.

Daar komt bij dat de EU in de afgelopen decennia een dramatische machtsvergroting heeft gerealiseerd. Het is een heel andere club geworden dan het oorspronkelijk was. Van een klein secretariaat waar enkele gemeenschappelijke standaarden werden besproken en geregeld – gewoon om de handel te faciliteren – is de Unie uitgegroeid tot een quasi-politieke federatie naar Amerikaans model.

Brussel houdt zich met haast alle aspecten van het leven bezig en kan de nationale parlementen en regeringen tot de orde roepen, overstemmen en zelfs – zoals we gezien hebben in Italië en Griekenland – tot aftreden dwingen.

Lees verder op Trouw

Neoliberalisme heeft extremistisch-nationalisme opgeroepen

Door de noden van grote delen van de bevolking stelselmatig te negeren, heeft de zittende beleidselite de tegenkrachten opgeroepen die nu overal de beschaafde naoorlogse democratische consensus op de proef stellen.

De komende deglobalisering’. Onder die titel schreef ik hier op 4 augustus 2009 een column – een klein jaar na het uitbreken van de kredietcrisis die, vanwege het politieke onvermogen om het bancaire gezwel dat zich na drie decennia neoliberale doordrijverij had ontwikkeld te temmen, daarna steeds meer de interne Europese harmonie is gaan ontwrichten. En toen moest de vluchtelingencrisis nog komen.

Kort samengevat: de globalisering roept tegenkrachten op die politiek steeds sterker worden omdat de blijde boodschap van de globaliseringsprofeten dat iedereen van open grenzen beter wordt, met reden steeds minder wordt geloofd. Het aantal verliezers van de globalisering, of het aantal mensen dat bang is binnenkort tot de verliezers te gaan behoren, is intussen zodanig toegenomen dat hun boosheid electorale orkaankracht heeft bereikt, in Europa én Amerika.

Xenofobe extremistisch-nationalistische partijen zijn in veel EU-lidstaten aan de winnende hand – na (in chronologische volgorde) Denemarken, Nederland, Frankrijk, Hongarije, Zweden, Polen en Duitsland nu ook in Oostenrijk. De politieke instabiliteit, waartoe dit leidt, herinnert aan de jaren dertig.

Centraal thema binnen het kiezersverzet vormt het verlies aan zekerheid, zowel sociaal-economisch als sociaal-cultureel, omdat de prijs voor mondiale grenzeloosheid – minder salaris en meer migranten – niet in de villawijken, maar in de volkswijken wordt betaald. Alleen al een blik op de electorale plattegrond van Wenen maakt het politieke gevolg daarvan duidelijk: de keuze voor Hofer of Van der Bellen is sterk gekoppeld aan een welvaartskloof.

Die electorale orkaan kon iedereen daarmee zien aankomen, maar de voortekenen ervan zijn lang genegeerd, omdat de globaliseringswinnaars er geen financieel baat bij hadden om die voortekenen te zien en dus in een kosmopolitische roes bleven verkeren.

Kern van het probleem: het is op zich best plausibel dat door de globalisering het totale BNP gestegen is, maar dit vrij abstracte, in zekere zin oncontroleerbare en onmeetbare gegeven staat tegenover het zeer concrete verlies van banen onder lager opgeleiden als gevolg van wereldwijde concurrentie. Die maakt het voor de directeur mogelijk een Amerikaans hoog salaris te claimen, terwijl hij tegen de monteur kan zeggen dat hij het met een Albanees laag salaris moet doen.

Dat geldt dus ook voor het TTIP.

Lees deze column van Thomas van der Dunk verder op de Volkskrant

Plannen voor EU-leger worden geheim gehouden tot net na Brexit-referendum

Details of Brussels power grab buried until day after referendum. Federica Mogherini, head of foreign policy in the EU, has spent 18 months preparing a defence document for discussion by European leaders at a summit on June 28.

Steps towards creating a European army are being kept secret from British voters until the day after next month’s referendum.

The plans, drawn up by the EU’s foreign policy chief, foresee the development of new European military and operational structures, including a headquarters. They are supported by Germany and other countries as the first step towards an EU army.

Similar proposals were vetoed by Britain in 2011, although there are concerns that a loophole could allow nine states to group together and bypass opponents.

To prevent the policy paper leaking and derailing David Cameron’s campaign to keep Britain in the EU, the plans will not be sent to national governments until the day after Brittons vote. Until then the Global Strategy on Foreign and Security Policy can be read by only a small circle of EU political and security committee ambassadors, who must leave all their electronic devices outside a sealed room. They are allowed to take handwritten notes.

Federica Mogherini, head of foreign policy in the EU, has spent 18 months preparing a defence document for discussion by European leaders at a summit on June 28, the week after the referendum. The Times has seen extracts of the text in notes taken by diplomats. They emphasise that “security and defence is where as step of change is most urgent” in terms of how the EU functions.

The paper warns that “in turbulent times, we need a compass to navigate the waters of a faster-changing world” and urges the EU to create defence structures using mechanisms set out in the 2009 Lisbon treaty. These would be modelled on the EU’s Brussels-based diplomatic service.

Bron: The Times (betaalmuur)

Oekraïense plofkipfabriek strijkt neer in Veenendaal

Een grote kippenfokkerij in Oekraïne van MHP (dat groot is geworden dankzij leningen met Europees belastinggeld, zie gerelateerde artikelen hieronder) dat volgende week een Nederlandse vestiging opent.

Een van de grootste kippenfokbedrijven ter wereld, het Oekraïense Myronivsky Hliboproduct (MHP), opent volgende maand een fabriek in Veenendaal. Nederlandse kippenboeren vrezen dat de aanwezigheid van deze ‘idioot grote kippenfabriek’ het kwaliteitsimago van de Nederlandse pluimveesector zal verwoesten.

MHP, een beursgenoteerd bedrijf in handen van een van de rijkste mannen van Oekraïne, verdooft, slacht, bevriest en verpakt jaarlijks 332 miljoen kippen. Ter vergelijking: in heel Nederland worden zo’n 574 miljoen kippen per jaar geslacht. Nu gebeurt dat hoofdzakelijk in Oekraïne zelf, terwijl ongeveer eenderde van de kippenproductie is bedoeld voor de export. Een uitsnijderij in Veenendaal, zo is de uitleg, is praktisch zodra die export toeneemt. MHP gaat de nieuwe fabriek samen bestieren met vleeshandelsbedrijf Jan Zandbergen, dat nu al veel zaken doet met Oekraïne.

Het kippenvlees van MHP wordt nu nog vooral verkocht in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Centraal-Europese landen. West-Europa was altijd een ondergeschoven kindje vanwege de vaak strenge dierenwelzijnseisen en hoge importheffingen die de EU hanteert. Maar in de aanloop naar het vrijhandelsverdrag met Oekraïne, waarover Nederland afgelopen april een referendum hield, liet de EU geleidelijk aan steeds meer invoerheffingsvrije kip toe. Zo importeerde Europa vorig jaar al 65 procent meer Oekraiense kip dan in 2014.

Maar de kleine 40 duizend ton die nu jaarlijks is toegestaan, noemt directielid Anastasia Sobotjoek van MHP nog altijd veel en veel te weinig. ‘Wij hopen als vanzelfsprekend dat dit snel zal toenemen’, zegt ze. Ook daarop voorsorterend verwacht ze veel van de nieuwe joint venture met Veenendaal. Over de recente nee-stem van Nederland tegen het associatieverdrag maakt het bedrijf zich geen zorgen, zegt Sobotjoek.

De Nederlandse pluimveesector maakt zich daarentegen wel grote zorgen over de komst van MHP, zegt Hennie de Haan, voorzitter van de Nederlandse Vakbond voor Pluimveehouders. De frustratie in een notendop: in Nederland zijn boeren gebonden aan zeer strenge dierenwelzijnseisen, maar dankzij het vrijhandelsakkoord staat de achterdeur voor goedkopere en beduidend minder diervriendelijke kipfilets nu wagenwijd open.

Lees dit artikel van Jarl van der Ploeg verder op de Volkskrant

De politiek zwicht voor giftige lobby

Onlangs werden 49 Europarlementariërs getest op het mogelijk kankerverwekkende bestrijdingsmiddel glyfosaat. Ze bleken het allemaal in hun lichaam te hebben.

Gemiddeld hadden ze 17 keer de Europese drinkwaternorm in hun urine. Ondanks dit schokkende experiment stemde het Europees parlement kort geleden in met de toelating van glyfosaat tot de Europese markt voor nog eens zeven jaar. Het laatste woord is nu aan de Europese lidstaten.

Nederland is een grootverbruiker van bestrijdingsmiddelen. Onze intensieve landbouw is eraan verslaafd. Eén van de meest gebruikte bestrijdingsmiddelen wereldwijd is glyfosaat, dat het Amerikaanse bedrijf Monsanto gebruikt in de populaire onkruidverdelger Roundup. Al lange tijd is er grote ongerustheid over het massale gebruik van dit middel en de gevolgen daarvan voor het milieu en de volksgezondheid.

Al die bruine weilanden die je in het vroege voorjaar ziet, zijn bespoten met glyfosaat. Dat gif dringt diep in de bodem door. Koeien die gras eten dat op deze weilanden groeit, krijgen dit binnen en dat komt weer in de kaas en melk terecht.

Bijna alle varkens, koeien en kippen krijgen bovendien als voedsel genetisch gemodificeerde soja, die veelvuldig met glyfosaat is bespoten. Via het veevoer komt dit in het vlees en dus in ons lichaam terecht, via de mest in de bodem en het water en op die manier weer in ons drinkwater. Tegenwoordig heeft dan ook vrijwel iedereen deze stof in zijn lichaam, met alle gezondheidsrisico’s van dien.

In maart 2015 verscheen een rapport van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) dat de relatie tussen kanker en glyfosaat aannemelijk maakt. En juist in 2015 was ook de Europese Unie bezig met een onderzoek naar de veiligheid van dit middel. Dat kwam de producenten van bestrijdingsmiddelen niet goed uit, want als het inderdaad kankerverwekkend blijkt te zijn, loopt de toelating tot de Europese markt gevaar.

En zie, begin november 2015 verscheen er een artikel van de Europese voedsel- en warenautoriteit (EFSA), waarin staat dat het onwaarschijnlijk is dat glyfosaat kankerverwekkend is. Dit riep bij velen vragen op, want waarom wijkt dit oordeel zo sterk af van het IARC?

Na enig zoekwerk blijkt: het rapport van de EFSA is door de bestrijdingsmiddelenindustrie zelf geschreven! Natuurlijk niet letterlijk, maar de sector mocht de rapporten aanleveren die bij de beoordeling zouden worden gebruikt én het bureau selecteren dat het rapport zou schrijven. Er was voortdurend overleg tussen de gifproducenten en de schrijvers van het rapport.

Op basis van dit EFSA-rapport (!) is de meerderheid van de Nederlandse politiek om. Zou staatssecretaris Van Dam eerst nog tegen de hernieuwde toelating van glyfosaat tot de Europese markt stemmen, nu heeft hij vanwege een plotse Kamermeerderheid toch besloten vóór te gaan stemmen. Hoe komt het toch dat degenen die grof geld verdienen aan bestrijdingsmiddelen zoveel ruimte krijgen hun belangen zwaarder te laten wegen dan het algemeen belang van een goede gezondheid en een schoon milieu?

Bron: Brabants Dagblad

The progressives are terrified of change

The left’s turncoat Remainers have betrayed democracy.

William F Buckley Jr wrote: ‘A conservative is someone who stands athwart history, yelling Stop.’ Swap ‘conservative’ for ‘media lefty’ and you’ve basically got the pathetic spectacle we’ve been confronted with over the past few weeks of the EU referendum campaign. As 23 June approaches and the polls are increasingly too close to call, the strangest thing has happened. The last few prominent Eurosceptics on the left have started to peel away. They’ve been confronted with a once-in-a-generation opportunity to smash power, to strike out for democracy and to put the future of European politics firmly in the hands of the people, rather than a faceless, byzantine bureaucracy. And they’ve bottled it.

First there’s Yanis Varoufakis, the flash stepdad of European leftism and the former finance minister of ailing Greece. This is a man who has experienced the tyranny of the Brussels set firsthand. His modest proposals for rescuing debt-laden Greece from EU-enforced austerity were ignored. ‘Elections’, he was told by German finance minister Wolfgang Schäuble, ‘change nothing’. He quit government in protest as his Syriza comrade Alexis Tsipras signed an agreement that would once again shackle Greece to Troika diktat. What is the self-styled ‘erratic Marxist’ up to now? He’s touring the UK, telling Brits to say ‘Oxi’ to Brexit so that we can ‘reform the EU from within’.

Then there’s Owen Jones, the Corbyn choir boy who has followed the Labour leader’s transformation from Bennite Eurosceptic to apologetic Remainer. Last summer Jones called for the left to campaign for Brexit. After the horrors of Greece, he wrote, it’s time to ‘reclaim the Eurosceptic cause’. Now, just 10 months on, he’s joining Varoufakis on the campaign trail. His flirtation with principle over, he wants to ‘unite with people across the continent to build a democratic, workers’ Europe’. How propping up a democracy-thwarting institution puts you in line with the little guy is beyond me. Not least when said institution has effectively abolished workers’ rights in austerity-battered countries like Greece.

Lees deze column van Tom Slater verder op Spiked Online

Stem niet op partijen, maar op individuen

Geerten Waling heeft gelijk over het afschaffen van de partijdemocratie. Er is nog een aantal redenen voor die afschaffing. Om te beginnen zijn slechts 300.000 mensen lid van een politieke partij, terwijl de bekleders van alle belangrijke politieke functies uit dat beperkte groepje komen: Tweede Kamerleden, raadsleden, burgemeesters, statenleden, et cetera. Het is uitgesloten dat alle kundige mensen toevallig in dat kleine groepje zitten.

Dat blijkt ook. Zelfs premiers als Rutte en Balkenende horen niet op dat niveau thuis. Zij zijn ongeschikt om het land te leiden en te vertegenwoordigen in het buitenland. Ook bij de bewindvoerders zijn er legio voorbeelden. Komen er eens goede kandidaten op een ministerspost, dan houden ze het na één periode voor gezien.

Niet alleen is het aantal partijleden te klein, ook de selectie is gebrekkig. Bestuurders komen bovendrijven door machtsspelletjes, niet door bestuurlijke kwaliteiten. Een goed raadslid is nog geen goede wethouder, en een goede wethouder nog geen goed Kamerlid. Een falend Kamerlid is zeker geen goede burgemeester, zoals geregeld blijkt.

De meeste kiezers stemmen op de lijsttrekker; in diens kielzog komen zo’n 120 Kamerleden mee, die niemand kent. In de huidige Tweede Kamer zitten zes Kamerleden die minder dan 600 stemmen hebben gekregen! Die worden geacht het vak nog te moeten leren, wat een stuitende minachting is voor de zware taken van een Kamerlid.

Dan gaan partijen een coalitie sluiten en leveren zonder mankeren een fors aantal principes in die de kiezer juist zo aanspraken. (Ik durf te stellen dat slechts een paar procent van de kiezers de huidige coalitie wilde.) Tot overmaat van ramp worden dan ministers van buiten aangesteld, op wie niemand heeft gestemd. Dan is er niets meer over van je stem. Je stem heeft mensen benoemd die je niet kent, je partij gaat dingen doen die je niet wil en dat wordt uitgevoerd door mensen op wie je zelfs niet hebt kunnen stemmen. Hoezo democratie?

Lees deze column van Paul Kokkeler verder op de Volkskrant

Partij is achterhaald vehikel democratie

Het jaar 1848 kan ons inspireren bij het zoeken naar een vorm van democratie zonder partijen.

PvdA, CDA en VVD, de drie middenpartijen die ooit het solide machtscentrum vormden van de Nederlandse politiek, hebben zo weinig leden dat ze in geldnood dreigen te raken (de Volkskrant, 3 mei). Daarnaast dreigen zij ook al geld mis te lopen door een drastisch verlies aan parlementszetels.

Zij hopen hun nood te lenigen door de subsidiekraan verder open te draaien, maar daar komen de honderdduizenden afvallige leden niet mee terug – en de zetels evenmin. De koek wordt intussen verdeeld door een steeds groter aantal partijtjes en afsplitsingen, waarvan uitgerekend die ene partij zónder leden de beste uitgangspositie lijkt te hebben.

Nederland is geen uitzondering: overal in Europa verkeren juist de middenpartijen in diepe crisis. Dit gaat niet zomaar over. Het is hoog tijd om serieus na te gaan denken over een democratie zonder (leden)partijen. Dat hoeft geen onverantwoorde sprong in het duister te zijn: de geschiedenis biedt uitkomst. Als we maar over de 20ste eeuw heen willen kijken, dan zien we een tijdperk waarin fascinerende experimenten werden uitgevoerd met heel andere vormen van democratie dan de partijdemocratie die nu zo onder druk staat.

Een kort maar cruciaal moment waarop democratische burgerparticipatie floreerde was het jaar 1848. Terwijl Thorbecke in Nederland met een Grondwetsherziening het bestel wist te democratiseren, gingen elders op het Europese continent de burgers de barricaden op. Maar het waren niet de gewelddadige opstanden in deze revolutiegolf die 1848 kenmerkten. Door de vrijheid van vereniging, vergadering en drukpers, die werden afgedwongen in onder andere Frankrijk en in het Duitse en Italiaanse cultuurgebied, barstte een publiek debat los dat zijn weerga niet kende.

Hier gebeurde zoiets nieuws, dat tijdgenoten spraken van ‘de lente van de volkeren’. In duizenden volksvergaderingen en clubs poogden miljoenen burgers iets te doen wat tot dan toe verboden was geweest: zelf politiek bedrijven.

Lees dit artikel van Geerten Waling verder op de Volkskrant
Meer over revoluties in 1848 op Historiek