Waarom het handelsverdrag met de VS met argwaan moet worden bekeken #TTIP

In rapporten over het nog te sluiten handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten worden de voordelen stelselmatig overdreven en de nadelen structureel onderbelicht. Zelfs de sociaal-democratische minister Ploumen (Handel, PvdA) sluit zich daar doodleuk bij aan. Wie steekt een stokje voor dit ondemocratische monstrum?

llustratief voor de afgronddiepe kloof tussen de Brusselse bubble en het electoraat is de wijze waarop de Vlaamse eurocommissaris Karel De Gucht de afgelopen jaren heeft geprobeerd er nog even voor het einde van zijn mandaat een verreikend handelsverdrag tussen Verenigde Staten en Europese Unie doorheen te frommelen.

Terwijl de burger worstelt met de negatieve consequenties van een mislukte muntunie, steeds meer twijfels koestert over aard en richting van het Europese integratieproject en meer en meer nadelen ondervindt van de interne markt (‘social dumping’) , doet de Brusselse elite een klassieke vlucht naar voren. Het tuigt een transatlantische interne markt op die de voordelen (en nadelen) van de Europese interne markt moet verdubbelen: het Transatlantisch Handels en Investeringsverdrag. Of op z’n twitters #TTIP.

Europabreed is er de afgelopen tijd dan ook steeds meer weerzin tegen zowel proces als resultaat ontstaan. Zie hier voor een van de eerste kritische artikelen over #TTIP. De onderhandelingen zijn weinig transparant, vinden achter gesloten deuren plaats en zijn alleen toegankelijk voor multinationals, wat de argwaan over de uitkomst ervan − een markt die vooral de belangen van het grootbedrijf dient en burgers het nakijken geeft − alleen maar verder vergroot. En die de oproepen van De Gucht en consorten om er toch vooral op te vertrouwen dat publieke belangen bij hen in goede handen zijn alleen maar ongeloofwaardiger maken.

Onder druk van ngo’s en burgerpetities in vooral Duitsland Zie hier voor link naar Duitse petitie tegen #TTIP. heeft De Gucht weliswaar een adempauze moeten inlassen en meer openbaarheid moeten beloven, maar de documenten die de commissie tegen heug en meug op internet heeft geplaatst wemelen van de weggetipexde passages, terwijl de gouvernementele propaganda die het kabinet van De Gucht onverminderd blijft afscheiden nog altijd in het badinerende teken staat van nog-maar-een-keertje-uitleggen. Zie hier voor een overzicht van de beschikbare documenten. Alsof burgers incompetente sukkels zijn die niet weten wat goed voor ze is − een toontje dat wel vaker doorklinkt in Brusselse communicatie.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op De Correspondent

Brusselse bubble

De president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, heeft zijn politieke testament geschreven. Europa in de storm heet het. Daarin verhaalt de Belg van de turbulente vergaderingen waaraan hij tijdens de eurocrisis leiding gaf.

De portee van het verhaal is dat de Europese regeringsleiders de afgelopen jaren voor het eerst pas echt hebben ervaren wat het zeggen wil om deel uit te maken van een muntunie. En dat ze – zij het met veel vallen en opstaan, en zij het niet altijd met evenveel enthousiasme – uiteindelijk het ‘noodzakelijke’ hebben gedaan om de euro en daarmee het Europese project te redden.

Zo heet het op pagina 47: ‘Vandaar dat een nieuw systeem van macro-economisch toezicht deel uitmaakt van onze crisisaanpak: het was noodzakelijk dat de Unie beter zou waken over de economieën van de lidstaten, hun competitiviteit, het risico van zeepbellen in de vastgoedsector en andere zwakke plekken.’ En verderop in het boek heten ook bankenunie, reddingspakketten, begrotingspact, Europees Semester, bezuinigingen en hervormingen ‘noodzakelijk’: voor het behoud van onze welvaart op lange termijn, voor onze kinderen en, vooral, voor het redden van de euro.

Hoewel het boek een intrigerende blik biedt op de wijze waarop de crisis vanuit de Brusselse bubble werd ervaren, wordt het ontsierd door een stuitend gebrek aan respect voor politieke tegenstanders en democratische waarden. Wie de noodzaak van verdere integratie niet snapt, is dom en wie terugdeinst voor noodzakelijke besluiten is laf – daar komt het wel zo’n beetje op neer.

In antwoord op criticasters die hem en zijn politieke generatiegenoten gebrek aan politieke moed verwijten, schrijft Van Rompuy bijvoorbeeld: ‘In de laatste jaren kwam ik danig onder de indruk van de moed die regeringen opbrachten, van hun bereidheid om zwaar onpopulaire maatregelen te nemen in tijden van toenemend populisme… Ze kozen niet de weg van de demagogen of lafaards, maar ze verkondigden moedig de waarheid en ze verdedigden moeilijke maatregelen in het belang van hun land en de eurozone. Ze waren er volkomen van overtuigd dat ons gemeenschappelijke gevecht tegen de crisis een waardig hoger belang diende, omdat het de enige weg vooruit was.’

Deze passage is om meerdere redenen onthutsend. Ten eerste vanwege de associatie van ‘moed’ met ‘onpopulair’. Van Rompuy legt hier een zeer dubieus verband tussen de kwaliteit van een politicus (‘moedig’) en de aard van zijn besluiten (‘onpopulair’). De ware politicus laat zich kennelijk niets gelegen liggen aan de wens van het volk. Sterker, ‘in tijden van toenemend populisme’ kant hij zich juist tegen electorale wensen. In mijn boekje heet dat een dictator.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op De Groene

Een resoluut ‘nee’ tegen dit Europa

Naast financieel geograaf en polemist ben ik sinds kort ook politiek actief, als lijstduwer voor de Partij voor de Dieren in Europa. Omdat de tijd van meedenken plaats heeft gemaakt voor tegendenken. En omdat de vleesindustrie opvallend veel parallellen vertoont met de financiële sector.

Vorig voorjaar was Europa kort in de ban van een paardenvleesschandaal. Vleeshandelaren hadden goedkoop paardenvlees afkomstig uit Oost-Europa verkocht als duur rundvlees, wat vervolgens – verpakt en versneden – in allerlei producten terecht was gekomen: hamburgers, worsten, patés en andere voorbewerkte vleesproducten.

Het leverde een fascinerend inkijkje op in de complexiteit, ruimtelijke spreiding en ondoorzichtigheid van onze voedselproductieketens. En etaleerde het opportunisme, winstbejag en de kortzichtigheid van de handelaren die in deze lange ketens de cruciale schakels vormen.

Op 14 februari van dat jaar had de Nederlandse correspondent van de Financial Times een schokkend verhaal over de heer Jan Fasen, directeur van Draap Trading Ltd., juridisch gevestigd op Cyprus. Draap (‘paard’ omgedraaid) was de tussenpersoon die Roemeens paardenvlees had verkocht aan het Franse vleesbedrijf Spanghero, dat het vervolgens in allerlei voorgekookte vleesproducten had verwerkt, waarna het in de schappen van een groot aantal Europese supermarkten terecht was gekomen. Het schandaal was bij Fasen begonnen.

Hij bleek niet van onbesproken reputatie. Een jaar eerder was hij veroordeeld tot negen maanden celstraf voor het ‘omkatten’ van Zuid-Amerikaans paardenvlees in Duits rundvlees alvorens het door te verkopen op de Franse tweedehands vleesmarkt. En daarvoor was hij in opspraak gekomen door het verkopen van ‘onrein’ vlees onder valse halal-voorwendselen.

De parallellen met de praktijken in de bancaire sector zijn opvallend. ‘Verpakken,’ ‘versnijden,’ ‘omkatten’ – het is precies hetzelfde als wat er met onze hypotheken is gebeurd. Securitiseren is het transformeren van individuele financiële contracten tussen klant en bank in verhandelbare waardenpapieren die worden gekocht door institutionele beleggers die zich geen zier bekommeren om ons wel en wee en alleen uit zijn op een hoog, stabiel rendement.

En net als met het paardenvlees van de firma Draap komen onze hypotheken daar pas voor in aanmerking na grondig te zijn ‘omgekat,’ ‘versneden’ en ‘verpakt.’ En net als Draap Trading Ltd. van belastingparadijs Cyprus gebruikmaakt om toezicht te ontlopen, zo gebruiken bankiers voor het omkatten van hypotheken brievenbusmaatschappijen om het juridisch eigendom buiten de eigen balans te houden.Over het verpakken van hypotheken.

Onderzoekers van de Manchester Business School wijten in een recente publicatie zowel bancaire crisis als recente voedselschandalen aan vier gedeelde oorzaken: onnodige complexiteit, de terreur van aandeelhouderswaarde, ongelijke verdeling van onderhandelingsmacht en afwezigheid van ketenverantwoordelijkheid.

Lees deze colum van Ewald Engelen verder op De Correspondent

Is Europa wel opgewassen tegen het grootkapitaal?

Voorstanders van een Ander Europa zien in een sterkere EU het antwoord op de toenemende macht van het grootkapitaal. Maar de EU wordt niet voor niets Brussels Business genoemd: het is juist opgericht om de belangen van grote bedrijven te behartigen.

Door mondialisering zijn overheden niet langer in staat multinationals tot de orde te roepen. Niet alleen zijn zij soms groter dan staten (Shell heeft ongeveer dezelfde omvang als Griekenland), door liberalisering zijn zij ook steeds beter in staat om de vuist van de staat te ontwijken. Bonusplafonds? Dan gaan we naar Singapore! Hogere milieuheffingen? Dan gaan we naar de Verenigde Staten. Strengere regels voor tabaksreclame? Dan klagen wij u aan bij schimmige arbitragehoven. Correspondent Jesse Frederik schreef hier al eens over.

Verdere Europese integratie is volgens sommigen dan ook de enige manier om de doorgeschoten macht van multinationals aan banden te leggen: de Europese Unie als temmer van het grootzakelijke monster.

Het is duidelijk dat deze behoefte niet bij alle politieke partijen even sterk leeft. VVD, D66 en CDA zijn alle drie ongegeneerde cheerleaders van de ‘platte wereld’ van Thomas Friedman en hebben nauwelijks oog en oor voor de klachten van de zogenoemde ‘mondialiseringsverliezers.’ Schaalvergroting als hoogste goed – en als daarvoor meer Europese integratie nodig is dan zij het zo. Zolang zij er maar wat klein grut in de vorm van een kleinere Europese takenlijst voor terugkrijgen.

Meer oog voor de keerzijde van mondialisering en schaalvergroting vind je bij GroenLinks en de PvdA. GroenLinks wil milieuvervuiling bestrijden, China het hoofd bieden, roofzuchtige banken temmen, agressieve belastingontwijking aan banden leggen, pal staan voor mensenrechten en de internationale rechtsorde – allemaal zaken die de bewegingsvrijheden van het grootbedrijf beperken, dus geld kosten en daarom effectieve tegenmacht vereisen. En juist voor dat Andere Europa willen GroenLinks en haar Europese zusterpartijen het Europees Parlement gebruiken.

Lees deze column van Ewald Englenen verder op De Correspondent