Op de Europese stoep

Als die Puigdemont maar geen krassen maakt op onze Belgische automobiel. Dat was de lichtjes overspannen teneur in de landelijke media na het neerstrijken in Brussel van de minister-president van de Catalaanse Generalitat, die door de Spaanse regering was afgezet.

Wie door de Brusselse Spoormakersstraat wandelt, moet ter hoogte van nr 58 even omhoog kijken. Boven de voordeur van het pand hangt een verweerde herdenkingsplaat. In dat huis woonde ooit Joachim Lelewel, een aanvoerder van de mislukte Poolse novemberopstand van 1830 tegen Rusland. Nadat hij eerst een tijdje in Frankrijk was opgejaagd door de Franse politie, die nauw samenwerkte met de Russische geheime politie Okhrana, arriveerde de Poolse nationalist in 1833 in Brussel. Ook de Belgische overheid wilde Lelewel liever kwijt omwille van de druk vanuit Rusland. Om hem weg te krijgen, werden er geregeld straatprotesten tegen hem georkestreerd. Maar Alexandre Gendebien en Barthélemy Dumortier, twee veteranen van de Belgische revolutie van 1830, namen hem in bescherming, samen met nog andere prominenten.

Gerelateerde berichten

Vertrouwen in de toekomst, vertrouwen in burgers

Als bij democratische vernieuwingen het middel wordt beoordeeld op zijn politiek wenselijke uitkomst is dat in essentie antidemocratisch, betoogt Geerten Waling.

De beloften waren stevig, toen Mark Rutte aan het begin van zijn tweede kabinet de ‘participatiesamenleving’ afkondigde. De ‘doe-democratie’ stond voor de deur, de burger was aan zet. De eerste teleurstelling kwam al direct, toen bleek dat al die grote woorden géén kleinere overheid of lagere belastingen betekenden en die hele participatiesamenleving een ordinaire bezuinigingsmaatregel bleek.

Deze maand kwam daar een tweede teleurstelling bovenop in de vorm van het regeerakkoord. Bestuurskundigen van de Universiteit Leiden becijferden dat dit akkoord historisch weinig aandacht schenkt aan het onderwerp ‘democratische vernieuwing’. ‘Dat is bijzonder, met D66 in het kabinet’, sneerden zij.

De Staatscommissie-Parlementair stelsel deed daar afgelopen woensdag in haar probleemverkenning nog enkele scheppen bovenop, met kritiek op de historisch lange en ontransparante formatie van Rutte-III, maar ook op het voorgenomen beleid.

Het meest heikel zijn de referenda. De meerderheid van de Nederlanders wil graag af en toe meebeslissen, maar de coalitiepartijen zijn tegen. Vooral D66, dat het referendum steeds meer als een bastaardkind is gaan beschouwen, heeft zich in de formatie van haar meest hypocriete kant laten zien.

Gerelateerde berichten

Hoe wij onze democratie verloren

Stel, de bevolking had het voor het zeggen. Dan hadden we geen euro gehad, geen Europese munt die een rem zet op onze economie en landen in het zuiden bijna failliet laat gaan. Dan hadden we ook de banken en speculanten niet hun gang laten gaan, die ons land en de rest van Europa in een diepe crisis hebben gestort. Als onze bestuurders in 2005 wel respect hadden getoond voor ons ‘nee’ tegen de Europese Grondwet, dan zaten we nu niet vast in een Europese politiek die in alle landen door de mensen wordt gehaat. En stel, de bevolking had het laatste woord, dan had Mark Rutte zich in Europa niet in allerlei bochten hoeven wringen om een ‘nee’ toch tot een ‘ja’ te maken, maar had onze premier gewoon respect kunnen tonen voor de stem van Nederland tegen het verdrag met Oekraïne. Stel, Nederland was een echte democratie, dan stond ons land er nu veel beter voor.

Lees deze column van Ronald van Raak verder op TPO

Gerelateerde berichten

Revolving doors and the European Commission

Far from being exceptional, the recent hiring of former Commission President José Manuel Barroso and former Competition Commissioner Neelie Kroes serve as reminders that Europe is the testing-ground for a new kind of state, where the borders between public and private are structurally porous.

José Manuel Barroso at Goldman Sachs, Nelly Kroes at Uber’s “Public Policy Advisory Board” (sic.)…. These two incidences of headhunting at the very top of the European Union are certainly spectacular. But it would be wrong to see them as simple one-off deviations from the norm, linked respectively to his ideological stance (neoconservative) and her professional orientation (routinely switching between political office and the boards of large corporations). They in fact reveal the ordinary functioning of a European policy that has been flourishing for over two decades, and which we could call the “neoliberal” revolving door.

These two “defectors” are actually doing in “private” exactly the opposite of what they were required to do in “public”, playing on “interpretations”, “exemptions” and “exceptions” to undo what they previously sought to establish: the proper functioning of European rules governing the Single Market, competition and budgetary deficit limits. This is not so far removed from the classic meaning of “revolving doors”, prevalent in 1970s France, which linked high government to industrial and financial groups in strategic sectors or close to public procurement bodies. This powerful collusive network was an extension of the State’s preeminence, appointing high authorities to coordinate France’s “mixed economy”.

This is not the case in the European Union, which has never been a “productive State”, nor an economic actor (its budget is barely worth 1% of Europe’s GDP). The EU has primarily carved out its specific form of statehood and public authority by developing a “liberal interventionism” that favours economic freedoms and “undistorted” competition. The EU has done so by presenting itself as the “chief organiser” of private markets, from DG Competition to the Court of Justice.

And this market-making state forged within EU institutions has quickly spread to European states, which have drastically remodeled their administrative structures.

Lees verder

Gerelateerde berichten

Democratie moet niet de bestuurders dienen

De democratie zal altijd omstreden zijn, met tegendraadse en grofgebekte volksvertegenwoordigers.

Door: Wim Voermans hoogleraar staats- en bestuursrecht.

Het gaat niet de goede kant op met de vertegenwoordigende democratie als je de lawine van recente analyses mag geloven. Aangestoken door David Van Reybroucks doemscenario (Tegen Verkiezingen, 2013) is vooral in bestuurlijke kringen de overtuiging ontstaan dat de democratische instituties die we nu kennen, zowat op hun laatste benen lopen. Die bestuurders ergeren zich al jaren aan onkundige volksvertegenwoordigers, die met politieke spelletjes hun agenda frustreren en ze zijn zich kennelijk rot geschrokken van de asielzoekerscentra-onrust, het aanzwellende ‘populisme’ en de verharding van het debat (vooral ook op social media).

In plaats van naar zichzelf te kijken, zoeken invloedrijke adviescommissies, grotendeels bestaande uit hoogopgeleide bestuurders, de oorzaak in het disfunctioneren van volksvertegenwoordigingen. Zo ook het recente rapport Code Oranje dat de gemeenteraden op de schop wil nemen door er na loting leden aan toe te voegen, jaarlijks 3 keer burgertoppen te organiseren en gemeenteraadsleden te kunnen vervangen door ‘deskundigen’.

Lees verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Democratie is er niet om juist te beslissen, maar om zélf te beslissen

Onruststoker Thierry Baudet en islamcriticus Paul Cliteur willen een referendum naar Zwitsers model invoeren. Als het aan hen ligt, gaan we straks om de paar maanden naar de stembus. Net als de Zwitsers ja of nee zeggen tegen minaretten, basisinkomen of immigratie. Het mag over van alles gaan en de uitslag is bindend. Ze schreven hun onderzoeksrapport Echte democratie in opdracht van de PVV van Geert Wilders. Dat zal niet bijdragen aan de serieuze beoordeling. Ten onrechte, want het stuk is de moeite waard.

Het belangrijkste argument voor referenda staat recht overeind. Zelfbeschikking. De kernvraag is waar democratie eigenlijk voor dient. Is dat voor het nemen van de juiste besluiten, of voor het zélf nemen van besluiten. De kwestie gaat terug op Plato. Timmeren laat je aan een vakman over, schreef de filosoof. Maar als het om besturen gaat, mag iedereen zich er tegenaan bemoeien. Het argument werd een eeuw geleden gebruikt tegen het algemeen kiesrecht, nu tegen het referendum. Waarom moeten bestuurders luisteren naar nee-stemmers die Oekraïne niet eens kunnen aanwijzen op de kaart? Het idee dat het gaat om de juiste besluiten, heette vroeger ‘de ware vrijheid’. Dus niet de liberale vrijheid om, zoals Isaiah Berlin zei, ‘op je eigen wijze naar de verdommenis te gaan’, maar de vrijheid om het goede te doen.

De vraag is uiteraard wie bepaalt wat het goede is. Volgens Baudet en Cliteur zou het voor de hand liggen dat emancipatie en betere scholing leiden tot meer zelfbeschikking. In werkelijkheid neemt de zeggenschap áf, omdat het land steeds verder ingesnoerd raakt in internationale verbanden, verdragsverplichtingen en onveranderbare besluiten.

Ik denk dat Baudet en Cliteur gelijk hebben, en dat het onbehagen hierover zowel het nee tegen het EU-verdrag met Oekraïne als de brede weerzin tegen het handelsverdrag TTIP verklaart; mensen willen niet steeds verder verstrikt raken in een web waarop ze zelf geen invloed hebben.

Lees deze column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Democratie werkt het best als meerstemmig koor

Hoe erg is het wanneer je van iets niets weet en daar toch een oordeel over moet geven?

Men moet bijvoorbeeld stemmen over een Nexit – gaat Nederland uit de EU of blijft het erin?

Je kunt nu het volgende betoog houden: ik weet niks over een Nexit en ik laat mij adviseren door politici of slimme functionarissen bij wie ik me het meeste thuisvoel. Of je zegt: ik ga mij verdiepen in de materie. Er is natuurlijk ook een derde weg: niet stemmen omdat het je niks interesseert of omdat je het niet wil laten weten.

Een democratie werkt het best als een meerstemmig koor. Je moet sopranen, alten, tenoren en bassen kunnen horen. En dan ook graag drie- of vierstemmig zingen.

Wat je nu merkt, is dat men, als de muziek niet bevalt, het koor wil veranderen. Dan moeten er stemmen weggelaten worden.

Zo zie je bij het referendum over de Brexit dat de uitslag een groot gedeelte van de kiezers niet beviel. Die willen dan meteen aan de democratie knoeien. Ze willen ouderen het stemrecht ontnemen, referenda onmogelijk maken of mensen een examen laten doen waaruit zou moeten blijken dat ze genoeg verstand hebben van het onderwerp.

Al die ideeën zijn nogal ondemocratisch en tamelijk dom. Wie zegt mij dat de stomste Nederlander toch niet de juiste keuze kan maken? Omgekeerd kan ook. Ik heb toevallig gisteren Pechtold, van wie ik denk dat hij heus wel enige intelligentie bezit, wéér de domste opinies bekakt horen krassen.

Lees deze column van Theodor Holman verder op Het Parool

Gerelateerde berichten

Tweede Kamer pleegt ordinaire machtsgreep

Kamerleden plegen geen ‘zetelroof’ als ze, vrijwillig of niet, een eigen fractie beginnen. De suggestie om afsplitsers geld en spreektijd te ontnemen, is dan ook bedenkelijk.

Wie wordt gekozen in het parlement is een volksvertegenwoordiger. In de Nederlandse politiek beschouwen partijen ‘hun’ Kamerleden echter niet als volksvertegenwoordigers, maar als partij-afgevaardigden. Dat misverstand wordt breed omarmd en ondermijnt de vertegenwoordigende democratie.

De Grondwet is duidelijk: een Kamerlid zit ‘zonder last’ in de Kamer en kan dus niet worden verplicht standpunten uit te dragen die zijn partij of zijn fractie hem opdringt. Kamerleden zijn, eenmaal gekozen, ook allemaal gelijkberechtigd. Dat is maar goed ook, anders zou de stem van de ene kiezer zwaarder wegen dan die van een ander.

In de praktijk bestaat in de Tweede Kamer echter een fractiediscipline waaraan een Kamerlid zich zelden kan onttrekken. Wie zich er niet aan houdt, wordt bijvoorbeeld bestraft met inperking van zijn portefeuille of wordt geschrapt van de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen.

Kamerleden stemmen dus wekelijks ‘met last’ terwijl de Grondwet dat verbiedt. En nu wil, blijkens een rapport van een parlementaire werkgroep, een ruime Kamermeerderheid ook de gelijkheid van parlementariërs opheffen.

Die werkgroep werd eind vorig jaar opgericht, onder meer in reactie op het afsplitsen van de twee PvdA-Kamerleden die nadien de beweging DENK bedachten. Maar ook eerdere afsplitsingen (van de PVV, de VVD en 50Plus) zorgden voor ergernis in de Kamer, vooral bij de getroffen fracties.

Lees deze column van Syp Wynia verder op Elsevier

Gerelateerde berichten

Machteloos

De kogel is door de kerk. Op 23 juni gaan de Britten naar de stembus om voor of tegen de Brexit te stemmen. Cameron en de zijnen hebben op de kop af vier maanden om kiezers ervan te overtuigen dat de ‘new settlement’ die hij vorige week heeft binnengehaald voldoende is om door te gaan voor de ‘hervormingen’ die hij had beloofd. Of het gaat lukken is de vraag.

Niet alleen zijn de afspraken boterzacht en zijn er grote twijfels of ze ongeschonden door het Europees Hof komen. Ook is de verdeeldheid onder de conservatieven groot. Afgelopen zondag maakte kroonprins Boris Johnson bekend voor de Brexit te zullen stemmen. Het belooft een spannende lente te worden.

Ik kan niet verhelen stikjaloers te zijn. De Britten hebben gekregen wat ons altijd is onthouden: de kans om je per referendum uit te spreken over het lidmaatschap van de EU. In het paternalistische Nederland oordeelde het politieke establishment midden jaren negentig dat zelfs de beslissing om de monetaire soevereiniteit op te geven niet belangrijk genoeg was om aan de kiezer voor te leggen. Toen een decennium later diezelfde kiezer een referendum over de Europese grondwet wist af te dwingen, was het dan ook meteen raak: weg ermee. De kans is groot dat 6 april hetzelfde gebeurt met het Oekraïense associatieverdrag.

Mooi, maar ook een prulbeker voor verliezers. De grondwet werd er twee jaar later als Verdrag van Lissabon alsnog doorheen gejast. En het associatieverdrag is door vrijwel alle lidstaten allang geratificeerd. De Europese trein ga je er niet mee tegenhouden. En uitzonderingen voor Nederland kun je op je buik schrijven. Het komt door die vervloekte euro. Het maakt nogal wat uit of je alleen door de interne markt aan de Unie bent gebonden of dat je daarbovenop ook nog een munt met elkaar deelt. In dat laatste geval is het doel van een ‘steeds nauwere unie’ allesbehalve een ‘dead parrot’, zoals Rutte de Kamer vorige week wilde doen geloven. Lees het ‘vijf presidenten’-rapport. Om de monetaire unie te ‘vervolmaken’ is een bankenunie, kapitaalmarktunie, begrotingsunie en uiteindelijk een politieke unie nodig. Was getekend: Jeroen Dijsselbloem. En dan staat ook Rutte’s handtekening eronder.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op FTM

Gerelateerde berichten

Wie is de baas?

Regering weet zelf niet meer hoe soeverein Nederland ten opzichte van de EU nog is, zegt het Burgercomité-EU.

Het is nauwelijks in het nieuws geweest, maar vorige week heeft de regering eindelijk antwoord gegeven op de Kamervragen van Omtzigt (CDA) en Verhoeven (D66). Deze vragen betreffen het referendum van 6 april over het associatieverdrag dat de EU met Oekraïne heeft gesloten.

De hamvraag: kan de Nederlandse regering het associatieverdrag, mocht de bevolking 6 april tegen stemmen, eenzijdig opzeggen? De beantwoording van deze vraag, zo schrijft de regering, heeft langer op zich laten wachten dan normaal. Zo vreemd is dat niet als je de antwoorden leest. Want wat blijkt: niemand weet het!

De regering schrijft letterlijk dat zodra Kamer en regering een eventuele nee-uitslag overnemen en het verdrag niet ratificeren we ons op ‘onontgonnen terrein’ bevinden.

Het belang van dit antwoord kan nauwelijks worden overschat. Want wat betekent dit? Dat de bevoegdheidsoverdracht naar Brussel niet alleen sluipend verloopt, maar dat de bevoegdheidsverdeling zelf inmiddels onduidelijk is geworden. Onze regering, zo blijkt uit haar antwoorden, weet zelf niet meer hoe soeverein we als land ten opzichte van de EU nog zijn.

Letterlijk schrijft ze: ‘In de Raadsbesluiten over de ondertekening en voorlopige toepassing van het associatieakkoord met Oekraïne namens de Europese Unie […] wordt het precieze karakter van de betreffende bevoegdheden van de EU in het midden gelaten.’ Met andere woorden, niemand weet blijkbaar of de EU op deze gebieden, dat wil zeggen de delen van het verdrag die nu voorlopig al worden toegepast, uiteindelijk de baas is en dus over een exclusieve competentie beschikt of dat Nederland zelf nog steeds op deze terreinen soeverein is en dus over een vetorecht beschikt.

Lees dit artikel van het Burgercomité-EU verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

GeenPeil en GeenStijl trekken subsidie-aanvraag in

GeenStijl en GeenPeil trekken hun subsidieaanvraag voor het referendum over Oekraïne in vanwege ‘juridische haarkloverij’. De referendumcommissie eist bij 103 aanvragen meer informatie, waardoor ze voorlopig kunnen fluiten naar campagnegeld. SP-Kamerlid Harry van Bommel noemt dit ‘sabotage’ en ‘een middelvinger naar de kiezer’.

Het is de tweede keer dat indieners van een subsidieaanvraag voor het referendum over Oekraïne geconfronteerd worden met extra administratieve rompslomp, zo onthulde AD.nl eerder. Zo moesten organisaties eerder al meerdere handtekeningen aanleveren, terwijl er op het aanvraagformulier maar plek was voor één krabbel en klopte een postcode niet.

Waar de subsidie bedoeld was voor goedbedoelde campagne-initiatieven, worden aanvragers door juridische haarkloverij tot wanhoop gedreven“, stelt Bart Nijman van GeenStijl. “Er blijft veel te weinig tijd over voor de campagne. Wij dansen niet langer naar de pijpen van de commissie en trekken ons verzoek in.

SP-Kamerlid Harry van Bommel is furieus op minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk en noemt dit ‘absoluut sabotage’. “Het begon al bij het opendoen van minder stemlokalen en nu dit weer. De houding die Plasterk aanneemt is een middelvinger naar de kiezer.

De minister laat weten niet in te willen gaan op de aantijgingen, omdat de referendumcommissie daarover gaat.

Lees verder op het AD

Gerelateerde berichten

Het ‘Stem voor’-kamp is verblind door de moderniseringsmythe

In de jaren ’50 stuurde de World Health Organization (WHO) voorraden insecticide (DDT) naar Borneo om de lokale bevolking te helpen om malariamuggen te bestrijden. De dode (en giftige) muggen werden al snel opgegeten door allerlei insecten, die op hun beurt weer op werden gegeten door hagedissen. De hagedissen werden kneiterstoned door de DDT wat het weer interessant maakte voor lokale katten om ermee te spelen, en verdomd makkelijk om op te peuzelen. Gevolg: alle katten stierven uit en Borneo werd geteisterd door een rattenplaag die zich te goed deden aan de gewassen. De Britse luchtmacht besloot in te grijpen met Operation Cat Drop en dropte (serieus) kratten vol katten boven het geteisterde dorp, Sarawak.

Deze anekdote laat op humoristische wijze zien wat er kan gebeuren als mensen niet goed nadenken. Binnen de politicologie (en met name tijdens colleges) heeft deze anekdote vaak een extra functie: het laat namelijk feilloos zien wat de risico’s zijn van landen met diepgewortelde ideeën die graag besluiten voor minder ontwikkelde landen maken. Zo was men er in de jaren ’50 er heilig van overtuigd dat als Indonesië (net als het Westen) gewoon meer gewassen zou produceren, het land vanzelf (net als het Westen) meer ontwikkeld, rijker en kortom gelukkiger zou worden. En wie wil er nou niet net zo awesome als het Westen worden? Dat dachten wij ook.

Hoewel deze theorie (ook wel bekend als modernization theory) gelukkig binnen de politicologie al enige decennia is uitgestorven, lijken politici, beleidsmedewerkers en opiniemakers de verleiding van deze maakbaarheidsmythe uit de Internationale Betrekkingen niet te kunnen weerstaan.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op TPO

Gerelateerde berichten

EU wordt geconfronteerd met existentiële crisis en het gevaar is: democratie!

Nigel Farage van UKIP vraagt zich af waarom premier Rutte tijdens zijn toespraak in het Europarlement naar aanleiding van het Nederlandse voorzitterschap niets zegt over het referendum op 6 april a.s. Hij trekt het in zijn toespraak meteen wat breder en geeft voorbeelden hoe in de hele Europese Unie burgers proberen de democratie weer terug te krijgen. Uiteraard een en ander in de hilarische toonzetting die u van hem gewend bent ;-)

Gerelateerde berichten

Oppositie in Polen krijgt zijn verdiende loon

De nieuwe machthebbers vertimmeren de staat in hoog tempo. Brussel en de oude elite zijn boos. „In veel families woedt nu een koude oorlog.”

‘Mijn nichtje begon te huilen toen Recht en Gerechtigheid (PiS) de verkiezingen won.” Aleksandra Rybinska, journaliste voor het rechts-conservatieve weekblad wSieci kijkt geamuseerd op van haar cappuccino in het centrum van Warschau. „Ze denkt dat ze voortaan gedwongen wordt om naar de kerk te gaan.”

Het Poolse oppositiekamp en het buitenland reageren volgens haar „hysterisch” op het offensief dat de nationaal-conservatieve PiS-regering de afgelopen weken losliet op de Poolse staat. Onder de vlag van ‘re-Polonisering’ trok deze in ongekend tempo de controle over het grondwettelijke tribunaal, de publieke omroep, de hoge ambtenarij en staatsbedrijven naar zich toe, zonder respect voor rechtsstatelijke obstakels. Nieuwe controversiële hervormingen, zoals een wet die de macht van de regering over het bureau van de aanklager dreigt te verhogen, staan in de steigers.

„Elegant vind ik het ook niet”, zegt Rybinska. Maar zo gaat dat nu eenmaal in een jonge democratie die verdeeld is tussen liberale seculieren en katholieke nationalisten. Teraz, kurwa, my heet de sfeer van machtswissels: en nu is het onze beurt, verdomme. Onder de pro-Europese regering van het centrum-rechtse Burgerplatform (PO) en de agrarische PSL, was het niet anders, zegt Rybinska. Conservatieve journalisten kregen geen kans.

„Veel van mijn vrienden belandden op straat, we werden niet uitgenodigd op persconferenties.” PiS-stemmers werden weggezet als abnormalen en fascisten of uitgelachen als ‘geitenwollen baretten’, naar de kledingstijl van activistische aartsconservatieve oude dametjes.

Het hoort bij de „pathologie” van de generatie politici die na 1989 de macht verwierf, zegt Rybinska. Ondanks hun tirades tegen oude communisten die nog steeds overal aan de touwtjes zouden trekken, gedragen ook PiS-politici zich volgens haar nog steeds als ‘postcommunisten’ die hun trucjes hebben afgekeken van het regime waartegen ze vochten. „Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk dat ik ze verdedig.” Maar de oppositie lijdt aan dezelfde kwaal. „Dan is dit wat je krijgt als je je tegenstanders acht jaar lang pest.”

Lees verder op het NRC >>>

Ook interessant: De pot verwijt de ketel (audio)

Gerelateerde berichten

Falende elite wil een ander volk

SCP waarschuwt voor sterkere polarisatie van hoger opgeleiden tegen de rest.

Loek Hermans verzorgde op de valreep van het oude jaar nog een zevenklapper. Wéér een VVD-akkefietje. Zijn partijgenoot – commissaris der koning Cornielje – zag via de korte lijn wel een interim-burgemeester in hem. Dat moest toch kunnen, al had Hermans wat averij opgelopen. De gemeenteraad knikkebolde dat het goed was, tot de sociale media er lucht van kregen. Toen was het gauw gedaan. Tijdens de Franse Revolutie zouden ze zeggen: niets vergeten, niets geleerd. Dag ging toen over de adel die terug verlangde naar de tijd dat het volk zijn plaats nog kende.

Zo liep het niet af dit keer. Hermans was immers in een vloek en een zucht vertrokken. Boze bevolking, onzekere bestuurselite, dat is de situatie op het scharnier tussen 2015 en 2016. Burgemeesters trokken schielijk hun AZC-plannen in na opstand van het volk. En klagen dat het geen lolletje meer is om burgemeester te zijn. Ik zag op televisie de protesterende schreeuwers. Verbeten koppen, een man in trui die ‘landverraad’ riep. Beslist geen mooi beeld, waaraan wel steeds die korte lijntjes vooraf waren gegaan van bestuurders onder elkaar. Dat pikt het boze volk niet meer.

‘Verschanst in eigen kring’, luidde onlangs de kop boven de onvolprezen jaarlijkse Volkskrant elite-top-200. Conclusie was dat de elite zich terugtrekt in het eigen gelijk. Kristallisatiepunt van de tegenstelling met het lagere volk is de vluchtelingencrisis. Slechts 13 procent wil méér vluchtelingen opnemen, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau deze week in het kwartaalonderzoek naar de opvattingen onder de burgerij. Als 13 procent vóór meer vluchtelingen is, dan wil dat zeggen dat een overgrote meerderheid zich zorgen maakt over de vluchtelingenstroom. Niek Jan van Kesteren, voorheen werkgeversvoorman en de tweede machtigste man van Nederland, hoort bij de voorstanders. “Heel rationeel om meer vluchtelingen op te nemen”, zei hij in deze krant. “Zeker als je niet in buurten woont waar al die nieuwkomers moeten wonen en geen concurrentie van ze ondervindt op de arbeidsmarkt. Maar het is makkelijk praten”, verzuchtte hij erachteraan. Als uit dit citaat één ding blijkt, dan is het de geweldige spanning om de boel bij elkaar te houden.

Nog een getuigenis van die spanning: de kersttoespraak van koning Willem-Alexander. Er zat kramp in de tekst, schreef collega Remco Meijer. Dat was keurig uitgedrukt. De koning sprak wel woorden achter elkaar maar het betoog was onnavolgbaar. Vage abstracties waaraan niemand zich een buil kon vallen. Ik schat dat er drie zwetende tekstschrijvers benevens twee ministers aan te pas zijn gekomen. “Sommigen voelen zich in de steek gelaten en onvoldoende gehoord. Maar ons land – onze plek in de wereld – is ons dierbaar.” Zelden was de koninklijke spreidstand in een volkomen gepolariseerd land pijnlijker voelbaar.

Boze burgers zijn met name ontevreden over de politiek, blijkt uit het SCP-kwartaalonderzoek. Net als de lageropgeleiden, voelt ook de middenklasse zich niet gehoord. Driekwart vindt dat “mensen zoals ik geen enkele invloed hebben op wat de regering doet”. Pal daartegenover staat de hoogopgeleide elite, die meent dat de schreeuwlelijkerds hier de lakens uitdelen. De elite gruwt van ongastvrij Nederland. Geweld loont, kijk maar naar de antie-AZC-protesten en de burgemeesters die moeten inbinden.

Hoog en laag spreken elkaar taal nauwelijks meer. Henk en Ingrid moeten het steeds meer in hun eentje zien te rooien. Voorheen kwam het hele land elkaar tegen in militaire dienst of in de kerk. Niet meer. De elite was van het CDA, daar vonden christelijke werkgevers en arbeiders elkaar. Tegenwoordig is de elite van D66. Meer meritocratisch, minder belangstellend voor hetgeen zich daaronder afspeelt. Dezelfde meritocratie is ook een slagveld. Angst voor sociale daling is overal, maar vooral bij de lagere middengroepen die vinden dat er te weinig oor is voor hun sores.

Het volk denkt: we worden belazerd. Dat denkt de elite tegenwoordig ook. Eigenlijk lijkt de onvrede boven en onder de streep als twee druppels water op elkaar.

Lees deze column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Kloof tussen burgers en bestuurlijke elite steeds groter

Dit blijkt uit een enquête van TNS Nipo in opdracht van de Volkskrant onder 400 invloedrijke Nederlanders.

De bestuurlijke elite vindt in grote meerderheid dat Nederland meer vluchtelingen en arbeidsmigranten moet toelaten dan nu gebeurt. 67 procent vindt dat het aantal nieuwkomers omhoog mag. Met die mening wijkt de elite – bestuurders, CEO’s, commissarissen, bankiers, burgemeesters, topambtenaren en andere prominenten – af de rest van de bevolking. Van alle Nederlanders wil volgens eerdere peilingen 47 procent de grenzen voor vluchtelingen sluiten, 51 procent wil een quotum. 36 procent wil alle vluchtelingen binnenlaten, aldus Maurice de Hond in oktober.

Werkgeversvoorman en CDA-senator Niek Jan van Kesteren, nummer 2 in de Volkskrant Top 200 van invloedrijkste Nederlanders, zegt het standpunt van de elite goed te begrijpen. ‘Een heel rationeel standpunt, zeker als je niet in de buurten woont waar al die nieuwkomers moeten wonen en geen concurrentie van ze ondervindt op de arbeidsmarkt. Maar het is makkelijk praten. Je kunt alleen maar meer mensen toelaten als je ook een echte Europese grensbewaking hebt.’

Ook in andere dossiers spoort de mening van de bestuurlijke elite niet met die van het volk. Zo is de elite zeer Europees gezind (76 procent vindt niet dat de macht van Brussel moet worden beperkt) en vindt slechts 35 procent de islam een bedreiging voor Nederland. 81 procent wil dat Nederland een ambitieuzer klimaatbeleid voert, 62 procent vindt dat het koningshuis een louter ceremoniële functie moet krijgen.

Lees verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

Referendum dwingt politici hun standpunt te verwoorden

Politici zouden referenda moeten zien als een verrijking van de representatieve democratie.

Nog nooit was er zoveel keuzevrijheid. Mensen ‘shoppen’ wat af: van de smartphone tot de ziektekostenverzekering, alles wordt op persoonlijke voorkeuren afgestemd. Dit in schril contrast met politieke partijen, waar je altijd op een totaalpakket stemt dat nooit helemaal op de voorkeur aansluit.

In zijn opiniestuk van vorige week (Opinie & Debat, 15 december) erkent oud-parlementariër Bas De Gaay Fortman deze frictie niet. Volgens hem is er geen behoefte aan verandering: het referendum is een bijl aan de wortel van de representatieve democratie, zoals Hans Wiegel altijd zo mooi verwoordt.

Het huidige politieke stelsel creëert echter politiek wantrouwen dat funest is voor de gezondheid van onze democratie. Beperkte referenda zijn een veilige manier om daar iets aan te doen.

Partijtrouw blijft onveranderd afnemen. Als mensen één keer in de vier jaar tijd stemmen op basis van wat op dat moment het meest bij hen aansluit heb je al vanaf de verkiezingen een kloof die alleen maar blijft groeien, hoe capabel en deskundig vertegenwoordigers ook zijn.

Daar komt nog eens bij dat verkiezingen niet puur inhoudelijk zijn: alles moet vluchtig en behapbaar zijn. Voor individuele issues hebben politieke leiders tijdens het Carré-debat een halve minuut de tijd. Zo kan het verkeren dat bepaalde standpunten van een partij tijdens verkiezingen helemaal niet aan bod komen en het hele gebeuren ontaardt in een populariteitswedstrijd.

Lees verder op de Volkskrant

Gerelateerde berichten

De democratie is tot zelfmoord in staat dus die moet je beschermen

Dankzij Bastiaan Rijpkema ben ik nu voorstander van de weerbare democratie, zegt Meindert Fennema.

Deze dinsdagmiddag promoveert Bastiaan Rijpkema op het proefschrift ‘Weerbare democratie. De grenzen van democratische tolerantie’. De centrale vraag die Rijpkema probeert te beantwoorden: mag, of moet, een democratie zichzelf beschermen door ondemocratische partijen te verbieden? Die vraag gaat terug tot een beroemde oratie van de Amsterdamse hoogleraar George van den Bergh uit 1936. Het gaat Rijpkema uitdrukkelijk niet om partijen die politiek geweld gebruiken, maar om partijen die zich aan de democratische spelregels houden met de uitdrukkelijke bedoeling om die democratische spelregels af te schaffen zodra zij een meerderheid hebben behaald. Van den Bergh had de NSB op het oog en ook de Communistische Partij Holland.

Tegenwoordig heeft Duitsland met zijn ‘Verfassungsschutz’ die mogelijkheid. Wij hebben die niet. In Duitsland kan men politieke partijen die een programma hebben dat onverenigbaar is met de Duitse grondwet, verbieden. Dat is overigens na de oorlog maar in twee gevallen gebeurd.

Persoonlijk ben ik altijd een tegenstander geweest van die weerbare democratie omdat ik vind dat de burgers de overheid moeten controleren en niet andersom. ‘In Europa hebben intellectuelen de neiging om problemen op de lossen door ze te verbieden.’ Dat schreef Noam Chomsky in 1979 in een voorwoord bij een boek van de Fransman Robert Faurisson waarin deze het bestaan van de gaskamers in twijfel trok. Chomsky beweerde dat met een verbod op de ontkenning van de Holocaust ‘staatswaarheden’ werden geïntroduceerd in het wetboek van strafrecht. Staatswaarheden, schreef hij, behoren bij totalitaire regimes. Ik vond dat ook gelden voor wetgeving waarin de overheid politieke partijen mag controleren. Het is de democratie op zijn kop!

Maar het proefschrift van Rijpkema heeft mij aan het twijfelen gebracht.

Lees verder op TPO

Gerelateerde berichten

PvdA en VVD saboteren GeenPeil-referendum

Het ging zó snel zojuist, dat we nog bijna te laat op record drukten ook. In de Tweede Kamer waren stemmingen over begrotingen. Daarbij zat een uitstekend democratisch amendement van Koser Kaya (D66) en Van Raak (SP). Daarin vroegen zij Plasterk om de financiële middelen voor een goed verloop van het GeenPeil-referendum te verhogen van 20 naar 42 miljoen euro, zodat alle gemeenten genoeg geld hebben om voldoende stemhokjes neer te zetten op 6 april 2016. Plasterk had dit amendement natuurlijk al afgeraden, want PvdA en VVD hebben er grote politiek belangen bij om het referendum te saboteren. Zojuist waren dus de stemmingen en zoals je kunt horen in de video, zijn de volgende partijen vóór het amendement: PVV, Klein, Kuzu/Ozturk, 50PLUS, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de SP.

Lees verder op GeenStijl

Gerelateerde berichten

EU: The beginning of the end

The largest group most people can think of themselves as belonging to is the nation-state. Here, even in the midst of great diversity, a certain level of common interest and identity is given: the land we share, the laws that govern our lives, the police and armed forces that protect us, our history, our culture. When circumstances change drastically for the nation-state — a famine, a belligerent neighbor, a loss of empire, the discovery of huge natural resources — there is often an intensification of identity, albeit in a process of change.

Unless of course the state was largely an invented entity with no strong internal ties. Then change can bring break-up and a return to older, stronger identities. As it did in Yugoslavia or Czechoslovakia. As it threatens to do in Great Britain or Spain.

What about international organizations? The USSR collapsed under the pressure of economic change and a loss of ideological purpose. It had been imposed from Moscow. The Warsaw Pact went with it. Since then NATO has looked like a military alliance dangerously in need of a cause. Everything knocks on. Even victory can be traumatic. Only organizations with a clear and necessary role in world affairs — the United Nations, the World Bank — seem guaranteed a long life, however badly they perform. Even if they were to fold, they would, arguably, soon reappear in some new manifestation. They oil the wheels of world governance. Somebody has to.

What about the European Union?

Is it or is it not the most unwieldy, cumbersome, ill-defined and confused organization in the world? A monster so torn with internal contradiction it seems impossible it can survive; at the same time such a huge and determining presence in the lives of 500 million people that its demise would be dense with consequence for centuries. And likely bloody.

How was this improbable hybrid born? Neither state nor federation, yet sucking sovereignty from all its members, it defies definition. Those of us who live in it are utterly bemused; all we can say with certainty is that it is not a union in any meaningful sense of that word, and that it is European only in the sense that its 28 members are European, but not because it is coextensive with Europe, let alone congruent with any myth of what Europe might mean or have meant. If the designation “Europa” conjures up antique intimations of beauty, purpose and cultural strength, then it has nothing to do with the European Union.

Lees deze long read van Tim Parks verder op Politico

Gerelateerde berichten