Juncker: Nee kan leiden tot grote crisis

Als Nederland nee zegt bij het Oekraïne-referendum op 6 april, dan kan dat leiden tot “een grote continentale crisis”.

Dat zegt de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker.

“Rusland zou de vruchten plukken van een gemakkelijke overwinning” als de Nederlandse kiezer het associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU afwijst. Volgens Juncker zou het bovendien koren op de molen zijn van populisten die de Europese Unie willen opblazen. “Laten we het referendum niet veranderen in een referendum over Europa”, zegt Juncker. “Ik hoop van harte dat (Nederlanders) niet nee zullen zeggen om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben”, zegt hij tegen NRC.

Juncker vindt het belangrijk dat Nederlanders “goed begrijpen dat deze kwestie het Nederlandse belang overstijgt”. Hij roept de Nederlandse kiezer op om 6 april te “handelen als een Europese strateeg”. Ook zegt hij: “Ik heb geen kritiek op het politieke systeem in Nederland, of op deze mogelijkheid om zich uit te spreken, maar ik zeg wel: kijk uit, dit kan het evenwicht in Europa veranderen.”

Het referendum – dat gaat over de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne – is raadgevend, het kabinet kan de uitslag dus naast zich neer leggen. Het referendum komt er op initiatief van het Actiecomité GeenPeil.

Op Twitter spreekt D66-leider Alexander Pechtold in een reactie van een “impliciet dreigement”. “Kiezer is nog nooit overtuigd door dit soort impliciete dreigementen.” En PVV-voorman Geert Wilders twittert: “De intimidatie vd EU-elite begint weer Maar het zal ze niet meer helpen. Nederland zegt NEE”.

Lees vooral de hilarische reacties (meer dan 2000!) onder dit bericht in De Telegraaf

Oppositie in Polen krijgt zijn verdiende loon

De nieuwe machthebbers vertimmeren de staat in hoog tempo. Brussel en de oude elite zijn boos. „In veel families woedt nu een koude oorlog.”

‘Mijn nichtje begon te huilen toen Recht en Gerechtigheid (PiS) de verkiezingen won.” Aleksandra Rybinska, journaliste voor het rechts-conservatieve weekblad wSieci kijkt geamuseerd op van haar cappuccino in het centrum van Warschau. „Ze denkt dat ze voortaan gedwongen wordt om naar de kerk te gaan.”

Het Poolse oppositiekamp en het buitenland reageren volgens haar „hysterisch” op het offensief dat de nationaal-conservatieve PiS-regering de afgelopen weken losliet op de Poolse staat. Onder de vlag van ‘re-Polonisering’ trok deze in ongekend tempo de controle over het grondwettelijke tribunaal, de publieke omroep, de hoge ambtenarij en staatsbedrijven naar zich toe, zonder respect voor rechtsstatelijke obstakels. Nieuwe controversiële hervormingen, zoals een wet die de macht van de regering over het bureau van de aanklager dreigt te verhogen, staan in de steigers.

„Elegant vind ik het ook niet”, zegt Rybinska. Maar zo gaat dat nu eenmaal in een jonge democratie die verdeeld is tussen liberale seculieren en katholieke nationalisten. Teraz, kurwa, my heet de sfeer van machtswissels: en nu is het onze beurt, verdomme. Onder de pro-Europese regering van het centrum-rechtse Burgerplatform (PO) en de agrarische PSL, was het niet anders, zegt Rybinska. Conservatieve journalisten kregen geen kans.

„Veel van mijn vrienden belandden op straat, we werden niet uitgenodigd op persconferenties.” PiS-stemmers werden weggezet als abnormalen en fascisten of uitgelachen als ‘geitenwollen baretten’, naar de kledingstijl van activistische aartsconservatieve oude dametjes.

Het hoort bij de „pathologie” van de generatie politici die na 1989 de macht verwierf, zegt Rybinska. Ondanks hun tirades tegen oude communisten die nog steeds overal aan de touwtjes zouden trekken, gedragen ook PiS-politici zich volgens haar nog steeds als ‘postcommunisten’ die hun trucjes hebben afgekeken van het regime waartegen ze vochten. „Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk dat ik ze verdedig.” Maar de oppositie lijdt aan dezelfde kwaal. „Dan is dit wat je krijgt als je je tegenstanders acht jaar lang pest.”

Lees verder op het NRC >>>

Ook interessant: De pot verwijt de ketel (audio)

Goa voor Indiërs springplank naar de EU

De inwoners van de Indiase deelstaat Goa kunnen tot de derde generatie een paspoort van oud-kolonisator Portugal krijgen. Velen maken daar gebruik van.

Volgens Indiase media hebben tussen januari en augustus 2015 2158 Indiërs een Portugees paspoort aangevraagd, bijna tweemaal zoveel als het jaar ervoor. En in een rapport van de Migration Observatory van de Oxford Universiteit staat dat Indiërs met een Portugees paspoort de grootste groep EU-paspoorthouders van buiten de Unie zijn. In het eerste kwartaal van 2015 waren het er twintigduizend, meer dan enige andere groep.

De Portugese kolonie Goa werd in 1961 overgenomen door India. Indiase burgers die kunnen bewijzen dat zij vóór 1961 op Portugees grondgebied in Goa, Daman of Diu (twee andere Portugese enclaves) zijn geboren, komen in aanmerking voor een Portugees paspoort. Dat geldt ook voor hun nakomelingen, tot in de derde generatie.

“De meesten gaan niet naar Portugal, maar linea recta naar Engeland,” zegt Olavo de Santa Rita Lobo, ‘consultant voor Portugees burgerschap’. In zijn kantoortje om de hoek bij restaurant Marietta helpt hij mensen met de procedures voor het verkrijgen van het felbegeerde paspoort. “Velen hebben geen enkele band met Portugal, maar willen gewoon een EU-paspoort om te kunnen werken in het Verenigd Koninkrijk of om daar hun kinderen naar school te laten gaan.”

“Veel van de mensen die een Portugees paspoort aanvragen zijn ook helemaal geen Goanezen,” zegt Lobo. “Ze komen uit de deelstaat Gujarat en gebruiken vervalste documenten. Ze nemen bijvoorbeeld een foto van een grafsteen met daarop een Portugese naam en zeggen dat daaronder hun voorouders liggen.”

Volgens de Portugese immigratiedienst werden in juni drie personen in Portugal aangehouden in verband met documentfraude. In ruil voor grote geldbedragen had een criminele organisatie officiële documenten vervalst, zoals geboorteakten, voor mensen die helemaal niet in de voormalige Portugese gebieden in India geboren zijn.

Bron: Parool van 9 januari 2016

Toezeggingen Ploumen over TTIP weinig geloofwaardig

Op zondag 27 december beloofde minister Ploumen aan tv-presentator Arjen Lubach dat TTIP niet tot een verlaging van Nederlandse standaarden zal leiden. Dit deed zij tijdens de uitzending van het programma 2015 met Lubach. In het bijzonder beloofde zij geen verlaging van standaarden op het gebied van voedselveiligheid en dierenwelzijn. De minister lijkt wanhopig op zoek naar manieren om de wakker geworden Nederlandse en Europese bevolking weer in slaap te sussen. Echter de manier waarop de TTIP onderhandelingen gevoerd worden wijzen op heel iets anders. De toezeggingen van de minister zijn daarom zeer twijfelachtig.

Minister Ploumen beloofde in de uitzending dat standaarden in Nederland niet worden verlaagd, en sterker nog, dat producten en diensten die niet aan de Europese regels voldoen ook in de toekomst niet vanuit de Verenigde Staten op de Europese markt mogen worden verkocht. Als dit waar zou zijn dan kunnen de onderhandelingen voor TTIP vandaag stopgezet worden. Het massaal wederzijds erkennen van wetten, regels en procedures tussen de VS en de EU is namelijk de manier waarop TTIP economische groei probeert te leveren. Het doel van TTIP is om handelsbarrières veroorzaakt door verschillen in wet- en regelgeving op te heffen. Dit blijkt onder meer uit het onderzoek van Ecorys waarop de Nederlandse overheid en minister Ploumen hun beleid baseren. Om tot een schamele 0,5% economische groei te komen moet TTIP de komende 10 jaar 50% van de bestaande barrières ontstaan door verschillen in wet- en regelgeving opheffen. Als we de belofte van Ploumen moeten geloven dat alle huidige Nederlandse standaarden overeind blijven, en we slechts een paar test methodes van elkaar gaan erkennen, dan blijven vrijwel alle handelsbarrières overeind en verdwijnt de (geringe) beloofde economische groei van TTIP als sneeuw voor de zon.

De opzet van de TTIP onderhandelingen laat dan ook zien dat het de onderhandelaars menens is als het gaat om het wederzijds erkennen van elkaars wetten, regels en standaarden en dat zij hele andere plannen hebben dan de minister doet voorkomen.

Verdrag met Oekraïne bewijst niemand een dienst

Zelden hebben we zo’n rancuneus, verbitterd en cynisch opiniestuk gelezen als dat van Boekestijn en De Wijk. Ze kunnen het niet verkroppen dat bijna een half miljoen steunbetuigingen in zes weken (!), een raadgevend referendum op 6 april hebben mogelijk gemaakt.

Ze kunnen het niet aanvaarden dat steeds meer mensen vragen stellen bij de EU en de ongebreidelde wildgroei van haar bevoegdheden. Waar ze toe oproepen is ronduit stuitend – je zou denken dat de inkt ervan gaat blozen: het kabinet moet nu al te kennen geven dat het de uitslag van het referendum niet zal respecteren. Bovendien moet u van hen vooral niet gaan stemmen op 6 april.

Overduidelijk heeft het tweetal echter geen flauw idee waarover het spreekt. In hun stuk beweren Boekestijn en De Wijk zaken die zelfs met de beste wil van de wereld niet consistent te maken zijn. Het associatieakkoord (lees het zelf!) is geen handelsverdrag maar een integratieverdrag. Als het immers een handelsverdrag zou zijn (quod non!), dan zou het inderdaad, zoals de heren zelf ook schrijven, onder de exclusieve competentie van de EU vallen – en dus helemaal niet hoeven te worden goedgekeurd door de afzonderlijke parlementen. Dan zou er dus ook geen referendum over kunnen worden gehouden en zou u ons niet hebben gehoord.

Daarnaast is het ook een politiek verdrag. Het ‘staatsblad’ van de EU, de EU Observer, stelt dat Oekraïne met dit verdrag ongeveer 80 procent van de totale EU-wetgeving zal moeten overnemen – meer nog zelfs dan de Balkanlanden die geacht worden in de toekomst lid te worden.

En het gaat niet alleen om EU-wetgeving aangaande interne markt – maar ook om strategische, geopolitieke, interculturele en immigratiezaken. Zo wordt bijvoorbeeld gesproken over een visumvrije ruimte (titel 3, artikel 19). Is dat een verstandig idee, met de huidige immigratieproblematiek? Met een land dat in de wereldtop van wapen-, vrouwen- en orgaanhandel zit, en dat bovendien enthousiaste kunstrovers herbergt?

Lees dit artikel van Burgercomité-EU en Forum voor Democratie verder op de Volkskrant

EU-voorzitterschap kost €250.000 per dag

Glazen, kandelaars, tafelkleden, bonbons en koektrommels volgens de normen van ‘Dutch Design’. Het zijn voorbeelden van geschenken die delegatieleden aan EU-vergaderingen in Nederland als aandenken meekrijgen in het eerste halfjaar van 2016.

Nederland is sinds de jaarwisseling een halfjaar voorzitter van de Raad van de Europese Unie (EU). Daarin zijn de regeringen van de 28 lidstaten vertegenwoordigd. De symbolische aftrap is aanstaande donderdag, als koning Willem-Alexander in het Koninklijk Paleis op de Dam de leden van de Europese Commissie ontvangt. Het is de twaalfde keer dat Nederland de voorzittershamer in handen heeft. De laatste keer dateert van 2004.

In totaal heeft Nederland €46 mln uitgetrokken voor een halfjaar voorzitterschap, ofwel ruim €250.000 per dag. De uitgaven betreffen onder meer de kosten van een centrale projectorganisatie, politie-inzet, bijeenkomsten en het culturele programma.

Nederland richt zich tijdens het voorzitterschap onder meer op groei, banen door innovatie en het verbinden van burgers.

Bron: FD

Opnieuw Europese lening voor Oekraïens megapluimveebedrijf

De Oekraïense pluimvee-integratie MHP krijgt OPNIEUW een lening van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), ter waarde van 85 miljoen in Amerikaanse dollars (omgerekend ruim 78 miljoen euro). Het bedrijf wil hiermee haar graan- en diervoedertak verder ontwikkelen.

Nederland onthield zich van stemming bij het goedkeuren van de nieuwe lening. Verdere informatie over de stemming en discussie over de miljoenenlening ontbreekt: de bijeenkomst was vertrouwelijk. De miljoenenleningen van Europees belastinggeld aan de gigantische Oekraïense pluimvee-integratie zijn in Nederland omstreden. De Tweede Kamer riep dit najaar het kabinet middels een motie op de lening niet goed te keuren, omdat MHP niet zou produceren volgens de binnen de Europese Unie geldende normen terwijl het wel pluimveevlees naar de EU exporteert, wat tot een ongelijk speelveld leidt.

In de afgelopen jaren leende MHP volgens de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen voor €0,5 miljard van internationale ontwikkelingsbanken, waaronder naast de EBRD ook de Europese Investeringsbank. Het bedrijf is uitgegroeid tot één van de grootste pluimveeverwerkers binnen Europa. In 2014 werd 546.500 ton pluimveevlees geproduceerd, meer dan de helft van de totale Nederlandse productie.

EBRD-directeur Agribusiness, Gilles Mettetal, noemt de landbouwsector de motor van de Oekraïense economie. Als belangrijke investeerder in de Oekraïense landbouwsector vindt de bank het belangrijk om bedrijven te ondersteunen die onder de moeilijke omstandigheden in Oekraïne willen uitbreiden, aldus Mettetal. Met de lening gaat de MHP Group een nieuwe sojaverwerkende fabriek opzetten en moderne landbouwmachines aanschaffen volgens de EBRD.

Bron: De Boerderij

Rijk moet referendum ruimhartiger financieren

Door te beknibbelen op het Oekraïne-referendum, wekt minister Plasterk de indruk dat hij de opkomst laag wil houden, stelt Joop van Holsteyn, hoogleraar, Instituut voor politieke wetenschap, Universiteit Leiden.

De minister van binnenlandse zaken is helder. Opkomst bij verkiezingen doet ertoe. Meer is beter. Zo hoopte minister Plasterk op 18 maart 2015 dat de opkomst boven de volgens hem ‘magische’ grens van vijftig procent zou komen. ‘Er gebeurt niks bij een opkomst van 49 procent. Maar het is toch altijd fijn als je daar net even boven komt’, liet de minister optekenen op de dag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten.

In dit licht is het opmerkelijk dat diezelfde minister inmiddels zo terughoudend is, nu het gaat om het referendum over een EU-associatieverdrag met Oekraïne in april 2016. Het houden van die volksraadpleging heeft organisatorisch behoorlijk wat voeten in de aarde. Dat brengt kosten met zich mee, zoals voor het inrichten van stemlokalen.

Plasterk heeft gemeend dat niet voluit hoeft te worden gegaan. Volgens de gemeenten, die een en ander praktisch uitvoeren, is 45 miljoen nodig, het bedrag dat bij Kamerverkiezingen goed is voor het optuigen van ongeveer 10.000 stemlokalen. Maar de gemeenten moeten het dit voorjaar doen met 20 miljoen. Dat is voldoende, omdat de opkomst niet hoog zal zijn. Volgens de minister.

De argumentatie van Plasterk is dubieus. Ten eerste is het vreemd dat een minister die bij reguliere verkiezingen een hoge opkomst zegt te wensen, zijn gloedvolle woorden bij het referendum niet in daden omzet. Als hij meent dat een hogere opkomst beter is dan een lagere, waarom dan financieel beknibbelen op de organisatie ervan? De opkomst van een volksstemming hangt weliswaar maar beperkt af van de organisatie van die stemming, maar precies op dat punt waarop hij verschil kan maken, laat Plasterk het afweten. Verkiezingen zijn het feest der democratie, heet het, maar de minister verwacht kennelijk weinig gasten op dat feestje en heeft op voorhand weinig stoelen klaargezet. Niet bepaald gastvrij, alsof hij liever niet al te veel gasten ziet verschijnen.

Daarbij komt dat de verwachting van een lagere opkomst bij het referendum geen basis heeft. Bij andere verkiezingen weten we zo’n beetje welke opkomst we mogen verwachten, al zijn verrassingen nooit uitgesloten. Maar met het landelijke referendum hebben we in Nederland recentelijk slechts één ervaring. Toen, in 2005, werden 7.705.196 stemmen uitgebracht, een opkomst van 63,3 procent. Als het verleden de beste voorspeller is van de toekomst, dan is onduidelijk waarom bij dit referendum die vuistregel niet zou opgaan.

Er is dan ook geen feitelijke basis voor de verwachting van een lage opkomst. Weer vestigt zich de indruk, dat Plasterks wens de vader van de gedachte is – het referendum ligt bij vele gevestigde politici niet lekker. En een lagere opkomst, zeker als deze onder de 30 procent komt, maakt het makkelijker om de referendumuitspraak te negeren.

Hoe meer mensen gaan stemmen, hoe beter. Voor alle duidelijkheid: dat zijn niet mijn woorden, maar het is nogmaals de minister aan het woord. ‘Dat betekent dat er meer gebruik wordt gemaakt van de democratische rechten’, aldus Plasterk.

Wat let hem als verantwoordelijke bewindspersoon om alles in het werk te stellen om het democratische proces rond het referendum in de beste banen te leiden? Inderdaad, dat kost een paar centen extra, bij het inrichten van relatief veel stembureaus. Maar ach, voor het halen van zijn magische grens zal de minister toch nog wel ergens een potje hebben?

Bron: Trouw, 30 december 2015