EU-winsttaks tegen belastingontwijking

De Europese Commissie wil een Europese winstbelasting invoeren. Op die manier wil Brussel belastingontwijking aanpakken. Dat blijkt uit een plan dat in handen is van De Financiële Telegraaf.

Over een aantal jaar moeten multinationals hun aangifte vennootschapsbelasting centraal indienen, waarna de opbrengst verdeeld wordt over de EU-landen waar het bedrijf actief is. Landen mogen nog wel hun eigen tarief voor vennootschapsbelasting bepalen.

Het plan zou nadelig kunnen uitpakken voor Nederland. „Het grote probleem is de verdeelsleutel van de winst”, zegt fiscalist Marc Sanders (Taxand). „Als je die baseert op bijvoorbeeld de productie, zoals in eerdere plannen, gaan diensteneconomieën als Nederland er zeker op achteruit.”

Sanders is verrast dat Brussel al direct grensoverschrijdende verliescompensatie wil invoeren. „Een Nederlands bedrijf kan dan de verliezen van een dochtervennootschap in Frankrijk compenseren met winsten in Nederland, en andersom.”

De Maastrichtse hoogleraar Belastingrecht Hans van den Hurk noemt het voorstel „een gedrocht, dat Nederland absoluut moet proberen tegen te houden.” Volgens Van den Hurk krijgen kleine economieën die op de dienstensector drijven, zoals Nederland, zonder compensatie de belastingsystematiek van de grote industrielanden opgedrongen.

Lees verder (betaalmuur) op De Financiële Telegraaf >>>

Europe’s dream is dying in Greece

By locking the nation into a failed economic experiment the EU is destroying wealth and stability.

The shuttered banks of Greece represent a profound failure for the EU. The current crisis is not just a reflection of the failings of the modern Greek state, it is also about the failure of a European dream of unity, peace and prosperity.

Over the past 30 years Europe has embraced its own version of the “end of history”. It became known as the European Union. The idea was that European nations could consign the tragedies of war, fascism and occupation to the past. By joining the EU, they could jointly embrace a better future based on democracy, the rule of law and the repudiation of nationalism.

As Lord Patten, a former EU commissioner, once boasted, the success of the union ensured that Europeans now spent their time “arguing about fish quotas or budgets, rather than murdering one another”.

When the Greek colonels were overthrown in 1974, Greece became the pioneer of a new model for Europe — in which the restoration of democracy at a national level was secured by a simultaneous application to join the European Economic Community (as it then was).

Greece became the 10th member of the European club in 1981. Its early membership of an EU that now numbers 28 countries is a rebuke to those who now claim it has always been a peripheral member.

The model first established in Greece — democratic consolidation, secured by European integration — was rolled out across the continent over the next three decades. Spain and Portugal, which had also cast off authoritarian regimes in the 1970s, joined the EEC in 1986. After the fall of the Berlin Wall, almost all the countries of the former Soviet bloc followed the Greek model of linking democratic change at home to a successful application to join the EU.

For the EU itself, Greek-style enlargement became its most powerful tool for spreading stability and democracy across the continent. As one Polish politician put it to me shortly before his country joined the EU: “Imagine there is a big river running through Europe. On one side is Moscow. On the other side is Brussels. We know which side of the river we need to be on.” That powerful idea — that the EU represented good government and secure democracy — has continued to resonate in modern Europe. It is why Ukrainian demonstrators were waving the EU flag when they overthrew the corrupt government of Viktor Yanukovich in 2014.

The danger now is that, just as Greece was once a trailblazer in linking a democratic transition to the European project, so it may become an emblem of a new and dangerous process: the disintegration of the EU.

Lees verder op the Financial Times >>>

Joseph Stiglitz: how I would vote in the Greek referendum

Neither alternative – approval or rejection of the troika’s terms – will be easy, and both carry huge risks.

he rising crescendo of bickering and acrimony within Europe might seem to outsiders to be the inevitable result of the bitter endgame playing out between Greece and its creditors. In fact, European leaders are finally beginning to reveal the true nature of the ongoing debt dispute, and the answer is not pleasant: it is about power and democracy much more than money and economics.

Of course, the economics behind the programme that the “troika” (the European Commission, the European Central Bank, and the International Monetary Fund) foisted on Greece five years ago has been abysmal, resulting in a 25% decline in the country’s GDP. I can think of no depression, ever, that has been so deliberate and had such catastrophic consequences: Greece’s rate of youth unemployment, for example, now exceeds 60%.

It is startling that the troika has refused to accept responsibility for any of this or admit how bad its forecasts and models have been. But what is even more surprising is that Europe’s leaders have not even learned. The troika is still demanding that Greece achieve a primary budget surplus (excluding interest payments) of 3.5% of GDP by 2018.

Economists around the world have condemned that target as punitive, because aiming for it will inevitably result in a deeper downturn. Indeed, even if Greece’s debt is restructured beyond anything imaginable, the country will remain in depression if voters there commit to the troika’s target in the snap referendum to be held this weekend.

In terms of transforming a large primary deficit into a surplus, few countries have accomplished anything like what the Greeks have achieved in the last five years. And, though the cost in terms of human suffering has been extremely high, the Greek government’s recent proposals went a long way toward meeting its creditors’ demands.

We should be clear: almost none of the huge amount of money loaned to Greece has actually gone there. It has gone to pay out private-sector creditors – including German and French banks. Greece has gotten but a pittance, but it has paid a high price to preserve these countries’ banking systems. The IMF and the other “official” creditors do not need the money that is being demanded. Under a business-as-usual scenario, the money received would most likely just be lent out again to Greece.

But, again, it’s not about the money. It’s about using “deadlines” to force Greece to knuckle under, and to accept the unacceptable – not only austerity measures, but other regressive and punitive policies.

But why would Europe do this?

Lees verder op The Guardian >>>

Blijf af van wat echt gelukkig maakt

Ogenschijnlijk is Jesse Klaver als politiek leider een succes; indien we de opiniepeilingen van Maurice de Hond althans mogen geloven. In Peil.nl schoot GroenLinks omhoog direct nadat bekend werd dat Klaver de nieuwe (fractie)leider is. Het is tekenend voor de hypes die de Nederlandse politiek zo vaak beheersen, stelt Patrick van Schie van de Teldersstichting, de denktank van de VVD. Hij vraagt zich af: zouden die kiezers die zich nu ineens tot GroenLinks aangetrokken voelen weten waar Klaver voor staat?

Klaver zelf zou in een toespraak op 24 juni jongstleden bekend maken wat hij wil. Waarschijnlijk had hij niet eens door dat hij die avond de toehoorders een dusdanig diep inkijkje in zijn drijfveren heeft gegeven dat hij nogal naakt kwam te staan. Want, vertelde hij met trots, door het lezen van het boek ‘Ill fares the land’ van historicus Tony Judt in de zomer van 2010 begon hij na te denken over ‘waar je voor staat, waar je voor gaat en waar je naartoe wil’. Aan zo’n onderzoek naar zijn ‘diepste drijfveren’ begon Klaver dus nádat hij Kamerlid was geworden. Dat maakt helder wat er bij Klaver inderdaad vanaf druipt: zijn ambitie loopt ver vooruit op zijn gedachten. De Nederlandse politiek zou pas echt rijker worden als meer politici dit proces eens zouden omdraaien.

Maar goed, hij schijnt eruit te zijn en heeft ontdekt dat ons land zucht onder ‘economisme’. Dit is, naar zijn zeggen, de gedachte ‘dat alle politieke en maatschappelijke problemen terug te brengen zijn tot een rekensom’. Het zou ons afhouden van politiek in de vorm van een ideologisch debat. Politiek behoort te gaan over waarden, en niet louter over centen. Dat ben ik graag met hem eens.

Klaver betoogde in zijn rede dat er alleen nog maar wordt gekeken ‘naar wat dingen kosten, niet naar wat ze waard zijn’. Geld is bepaald niet alles, daarin heeft de GroenLinks-voorman gelijk. Maar zolang (linkse) politici vooral blijven pleiten voor meer overheidsbeleid, meestal synoniem voor of in ieder geval gepaard gaande met meer geld uitgeven, is het toch wel belangrijk om je af te vragen of dat geld goed wordt besteed. Al was het maar omdat deze politici niet met hun eigen geld ‘goed’ willen doen, maar met dat van u en mij. Nogal makkelijk te beweren dat geld niet belangrijk is, als dat in werkelijkheid andermans geld betreft.

De gedachte dat het beter is als burgers hun eigen geld kunnen uitgeven dan het ze afhandig te maken en door de overheid te laten besteden, denkt Klaver te kunnen weerleggen door te wijzen op de inefficiëntie als gevolg van de ‘grote privatiseringsgolf’ in de jaren tachtig en negentig. Als voorbeelden noemt hij de vastgoedwaanzin van het ROC Leiden, het Fyra-debacle en misstanden in de zorg. Een hoogst curieuze redenering, want in géén van deze gevallen gaat het om burgers of bedrijven die hun eigen geld uitgeven. Zijn voorbeelden onderstrepen juist het falen in de collectieve sector, en de nonchalance waarmee sommige bestuurders in die sector met gelden van anderen – de belastingbetalers – omgaan. Misschien moet Klaver eerst nog maar iets meer lezen en nadenken over wat privatisering echt inhoudt.

Lees verder op Trouw >>>

Teruglezen: IMF’s four steps to damnation

How crises, failures, and suffering finally drove a Presidential adviser to the wrong side of the barricades.

It was like a scene out of Le Carré: the brilliant agent comes in from the cold and, in hours of debriefing, empties his memory of horrors committed in the name of an ideology gone rotten.

But this was a far bigger catch than some used-up Cold War spy. The former apparatchik was Joseph Stiglitz, ex-chief economist of the World Bank. The new world economic order was his theory come to life.

He was in Washington for the big confab of the World Bank and International Monetary Fund. But instead of chairing meetings of ministers and central bankers, he was outside the police cordons. The World Bank fired Stiglitz two years ago. He was not allowed a quiet retirement: he was excommunicated purely for expressing mild dissent from globalisation World Bank-style.

Here in Washington we conducted exclusive interviews with Stiglitz, for The Observer and Newsnight, about the inside workings of the IMF, the World Bank, and the bank’s 51% owner, the US Treasury.

And here, from sources unnamable (not Stiglitz), we obtained a cache of documents marked, ‘confidential’ and ‘restricted’.

Stiglitz helped translate one, a ‘country assistance strategy’. There’s an assistance strategy for every poorer nation, designed, says the World Bank, after careful in-country investigation.

But according to insider Stiglitz, the Bank’s ‘investigation’ involves little more than close inspection of five-star hotels. It concludes with a meeting with a begging finance minister, who is handed a ‘restructuring agreement’ pre-drafted for ‘voluntary’ signature.

Each nation’s economy is analysed, says Stiglitz, then the Bank hands every minister the same four-step programme.

Step One is privatisation. Stiglitz said that rather than objecting to the sell-offs of state industries, some politicians – using the World Bank’s demands to silence local critics – happily flogged their electricity and water companies. ‘You could see their eyes widen’ at the possibility of commissions for shaving a few billion off the sale price.

And the US government knew it, charges Stiglitz, at least in the case of the biggest privatisation of all, the 1995 Russian sell-off. ‘The US Treasury view was: “This was great, as we wanted Yeltsin re-elected. We DON’T CARE if it’s a corrupt election.” ‘

Stiglitz cannot simply be dismissed as a conspiracy nutter. The man was inside the game – a member of Bill Clinton’s cabinet, chairman of the President’s council of economic advisers.

Lees dit artikel uit 2001 verder op The Guardian >>>

Deens referendum over samenwerking justitie en politie

De nieuwe Deense premier Lars Lokke Rasmussen wil nog dit jaar een referendum houden over de positie van het land binnen de Europese Unie. De Denen moeten zich dan uitspreken over de vraag of ze hun uitzonderingspositie binnen de EU willen opgeven.

Het referendum zou in maart 2016 plaatsvinden, maar wordt nu naar voren gehaald. Dat wordt meteen een proeve van Rasmussens macht, omdat zijn liberale minderheidskabinet van slechts 34 van de 179 zetels in het parlement bezetten.

Denemarken hoeft zich sinds 1992 niet te houden aan de Europese justitieregels. Om onderdeel te kunnen blijven van de Europese politieorganisatie Europol zou die uitzonderingsregel moeten vervallen.

Het Deense parlement had eerder al besloten om een referendum te houden over de Deense uitzonderingspositie binnen de Europese Unie op het gebied van justitie- en politiesamenwerking. In het referendum wordt het volk gevraagd te stemmen over een mogelijke verandering van de Deense opt-out-clausule die momenteel van kracht is. Deze clausule geeft Denemarken de mogelijkheid om niet mee te doen met bepaalde Europese afspraken.

De Deense regering wil de strikte opt-outs graag omzetten naar een flexibelere opt-in-clausule op het gebied van justitiële samenwerking. Dit zou betekenen dat Denemarken per onderwerp binnen dit beleidsterrein kan kijken of het mee wil doen aan een eventuele Europese samenwerking.

De mogelijkheid voor Denemarken om de opt-outs om te zetten naar opt-ins, was al vastgelegd in het Verdrag van Lissabon. De Deense regering heeft nu besloten om gebruik te maken van deze mogelijkheid, omdat het volledig deel wil nemen aan de Europese politiedienst Europol. Dit zou alleen mogelijk zijn wanneer bepaalde Europese regels zouden worden ingevoerd door Denemarken waar eerst niet aan werd deelgenomen.

Griekse of Europese tragedie?

Als gemiddelde krantenlezer kun je er eigenlijk geen touw aan vastknopen. Is de Grexit nu echt onafwendbaar geworden na de Varoufakis-exit uit de Eurogroep-bijeenkomst van zaterdag, of komt er toch nog ergens een Grieks konijn uit de hoge hoed getoverd? Hebben de Grieken de boel gewoon vijf maanden gesaboteerd, onder meer door steeds verkeerde versies van niet heel serieuze hervormingsvoorstellen in te sturen? Of hebben juist de technocraten van De Schuldeisende Instituties doelbewust geprobeerd de links-radicale nieuwkomers van Syriza aan de onderhandelingstafels te vermorzelen, als waarschuwing aan Podemos in Spanje, rechtspopulisten in Scandinavië en Marine Le Pen in Frankrijk?

Waren de oud-communisten van Syriza eigenlijk nooit bereid om door de neoliberale hoepel van Pruisische begrotingspolitiek heen te springen en hebben ze, toen het einde van het onderhandelingsspel in zicht was, patsboem!, de atoombom gegooid van een Grieks volksreferendum? Of heeft de toonaangevende Financial Times-columnist Wolfgang Münchau gelijk dat het schuldeisersprogramma van Dijsselbloem c.s. an economic version of Dante’s hell was en een totale economische vernietiging van Griekenland zou hebben veroorzaakt?

Wie het weet mag het zeggen. Ordinaire politiek en monetaire techniek lopen hier door elkaar heen, nog eens overgoten door een meedogenloze blame game. Deze week kan het allemaal over zijn. Grexit en Griekenland voortaan pion van Poetins Rusland. Maar voor hetzelfde geld komt op de valreep kanselier Angela Merkel nog met een goocheltruc uit Berlijn aan zetten. Hoe de Griekse tragedie ook afloopt, deze politieke freakshow is een bevestiging van de toenemende moeizaamheid van het Europese Project. Van de grote naar binnengekeerdheid ervan ook. De buitenwereld van Europa is onheilspellender en gevaarlijker dan ooit, maar de EU denkt zich te kunnen veroorloven al haar politieke energie op te gebruiken voor interne kwesties als Grexit en Brexit.

De ramp die de stroomversnelling van de EU aan het veroorzaken is, valt bijna niet meer te overzien.

Lees verder op de Volkskrant (betaalmuur) >>>

Euroscepsis neemt toe

De liefde voor Europa zit bij veel Nederlanders niet diep. Dat Nederland deel uitmaakt van de Europese Unie wordt vooral als ‘iets onvermijdelijks’ gezien.

De steun voor het Nederlandse EU-lidmaatschap ligt nu zelfs lager dan in 2005, constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau in het vandaag verschenen kwartaalonderzoek Burgerperspectieven.

Tien jaar geleden verkeek de politiek in Den Haag zich op de stemming in het land. Bij het referendum over de Europese grondwet stemden twee op de drie Nederlanders tegen. Sindsdien is Europa niet van de politieke agenda verdwenen. De onderzoekers constateren dat de euroscepsis in Nederland verder is toegenomen. In 2005 vond 77 procent het EU-lidmaatschap een ‘goede zaak’, nu is dat percentage gedaald tot 42. Tegelijk merken ze op dat de kennis van en interesse voor Europa niet ‘bijzonder groot’ is. Nederlanders scoren op dat onderdeel slechter dan het Europees gemiddelde. Wat de Nederlandse burger vooral dwars zit, is het gevoel dat Nederland te veel macht aan Brussel heeft overgedragen. Meer dan de helft (55 procent) van de Nederlanders deelt die mening.

Lees verder op het Nederlands Dagblad via Blendle >>>