Op de Europese stoep

Als die Puigdemont maar geen krassen maakt op onze Belgische automobiel. Dat was de lichtjes overspannen teneur in de landelijke media na het neerstrijken in Brussel van de minister-president van de Catalaanse Generalitat, die door de Spaanse regering was afgezet.

Wie door de Brusselse Spoormakersstraat wandelt, moet ter hoogte van nr 58 even omhoog kijken. Boven de voordeur van het pand hangt een verweerde herdenkingsplaat. In dat huis woonde ooit Joachim Lelewel, een aanvoerder van de mislukte Poolse novemberopstand van 1830 tegen Rusland. Nadat hij eerst een tijdje in Frankrijk was opgejaagd door de Franse politie, die nauw samenwerkte met de Russische geheime politie Okhrana, arriveerde de Poolse nationalist in 1833 in Brussel. Ook de Belgische overheid wilde Lelewel liever kwijt omwille van de druk vanuit Rusland. Om hem weg te krijgen, werden er geregeld straatprotesten tegen hem georkestreerd. Maar Alexandre Gendebien en Barthélemy Dumortier, twee veteranen van de Belgische revolutie van 1830, namen hem in bescherming, samen met nog andere prominenten.

Vertrouwen in de toekomst, vertrouwen in burgers

Als bij democratische vernieuwingen het middel wordt beoordeeld op zijn politiek wenselijke uitkomst is dat in essentie antidemocratisch, betoogt Geerten Waling.

De beloften waren stevig, toen Mark Rutte aan het begin van zijn tweede kabinet de ‘participatiesamenleving’ afkondigde. De ‘doe-democratie’ stond voor de deur, de burger was aan zet. De eerste teleurstelling kwam al direct, toen bleek dat al die grote woorden géén kleinere overheid of lagere belastingen betekenden en die hele participatiesamenleving een ordinaire bezuinigingsmaatregel bleek.

Deze maand kwam daar een tweede teleurstelling bovenop in de vorm van het regeerakkoord. Bestuurskundigen van de Universiteit Leiden becijferden dat dit akkoord historisch weinig aandacht schenkt aan het onderwerp ‘democratische vernieuwing’. ‘Dat is bijzonder, met D66 in het kabinet’, sneerden zij.

De Staatscommissie-Parlementair stelsel deed daar afgelopen woensdag in haar probleemverkenning nog enkele scheppen bovenop, met kritiek op de historisch lange en ontransparante formatie van Rutte-III, maar ook op het voorgenomen beleid.

Het meest heikel zijn de referenda. De meerderheid van de Nederlanders wil graag af en toe meebeslissen, maar de coalitiepartijen zijn tegen. Vooral D66, dat het referendum steeds meer als een bastaardkind is gaan beschouwen, heeft zich in de formatie van haar meest hypocriete kant laten zien.

Hoe wij onze democratie verloren

Stel, de bevolking had het voor het zeggen. Dan hadden we geen euro gehad, geen Europese munt die een rem zet op onze economie en landen in het zuiden bijna failliet laat gaan. Dan hadden we ook de banken en speculanten niet hun gang laten gaan, die ons land en de rest van Europa in een diepe crisis hebben gestort. Als onze bestuurders in 2005 wel respect hadden getoond voor ons ‘nee’ tegen de Europese Grondwet, dan zaten we nu niet vast in een Europese politiek die in alle landen door de mensen wordt gehaat. En stel, de bevolking had het laatste woord, dan had Mark Rutte zich in Europa niet in allerlei bochten hoeven wringen om een ‘nee’ toch tot een ‘ja’ te maken, maar had onze premier gewoon respect kunnen tonen voor de stem van Nederland tegen het verdrag met Oekraïne. Stel, Nederland was een echte democratie, dan stond ons land er nu veel beter voor.

Lees deze column van Ronald van Raak verder op TPO

Revolving doors and the European Commission

Far from being exceptional, the recent hiring of former Commission President José Manuel Barroso and former Competition Commissioner Neelie Kroes serve as reminders that Europe is the testing-ground for a new kind of state, where the borders between public and private are structurally porous.

José Manuel Barroso at Goldman Sachs, Nelly Kroes at Uber’s “Public Policy Advisory Board” (sic.)…. These two incidences of headhunting at the very top of the European Union are certainly spectacular. But it would be wrong to see them as simple one-off deviations from the norm, linked respectively to his ideological stance (neoconservative) and her professional orientation (routinely switching between political office and the boards of large corporations). They in fact reveal the ordinary functioning of a European policy that has been flourishing for over two decades, and which we could call the “neoliberal” revolving door.

These two “defectors” are actually doing in “private” exactly the opposite of what they were required to do in “public”, playing on “interpretations”, “exemptions” and “exceptions” to undo what they previously sought to establish: the proper functioning of European rules governing the Single Market, competition and budgetary deficit limits. This is not so far removed from the classic meaning of “revolving doors”, prevalent in 1970s France, which linked high government to industrial and financial groups in strategic sectors or close to public procurement bodies. This powerful collusive network was an extension of the State’s preeminence, appointing high authorities to coordinate France’s “mixed economy”.

This is not the case in the European Union, which has never been a “productive State”, nor an economic actor (its budget is barely worth 1% of Europe’s GDP). The EU has primarily carved out its specific form of statehood and public authority by developing a “liberal interventionism” that favours economic freedoms and “undistorted” competition. The EU has done so by presenting itself as the “chief organiser” of private markets, from DG Competition to the Court of Justice.

And this market-making state forged within EU institutions has quickly spread to European states, which have drastically remodeled their administrative structures.

Lees verder

Democratie moet niet de bestuurders dienen

De democratie zal altijd omstreden zijn, met tegendraadse en grofgebekte volksvertegenwoordigers.

Door: Wim Voermans hoogleraar staats- en bestuursrecht.

Het gaat niet de goede kant op met de vertegenwoordigende democratie als je de lawine van recente analyses mag geloven. Aangestoken door David Van Reybroucks doemscenario (Tegen Verkiezingen, 2013) is vooral in bestuurlijke kringen de overtuiging ontstaan dat de democratische instituties die we nu kennen, zowat op hun laatste benen lopen. Die bestuurders ergeren zich al jaren aan onkundige volksvertegenwoordigers, die met politieke spelletjes hun agenda frustreren en ze zijn zich kennelijk rot geschrokken van de asielzoekerscentra-onrust, het aanzwellende ‘populisme’ en de verharding van het debat (vooral ook op social media).

In plaats van naar zichzelf te kijken, zoeken invloedrijke adviescommissies, grotendeels bestaande uit hoogopgeleide bestuurders, de oorzaak in het disfunctioneren van volksvertegenwoordigingen. Zo ook het recente rapport Code Oranje dat de gemeenteraden op de schop wil nemen door er na loting leden aan toe te voegen, jaarlijks 3 keer burgertoppen te organiseren en gemeenteraadsleden te kunnen vervangen door ‘deskundigen’.

Lees verder op de Volkskrant

Democratie is er niet om juist te beslissen, maar om zélf te beslissen

Onruststoker Thierry Baudet en islamcriticus Paul Cliteur willen een referendum naar Zwitsers model invoeren. Als het aan hen ligt, gaan we straks om de paar maanden naar de stembus. Net als de Zwitsers ja of nee zeggen tegen minaretten, basisinkomen of immigratie. Het mag over van alles gaan en de uitslag is bindend. Ze schreven hun onderzoeksrapport Echte democratie in opdracht van de PVV van Geert Wilders. Dat zal niet bijdragen aan de serieuze beoordeling. Ten onrechte, want het stuk is de moeite waard.

Het belangrijkste argument voor referenda staat recht overeind. Zelfbeschikking. De kernvraag is waar democratie eigenlijk voor dient. Is dat voor het nemen van de juiste besluiten, of voor het zélf nemen van besluiten. De kwestie gaat terug op Plato. Timmeren laat je aan een vakman over, schreef de filosoof. Maar als het om besturen gaat, mag iedereen zich er tegenaan bemoeien. Het argument werd een eeuw geleden gebruikt tegen het algemeen kiesrecht, nu tegen het referendum. Waarom moeten bestuurders luisteren naar nee-stemmers die Oekraïne niet eens kunnen aanwijzen op de kaart? Het idee dat het gaat om de juiste besluiten, heette vroeger ‘de ware vrijheid’. Dus niet de liberale vrijheid om, zoals Isaiah Berlin zei, ‘op je eigen wijze naar de verdommenis te gaan’, maar de vrijheid om het goede te doen.

De vraag is uiteraard wie bepaalt wat het goede is. Volgens Baudet en Cliteur zou het voor de hand liggen dat emancipatie en betere scholing leiden tot meer zelfbeschikking. In werkelijkheid neemt de zeggenschap áf, omdat het land steeds verder ingesnoerd raakt in internationale verbanden, verdragsverplichtingen en onveranderbare besluiten.

Ik denk dat Baudet en Cliteur gelijk hebben, en dat het onbehagen hierover zowel het nee tegen het EU-verdrag met Oekraïne als de brede weerzin tegen het handelsverdrag TTIP verklaart; mensen willen niet steeds verder verstrikt raken in een web waarop ze zelf geen invloed hebben.

Lees deze column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Democratie werkt het best als meerstemmig koor

Hoe erg is het wanneer je van iets niets weet en daar toch een oordeel over moet geven?

Men moet bijvoorbeeld stemmen over een Nexit – gaat Nederland uit de EU of blijft het erin?

Je kunt nu het volgende betoog houden: ik weet niks over een Nexit en ik laat mij adviseren door politici of slimme functionarissen bij wie ik me het meeste thuisvoel. Of je zegt: ik ga mij verdiepen in de materie. Er is natuurlijk ook een derde weg: niet stemmen omdat het je niks interesseert of omdat je het niet wil laten weten.

Een democratie werkt het best als een meerstemmig koor. Je moet sopranen, alten, tenoren en bassen kunnen horen. En dan ook graag drie- of vierstemmig zingen.

Wat je nu merkt, is dat men, als de muziek niet bevalt, het koor wil veranderen. Dan moeten er stemmen weggelaten worden.

Zo zie je bij het referendum over de Brexit dat de uitslag een groot gedeelte van de kiezers niet beviel. Die willen dan meteen aan de democratie knoeien. Ze willen ouderen het stemrecht ontnemen, referenda onmogelijk maken of mensen een examen laten doen waaruit zou moeten blijken dat ze genoeg verstand hebben van het onderwerp.

Al die ideeën zijn nogal ondemocratisch en tamelijk dom. Wie zegt mij dat de stomste Nederlander toch niet de juiste keuze kan maken? Omgekeerd kan ook. Ik heb toevallig gisteren Pechtold, van wie ik denk dat hij heus wel enige intelligentie bezit, wéér de domste opinies bekakt horen krassen.

Lees deze column van Theodor Holman verder op Het Parool

Tweede Kamer pleegt ordinaire machtsgreep

Kamerleden plegen geen ‘zetelroof’ als ze, vrijwillig of niet, een eigen fractie beginnen. De suggestie om afsplitsers geld en spreektijd te ontnemen, is dan ook bedenkelijk.

Wie wordt gekozen in het parlement is een volksvertegenwoordiger. In de Nederlandse politiek beschouwen partijen ‘hun’ Kamerleden echter niet als volksvertegenwoordigers, maar als partij-afgevaardigden. Dat misverstand wordt breed omarmd en ondermijnt de vertegenwoordigende democratie.

De Grondwet is duidelijk: een Kamerlid zit ‘zonder last’ in de Kamer en kan dus niet worden verplicht standpunten uit te dragen die zijn partij of zijn fractie hem opdringt. Kamerleden zijn, eenmaal gekozen, ook allemaal gelijkberechtigd. Dat is maar goed ook, anders zou de stem van de ene kiezer zwaarder wegen dan die van een ander.

In de praktijk bestaat in de Tweede Kamer echter een fractiediscipline waaraan een Kamerlid zich zelden kan onttrekken. Wie zich er niet aan houdt, wordt bijvoorbeeld bestraft met inperking van zijn portefeuille of wordt geschrapt van de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen.

Kamerleden stemmen dus wekelijks ‘met last’ terwijl de Grondwet dat verbiedt. En nu wil, blijkens een rapport van een parlementaire werkgroep, een ruime Kamermeerderheid ook de gelijkheid van parlementariërs opheffen.

Die werkgroep werd eind vorig jaar opgericht, onder meer in reactie op het afsplitsen van de twee PvdA-Kamerleden die nadien de beweging DENK bedachten. Maar ook eerdere afsplitsingen (van de PVV, de VVD en 50Plus) zorgden voor ergernis in de Kamer, vooral bij de getroffen fracties.

Lees deze column van Syp Wynia verder op Elsevier

Machteloos

De kogel is door de kerk. Op 23 juni gaan de Britten naar de stembus om voor of tegen de Brexit te stemmen. Cameron en de zijnen hebben op de kop af vier maanden om kiezers ervan te overtuigen dat de ‘new settlement’ die hij vorige week heeft binnengehaald voldoende is om door te gaan voor de ‘hervormingen’ die hij had beloofd. Of het gaat lukken is de vraag.

Niet alleen zijn de afspraken boterzacht en zijn er grote twijfels of ze ongeschonden door het Europees Hof komen. Ook is de verdeeldheid onder de conservatieven groot. Afgelopen zondag maakte kroonprins Boris Johnson bekend voor de Brexit te zullen stemmen. Het belooft een spannende lente te worden.

Ik kan niet verhelen stikjaloers te zijn. De Britten hebben gekregen wat ons altijd is onthouden: de kans om je per referendum uit te spreken over het lidmaatschap van de EU. In het paternalistische Nederland oordeelde het politieke establishment midden jaren negentig dat zelfs de beslissing om de monetaire soevereiniteit op te geven niet belangrijk genoeg was om aan de kiezer voor te leggen. Toen een decennium later diezelfde kiezer een referendum over de Europese grondwet wist af te dwingen, was het dan ook meteen raak: weg ermee. De kans is groot dat 6 april hetzelfde gebeurt met het Oekraïense associatieverdrag.

Mooi, maar ook een prulbeker voor verliezers. De grondwet werd er twee jaar later als Verdrag van Lissabon alsnog doorheen gejast. En het associatieverdrag is door vrijwel alle lidstaten allang geratificeerd. De Europese trein ga je er niet mee tegenhouden. En uitzonderingen voor Nederland kun je op je buik schrijven. Het komt door die vervloekte euro. Het maakt nogal wat uit of je alleen door de interne markt aan de Unie bent gebonden of dat je daarbovenop ook nog een munt met elkaar deelt. In dat laatste geval is het doel van een ‘steeds nauwere unie’ allesbehalve een ‘dead parrot’, zoals Rutte de Kamer vorige week wilde doen geloven. Lees het ‘vijf presidenten’-rapport. Om de monetaire unie te ‘vervolmaken’ is een bankenunie, kapitaalmarktunie, begrotingsunie en uiteindelijk een politieke unie nodig. Was getekend: Jeroen Dijsselbloem. En dan staat ook Rutte’s handtekening eronder.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op FTM

Wie is de baas?

Regering weet zelf niet meer hoe soeverein Nederland ten opzichte van de EU nog is, zegt het Burgercomité-EU.

Het is nauwelijks in het nieuws geweest, maar vorige week heeft de regering eindelijk antwoord gegeven op de Kamervragen van Omtzigt (CDA) en Verhoeven (D66). Deze vragen betreffen het referendum van 6 april over het associatieverdrag dat de EU met Oekraïne heeft gesloten.

De hamvraag: kan de Nederlandse regering het associatieverdrag, mocht de bevolking 6 april tegen stemmen, eenzijdig opzeggen? De beantwoording van deze vraag, zo schrijft de regering, heeft langer op zich laten wachten dan normaal. Zo vreemd is dat niet als je de antwoorden leest. Want wat blijkt: niemand weet het!

De regering schrijft letterlijk dat zodra Kamer en regering een eventuele nee-uitslag overnemen en het verdrag niet ratificeren we ons op ‘onontgonnen terrein’ bevinden.

Het belang van dit antwoord kan nauwelijks worden overschat. Want wat betekent dit? Dat de bevoegdheidsoverdracht naar Brussel niet alleen sluipend verloopt, maar dat de bevoegdheidsverdeling zelf inmiddels onduidelijk is geworden. Onze regering, zo blijkt uit haar antwoorden, weet zelf niet meer hoe soeverein we als land ten opzichte van de EU nog zijn.

Letterlijk schrijft ze: ‘In de Raadsbesluiten over de ondertekening en voorlopige toepassing van het associatieakkoord met Oekraïne namens de Europese Unie […] wordt het precieze karakter van de betreffende bevoegdheden van de EU in het midden gelaten.’ Met andere woorden, niemand weet blijkbaar of de EU op deze gebieden, dat wil zeggen de delen van het verdrag die nu voorlopig al worden toegepast, uiteindelijk de baas is en dus over een exclusieve competentie beschikt of dat Nederland zelf nog steeds op deze terreinen soeverein is en dus over een vetorecht beschikt.

Lees dit artikel van het Burgercomité-EU verder op de Volkskrant

GeenPeil en GeenStijl trekken subsidie-aanvraag in

GeenStijl en GeenPeil trekken hun subsidieaanvraag voor het referendum over Oekraïne in vanwege ‘juridische haarkloverij’. De referendumcommissie eist bij 103 aanvragen meer informatie, waardoor ze voorlopig kunnen fluiten naar campagnegeld. SP-Kamerlid Harry van Bommel noemt dit ‘sabotage’ en ‘een middelvinger naar de kiezer’.

Het is de tweede keer dat indieners van een subsidieaanvraag voor het referendum over Oekraïne geconfronteerd worden met extra administratieve rompslomp, zo onthulde AD.nl eerder. Zo moesten organisaties eerder al meerdere handtekeningen aanleveren, terwijl er op het aanvraagformulier maar plek was voor één krabbel en klopte een postcode niet.

Waar de subsidie bedoeld was voor goedbedoelde campagne-initiatieven, worden aanvragers door juridische haarkloverij tot wanhoop gedreven“, stelt Bart Nijman van GeenStijl. “Er blijft veel te weinig tijd over voor de campagne. Wij dansen niet langer naar de pijpen van de commissie en trekken ons verzoek in.

SP-Kamerlid Harry van Bommel is furieus op minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk en noemt dit ‘absoluut sabotage’. “Het begon al bij het opendoen van minder stemlokalen en nu dit weer. De houding die Plasterk aanneemt is een middelvinger naar de kiezer.

De minister laat weten niet in te willen gaan op de aantijgingen, omdat de referendumcommissie daarover gaat.

Lees verder op het AD

Het ‘Stem voor’-kamp is verblind door de moderniseringsmythe

In de jaren ’50 stuurde de World Health Organization (WHO) voorraden insecticide (DDT) naar Borneo om de lokale bevolking te helpen om malariamuggen te bestrijden. De dode (en giftige) muggen werden al snel opgegeten door allerlei insecten, die op hun beurt weer op werden gegeten door hagedissen. De hagedissen werden kneiterstoned door de DDT wat het weer interessant maakte voor lokale katten om ermee te spelen, en verdomd makkelijk om op te peuzelen. Gevolg: alle katten stierven uit en Borneo werd geteisterd door een rattenplaag die zich te goed deden aan de gewassen. De Britse luchtmacht besloot in te grijpen met Operation Cat Drop en dropte (serieus) kratten vol katten boven het geteisterde dorp, Sarawak.

Deze anekdote laat op humoristische wijze zien wat er kan gebeuren als mensen niet goed nadenken. Binnen de politicologie (en met name tijdens colleges) heeft deze anekdote vaak een extra functie: het laat namelijk feilloos zien wat de risico’s zijn van landen met diepgewortelde ideeën die graag besluiten voor minder ontwikkelde landen maken. Zo was men er in de jaren ’50 er heilig van overtuigd dat als Indonesië (net als het Westen) gewoon meer gewassen zou produceren, het land vanzelf (net als het Westen) meer ontwikkeld, rijker en kortom gelukkiger zou worden. En wie wil er nou niet net zo awesome als het Westen worden? Dat dachten wij ook.

Hoewel deze theorie (ook wel bekend als modernization theory) gelukkig binnen de politicologie al enige decennia is uitgestorven, lijken politici, beleidsmedewerkers en opiniemakers de verleiding van deze maakbaarheidsmythe uit de Internationale Betrekkingen niet te kunnen weerstaan.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op TPO

EU wordt geconfronteerd met existentiële crisis en het gevaar is: democratie!

Nigel Farage van UKIP vraagt zich af waarom premier Rutte tijdens zijn toespraak in het Europarlement naar aanleiding van het Nederlandse voorzitterschap niets zegt over het referendum op 6 april a.s. Hij trekt het in zijn toespraak meteen wat breder en geeft voorbeelden hoe in de hele Europese Unie burgers proberen de democratie weer terug te krijgen. Uiteraard een en ander in de hilarische toonzetting die u van hem gewend bent ;-)

Oppositie in Polen krijgt zijn verdiende loon

De nieuwe machthebbers vertimmeren de staat in hoog tempo. Brussel en de oude elite zijn boos. „In veel families woedt nu een koude oorlog.”

‘Mijn nichtje begon te huilen toen Recht en Gerechtigheid (PiS) de verkiezingen won.” Aleksandra Rybinska, journaliste voor het rechts-conservatieve weekblad wSieci kijkt geamuseerd op van haar cappuccino in het centrum van Warschau. „Ze denkt dat ze voortaan gedwongen wordt om naar de kerk te gaan.”

Het Poolse oppositiekamp en het buitenland reageren volgens haar „hysterisch” op het offensief dat de nationaal-conservatieve PiS-regering de afgelopen weken losliet op de Poolse staat. Onder de vlag van ‘re-Polonisering’ trok deze in ongekend tempo de controle over het grondwettelijke tribunaal, de publieke omroep, de hoge ambtenarij en staatsbedrijven naar zich toe, zonder respect voor rechtsstatelijke obstakels. Nieuwe controversiële hervormingen, zoals een wet die de macht van de regering over het bureau van de aanklager dreigt te verhogen, staan in de steigers.

„Elegant vind ik het ook niet”, zegt Rybinska. Maar zo gaat dat nu eenmaal in een jonge democratie die verdeeld is tussen liberale seculieren en katholieke nationalisten. Teraz, kurwa, my heet de sfeer van machtswissels: en nu is het onze beurt, verdomme. Onder de pro-Europese regering van het centrum-rechtse Burgerplatform (PO) en de agrarische PSL, was het niet anders, zegt Rybinska. Conservatieve journalisten kregen geen kans.

„Veel van mijn vrienden belandden op straat, we werden niet uitgenodigd op persconferenties.” PiS-stemmers werden weggezet als abnormalen en fascisten of uitgelachen als ‘geitenwollen baretten’, naar de kledingstijl van activistische aartsconservatieve oude dametjes.

Het hoort bij de „pathologie” van de generatie politici die na 1989 de macht verwierf, zegt Rybinska. Ondanks hun tirades tegen oude communisten die nog steeds overal aan de touwtjes zouden trekken, gedragen ook PiS-politici zich volgens haar nog steeds als ‘postcommunisten’ die hun trucjes hebben afgekeken van het regime waartegen ze vochten. „Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk dat ik ze verdedig.” Maar de oppositie lijdt aan dezelfde kwaal. „Dan is dit wat je krijgt als je je tegenstanders acht jaar lang pest.”

Lees verder op het NRC >>>

Ook interessant: De pot verwijt de ketel (audio)

Falende elite wil een ander volk

SCP waarschuwt voor sterkere polarisatie van hoger opgeleiden tegen de rest.

Loek Hermans verzorgde op de valreep van het oude jaar nog een zevenklapper. Wéér een VVD-akkefietje. Zijn partijgenoot – commissaris der koning Cornielje – zag via de korte lijn wel een interim-burgemeester in hem. Dat moest toch kunnen, al had Hermans wat averij opgelopen. De gemeenteraad knikkebolde dat het goed was, tot de sociale media er lucht van kregen. Toen was het gauw gedaan. Tijdens de Franse Revolutie zouden ze zeggen: niets vergeten, niets geleerd. Dag ging toen over de adel die terug verlangde naar de tijd dat het volk zijn plaats nog kende.

Zo liep het niet af dit keer. Hermans was immers in een vloek en een zucht vertrokken. Boze bevolking, onzekere bestuurselite, dat is de situatie op het scharnier tussen 2015 en 2016. Burgemeesters trokken schielijk hun AZC-plannen in na opstand van het volk. En klagen dat het geen lolletje meer is om burgemeester te zijn. Ik zag op televisie de protesterende schreeuwers. Verbeten koppen, een man in trui die ‘landverraad’ riep. Beslist geen mooi beeld, waaraan wel steeds die korte lijntjes vooraf waren gegaan van bestuurders onder elkaar. Dat pikt het boze volk niet meer.

‘Verschanst in eigen kring’, luidde onlangs de kop boven de onvolprezen jaarlijkse Volkskrant elite-top-200. Conclusie was dat de elite zich terugtrekt in het eigen gelijk. Kristallisatiepunt van de tegenstelling met het lagere volk is de vluchtelingencrisis. Slechts 13 procent wil méér vluchtelingen opnemen, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau deze week in het kwartaalonderzoek naar de opvattingen onder de burgerij. Als 13 procent vóór meer vluchtelingen is, dan wil dat zeggen dat een overgrote meerderheid zich zorgen maakt over de vluchtelingenstroom. Niek Jan van Kesteren, voorheen werkgeversvoorman en de tweede machtigste man van Nederland, hoort bij de voorstanders. “Heel rationeel om meer vluchtelingen op te nemen”, zei hij in deze krant. “Zeker als je niet in buurten woont waar al die nieuwkomers moeten wonen en geen concurrentie van ze ondervindt op de arbeidsmarkt. Maar het is makkelijk praten”, verzuchtte hij erachteraan. Als uit dit citaat één ding blijkt, dan is het de geweldige spanning om de boel bij elkaar te houden.

Nog een getuigenis van die spanning: de kersttoespraak van koning Willem-Alexander. Er zat kramp in de tekst, schreef collega Remco Meijer. Dat was keurig uitgedrukt. De koning sprak wel woorden achter elkaar maar het betoog was onnavolgbaar. Vage abstracties waaraan niemand zich een buil kon vallen. Ik schat dat er drie zwetende tekstschrijvers benevens twee ministers aan te pas zijn gekomen. “Sommigen voelen zich in de steek gelaten en onvoldoende gehoord. Maar ons land – onze plek in de wereld – is ons dierbaar.” Zelden was de koninklijke spreidstand in een volkomen gepolariseerd land pijnlijker voelbaar.

Boze burgers zijn met name ontevreden over de politiek, blijkt uit het SCP-kwartaalonderzoek. Net als de lageropgeleiden, voelt ook de middenklasse zich niet gehoord. Driekwart vindt dat “mensen zoals ik geen enkele invloed hebben op wat de regering doet”. Pal daartegenover staat de hoogopgeleide elite, die meent dat de schreeuwlelijkerds hier de lakens uitdelen. De elite gruwt van ongastvrij Nederland. Geweld loont, kijk maar naar de antie-AZC-protesten en de burgemeesters die moeten inbinden.

Hoog en laag spreken elkaar taal nauwelijks meer. Henk en Ingrid moeten het steeds meer in hun eentje zien te rooien. Voorheen kwam het hele land elkaar tegen in militaire dienst of in de kerk. Niet meer. De elite was van het CDA, daar vonden christelijke werkgevers en arbeiders elkaar. Tegenwoordig is de elite van D66. Meer meritocratisch, minder belangstellend voor hetgeen zich daaronder afspeelt. Dezelfde meritocratie is ook een slagveld. Angst voor sociale daling is overal, maar vooral bij de lagere middengroepen die vinden dat er te weinig oor is voor hun sores.

Het volk denkt: we worden belazerd. Dat denkt de elite tegenwoordig ook. Eigenlijk lijkt de onvrede boven en onder de streep als twee druppels water op elkaar.

Lees deze column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Kloof tussen burgers en bestuurlijke elite steeds groter

Dit blijkt uit een enquête van TNS Nipo in opdracht van de Volkskrant onder 400 invloedrijke Nederlanders.

De bestuurlijke elite vindt in grote meerderheid dat Nederland meer vluchtelingen en arbeidsmigranten moet toelaten dan nu gebeurt. 67 procent vindt dat het aantal nieuwkomers omhoog mag. Met die mening wijkt de elite – bestuurders, CEO’s, commissarissen, bankiers, burgemeesters, topambtenaren en andere prominenten – af de rest van de bevolking. Van alle Nederlanders wil volgens eerdere peilingen 47 procent de grenzen voor vluchtelingen sluiten, 51 procent wil een quotum. 36 procent wil alle vluchtelingen binnenlaten, aldus Maurice de Hond in oktober.

Werkgeversvoorman en CDA-senator Niek Jan van Kesteren, nummer 2 in de Volkskrant Top 200 van invloedrijkste Nederlanders, zegt het standpunt van de elite goed te begrijpen. ‘Een heel rationeel standpunt, zeker als je niet in de buurten woont waar al die nieuwkomers moeten wonen en geen concurrentie van ze ondervindt op de arbeidsmarkt. Maar het is makkelijk praten. Je kunt alleen maar meer mensen toelaten als je ook een echte Europese grensbewaking hebt.’

Ook in andere dossiers spoort de mening van de bestuurlijke elite niet met die van het volk. Zo is de elite zeer Europees gezind (76 procent vindt niet dat de macht van Brussel moet worden beperkt) en vindt slechts 35 procent de islam een bedreiging voor Nederland. 81 procent wil dat Nederland een ambitieuzer klimaatbeleid voert, 62 procent vindt dat het koningshuis een louter ceremoniële functie moet krijgen.

Lees verder op de Volkskrant

Referendum dwingt politici hun standpunt te verwoorden

Politici zouden referenda moeten zien als een verrijking van de representatieve democratie.

Nog nooit was er zoveel keuzevrijheid. Mensen ‘shoppen’ wat af: van de smartphone tot de ziektekostenverzekering, alles wordt op persoonlijke voorkeuren afgestemd. Dit in schril contrast met politieke partijen, waar je altijd op een totaalpakket stemt dat nooit helemaal op de voorkeur aansluit.

In zijn opiniestuk van vorige week (Opinie & Debat, 15 december) erkent oud-parlementariër Bas De Gaay Fortman deze frictie niet. Volgens hem is er geen behoefte aan verandering: het referendum is een bijl aan de wortel van de representatieve democratie, zoals Hans Wiegel altijd zo mooi verwoordt.

Het huidige politieke stelsel creëert echter politiek wantrouwen dat funest is voor de gezondheid van onze democratie. Beperkte referenda zijn een veilige manier om daar iets aan te doen.

Partijtrouw blijft onveranderd afnemen. Als mensen één keer in de vier jaar tijd stemmen op basis van wat op dat moment het meest bij hen aansluit heb je al vanaf de verkiezingen een kloof die alleen maar blijft groeien, hoe capabel en deskundig vertegenwoordigers ook zijn.

Daar komt nog eens bij dat verkiezingen niet puur inhoudelijk zijn: alles moet vluchtig en behapbaar zijn. Voor individuele issues hebben politieke leiders tijdens het Carré-debat een halve minuut de tijd. Zo kan het verkeren dat bepaalde standpunten van een partij tijdens verkiezingen helemaal niet aan bod komen en het hele gebeuren ontaardt in een populariteitswedstrijd.

Lees verder op de Volkskrant

De democratie is tot zelfmoord in staat dus die moet je beschermen

Dankzij Bastiaan Rijpkema ben ik nu voorstander van de weerbare democratie, zegt Meindert Fennema.

Deze dinsdagmiddag promoveert Bastiaan Rijpkema op het proefschrift ‘Weerbare democratie. De grenzen van democratische tolerantie’. De centrale vraag die Rijpkema probeert te beantwoorden: mag, of moet, een democratie zichzelf beschermen door ondemocratische partijen te verbieden? Die vraag gaat terug tot een beroemde oratie van de Amsterdamse hoogleraar George van den Bergh uit 1936. Het gaat Rijpkema uitdrukkelijk niet om partijen die politiek geweld gebruiken, maar om partijen die zich aan de democratische spelregels houden met de uitdrukkelijke bedoeling om die democratische spelregels af te schaffen zodra zij een meerderheid hebben behaald. Van den Bergh had de NSB op het oog en ook de Communistische Partij Holland.

Tegenwoordig heeft Duitsland met zijn ‘Verfassungsschutz’ die mogelijkheid. Wij hebben die niet. In Duitsland kan men politieke partijen die een programma hebben dat onverenigbaar is met de Duitse grondwet, verbieden. Dat is overigens na de oorlog maar in twee gevallen gebeurd.

Persoonlijk ben ik altijd een tegenstander geweest van die weerbare democratie omdat ik vind dat de burgers de overheid moeten controleren en niet andersom. ‘In Europa hebben intellectuelen de neiging om problemen op de lossen door ze te verbieden.’ Dat schreef Noam Chomsky in 1979 in een voorwoord bij een boek van de Fransman Robert Faurisson waarin deze het bestaan van de gaskamers in twijfel trok. Chomsky beweerde dat met een verbod op de ontkenning van de Holocaust ‘staatswaarheden’ werden geïntroduceerd in het wetboek van strafrecht. Staatswaarheden, schreef hij, behoren bij totalitaire regimes. Ik vond dat ook gelden voor wetgeving waarin de overheid politieke partijen mag controleren. Het is de democratie op zijn kop!

Maar het proefschrift van Rijpkema heeft mij aan het twijfelen gebracht.

Lees verder op TPO

PvdA en VVD saboteren GeenPeil-referendum

Het ging zó snel zojuist, dat we nog bijna te laat op record drukten ook. In de Tweede Kamer waren stemmingen over begrotingen. Daarbij zat een uitstekend democratisch amendement van Koser Kaya (D66) en Van Raak (SP). Daarin vroegen zij Plasterk om de financiële middelen voor een goed verloop van het GeenPeil-referendum te verhogen van 20 naar 42 miljoen euro, zodat alle gemeenten genoeg geld hebben om voldoende stemhokjes neer te zetten op 6 april 2016. Plasterk had dit amendement natuurlijk al afgeraden, want PvdA en VVD hebben er grote politiek belangen bij om het referendum te saboteren. Zojuist waren dus de stemmingen en zoals je kunt horen in de video, zijn de volgende partijen vóór het amendement: PVV, Klein, Kuzu/Ozturk, 50PLUS, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de SP.

Lees verder op GeenStijl

EU: The beginning of the end

The largest group most people can think of themselves as belonging to is the nation-state. Here, even in the midst of great diversity, a certain level of common interest and identity is given: the land we share, the laws that govern our lives, the police and armed forces that protect us, our history, our culture. When circumstances change drastically for the nation-state — a famine, a belligerent neighbor, a loss of empire, the discovery of huge natural resources — there is often an intensification of identity, albeit in a process of change.

Unless of course the state was largely an invented entity with no strong internal ties. Then change can bring break-up and a return to older, stronger identities. As it did in Yugoslavia or Czechoslovakia. As it threatens to do in Great Britain or Spain.

What about international organizations? The USSR collapsed under the pressure of economic change and a loss of ideological purpose. It had been imposed from Moscow. The Warsaw Pact went with it. Since then NATO has looked like a military alliance dangerously in need of a cause. Everything knocks on. Even victory can be traumatic. Only organizations with a clear and necessary role in world affairs — the United Nations, the World Bank — seem guaranteed a long life, however badly they perform. Even if they were to fold, they would, arguably, soon reappear in some new manifestation. They oil the wheels of world governance. Somebody has to.

What about the European Union?

Is it or is it not the most unwieldy, cumbersome, ill-defined and confused organization in the world? A monster so torn with internal contradiction it seems impossible it can survive; at the same time such a huge and determining presence in the lives of 500 million people that its demise would be dense with consequence for centuries. And likely bloody.

How was this improbable hybrid born? Neither state nor federation, yet sucking sovereignty from all its members, it defies definition. Those of us who live in it are utterly bemused; all we can say with certainty is that it is not a union in any meaningful sense of that word, and that it is European only in the sense that its 28 members are European, but not because it is coextensive with Europe, let alone congruent with any myth of what Europe might mean or have meant. If the designation “Europa” conjures up antique intimations of beauty, purpose and cultural strength, then it has nothing to do with the European Union.

Lees deze long read van Tim Parks verder op Politico

Poroshenko in NRC – Hoe praten over Europese democratie je nog geen Europese democraat maakt

Wat U niet las in NRC, maar wel verdomd belangrijk is om te weten, door Dieuwertje Kuijpers.

Wat leuk! Een interview in NRC Handelsblad met Oekrainse Bassie president Poroshenko. Superkritisch interview. Want hier lezen we dat GeenPeil koren op de molen van Putin is, en dat men vooral moet kiezen met dode Oekraïners in het achterhoofd die hun leven hebben gegeven voor Europese waarden. Hartstikke fijn natuurlijk, dat wij met Oekraïne zo’n onvoorwaardelijke bondgenoot hebben voor “onze Europese waarden”. Is dit werkelijk hoe het zit, of is dit interview het gevolg van een journalist met te weinig kennis van zaken en tegelijkertijd iets teveel persoonlijke aversie tegen GeenPeil?

Allereerst is het goed te beseffen dat voor deze regio de NAVO niet los kan worden gezien van de EU. Dat de NAVO is opgericht als verzekering tegen Rusland hoeft geen verder betoog. Dat het missile defence (“ja we zetten een raketsysteem in uw voormalige achtertuin maar het is niet tegen u gericht hoor!”) – project door Rusland werd opgevat als een potentieel offensief NAVO-project eveneens. De EU behoeft waarschijnlijk wat meer uitleg.

Zoals VU-collega Diesen betoogde in zijn (overigens zeer lezenswaardige) dissertatie vorig jaar: door het opstellen van acquis waaraan nieuwe lidstaten moeten voldoen, bepaalt de EU voor zichzelf de standaard en dus ook wie er mee mag spelen. Hieruit is al vroeg duidelijk geworden (en dit geldt ook voor de NAVO) dat Russisch lidmaatschap en dus volledige samenwerking met Rusland nooit de intentie is geweest en ook nooit zal worden. De voormalige satellietstaten van Rusland daarentegen zijn relatief snel zowel EU als NAVO lid geworden.

Lees verder op The Post Online

Kamer torpedeert referendum over TTIP!

Vaag. Een referendum over Oekraïne of een parlementaire enquête naar de invoering van de euro, dat is allemaal onzin waar 925 zich niet aan moet verbinden, krijgen we wel eens in de comments of de mail; doe het dan over iets dat wel belangrijk is. Een referendum over TTIP, het verstrekkende handelsverdrag met de VS, dat is pas referendumwaardig! Akkoord, laten we even meegaan in die gedachte.

De Partij voor de Dieren pleit er ook al langer voor, een volksraadpleging over TTIP. Tussen en neus en schaam door druppelt het gerucht binnen dat ons parlement reeds hééft gestemd over een mogelijk referendum. Uitkomst: dat referendum komt er NIET.

Lees verder op 925.nl

Europese Commissie dreigt TTIP met ISDS in te voeren zonder democratische toets

Ook zonder dat het Europees Parlement erover heeft kunnen stemmen, kan de Europese Commissie handelsverdragen zoals TTIP, CETA en TiSA voorlopig in werking laten treden.

De SP vindt dat onacceptabel, en doet daarom een dringend beroep op de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, om dergelijke verdragen niet te ratificeren voordat het Europees Parlement zich erover heeft kunnen buigen. SP-Europarlementariër Anne-Marie Mineur roept haar collega’s op om de brief mede te ondertekenen: “Wij pleiten ervoor om dergelijke verdragen in hun geheel voor te leggen aan de nationale parlementen, en we vinden ook dat er een referendum over moet komen. De handelsbarrières die nu worden weggehaald, zijn in feite de regels die onze vakbondsrechten, onze gezondheid en ons milieu beschermen. Daar moet onze bevolking over kunnen meepraten. Het lijkt er nu op dat deze verdragen zelfs zonder instemming van het Europees Parlement al kunnen worden ingevoerd. Dat mogen de regeringsleiders, verenigd in de Europese Raad, niet laten gebeuren.”

Na het inwerkingtreden van het Verdrag van Lissabon in 2009 is het afsluiten van handelsverdragen een bevoegdheid geworden van de Europese Commissie. Over de vraag of dat ook geldt voor de uitgebreide vrijhandelsverdragen waarover de Commissie op dit moment onderhandelt met onder andere Canada (CETA) en de Verenigde Staten (TTIP), is nog geen jurisprudentie. Mogelijk is er sprake van een gemengde bevoegdheid, en in dat geval moeten ook de nationale parlementen zich over onderdelen kunnen uitspreken. Het advies dat gevraagd is aan het Europees Hof van Justitie over het reeds voltooide verdrag met Singapore kan anderhalf tot tweeënhalf jaar op zich laten wachten. Tot die tijd kan het Europees Parlement zich niet over dit of andere verdragen uitspreken. Het verdrag kan wel al voorwaardelijk in werking treden, inclusief het omstreden ISDS-mechanisme.

Bron: SP

De democratie dood? Oekraïne en TTIP bewijzen het tegendeel

Het is het jaar van de handelsverdragen. Of beter: van de weerstand ertegen. Het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne, wat met name de handelsbetrekkingen met het land moet aanhalen (want anders doet Rusland dat, volgens de voorstanders) wist ruim 450.000 Nederlanders in beweging te krijgen. Een referendum over het associatieverdrag is inmiddels afgedwongen, nu neemt ook de weerstand tegen TTIP, het handelsverdrag tussen de EU en de Verenigde Staten, grootse vormen aan.

In Nederland zwengelde Arjen Lubach de discussie aan via dit item (video).

De aandacht voor TTIP (Transatlantic Trade & Investment Partnership) nam als gevolg van de uitzending sterk toe, enkele wijzigingen aan het verdrag werden bovendien doorgevoerd, maar die zijn volgens tegenstanders vooral cosmetisch. ISDS, een onderdeel in TTIP dat in een tribunaal voorziet waar bedrijven onder meer landen en overheden kunnen aanklagen, is het grootste kritiekpunt – het zou TTIP en daarmee bedrijven boven het democratisch gezag stellen. De Amerikaanse claimcultuur zal zijn intrede doen, zo is de verwachting. (En wie dacht dat het heus wel meevalt met de kwaadaardigheid van bedrijven: denk even aan Volkswagen.)

Vandaag worden er in Brussel drie miljoen handtekeningen tegen TTIP ingeleverd, waarvan er 100.000 in Nederland zijn gezet. Voor een anti-TTIP-betoging, die staat gepland voor komende zaterdag, zijn al 10.000 aanmeldingen, waar in mei dit jaar slechts een honderdtal op de been was te brengen.

Lees deze column van Edwin van Sas verder op HP/De Tijd >>>

Initiatief GeenPeil primeur voor Nederlandse democratie

Minister Plasterk gaat er al een beetje van uit dat GeenPeil erin slaagt om 300.000 handtekeningen binnen te halen om een referendum af te dwingen. Als Nederland zich inderdaad mag gaan uitspreken over het associatieverdrag met Oekraïne is het de eerste keer dat de kiezers mogen oordelen over een wet die al is aangenomen.

Sinds 1 juli van dit jaar is het mogelijk een raadgevend referendum aan te vragen over een wet die al is aangenomen, maar nog niet in werking is getreden. Elke kiesgerechtigde die 10.000 medestanders verzamelt kan een verzoek indienen. Het referendum komt er als in de zes weken daarna nog eens 300.000 handtekeningen worden verzameld.

Sinds deze mogelijkheid bestaat zijn er tien wetten aangenomen die ‘referendabel’ zijn. Van alle verzoeken die zijn binnengekomen, haalde alleen het initiatief van GeenPeil voldoende handtekeningen voor de tweede fase, 13.480 stuks.

GeenPeil is een samenwerkingsverband van weblog GeenStijl, het Bugercomité-EU en het Forum voor Democratie. Zij willen het associatieverdrag met Oekraïne aan de kiezers voorleggen, omdat ze vinden dat de Europese Unie daarmee te weinig rekening heeft gehouden met de wensen van burgers.

Lees verder op de NOS >>>

Critici van GeenPeil hebben last van democratische apathie

Oekraïne zal toch nooit lid van de Europese Unie worden. Dus waar gaat dat hele GeenPeil nou over. Eigenlijk is het gewoon een vehikel van bange, blanke, rechtse mannen met een bizarre voorliefde voor de blingbling-ideologie van Poetin. De paginagrote advertentie in de Telegraaf was nota bene gesponsord door UKIP, dus dan weet u het wel: fascisme.

Aldus de weinig verheffende kritiek op het (waarschijnlijk) succesvolle initiatief van website GeenStijl om de nieuwe referendum-wet eens te testen, en een Nederlands referendum af te dwingen over het associatieverdrag met Oekraïne.

Waarom is het zo belangrijk om een referendum af te dwingen over de Europese Unie? Is de referendumwet niet bedoeld als ‘noodrem’, en ondermijnt GeenStijl hiermee niet het middel? Is het nog wel geloofwaardig als het ‘echt’ ergens over gaat?

Welnu, democratie werkt alleen wanneer burgers participeren. Democratie is meer dan een keer in de vier jaar naar het stemhokje gaan: dat mogen ze in Rusland, Tajikistan en Oezbekistan tenslotte ook. Democratie kan alleen bestaan bij oplettend burgerschap tussen de verkiezingen door, en hiervoor is meer nodig dan (onderzoeks)journalistiek alleen. Zodra wij burgers lui worden, geven wij bestuurders een carte blanche om sluiproutes te bewandelen. Zelfs de Montesquieu waarschuwde al dat de apathische burger in een democratie, vele malen gevaarlijker is dan een omnipotente vorst in een absolute monarchie. Er van uit gaan dat ‘onze volksvertegenwoordigers’ dag in dag uit hun vertegenwoordigende taak naar behoren uit zullen voren, omdat wij ze tenslotte over vier jaar weer op het matje mogen roepen is naïef en gevaarlijk.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op TPO >>>

Associatieverdrag met Oekraïne bedreigt de democratie

Referendum EU Associatieverdrag Oekraïne
Een associatieverdrag met Oekraïne leidt tot een verdere uitholling van de nationale soevereiniteit en de democratie, betogen Arjan van Dixhoorn en Pepijn van Houwelingen.

Afgelopen zaterdag betoogde Willem-Gert Aldershoff dat de voorstanders van een referendum over het EU-Oekraïense associatieverdrag de situatie in Oekraïne niet begrijpen (RD 19-9). Helaas gaat Aldershoff in het geheel niet in op de reden van ons referendumverzoek. Het gaat ons niet om het belang van Oekraïne, maar om het democratisch belang en de toekomst van ons eigen land.

De drang van Aldershoff en andere eurofielen om heel Europa te controleren heeft gevaarlijke imperialistische, en zelfs koloniale trekken. Dat blijkt niet alleen uit het artikel van Aldershoff, het is ook heel goed af te lezen aan de verdragstekst zelf. De verdere uitholling van de nationale soevereiniteit en de democratie door de EU wordt via dat verdrag verder verstevigd. Daarom moeten volgens ons de Nederlanders een uitspraak over deze wet kunnen doen, want onze volksvertegenwoordigers laten ons hierbij in de steek.

Nu de EU de soevereiniteit van Nederland fundamenteel heeft ondergraven, wil ze ook Oekraïne aan zich binden. En dat zonder dat Oekraïne toegang krijgt tot de wetgevende instituties van de EU. De EU claimt Oekraïne met een mythisch beroep op historische banden en gemeenschappelijke Europese waarden. Het verdrag beweert dat Oekraïne daardoor gemakkelijk kan deelnemen aan Europees beleid.

Deze EU-nationalistische motivatie wordt versterkt met een misplaatst beroep op krachtige steun van het volk in Oekraïne (nota bene: niet het volk van Oekraïne) voor de ‘Europese’ koers. Maar precies omwille van dit verdrag is de burgeroorlog ontstaan. Hoezo krachtige steun?

Lees verder op Reformatorisch Dagblad >>>

Komst vluchtelingen vergt vernieuwing democratie

Referendum EU Associatieverdrag Oekraïne

Wie deze week een opvangcentrum in de buurt heeft gekregen, moet snel de gelegenheid krijgen om daarover zijn mening te laten horen. “De besluiten worden niet altijd genomen door de mensen die ook de gevolgen dragen”, zegt Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Putters: “Ook deze week zijn veel emoties weggeredeneerd met cijfers. Je moet voorkomen dat mensen gaan denken: ‘Wat maakt het ook allemaal uit? Mijn belang wordt toch niet gezien.’ Dit doet zich overal voor: in de zorg, het onderwijs, de gemeenten. 30 procent van de kiezers stemt al niet meer. Je wilt niet dat dit nu ook gebeurt bij het integreren van vluchtelingen.”

Dat 28 procent van de Nederlanders de grenzen het liefst zou sluiten volgens een peiling in opdracht van de NOS, werd deze week door Geert Wilders aangegrepen om de Tweede Kamer een ‘nepparlement’ te noemen waarin niemand zich vertegenwoordigd voelt.

Toch is het volgens Putters niet zo dat de Nederlanders die migratie afwijzen ook de politieke afhakers zijn. “Afhakers zijn mensen die teleurgesteld zijn geraakt in alle politieke partijen. Hun problemen gaan net zo goed over gezondheidszorg als over migratie. Vooral laagopgeleiden, ouderen en vrouwen hebben een sterk besef van die problemen. Zij stemmen soms tijdelijk op een partij en kunnen die even heel groot maken. Je ziet ze bij de SP en de PVV, maar ook bij CDA of PvdA. Mensen die immigratie afwijzen, hebben de PVV tot een stabiele factor in het parlement gemaakt.”

Als de commotie over de slaapplaatsen voorbij is, dienen zich over de vluchtelingen vragen aan voor de lange termijn. Daar kan volgens Putters een vernieuwend democratisch proces belangrijk bij zijn. “De vluchtelingen zijn een gedeelde zorg van alle Nederlanders. Op volksvertegenwoordigers rust de zware taak op iedereen erbij te betrekken, of je nu de grenzen wilt sluiten of enorme barmhartigheid toont.

Lees verder op Trouw >>>

We willen zelf onze vrienden kiezen

Rob de Wijk ziet niet dat de Nederlandse democratie wordt uitgehold en dat daarom een referendum belangrijk is, menen Thierry Baudet en Pepijn van Houwelingen.

Columnist Rob de Wijk bekritiseert ons initiatief om middels 300.000 handtekeningen een referendum (GeenPeil) over het associatieverdrag met Oekraïne af te dwingen (Opinie, 4 september). Volgens hem is het verdrag geen stap op weg naar EU-lidmaatschap van Oekraïne, dus waar maken we ons zorgen om?

Inderdaad ontkennen onze politici bij hoog en bij laag dat dergelijk lidmaatschap voor Oekraïne in het verschiet zou liggen. Toch verklaarde Herman Van Rompuy, toenmalig president van de Europese Raad, in 2013 plechtig dat “Oekraïne op termijn zal zijn als de andere nieuwe lidstaten”, stelde José Manuel Barroso, destijds commissievoorzitter, dat “de toekomst van Oekraïne in de EU ligt” en nam het Europees Parlement in 2005 een motie aan waarin lidmaatschap aan Oekraïne nadrukkelijk als mogelijkheid werd gepresenteerd.

Evenmin lijkt De Wijk op de hoogte van de bepalingen in het associatieverdrag over coördinatie op militair en veiligheidsterrein. Onlangs hebben de Amerikanen drie militaire bases geopend in West-Oekraïne en aangegeven de militaire steun aan het land te zullen intensiveren. We worden geleidelijk meegezogen in een gewapend conflict met Rusland – zeer gevaarlijk, en absoluut niet in ons belang. Waarom horen we De Wijk daar niet over?

Hij stelt slechts dat er ‘niets’ mis mee is om belastinggeld aan Oekraïne over te maken. Volgens onderzoek is het land echter een van de meest corrupte ter wereld – niveau Zimbabwe. Hoe zinvol is het om daar bakken geld heen te sturen? En hoe zinvol is de geleidelijke afschaffing van visum-restricties waar het associatieverdrag in voorziet? Een land in burgeroorlog, in de wereldtop van vrouwenhandel? Ook dat element van het associatieverdrag is De Wijk blijkbaar ontgaan.

Het meest stuitende aspect van zijn column is echter niet zijn gebrek aan zicht op de implicaties van het voorliggende verdrag; maar de opvatting van democratie die hij in het slotdeel ventileert.

‘Coalitiepolitiek’, schrijft hij, ‘is geven en nemen. Als ik het er niet mee eens ben ga ik niet roepen dat een besluit ondemocratisch is’. Het punt dat De Wijk hier mist, is dat dit inderdaad geldt binnen de kaders van de representatieve democratie. Maar wat als die representatieve democratie zichzelf beetje bij beetje afschaft? Dat is wat nu aan het gebeuren is.

De geleidelijke, maar onmiskenbare bevoegdheidsoverdracht van het Nederlands parlement naar de Brusselse burelen betekent dat het forum waar wij ooit hebben besloten onze gemeenschappelijke problemen te bespreken feitelijk niet langer als zodanig functioneert. Als de politiek zijn bevoegdheden te buiten gaat door zichzelf af te schaffen en ons politiek te onteigenen valt de soevereiniteit terug aan het volk.

Daarom is een referendum over EU-gerelateerde zaken meer op zijn plaats dan over welk ander onderwerp dan ook. Het gaat niet zomaar over een verdrag: het gaat over zelfbeschikking. Het gaat om ons recht om in laatste instantie zelf te mogen beslissen over hoe wij ons leven inrichten, wie onze vrienden zijn en met wie wij visum-restricties hebben of niet.

Rob de Wijk kent niet alleen de verdragstekst niet: hij begrijpt ook niet wat democratie werkelijk betekent.

Trouw, donderdag 10 september 2015

Laat het volk oordelen over belangrijke zaken

Referendum EU Associatieverdrag Oekraïne

Een Landsgemeinde – Zo stemmen de Zwitsers over belangrijke zaken.

Iets meer dan een jaar geleden hebben we met het Burgerforum-EU, de voorganger van Burgercomité-EU, in de Kamer ons burgerinitiatief voor een EU-referendum toegelicht. Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) zei dat hij het door ons gevraagde referendum bij verdere overdracht van bevoegdheden aan de EU niet wilde uitschrijven. Hij adviseerde ons gebruik te maken van de Wet raadgevend referendum zodra die van kracht was geworden.

Dat is sinds deze zomer het geval. We maken gebruik van deze wet en hebben de tweede procedurele fase bereikt. We hebben inmiddels de helft van de benodigde 300.000 handtekeningen voor een correctief raadgevend referendum over het EU-associatieverdrag met Oekraïne verzameld.

Als het ons lukt de overige handtekeningen te verzamelen, zal dit referendum – heel gepast – plaatsvinden tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in 2016.

Waarom willen we een referendum over dit associatieverdrag? Zo maar wat wedervragen. Is het verstandig een associatieverdrag af te sluiten met daarin een visumvrije regeling (artikel 19) met een land in burgeroorlog? Met een land dat bijzonder corrupt is? Waar veel vrouwenhandel, kinderprostitutie en drugshandel voorkomt? En willen we Oekraïne straks via EU-regelingen financiële bijstand geven (artikel 453)?

Voor wie denkt dat Oekraïne baat zal hebben bij de EU: heeft de EU niet genoeg ellende veroorzaakt? We zijn de stuitend onverantwoordelijke toespraken van EU-politici Guy Verhofstadt en Hans van – ‘never, never give up’ – Baalen op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev toch niet vergeten? Die EU-inmenging is mede aanleiding voor de burgeroorlog. En willen Nederlanders echt dat ons land zich via dit verdrag impliciet mengt in een proxy-oorlog met Rusland?

Uit opinieonderzoek blijkt al jaren dat Nederlanders niet willen dat Oekraïne lid wordt van de EU. Ondanks wat politici bij hoog en laag beweren is dit verdrag een grote stap in die richting. De toenmalige EU-kopstukken Barroso en Van Rompuy stelden dat Oekraïne in de EU thuishoort. Oekraïense politici zien dit verdrag ook als een opstap naar lidmaatschap.

Sommigen vragen zich vertwijfeld af of zo’n referendum niet te ingewikkeld is voor de Nederlanders. Maar is een referendum over een verdragstekst van honderden bladzijden werkelijk ingewikkelder dan verkiezingsprogramma’s? En weten we zeker dat al die 225 leden van het Nederlandse parlement over alle informatie beschikken om hun beslissingen te nemen?

De kern van de zaak is dat in een levende democratie de bevolking zich rechtstreeks over zaken die de toekomst van het land aangaan zou moeten kunnen uitspreken. Nu de grote ideologische ankerpunten zijn verdwenen, wil de bevolking zelf over concrete aangelegenheden kunnen stemmen. De klassieke representatieve democratie is verouderd en door de EU verder uitgehold. Met de referendumwet is dat door onze vertegenwoordigers ook deels erkend.

Tegenwoordig zijn referenda noodzakelijke instrumenten voor de bevolking om een soevereine wil uit te kunnen drukken over concrete besluiten met groot belang. Laten we dus, mede uitgenodigd door Timmermans, maar met dit associatieverdrag beginnen.

Artikel van Pepijn van Houwelingen en Arjan van Dixhoorn
Verschenen in Het Parool, dinsdag 8 september 2015

GeenPeil weerlegt democratiehaat van Rutte’s roeptoeter Rob de Wijk

De regering Rutte heeft een van hun sokpoppen, Rob de Wijk (D66-lid!), vooruit gezonden om GeenPeil en de roep om een EU referendum af te branden. Want Den Haag poept in de broek voor burgerinspraak. Echt, je kan Rutte niet banger maken voor het volk dan door TEKEN.GEENPEIL.NL in te vullen en de weg voor een EU referendum open te zetten. Op onze beurt hebben wij van Rob de Wijk weinig te vrezen. Zijn afkeer tégen meer democratie roeptoetert hij op zo’n onwaarschijnlijk malle, populistische wijze dat zelfs de pedanterie van Pechtold er bij verbleekt. Dus grijpen we deze gelegenheid graag aan om het belang van GeenPeil, een sterker democratisch bewustzijn en meer inspraak in de Europese uitbreiding uiteen te zetten aan de hand van zijn ondoordachte hate piece. Bedankt voor de voorzet, Rob van “referendumpartij” D66, hier ons weerwoord.

Lees verder op GeenStijl

Democracy is not a spectator sport

Currently, democracy tends to mean that every five years, we wait in a queue to put a little tick on a piece of paper beside the name of the person or party we like the most. This is based on what we have seen on TV or read in the papers during the few weeks before this bizarre ceremony. Then for five years we have no say in any of the decisions taken by our elected politicians; they do as they wish, or as they believe is best (hopefully). About a third of us don’t even bother to take part in this five-yearly ritual, either from ignorance or from apathy.

It is no wonder that in my polling for The Populist Signal, 65 per cent of respondents believe that the present system of governing Britain could be improved quite a lot or a great deal. In Scotland, people are even more disdainful, with 75 per cent favouring change.

It also likely explains why only 31 per cent of people in the UK believe that their voice counts in the decisions taken by local politicians. (In Scotland, it is similar with 34 per cent). On the national level, people feel even more ignored – only 21 per cent believe their voice counts (22 per cent in Scotland).

Is this really the best way to govern ourselves, with a system designed in the 18th century? We live in a 21st century society which is more interconnected and less hierarchical than ever before. Our governing institutions should be reflective of this change.

Furthermore, it is what people want. The polling shows a clear desire for active, deliberative forms of political participation.

Lees verder op de website van Claudia Chwalisz >>>

De maskers vallen af: Partijen willen referendum negeren

De Tweede Kamer loopt nauwelijks warm voor de nieuwe referendumregels die ze zelf heeft vastgesteld. Burgers was meer inspraak beloofd bij het tot stand komen van de referendumwet, maar een groot deel van de politici kondigt al aan dat de uitkomst van een volksraadpleging over Europa zal worden genegeerd.

Website GeenStijl probeert momenteel een volksraadpleging van de grond te krijgen onder de naam GeenPeil. Als het 300.000 handtekeningen verzamelt, komt er een raadgevend referendum over de uitbreiding van de EU en de samenwerking met Oekraïne in het bijzonder. Het parlement heeft al goedkeuring gegeven aan het zogenoemde associatieverdrag dat die samenwerking regelt, maar GeenStijl vindt deze uitbreiding van de EU geen goed idee. Via een referendum zou de bevolking kunnen zeggen dat politici het verdrag in de prullenbak moeten gooien, maar de parlementariërs hoeven zich niet aan het kiezersoordeel te houden.

“Ons standpunt zal niet wijzigen van dit referendum”, zegt VVD-Kamerlid Van ’t Wout. Zijn partij was sowieso geen voorstander van een referendum en hij zegt dat vooral ‘vrienden van Poetin’ tegen samenwerking waren van de EU met Oekraïne. “Wij buigen niet voor Poetin.” De liberaal heeft sowieso geen hoge pet op van de recente ontwikkelingen in de burgerinspraak. Wie 40.000 steunbetuigingen heeft, kan bijvoorbeeld een onderwerp op de agenda van de Kamer krijgen. “Ook die burgerinitiatieven zijn tot nu toe democratische knutselwerkjes gebleken die weinig effect hadden.”

Lees verder op de Telegraaf >>>

De zenuwen slaan toe op het Binnenhof

Referendum EU Associatieverdrag Oekraïne

De teller stond gistermiddag op tachtigduizend handtekeningen. Nog geen derde van het totale aantal dat op termijn aan de Kiesraad moeten worden overhandigd. Maar op voorhand voldoende om het Binnenhof de stuipen op het lijf te jagen. Daar schuiven ze nu al zenuwachtig met de bleke kantoorbillen over hun zetels, in de wetenschap dat áls het Geenstijl lukt een referendum af te dwingen, de uitslag eigenlijk wel vaststaat. En als die vervolgens terzijde wordt geschoven, omdat alles al is afgetikt in Brussel, staan ze er gekleurd op. Precies wat Geenstijl voor ogen staat.

Het onderwerp dat de professionele belletjestrekkers van het shockblog referendabel willen maken – het ‘associatieverdrag’ tussen Oekraïne en de Europese Unie – is er geen waarvan je op voorhand verhitte publieksparticipatie verwacht. Ik heb althans geen mensenmassa’s op het Malieveld zien staan die zich met spandoeken en spreekkoren voor of tegen het verdrag uitspraken. De enigen die er de barricaden voor opgingen, waren Hans van Baalen en Guy Verhofstadt, de Helden van Maidan. Nadat de Russisch-gezinde Oekraïense president was verdreven, waren Bulletje en Bonenstaak er als de kippen bij om op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev de overwinning namens de EU op te eisen.

De lont waarmee het Oekraïense kruitvat tot ontploffing kwam, was toen al dat gewraakte associatieverdrag. Bij ondertekening zou de voormalige Sovjetrepubliek binnen de invloedssfeer van Europa komen te liggen, en op termijn volwaardig EU-lid kunnen worden. Wat die arme Oekraïners van harte gegund was, maar ook een provocatie van Vladimir Poetin. De rest is, zoals dat heet, geschiedenis. De annexatie van de Krim, de burgeroorlog en het neerhalen van MH17 zijn het rechtstreeks gevolg.

Bron: AD van vandaag.

Een stille revolutie

Moeilijke besluiten nemen wordt steeds lastiger, klaagde minister Edith Schippers zaterdag in NRC-Handelsblad. Er zijn namelijk veel te veel partijen ‘die bij elk onderwerp allemaal het woord voeren’. En: “Als je iets voor elkaar wilt krijgen, moet je daar eerst in de coalitie voor knokken en met vijf of zes andere partijen water bij de wijn doen om het door de Eerste Kamer te krijgen.” Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is ‘krijg je nu ook te maken met de referendumwet die is aangenomen’.

Dat gebeurde in april 2014 en er was, na al dat spaak lopen van ‘staatkundige vernieuwingen’, merkwaardig weinig aandacht voor. Maar, zo schreef professor Joop van Holsteyn in Trouw, ‘ook een stille revolutie is een revolutie’.

Zegt u dat wel. Het is voor het eerst dat rechtstreekse volksinvloed op het beleid wettelijk is verankerd, al is het in eerste instantie ‘raadgevend’. Eerder was er de Tijdelijke referendumwet, maar die verliep in 2005 zonder dat iemand het initiatief tot een volksstemming had genomen.

Dat is nu anders. Twee weken geleden werd bekend dat het Burgercomité EU en GeenStijl ruimschoots de tienduizend handtekeningen hebben binnengehaald die nodig zijn om een referendum aan te vragen. Nu gaat het erom spannen: voor 28 september moeten er 300.000 handtekeningen verzameld zijn om het ook echt georganiseerd te krijgen.

De inzet is het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne, dat Nederland heeft aanvaard. Hierbij gaat het indirect om de vraag of de EU verder uitgebreid moet worden. Over de toetreding van Griekenland hadden we destijds alleen iets te zeggen via onze gekozen volksvertegenwoordigers. Hoe men daar ook over denkt, het past in een volwassen democratie dat burgers zich over zo’n belangrijke kwestie direct kunnen uitspreken.

U snapt ook wel dat het Burgercomité en GeenStijl op den duur langs deze weg ons hele lidmaatschap van de Europese Unie ter discussie willen stellen. Daarvan zijn we indertijd ook lid geworden zonder dat we rechtstreeks werden geraadpleegd. En ook wie niet tegen Europa is, zou deze kans op legitimering van de Unie door het volk moeten verwelkomen.

Maar Schippers ziet het somber in: het wordt steeds moeilijker om te regeren met al die pratende partijen, onderhandelingen in wisselende coalities en nu tot overmaat van ramp ook nog een referendum. “Je kan daarin niet uitleggen wat de consequenties en de alternatieven zijn, want daar leent een referendum zich niet voor,” zegt ze. “Je kunt mensen alleen vragen: wil je houden wat je hebt of iets krijgen wat je niet kent?”

Maar dat is precies wat mensen bij verkiezingen ook wordt gevraagd. Ook dan moeten ze moeilijk overzienbare consequenties en alternatieven afwegen, en dat gaat al honderd jaar goed.

Deze column van John Jansen van Galen komt uit het Parool van woensdag 26 augustus 2015

Referendum

Met steeds vrolijker gemoed sla ik momenteel gade hoe de keetschoppers van GeenStijl de Binnenhof-kongsi van politici, ambtenaren en traditionele pers aanpakken. Ze dansen eromheen zoals de non-conformistische taoïsten in het oude Chinese rijk rondom de betweterige moralisten van het confucianisme. Daar kan ik slechts om grinniken.

Jantje Roos en zijn collega’s willen een referendum. Samen met het Burgercomité-EU willen ze een volksraadpleging over het associatieverdrag dat de EU in juni vorig jaar met Oekraïne sloot. Ze vrezen dat Nederland, dat door de aanslag op de MH17 toch al tot betrokkenheid gedwongen werd, daardoor nog meer verwikkeld raakt in het conflict tussen Rusland en Oekraïne. Daar willen ze een stokje voor steken, al beseffen ze dat zo’n referendum niet bindend zal zijn, maar slechts raadgevend.

Mijn steun hebben ze.

Onvoorwaardelijk.

Daar zouden ze ook verzekerd van zijn geweest wanneer het referendum een ander doel had beoogd. Ik ben daar eerlijk in. Al hadden ze het volk willen vragen om zich uit te spreken over het drinkgedrag van EC-voorzitter Jean Claude Juncker, dan nog had ik het prima gevonden. De arrogantie die in Den Haag – nogmaals: bij politici, ambtenaren én veel media – heeft postgevat over de mening van de talloze Nederlanders die terecht vinden dat de EU een ondemocratische club is die zich veel te veel macht heeft toegeëigend, ergert me mateloos.

Neem Alexander Pechtold. Hij is nota bene leider van de partij die bij haar oprichting, door Hans van Mierlo en Hans Gruijters, het mogelijk maken van referenda tot een van haar kroonjuwelen benoemde. Maar hij wil er niet van weten. „Europa is te ingewikkeld om in een referendum te proppen”, sprak de huidige D66-aanvoerder hautain. Met andere woorden: hij beschouwt het Nederlandse volk als te dom om daarover te kunnen oordelen. En dat vinden heel veel andere politici en mediavertegenwoordigers ook.

In Denemarken heeft de regering vorige week juist besloten om de burger méér beslissingsbevoegdheden bij dit soort vraagstukken te geven.

Het kan dus wel.

’t Wordt een hele klus, dat GeenPeil, zoals ze bij GeenStijl de vereiste actie die nu op touw is gezet noemen. Eerst moesten ze, voor het ’inleidende verzoek’ bij de Kiesraad, 10.000 steunverklaringen verzamelen. Dat lukte binnen een mum van tijd. Maar om het daadwerkelijk tot een referendum te kunnen laten komen, moeten vóór 28 september 300.000 Nederlandse kiesgerechtigden zich officieel achter het plan hebben opgesteld. En dat is een ander, zij het niet onmogelijk verhaal.

Doe mee, gepeupel!

Laat me nóg harder lachen!

Column van Rob Hoogland uit de Telegraaf van donderdag 28 augustus 2015

Versterk de democratie, steun het raadgevend referendum

Een volksraadpleging kan een debat stimuleren over de expansie van de Europese Unie. Daarbij kan worden uitgelegd dat expansie van de omvang van de Unie en van de bevoegdheden van Brussel niet per se in het voordeel van Nederland is.

De sympathie ging vanzelf uit naar Ard van der Steur. De VVD-minister van Veiligheid en Justitie was vorige week de enige die zijn gevoel voor decorum had behouden tijdens het kabinetsdagje op het strand van Wassenaar en met zijn pak en das aangenaam afstak bij zijn collega’s in hun vale spijkeroutfit.

De premier zelf had gekozen voor een hoodie, een vest met capuchon dat vooral geliefd is bij rappers, boksers en overvallers van supermarkten. Toen hij partijgenoot Van der Steur aan zijn das trok, moest hij heel hard lachen. Zoals zo vaak.

Een stuk minder goedlachs was Mark Rutte de dag erna. Toen moest hij ten overstaan van de Tweede Kamer uitleggen dat hij weer eens een verkiezingsbelofte had gebroken. Het ging deze keer om de stellige mededeling tijdens de verkiezingscampagne dat de VVD geen geld meer zou geven aan de Grieken. Toch ging het kabinet onder leiding van Rutte akkoord met een nieuw steunpakket.

Het was een moment van de waarheid voor de VVD-fractie. Zij had laten weten eigenlijk niets te zien in extra hulp voor een Griekse regering die zich zelden aan afspraken houdt. Maar het steunen van het kabinet kreeg prioriteit boven het volgen van de eigen inzichten.

Slechts één liberaal Kamerlid, Joost Taverne, durfde vast te houden aan zijn principes. De beginselvaste eenling zal bij de volgende verkiezingen vast op een lage plek op de kandidatenlijst belanden.

Lees deze column van Gerry van der List verder op Elsevier >>>

Den Haag heeft een contract met de burger en niet met Brussel

Tijd dat we politici daar weer aan herinneren!

De Eerste Kamer stemde op 7 juli jongstleden in met drie associatieverdragen tussen de Europese Unie en Moldavië, Georgië en Oekraïne. Weblog Geenstijl en het Burgercomité-EU grijpen deze eerst mogelijke gelegenheid aan om de nieuwbakken referendumwet, die op 1 juli van kracht ging, uit te testen in de praktijk en op te roepen om zoveel mogelijk handtekeningen te verzamelen. Bij 300.000 handtekeningen worden de associatieverdragen onderwerp van een referendum. Al snel klonk kritiek. “Gebruik het referendum als er écht iets aan de hand is, en niet nu”, “Richt je liever op de Griekse situatie” en natuurlijk “Associatieverdragen leiden niet per se tot toetreding tot de EU dus dit is zinloos.”

Maar daar gaat het natuurlijk niet om.

Deze roep om inspraak gaat om het signaal dat je afgeeft als burger wanneer je binnen een week nadat een nieuwe referendumwet is aangenomen, hier direct gebruik van probeert te maken. Het signaal dat burgers ondanks het mooie weer en de zomerperiode laten horen, is dat zij zich graag zelf willen uitspreken over de ontwikkeling van de Europese Unie. Tegelijkertijd kunnen Nederlandse burgers zich niet de naïviteit veroorloven dat ze ooit iets te zeggen zullen hebben over geld naar Griekenland: fiscale en sociale zaken (toch zaken die de identiteit van een natiestaat bepalen) zijn uitgesloten van een referendum. De roep om meer inspraak en democratie dient te allen tijde te worden omarmd. Laten wij elkaar geen democratische beperkingen opleggen. De overheid doet dat wel voor ons door middel van allerhande sub-clausules, vage verwijzingen en ridicule randvoorwaarden in de referendumwet.

Het heeft tenslotte lang genoeg geduurd: bijna zeventig jaar lang heeft de Europese Unie zich in toenemende mate buiten het zichtveld van de Nederlandse burger ontwikkeld. Daarom is het zo belangrijk om onze volksvertegenwoordigers op het Plein onderhand eens aan hun jasje te trekken en verantwoording te vragen, zoals het hoort. Democratisch bestuur dient herkenbaar te zijn voor de burger. Niet via het spelletje mikado wat het nu is, waarin alles aan elkaar is gekoppeld – totdat de burger van gekkigheid niet meer weet waar de ene verantwoording begint en de andere ophoudt.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op The Post Online >>>

Even rust in het huis Europa

Stelt u zich de EU eens voor als een huis. Als een groot huis waarin meerdere gezinnen bij elkaar wonen en waar het flink reuring is. Wat heet: het ooit zo mooi bedoelde sociale project staat door een opeenstapeling aan dingetjes enorm onder druk en de spanning is soms letterlijk voelbaar.

Zo heeft een deel van de bewoners een gezamenlijke pot, maar hoe mooi bedoeld ook, werken doet het niet. Verscheidene jonge huisbewoners zijn werkloos, ontheemden uit de buurt azen op de aanwezig baden, bedden en broodmanden en het huishouden is een zooitje. Officieel moet men de kamers zelf doen en gaan grotere klussen in overleg, maar wat nou precies klein is en wat groot weet niemand en de huismeesters en -juffen nemen ondertussen rap in aantal toe.

De kerstcommissie, het buitenoverleg, de dames van het dakterras, het financiële groepje, het comité voor buurtcontact, een corveeroostercommissie en ga zo maar door. Een waar organogram is opgetakeld om alles in goede banen te leiden, maar de bewoners, die weten het niet meer. Samen leven en soms een kopje suiker delen, dat was ooit de bedoeling, maar het hele project verwordt meer en meer tot moloch.

De mensen van het geld rollebollen van ruzie naar ruzie en steeds meer huisbewoners associëren de toko alleen nog maar met het salaris van de ‘huis-top’. Het is, kortom, de hoogste tijd voor een time-out. Even de rommel opruimen en even geen nieuwe ideetjes meer, maar helaas: het huisbestuur heeft besloten om de buren, die in groot conflict zijn verwikkeld met weer ándere buren, toe te staan te komen wonen in de tuin. Voor het huis zelf vonden zelfs zij het nog even té, maar in de tuin? Ach, prima. Dat ze er een ruzie mee binnenhalen zij maar zo en hun schulden, ach,
dat lost Financiën wel op.

Inderdaad: dit gaat over Oekraïne. Over het verdrag dat de EU wil afsluiten en waar weblog GeenStijl een referendum over hoopt los te krijgen. NRC noemde die wens het willen ‘frustreren’ van Europese uitbreiding, maar dat is onterecht. Het is geen frustratie, maar contemplatie. In een Europa dat grossiert in dossiers is het verstandig eerst je huidige problemen op te lossen en pas dan, als de boel weer loopt, aan nieuwe projecten te beginnen. En daarbij: het huis Europa is uiteindelijk van haar bewoners. Het is hun huis en hun tuin, dus dat beetje inspraak is echt zo raar niet.

Bron: Door Dave Boots, Enkhuizen in Trouw van 25 augustus 2015

Oekraïne hoort niet binnen de EU

Nederland heeft als lidstaat van de Europese Unie op 30 juni de associatieovereenkomst tussen enerzijds de EU en anderzijds Moldavië, Georgië en Oekraïne goedgekeurd. Wat Nederland betreft is de weg open voor toetreding op termijn van deze landen tot de EU. Landen die qua cultuur en democratie ver afstaan van de Nederlandse samenleving.

Landen die ik niet ken, waar ik ook niks mee heb. Bij Oekraïne bijvoorbeeld heb ik geen positief beeld. Ik herinner mij de opstand en de doden op het Maidan, begin vorig jaar, plus twee EU-politici die daar als Peppie en Kokkie verkondigden dat Oekraïners EU-burgers zouden worden. Uit wier naam ze spraken, is mij tot op heden nog een raadsel. Nu is er een burgeroorlog met duizenden burger-slachtoffers, een burgervliegtuig dat naar beneden is gehaald, een economische boycot van Rusland, sancties over en weer, boeren die daar hun producten niet meer kunnen slijten, etc, etc. Chaos!

Waarom moet zo’n land toetreden tot de EU? Het is nogal ingrijpend, want Oekraïne is een verdeeld land in oorlog. Kan het dan zo zijn dat er in de Eerste Kamer op een zonnige namiddag voor het reces een besluit doorheen wordt gejast dat Oekraïne zicht geeft op volwaardig lidmaatschap van de EU, als zijnde de wil van de Nederlandse bevolking?

Het is gebleken van niet, want een kleine actie van tegenstanders leverde in rap tempo 14.000 handtekeningen op van burgers die willen dat er een referendum wordt georganiseerd over dit onderwerp. De kiesraad is een procedure begonnen en nu moeten er voor 28 september 300.000 handtekeningen komen om onze mening als burger te peilen.

Dat zijn heel veel handtekeningen. Die van mij komt er zeker bij. Ik wil de redenen wel eens weten waarom wij moeten worden verbonden met zo’n soort land.

Er zijn politici die zeggen dat de EU te ingewikkeld is om in een referendum te proppen. Dat zijn wel heel vreemde woorden. De bevolking mag het recht nemen zich hierover uit te spreken.

Ik zal zowel voor- als tegenstanders aandachtig beluisteren om daarna een weloverwogen keuze te kunnen maken.

Jan van het Meer
Koudum

Bron: Leeuwarder Courant van 25 augustus 2015

Tijd voor een referendum over Europa?

GeenStijl is in juli de petitie GeenPeil gestart. Ze willen dat er een referendum komt waarin burgers zich kunnen uitspreken over het verdrag dat op stapel staat tussen de EU en Oekraïne. Waar gaat het over en heeft het kans van slagen? Verslaggever Hella Hueck beantwoordt vijf vragen over het verdrag en GeenPeil.

1. Wat is een associatieverdrag?
Associatie-overeenkomsten zijn bindende afspraken die de Europese Unie met andere landen sluit. De overeenkomst is gericht op verregaande samenwerking tussen de EU en het betreffende land. Zo’n verdrag wordt meestal gezien als een voorportaal tot een lidmaatschap van de Europese Unie. We hebben zulke overeenkomsten al met landen als Macedonië (sinds 2004), Servië en Albanië.

Een associatie-overeenkomst is gericht op economische samenwerking. Zo moeten partijen import- en exporttarieven en quota afbouwen. Maar economie is al snel ook politiek. In het verdrag worden ‘gemeenschappelijke waarden’ geformuleerd en moet Oekraïne zijn rechtsstaat en democratie versterken en de mensenrechten beter respecteren. Er zitten ook elementen van ontwikkelingssamenwerking in de overeenkomst. Zo staat er dat ‘Oekraïne in aanmerking komt voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering’. Het land staat er financieel beroerd voor en torst een staatsschuld van 70 miljard met zich mee.

Als je tijd over hebt: hier kun je meer dan 300 pagina’s tellende verdrag doorakkeren. Het gaat overigens niet alleen om Oekraïne, we hebben ook met Moldavië en Georgië zo’n verdrag.

2. Waar staan we nu met dat associatieverdrag?
Het Verdrag is in juni 2014 ondertekend door de Europese Unie en Oekraïne. Maar het is een akkoord waar niet alleen de EU over gaat. De lidstaten moeten het in hun parlementen óók goedkeuren. Dat heet een ‘gemengd akkoord’. In Nederland is dat al gebeurd. Afgelopen juli stemde de Eerste Kamer in met het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne. De Tweede Kamer deed dat al eerder. Vrijwel alle lidstaten hebben de overeenkomst reeds goedgekeurd. Het verdrag moet op 1 januari 2016 in werking treden.

Lees verder op RTL Nieuws >>>

Alle begin is moeilijk, ook het referendum

Burgers hebben de eerste stappen gezet om een referendum af te dwingen. Maar waarom is daar zo weinig aandacht voor, vraagt Joop van Holsteyn zich af.

Het blijft lastig, zoiets nieuws als een referendum in Nederland. Toen het ruim een jaar geleden wettelijk mogelijk werd om een landelijk raadgevend referendum te organiseren, was daar in de media niet of nauwelijks aandacht voor. Die mogelijkheid werd praktisch effectief vanaf 1 juli 2015. Vanaf dat moment konden kiesgerechtigde burgers via dit middel proberen aan de democratische bel te trekken.

Of zij dat vervolgens zouden doen, was een beetje de vraag. Niet alleen omdat die nieuwe wet zo weinig aandacht kreeg, terwijl het wel degelijk ging om een wezenlijke uitbreiding van het democratische arsenaal van burgers. Maar vooral omdat het verleden weinig hoopgevend was. Nederland kende eerder een wettelijke voorziening, de zogeheten Tijdelijke referendumwet, maar deze wet verliep op 1 januari 2005 zonder dat er ook maar één keer gebruik van was gemaakt. Het referendum over de zogenaamde Europese Grondwet van 2005 was apart geregeld, voor een eenmalige volksraadpleging. En de uitslag van precies dat referendum smaakte bij een groot deel van de gevestigde politieke elite zacht gezegd niet naar meer, integendeel.

Maar de Wet raadgevend referendum kwam er, al had het een mooi poosje geduurd. En verdraaid, er is reeds gebruik van gemaakt! Met nogmaals opmerkelijk weinig aandacht in de media. In een persbericht van 13 augustus op de website van de Kiesraad wordt echter keurig melding gemaakt van het nieuws, want nieuws is het. ‘Er zijn meer dan tienduizend geldige verzoeken ingediend voor het houden van een referendum over de wet tot goedkeuring van een Associatieovereenkomst met Oekraïne. Daarmee gaat deze wet door naar de volgende, definitieve fase’, aldus het bericht.

Inderdaad, met het succesvol inzamelen van tienduizend handtekeningen – aangejaagd door GeenStijl en Burgercomité=EU – is de eerste horde genomen. In de volgende, definitieve fase, die loopt van 18 augustus tot en met 28 september, moeten nogmaals handtekeningen worden verzameld. Niet minder dan 300.000 geldige individuele verzoeken in deze fase, om bij succes een raadgevend referendum, dat wil zeggen een (ongevraagd) advies van de bevolking aan Tweede Kamer, af te dwingen.’Burgers willen uitbreiding EU frustreren’, kopte NRC Handelsblad verleden week boven een klein bericht over het vooralsnog geslaagde referenduminitiatief. Dat is wel heel erg zuinig, maar daarom niet minder tekenend. Maar hoe men ook denkt over het referendum als democratisch middel, in het bijzonder in een representatieve democratie, en hoe men verder staat tegenover de ontwikkelingen binnen de EU, het is een gegeven dat de Nederlandse democratische traditie wordt verrijkt. Het feit dat bijvoorbeeld GeenStijl hier een rol bij speelt of dat het middel nogmaals ingezet lijkt te worden in de strijd tegen wat Geert Wilders waarschijnlijk ‘Hun Brussel’ zal noemen, doet daar niets aan af.

Nederland lijkt zich te voegen bij de ruime groep landen met een vertegenwoordigende democratie met daarbinnen de mogelijkheid voor burgers om zich zo af en toe eens anders dan bij verkiezingen uit te spreken. Dat daarvoor in het politieke en publieke debat zo weinig aandacht is, is curieus. De democratische, politieke inrichting en werking van Nederland is kennelijk niet bijster boeiend, nauwelijks nieuwswaardig. En die stilte geeft toch een beetje te denken waar het de open, in democratische vernieuwingen geïnteresseerde houding betreft, niet in de laatste plaats van de media. Maar goed, alle begin is moeilijk, ook het begin van wat, wie weet, over enkele decennia een bloeiende, vitale referendumtraditie in Nederland blijkt te zijn.

Trouw, 20 augustus 2015

NL is verworden tot export gericht lage-lonen land en belastingparadijs voor multinationals

Er is niet links en rechts, er is het extreme midden en de rest.

Iedereen die links is, kent de totale verbijstering. Het partijprogramma van de PvdA is links. In verkiezingstijd zijn de uitspraken van de PvdA-lijsttrekker links. De rapporten van het Wetenschappelijk Bureau zijn links.

Maar als na de verkiezingen een coalitie –welke samenstelling ook, hoe groot het PvdA-aandeel ook- gevormd is, dan is het beleid rechts. Zo ging het in 1994. Zo ging het in 1998. Zo ging het in 2006. En zo ging het ook na 2012: alsof Polanyi nooit geschreven heeft, dwong Klijnsma bijstandsgerechtigden tot proto-dwangarbeid; alsof multinationals geen fiscale deals sluiten met het Ministerie van Financiën, legde de kamerfractie samen met de PVV per motie vast dat Nederland geen belastingparadijs is; alsof het ISDS niet de natte droom is van het bedrijfsleven, steunt Ploumen TTIP. En Dijsselbloem liet bankiers van SNS Reaal tijdens de redding in 2013 hun bonussen houden maar zaagt Griekse gepensioneerden bij hun knieën af. Natuurlijk, PvdA-leden wisten te voorkomen dat ongedocumenteerden verder gecriminaliseerd worden. Maar als het tegenhouden van één rabiaat rechts plan -hoe noodzakelijk en knap dat verzet ook is – volstaat om als links te gelden, dan stelt links niets voor.

Hoe het gapende gat tussen woord en daad te verklaren? Inderdaad, coalitievorming gaat niet zonder compromissen, niet zonder water in de wijn, niet zonder het bouwen van bruggen, niet zonder over schaduwen heen te springen, niet zonder nuance, niet zonder realiteitszin. Allemaal waar, maar Tariq Ali geeft in zijn recente boek The Extreme Centre een andere verklaring. De verklaring is zijns inziens eigenlijk doodeenvoudig. Sociaaldemocraten handelen niet links, omdat zij niet links zijn. Zo simpel is het.

Lees deze column van David Hollanders verder op Joop >>>

Euro puppets, the European Commission’s remaking of civil society

Al in 2013 werd deze ‘discussion paper’ van Christopher Snowdon bij en door het Institute of Economic Affairs gepubliceerd. Hieronder volgt de samenvatting, voor degenen die meer willen weten, daaronder de link naar dit zeer lezenswaardige document.

  • With public confidence in the European project waning, the idea of initiating a ‘civil dialogue’ with the public emerged in the mid-1990s as a way of bolstering the EU’s democratic legitimacy.
  • Citizens have not been consulted directly, however. Instead they have been ventriloquised through ‘sock puppet’ charities, think tanks and other ‘civil society’ groups which have been handpicked and financed by the European Commission (EC). These organisations typically lobby for closer European integration, bigger EU budgets and more EU regulation.
  • The composition of ‘civil society’ at the EU level is largely dictated by which groups the Commission chooses to fund. There has been a bias towards centre-left organisations, with a particular emphasis on those promoting policies that are unpopular with the public, such as increasing foreign aid, restricting lifestyle freedoms and further centralising power within EU institutions.
  • The EC’s favoured civil society organisations are also marked by a homogeneous worldview and similarity of jargon. The literature and websites of these groups suffocate the reader with vague rhetoric about ‘stakeholders’, ‘sustainability’, ‘social justice’, ‘capacity building’, ‘fundamental rights’, ‘diversity’, ‘equity’ and ‘active citizenship’.
  • Many of the groups which receive the Commission’s patronage would struggle to exist without statutory funding. For example, Women in Europe for a Common Future received an EC grant of €1,219,213 in 2011, with a further €135,247 coming from national governments. This statutory funding made up 93 per cent of its total income while private donations contributed €2,441 (0.2 per cent) and member contributions just €825 (0.06 per cent).
  • There is virtually no funding for organisations which seriously question the Commission’s direction of travel. By contrast, groups that favour closer union and greater centralisation are generously funded. The ‘Europe for Citizens’ programme which ‘gives citizens the chance to participate in making Europe more united, to develop a European identity, to foster a sense of ownership of the EU, and to enhance tolerance and mutual understanding’ has a €229 million budget for 2014-20.
  • Substantial EU funds are also used to support organisations that share the Commission’s environmentalist agenda. The Green 10 represent the largest of Europe’s environmental lobby groups, but dozens, if not hundreds, of like-minded ecological organisations also receive EU funding. The Commission freely admits that funds are given to environmental groups ‘to support policy development’.
  • Civil society groups in non-member countries are another funding priority for the Commission. In 2012/13, its Neighbourhood Civil Society Facility had a €22 million budget to be distributed to groups in Eastern Europe, North Africa and the Middle East, later increased to €45.3 million. Many Youth in Action grants have been given to projects in potential new member states such as ‘Unite Unite Europe!’ (Serbia), ‘Be Active, Be European!’ (Albania) and ‘Citizen of my country, citizen of my Europe!!’ (Kosovo).
  • The EC’s policy of picking allies and supporting them with taxpayers’ money has made the system more elitist and less democratic.

Lees de hele paper (pdf) van Christopher Snowdon >>>

Fundamentele democratisering

Het Griekse drama toont het dilemma van links. ‘Pragmatisch’ meeregeren met rechts, zoals Jeroen Dijsselbloem doet. Of net als Syriza de ideologische confrontatie aangaan, met het risico te verliezen. Tijd voor een nieuwe koers.

Er schijnt in ons land al geruime tijd een geheimzinnige wet te gelden die stelt dat politieke onvrede zich vertaalt in een stem op rechts. Aan die zijde zijn tevens de energie en het politieke initiatief te vinden. Linkse partijen lijken voornamelijk bezig te zijn met het etaleren van nuchtere bescheidenheid en regerings-fähigkeit.

De dramatische ontwikkeling van de Griekse crisis heeft het linkse vraagstuk verder op scherp gezet. Twee visies over de toekomst van de linkse politiek zijn daarbij recht tegenover elkaar komen te staan: de middenkoers van sociaal-democraten als Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom, en de neo-keynesiaanse hervormingskoers voorgestaan door Syriza en progressieve economen.

Het Griekse Syriza is de eerste linkse partij die openlijk geprobeerd heeft het Europese bezuinigingsbeleid te bevragen en te veranderen. Nu Syriza het onderspit heeft gedolven en de hele Griekse samenleving als een stoute schooljongen in de hoek is gezet, lijkt de rebellie voorlopig neergeslagen. Tegelijkertijd zwelt de kritiek enkel verder aan. Ook gematigd progressieve stemmen voegen zich nu bij het koor van criticasters van de Europese politiek. De fijne breuklijnen tussen noord en zuid, links en rechts, eurofielen en eurosceptici waren er al langer. Ze zijn nu open en bloot aan de oppervlakte getreden, voor iedereen te zien. De weg naar Europese eenwording, een traject dat volgens Angela Merkel alternativlos en onomkeerbaar was, is zijn aura van onvermijdelijkheid kwijt.

Voor de linkse politiek is de Griekse crisis extra betekenisvol, omdat de vernederende ondergang van het neo-keynesiaanse alternatief is bewerkstelligd met openlijke steun van sociaal-democraten als Dijsselbloem, Samsom, de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz en de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel. De twee kampen zijn in de afgelopen maanden rechtstreeks tegenover elkaar komen te staan. Een scheiding der geesten heeft plaatsgevonden die eveneens haar uitwerking zal hebben op de Nederlandse politiek, al is het alleen al omdat het Griekse crisisbeleid veel overeenkomsten heeft met de koers die Dijsselbloem voorstaat in de rest van Europa, dus ook in Nederland.

Lees verder op de Groene via Blendle >>>

Sneven op Brusselse technocraten

De democratie in Europa wordt volgens Ewald Engelen al vele jaren met voeten getreden. Met de huidige Griekse crisis is een voorlopig dieptepunt bereikt en dat brengt de nodige risico’s met zich mee. ‘Voor je het weet creëer je martelaren van de democratie.’

Met het Dictaat van Athene bestaat er geen twijfel meer over het ware doel van het Europese project. De transformatie van nationale democratieën in oligarchische technocratieën, teneinde de neoliberale droom van de European Roundtable of Industrialists uit de vroege jaren tachtig eindelijk te kunnen voltooien: totale mobilisatie voor de export.

Argwanende zielen hadden het al eerder door. Begin jaren negentig bijvoorbeeld, met de introductie van de Interne Markt, die de Europese gemeenschap transformeerde tot een paradijs voor loonkostenarbitreurs en laagopgeleide Nederlanders voor het eerst confronteerde met wat het betekende om te moeten concurreren met veel goedkopere Grieken, Portugezen en Spanjaarden. Of eind jaren negentig, toen de Europese elite aanstuurde op een monetaire unie tussen landen met uiteenlopende verdiencapaciteiten, geschiedenissen en culturen. Of in 2005, toen het afgewezen gedrocht van een Europese Constititutie via de achterdeur alsnog werd ingevoerd.

Of in 2010, toen Merkel de Griekse en Italiaanse democratische mandaten met voeten trad door er twee meegaande vazallen te parachuteren, die moesten uitvoeren wat gekozen regeringen weigerden te doen: het afbreken van sociale grondrechten. Of in 2012, toen Brusselse technocraten in samenspraak met gekozen regeringsleiders buiten het zicht van nationale parlementen een begrotingsgevangenis optuigden die tekorten ongrondwettelijk maakte en daarmee de beleidsruimte voor toekomstige regeringen beperkte tot wat volgens de neoliberale leer acceptabel was.

Of in 2013 toen de Raad van State een onthutsende ‘Voorlichting’ publiceerde waarin dit gezaghebbende college van staat haar grote zorgen uitsprak over de gevolgen voor de Nederlandse beleidssoevereiniteit van het zogenaamde ‘Europese semester’, dat begin en eind van de Nederlandse begrotingscyclus naar Brussel verschoof – en waar in de Tweede Kamer vervolgens geen haan naar kraaide.

Werden de eerste stappen naar technocratië nog verguld met gloedvolle verhalen van voorspoed, vrede en democratie, sinds 2010 wordt de ene Ausnahmezustand aan de andere geregen om nieuwe schreden op het pad naar voltooiing van de Unie te kunnen zetten zonder te worden gedwarsboomd door onwillige kiezers, opgezweept door wat sinds de crisis populistische rattenvangers heten. Ik gebruik hier met opzet het Duits. Want wat er de afgelopen jaren in Brussel is gebeurd, lijkt zo van de nationaal-socialistische rechtsfilosoof Carl Schmitt te zijn afgekeken.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op FTM >>>

Greece is the latest battleground in the financial elite’s war on democracy

From laissez-faire economics in 18th-century India to neoliberalism in today’s Europe the subordination of human welfare to power is a brutal tradition.

Greece may be financially bankrupt, but the troika is politically bankrupt. Those who persecute this nation wield illegitimate, undemocratic powers, powers of the kind now afflicting us all. Consider the International Monetary Fund. The distribution of power here was perfectly stitched up: IMF decisions require an 85% majority, and the US holds 17% of the votes.

The IMF is controlled by the rich, and governs the poor on their behalf. It’s now doing to Greece what it has done to one poor nation after another, from Argentina to Zambia. Its structural adjustment programmes have forced scores of elected governments to dismantle public spending, destroying health, education and all the means by which the wretched of the earth might improve their lives.

The same programme is imposed regardless of circumstance: every country the IMF colonises must place the control of inflation ahead of other economic objectives; immediately remove barriers to trade and the flow of capital; liberalise its banking system; reduce government spending on everything bar debt repayments; and privatise assets that can be sold to foreign investors.

Using the threat of its self-fulfilling prophecy (it warns the financial markets that countries that don’t submit to its demands are doomed), it has forced governments to abandon progressive policies. Almost single-handedly, it engineered the 1997 Asian financial crisis: by forcing governments to remove capital controls, it opened currencies to attack by financial speculators. Only countries such as Malaysia and China, which refused to cave in, escaped.

Consider the European Central Bank. Like most other central banks, it enjoys “political independence”. This does not mean that it is free from politics, only that it is free from democracy. It is ruled instead by the financial sector, whose interests it is constitutionally obliged to champion through its inflation target of around 2%. Ever mindful of where power lies, it has exceeded this mandate, inflicting deflation and epic unemployment on poorer members of the eurozone.

Lees deze fantastische column van George Monbiot verder op The Guardian

Tsipras: dit is een viering van de democratie

‘Wij Grieken zijn vastbesloten onze toekomst in eigen hand te nemen. Wat er zondag ook gebeurt, dit is een viering van de democratie”. Dat zei de Griekse premier Alex Tsipras vrijdagavond in het centrum van Athene, waar hij tienduizenden demonstranten toesprak.

Wij Grieken zijn vastbesloten onze toekomst in eigen hand te nemen. Wat er zondag ook gebeurt, dit is een viering van de democratie”. Dat zei de Griekse premier Alex Tsipras vrijdagavond in het centrum van Athene, waar hij tienduizenden demonstranten toesprak.

Hij riep de Grieken opnieuw op ‘nee’ te stemmen bij het referendum van komende zondag. Tien miljoen Grieken mogen zich dan uitspreken over meer hervormingen in ruil voor extra steun in Griekenland. ‘Laten we een trots ‘nee’ zeggen tegen ultimatums en tegen degenen die ons chanteren”, aldus Tsipras. ‘Met een tegenstem kiest de Griek ervoor in waardigheid te leven in Europa.”

Hij kreeg bijval van de menigte, die ‘Ochi, ochi, ochi” (Nee, nee, nee) scandeerde. In Athene zijn vrijdagavond zowel voorstanders als tegenstanders van hervormingen de straat opgegaan. Er is veel politie op de been om ja- en nee-stemmers uit elkaar te houden. Peilingen laten zien dat de twee kampen min of meer gelijk opgaan.

Lees verder op Trouw >>>

Overheid misleidt Nederlanders over vrijhandelsakkoord TTIP

De Nederlandse overheid en minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking lichten Nederlanders stelselmatig verkeerd voor over de gevolgen van het omstreden vrijhandelsakkoord TTIP.

Dat stelt voedselwaakhond foodwatch maandag.

“Zo worden cijfers selectief uit rapporten gehaald om een te positief beeld te schetsen, en de nadelige effecten van het vrijhandelsverdrag worden veelal genegeerd. Foodwatch vindt het schandalig dat de overheid haar burgers zo eenzijdig informeert over een onderwerp waarover heel veel mensen zich zorgen maken”, aldus de organisatie.

Het gaat om het zogeheten Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP), ofwel het trans-Atlantisch handels- en investeringsverdrag, dat moet zorgen voor een goedkoper en eenvoudiger handel.

De voornaamste kritiek tegen TTIP is dat door het openstellen van de handel, de democratie en autonomie van landen ondermijnd gaat worden. Bovendien vrezen tegenstanders dat Europese regels voor voedsel en veiligheid op de helling gaan.

Foodwatch heeft in een open brief Ploumen “de vijf grootste misleidingen” van de overheid rond TTIP op een rij gezet. Onder meer worden de risico’s voor de democratie en voor de beleidsvrijheid van nationale bewindslieden op het gebied van volksgezondheid, milieu, en consumentenrechten stelselmatig onderbelicht.

Zo’n 390 maatschappelijke organisaties in Europa hebben inmiddels meer dan twee miljoen handtekeningen verzameld tegen TTIP.

Doe mee aan de e-mailactie van Foodwatch >>>

Greece crisis: ‘What kind of Europe is this that uses the euro as a tool of submission?’

“Going back to a national currency, my God, that will be a huge setback,” says a woman, walking away from the Alpha Bank cash machine off Syntagma Square near the Greek parliament in Athens. Her bid to withdraw euros has been unsuccessful: cash has dried up at the ATM.

After the Greek Prime Minister Alexis Tsipras’s shock announcement to call a referendum this weekend, queues have started lining up outside banks in Athens, lending credence to fears of a renewed “run” on Greek banks. Near Syntagma Square, Greeks continued to line up outside ATMs in an effort to withdraw some savings to help with payments as uncertainty remained about whether banks would open today.

Dimitrios Dedes, a retired military serviceman, was queuing outside the Ethniki Bank, the National Bank of Greece, further down from Syntagma. The 55-year-old said he would only withdraw some cash for daily expenses. How will he vote in Saturday’s referendum? he was asked. “No,” he says.

“We must chase fear away and gain our sovereignty back. What kind of Europe is this? It is using the euro as a tool of submission. A country’s strength is reflected by its independent flag flying high and control over its national currency – it’s time we regain our currency before we lose both.”

Lees verder op The Independent >>>