Driekwart van de westerse banen zijn ‘bullshit-jobs’

In iedere organisatie wemelt het ervan: onzinbanen. Topbestuurders die bezig zijn met overnames en fusies, managers die beleidslijnen uitzetten of dingen vernieuwen vanwege het vernieuwen, onderknuppels die veranderingen verkopen, administratief ondersteunen of juridisch regelen.

In 2013 lanceerde de antropoloog David Graeber de term bullshit-jobs. Ongeveer driekwart van al het werk dat in de westerse maatschappij wordt gedaan is niets meer dan zinloze tijdsvulling en draagt niets bij aan een betere wereld. Daaronder behoort het leeuwendeel van de banen in het management, financiële dienstverlening, communicatie, marketing en administratie. Mensen met onzinbanen zijn sterk vertegenwoordigd in de kletsende klasse die excelleren in de media.

Slechts een kwart van de banen levert producten en diensten waar daadwerkelijk behoefte aan is. Die kunnen, zoals de schoonmakers of treinmachinisten, de hele boel ontregelen met een staking. Als bankiers, juristen of pr-mensen dit doen zal niemand er erg in hebben.

Graeber noemde de opkomst van bullshit-jobs de verklaring voor het feit dat de voorspelling van John M. Keynes uit 1930 voor een 15-urige werkweek nog niet is gerealiseerd. Daadwerkelijk wordt volgens hem gemiddeld allang slechts 15 uur per week zinvol werk gedaan. De rest gaat verloren aan bezigheden als het verzenden van e-mails, het bijwerken van het Facebook-profiel, het marketen van nieuw beleid en veel vergaderen.

Lees deze column van Peter de Waard verder in de Volkskrant

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten