2015: doom or bloom?

Veel experts verwachten in 2015 een wereldwijde financieel-economische chaos. Krijgen deze doemdenkers gelijk of valt de schade uiteindelijk wel mee?

We leven in onzekere, bange tijden. Er is onrust op de internationale valutamarkten: de koers van de roebel is gekelderd en ook de euro is ten opzichte van de Amerikaanse dollar flink gezakt. De prijs van een vat olie is het afgelopen jaar gehalveerd en een ‘Grexit’ van Griekenland dreigt. De eurocrisis is weer terug van nooit helemaal weggeweest.

Wacht ons in 2015 een doemscenario?
De Amerikaanse econoom Martin Armstrong voorspelde met zijn supercomputer ‘Socrates‘ dat in oktober van dit jaar het begin van het einde van de euro begint. En hij staat daarin niet alleen: een hele schare economische ‘experts‘ en financieel deskundigen vrezen dat 2015 het jaar van de waarheid wordt. Zelfs de doorgaans voorzichtige financieel journalist van The Telegraph, Ambrose Pritchard-Evans, vreest een voortwoekerende crisis in de eurozone en verwacht grote gevolgen voor de wereldeconomie als de Amerikaanse centrale bank FED definitief stopt met haar geldverruimingsprogramma en de dollar verder aantrekt. Voor de gesloten economie van de VS zullen de gevolgen beperkt zijn, maar voor de rest van de grote economische blokken in de wereld niet. Evans-Pritchard: ‘Tightening by the US Federal Reserve will have turbo-charged effects on a global financial system addicted to zero rates and dollar liquidity.’

Evans verwacht dat de euro nog verder wegzakt tegenover de dollar, misschien wel tot $ 1,08 tegen het eind van het jaar en sommigen vrezen zelfs tot par (1 dollar = 1 euro, red.). En er is inderdaad meer dan voldoende reden om die verwachting aannemelijk te maken. Weliswaar pakt de lage olieprijs voor de energie importerende EU goed uit en voor de Amerikanen niet, voor de rest zijn er slechts tekenen die wijzen op een verder in waarde toenemen van de dollar.
FED-president Yellen gaat verder met de reeds ingezette tapering, het verminderen van de hoeveelheid dollars die in de Amerikaanse economie wordt gepompt. Veel analisten verwachten dat de VS de rente mogelijk zal verhogen in de loop van dit jaar. De economische groei in de VS ligt beduidend boven die van de EU, laat staan van de eurozone; en hetzelfde kan gezegd worden over de werkgelegenheid, die in Europa op historisch lage niveau’s blijft. Er worden simpelweg onvoldoende banen gecreëerd.

Daar komt bij dat met name de opkomende markten een zware tol dreigen te zullen betalen van de tapering door Yellen: er zullen minder dollars beschikbaar komen om hun economieën te voeden met vers geld. De grootste economie ter wereld – de Chinese – groeit minder en Rusland stevent af op een heuse recessie. Datzelfde geldt overigens ook voor de eurozone, waar de groei maar niet wil komen. Sterker, er dreigt een door ernstige vraaguitval veroorzaakte deflatie. De druk op de ECB om de geldkraan open te zetten neemt vanuit Zuid-Europa stevig toe, ofschoon veel economen verwachten dat dit geen enkel soelaas biedt. En dat vrees ik ook. De instrumentenkist van de ECB is leeg: de depositorente staat al vrijwel op nul, maar de inflatie trekt niet aan. Er wordt onvoldoende geïnvesteerd en onvoldoende geconsumeerd: het geld bij veel huishoudens is op of men pot het op in afwachting van betere tijden. De eurozone zit muurvast en de ECB kan niets meer doen: de bal ligt nu bij de politiek.

En daar wringt nu juist de schoen.

Lees dit artikel van Jean Wanningen verder op Follow The Money

Greek expulsion from the euro would demolish EMU’s contagion firewall

Should EMU leaders choose to cut off liquidity support for the Greek banking system they might find that their contagion defences are a fiction.

We know from memoirs and a torrent of leaks that Europe’s creditor bloc came frighteningly close to ejecting Greece from the euro in early 2012, and would have done so with relish.

Former US Treasury Secretary Tim Geithner has described the mood at a G7 conclave in Canada in February of that year all too vividly. “The Europeans came into that meeting basically saying: ‘We’re going to teach the Greeks a lesson. They are really terrible. They lied to us, and we’re going to crush them,’” he said.

“I just made very clear right then: if you want to be tough on them, that’s fine, but you have to make sure that you’re not going to allow the crisis to spread beyond Greece.”

German chancellor Angela Merkel did later retreat but only once it was clear from stress in the bond markets that Italy and Spain would be swept away in the ensuing panic, setting off an EMU-wide systemic crisis.

The prevailing view in Berlin and even Brussels is that no such risk exists today: Europe has since created a ring of firewalls; debtor states have been knocked into shape by their EMU drill sergeants.

The democratic drama unfolding in Greece this month is therefore a local matter. If Syriza rebels win power on January 25 and carry out threats to repudiate the EU-IMF Troika Memorandum from their “first day in office”, Greece alone will suffer the consequences.

“I believe that monetary union can today handle a Greek exit,” said Michael Hüther, head of Germany’s IW institute. “The knock-on effects would be limited. There has been institutional progress such as the banking union. Europe is far less easily blackmailed than it was three years ago.”

This loosely is the “German view”, summed up pithily by Berenberg’s Holger Schmieding: “We’re looking at a Greece problem, the euro crisis is over. I do not expect markets to seriously contest the contagion defences of Europe.”

It sounds plausible. Bond yields in Italy, Spain and Portugal touched a record low this week. Yet it rests on the overarching assumption that the Merkel plan of austerity and “internal devaluation” has succeeded. An army of critics retort that the underlying picture is turning blacker by the day.

Europe’s rescue apparatus is not what it seems. The banking union belies its name. It is merely a supervision union. Each EMU state bears the burden for rescuing its own lenders. Europe’s leaders never delivered on their promise to “break the vicious circle between banks and sovereigns”.

Lees deze column van Ambrose Evans Pritchard verder op The Telegraph

Duitse regering gelooft dat eurozone een Grexit overleeft

In geval van nood is een ‘Grexit’, de Griekse uittreding uit de eurozone, voor de Duitse regering bespreekbaar. Dat meldt het Duitse weekblad Der Spiegel op basis van anonieme regeringsbronnen.

Het besmettingsgevaar voor andere EU-landen zou zijn geweken nu landen als Portugal en Ierland zijn aangesterkt. Bovendien heeft de eurozone inmiddels het Europese Stabiliteits Mechanisme (ESM), het reddingsfonds van de eurozone en kunnen banken gered worden door de nieuwe bankenunie, zo verklaarde een anonieme bron binnen de Duitse regering aan Der Spiegel.

De regering wil geen reactie geven op de berichtgeving. Een Grexit was voor Berlijn tot nu toe onbespreekbaar. Er was grote vrees voor besmettingsgevaar: als één land de euro uit stapt, kunnen anderen dat ook. Daardoor kan er telkens existentiële paniek in landen uitbreken en een kapitaalvlucht (van spaarders en beleggers) in gang zetten.

In Griekenland worden vervroegde verkiezingen gehouden. Door de Europese miljardenleningen aan het land, en door de nieuwe onrust die Griekenland in de eurozone kan veroorzaken, heeft de hele Europee Unie belang bij de uitslag van de stembusgang. “Nieuwe verkiezingen zullen de akkoorden die wij hebben gesloten met de Griekse regering niet veranderen”, zei de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble in een reactie.

Bron: NRC

De Grieken bestaan niet

Het zijn de rijke noordelijke EU-landen die door de Trojka zijn gered, niet ‘De Grieken’.

Er zal de komende weken veel over de Grieken worden gesproken. Zo van “De Grieken” hebben hun billen gebrand en kunnen nu niet weigeren op hun blaren te zitten. “De Grieken” hebben de miljarden opgesoupeerd die voor onze bejaarden waren bestemd. Als “De Grieken” eind januari verkeerd stemmen, dan brengen zij de euro en de EU in gevaar. Ik zeg u: “De Grieken” bestaan niet.

Er bestaat wel een Grieks electoraat dat volgens de peilingen steeds meer naar links opschuift en waarschijnlijk ook naar rechts want de neonazistische Gouden Dageraad verheugt zich in een bestendig groeiende populariteit. Het kent ook een variant van de Nederlandse links-rechts-coalitie, namelijk een regering, gedomineerd door de conservatieve Nieuwe Democratie en de socialistische Pasok.

Deze Pasok is bij de vorige verkiezingen al zwaar gehavend en wordt zo geassocieerd met een neoliberaal bezuinigingsbeleid dat ze net als de PvdA haar relevantie en betekenis waarschijnlijk voorgoed heeft verloren. De Nieuwe Democratie staat er ook slecht voor maar verkeert allesbehalve in stervensgevaar omdat het gevoerde beleid niet zo ver afstaat van de eigen ideologie.

Dat beleid is min of meer opgedrongen door de Trojka – afgevaardigden van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds, die op nogal dwingende wijze bezuinigingen suggereert en privatiseringen oplegt. Het komt erop neer dat de rekening voor het wanbeleid bij de gewone burgers wordt gelegd, die part noch deel hebben gehad aan de corruptie, de dubbele boekhouding van de overheid, de geldverspilling en de bouw van witte olifanten, bijvoorbeeld in het kader van de Olympische Spelen. Het is daarbij nuttig om te weten dat die dubbele boekhouding werd opgezet in samenspraak met de Amerikaanse bank Goldman Sachs.

De Griekse overheid kon haar schulden gemakkelijk financieren tot de banken overal ter wereld ineens door de belastingbetalers gered moesten worden omdat ze zich massaal kapot gegokt hadden. Daardoor bleek de Griekse staat ineens op een faillissement af te stevenen, wat de trotse euro op losse schroeven zette.
Daarom schoten de regeringen van de overige euro-landen te hulp. Of liever gezegd: ze plaatsten Griekenland in de schuldsanering in ruil voor nieuwe kredieten waarmee het land aan zijn internationale verplichtingen kon voldoen.

De miljarden euro’s gingen via Athene linea recta naar de schuldeisers – veel daarvan in de rijke noordelijke EU-landen – die ooit zonder blikken of blozen de overheid in Athene vol hadden gestopt met hun leningen. Zij zijn het die door “de belastingbetaler” zijn gered en niet “De Grieken” om één keer in het misleidende taalgebruik te vervallen dat wij de komende maanden zo vaak gaan horen. Het zijn juist de regeringen in het noorden van Europa die met dit beleid hun eigen huid en die van hun financiële sector hebben gered.

Lees deze column van Han van der Horst verder op Joop

Europese leiders zoeken naar een ‘Grexit’ zonder besmettingsgevaar

Bij de vervroegde Griekse verkiezingen staat niets minder op het spel dan de gedroomde Europese consensus. Europa, met Merkel voorop, zoekt alvast een mogelijkheid om Athene uit de eurozone te werken zonder dat andere lidstaten volgen.

Op 26 juli 2012 zei de president van de Europese Centrale Bank (ECB), Mario Draghi, dat zijn instelling ‘alles zou doen dat nodig is om de euro te redden’. En ja hoor, de markten geloofden hem en de rentes in de schuldenlanden daalden aanzienlijk.

De vervroegde parlementsverkiezingen in Griekenland op 25 januari en de voorspelde winst van de radicaal-linkse partij Syriza doen de Griekse rente echter weer stijgen. De markten vrezen dat Syriza zal breken met de Europese afspraken om de Griekse economie te hervormen.

In Athene staat straks niets minder op het spel dan de gedroomde Europese consensus. Gideon Rachman legde onlangs in de Britse zakenkrant Financial Times uit hoe die consensus zou moeten functioneren.

Europese politici uit het politieke midden besluiten om de arbeidsmarkt te hervormen, waardoor markten opgelucht ademhalen, de rente daalt en de economie verbetert. Vervolgens besluiten kiezers te stemmen op politici in het centrum, die immers hebben bewezen in staat te zijn om succesvolle hervormingen door te voeren.

Helaas kan het ook anders gaan, zo laat Griekenland zien. Economische crisis en oplopende werkloosheid geven radicale politieke partijen vleugels waardoor markten zenuwachtig raken en de rente oploopt. Het gevolg is dat de schuldenlasten stijgen en er nog meer moet worden bezuinigd waardoor de politiek nog verder radicaliseert.

In Griekenland leek het er even op dat deze vicieuze cirkel was doorbroken toen het afgelopen jaar de Griekse economie opeens groeide met 0,7 procent. Helaas is die groei te mager om het land te redden. Als het land tot 2020 elk jaar met 3 procent groeit, is de staatsschuld nog steeds twee keer hoger dan de Maastricht-norm van 60 procent van het nationaal inkomen.

Oppositie voeren is voor Syriza dus een eitje.

Lees deze column van Arend Jan Boekestijn verder op Elsevier

Er komt meer Europees beleid, of u dat nou wilt of niet

Er stonden die dag in maart zo’n tweehonderd demonstranten voor het Europees Parlement in Straatsburg. De privatisering van het railvervoer werd besproken en dus hadden Franse vakbonden hun leden opgetrommeld om lawaai te komen maken. Er waren ook een handjevol demonstranten uit België en Duitsland aanwezig.

Een aantal Europarlementariërs kwam luisteren naar de zorgen van de demonstranten. De meesten liepen echter meteen naar binnen: demonstraties voor het Europees Parlement zijn immers een terugkerende vorm van folklore. Sommige Europarlementariërs waren zo weinig geïnteresseerd dat ze niet eens moeite deden om interesse in de demonstratie te veinzen of om een inhoudelijk antwoord te geven op vragen van demonstranten. De demonstratie haalde niets uit en de nieuwe regels kwamen er toch.

Nu steeds meer beleid op Europees niveau wordt gemaakt, is het Europees Parlement als volksvertegenwoordiging steeds belangrijker geworden. Het is de plaats waar over veel meer regels wordt besloten dan in Den Haag, maar daar is in termen van publieke aandacht niets van te merken. Journalisten blijven er veelal weg, demonstranten gaan vooral naar Den Haag en burgers blijven bij Europese verkiezingen thuis. Europarlementariërs behoren tot de meest onbekende politici.

De invloed van Europarlementariërs is groot, maar die van burgers in Europa zeer beperkt. Verreweg de meeste burgers doen geen moeite een urenlange treinrit naar Brussel of Straatsburg te maken om daar te demonstreren. In 2014 nam slechts een minderheid de moeite om te stemmen. Wat hebben die stemmers daarmee in gang gezet? Hoewel politici en gesubsidieerde organisaties nog steeds doen alsof de burgerinvloed op Europa groot is, is daar praktisch niets van te merken. Zij hebben alleen in theorie gelijk.

Lees deze column van Chris Aalberts verder op The Post Online

De val van dit kabinet in 2015 zou een zegen voor het land zijn

De hoogmoed van het kabinet Rutte II kent geen grenzen. In het Radio 1 Journaal van maandag 29 december stelt vice-premier Lodewijk Asscher dat het kabinet de ‘stresstest’, met betrekking tot de afgewezen nieuwe zorgwet door de Eerste Kamer, goed doorstaan heeft.

Pardon? Het afwijzen door de Eerste Kamer van de nieuwe zorgwet, waarin de vrije artsenkeuze zou worden afgeschaft, is een gevoelige nederlaag voor het kabinet. De vondst van PvdA-leider Diederik Samsom om de wet met een paar kleine wijzigingen opnieuw in te dienen, maar met de zekerheidstelling om bij afkeuring door de Senaat met een Maatregel van Algemeen Bestuur de wet er alsnog door te drukken, is een minachting van de democratie. Dit gedrag vertoont dictatoriale trekjes.

Tijdens het betreffende interview liet Lodewijk Asscher zich, in navolging van eerdere uitlatingen door premier Mark Rutte, ook uit over de situatie na de Provinciale Statenverkiezingen, met daaraan gekoppeld de samenstelling van de Eerste Kamer, in maart 2015. ‘De verkiezingen voor de provinciale staten in maart hebben geen gevolgen voor de coalitie. Ook bij een slechte uitslag voor de PvdA gaat het kabinet door’, aldus Asscher.

Dit is de arrogantie ten top en een vlucht naar voren. Enige nederigheid van het kabinet zou met een te verwachten verlies in de Senaat volgend jaar gewenst zijn. En al helemaal wanneer er gekeken wordt naar het draagvlak dat dit slechtste kabinet sinds 1945 onder de Nederlandse bevolking heeft. In de jongste peilingen staat het kabinet op een schamele 27 zetels van de 79 in 2012. De overgrote meerderheid van de bevolking wijst dit kabinet op grond van het gevoerde beleid volledig af.

Het kabinet heeft geen notie van wat er leeft onder de bevolking. Het enige dat telt is geld. Ordinaire bezuinigingsmaatregelen worden de bevolking verkocht als het ‘beter’ maken van de samenleving.

Lees verder op Citareg

Macht van EU op gezondheidsbeleid groeit

Hoewel de Europese Unie juridisch slechts beperkt bevoegd is als het gaat om gezondheidsbeleid, is de invloed van de EU op dit gebied groter dan het lijkt. Dit heeft onbedoelde en serieuze implicaties voor fundamentele mensenrechten. Dat blijkt uit promotie-onderzoek (A Silent Revolution: The Expansion of EU Power in the Field of Human Health, a Rights-Based Analysis of EU Health Law & Policy) van Anniek de Ruijter. Ze promoveert op 16 januari aan de Universiteit van Amsterdam.

De Ruijter analyseerde de groeiende invloed van de EU op gezondheidsbeleid met betrekking tot fundamentele rechten. Ze keek daarvoor naar drie casus, waaronder één over de wijze waarop de EU omging met de varkensgriep in 2009.

‘Omdat niet-bindende afspraken veelal samenhangen met bindende regels, is het niet zo makkelijk voor lidstaten om zich aan de afspraken of voorschriften op Europees niveau te onttrekken,’ vertelt de Ruijter. Uit haar onderzoek blijkt dat de macht van de EU ten aanzien van gezondheidsbeleid steeds maar blijft groeien omdat deze praktische gebondenheid uiteindelijk vaak weer wordt gevolgd door juridische regels.

‘Gezondheidsbeleid kan al heel snel een impact hebben op fundamentele mensenrechten. Bij dit beleid spelen bijvoorbeeld fundamentele rechten op toegang tot de gezondheidszorg en het recht op de bescherming van privacy en persoonsgegevens een belangrijke rol. Bij de uitbraak van de varkensgriep werden bijvoorbeeld de medische gegevens van patiënten met de griep door heel de EU verspreid,’ aldus de Ruijter.

‘Als dit beleid steeds belangrijker wordt en ook nog eens een impact heeft op fundamentele rechten, dan kan men zich de vraag stellen of het wel zo legitiem is, vooral als niet zeker is wat de juridische basis is van sommige gebieden van het EU-gezondheidsbeleid.’

De Ruijter onderzocht niet alleen de varkensgriep maar ook de groeiende rol van de Europese bureaucratie die zich met gezondheidsbeleid bezighoudt, en het Europees beleid waarbij de toegang tot ziekenhuizen en artsen over de grenzen van de nationale zorgsystemen worden geregeld.

Bron: Universiteit van Amsterdam >>>