Berckmoes beschreef wel degelijk een onthutsend beeld

Mislukt Kamerlid schrijft babbelboek. Meer hoeft er eigenlijk niet gezegd te worden over het voormalig Kamerlid Ybeltje Berckmoes. Aandacht kreeg ze zeker met haar boek over haar ‘ontluisterende jaren in de VVD-fractie’, zoals de ondertitel luidt. Maar strekking en toon van die ruime media-aandacht waren vooral lacherig, enigszins neerbuigend ook, met af en toe een licht seksistische ondertoon. Vanuit de VVD werd nauwelijks ingegaan op haar schrijven. Ach ja, Ybeltje. Net aan goed genoeg voor enkele flauwe naamgrappen, zoals Lubach vorige week liet zien.

Een Kamerlid dat slechts opviel door haar onopvallendheid, neemt wraak uit frustratie. Is het zo simpel?

Wie haar boek leest – hebben die critici dat gedaan? – moet zich inderdaad door passages werken die niet gemist zouden worden als ze nooit geschreven waren. In een weinig fraaie stijl, ­ondanks kennelijke hulp van anderen. Kijk eens, Ybeltje kan niet eens zelf schrijven! Maar tegelijkertijd bevat het boek een serieuze boodschap. Een hoogst verontrustende boodschap die weliswaar verre van nieuw is, maar die zelden zo luid, duidelijk en rauw heeft geklonken. Onderbouwd met tal van ­citaten uit interne memo’s, e-mails, ­notities, verslagen en wat dies meer zij –waarvan volgens mij niemand het ­bestaan en de juistheid heeft betwist.

Berckmoes schetst een onthullend, onthutsend beeld van haar Kamerlidmaatschap.

Hoe de politiek uit de politiek verdween (en waar ze heen is gegaan)

Politiek is een strijd om fundamentele ideeën over goed en kwaad, schrijft Rob Wijnberg. Maar die strijd wordt in Den Haag en Brussel al lang niet meer gevoerd. Daar bepalen zogenaamd apolitieke instituties het beleid en verkopen politici dat beleid als ‘neutraal’ en ‘pragmatisch.’ Waar is de Politiek met een hoofdletter P heen gegaan?

‘Het fijne aan het IMF is dat ze volledig apolitiek is,’ sprak Brussel-correspondent van de NOS Arjan Noorlander vlak na de apotheose in de Griekse schuldenonderhandeling. ‘Ze maken gewoon een economische analyse.’

Say what now?

In eerste instantie kon ik niet anders dan heel hard lachen. Het gebeurt niet zo heel vaak dat je zóveel kinderlijke naïviteit in het lichaam van een 37-jarige man op je tv-scherm aantreft – de laatste keer zag ik Kweetniet door De Meneer Kaktus Show heen huppelen en toen was ik zes.

Want, serieus, Arjan Noorlander: het IMF apolitiek? Je bedoelt: de organisatie die volledig is gebaseerd op stemquota, waarbij de rijkste landen de meeste macht hebben en de arme landen het minst? De organisatie waarin de Verenigde Staten hun veto kunnen uitspreken over praktisch iedere beslissing? De organisatie waarover stapels en stapels pamfletten zijn geschreven die zijn beleid aan de kaak stellen? De organisatie die met een aan religieus fanatisme grenzend dogmatisme haar ideologische receptuur van privatisering en bezuiniging aan noodlijdende economieën opdringt?

Die organisatie apolitiek? Dan is de paus atheïst.

Toen ik uitgelachen was, drong het langzaam maar zeker door: dit is meer dan een curieuze opmerking van een NOS-journalist. Dit is een symptoom van een van de fundamenteelste ontwikkelingen van de afgelopen decennia: de depolitisering van de politiek – zowel door de politiek áls de media die er verslag van doen.

Nu kun je een bibliotheek volschrijven over wat politiek precies behelst, maar laat ik het hier voor de helderheid houden op de volgende omschrijving: politiek is een strijd van mensen en ideeën om macht en invloed, gebaseerd op fundamenteel van elkaar verschillende opvattingen over goed en kwaad, op grond waarvan burgers een keuze kunnen maken over de richting waarin de samenleving zich zou moeten ontwikkelen.

Depolitisering houdt in dat die strijd niet langer wordt gevoerd of zelfs wordt onderdrukt.

Doordat:

  • beslissingen die in werkelijkheid politieke keuzes zijn, worden voorgespiegeld als ‘apolitiek’ of ‘onontkoombaar’
  • fundamentele verschillen in opvattingen over goed en kwaad zijn verdwenen of uit de weg worden gegaan en
  • zeggenschap over de toekomst van de samenleving wordt uitbesteed aan zogenaamd niet-politieke instituties, zoals markten, planbureaus en (grote) bedrijven.
  • Wat overblijft, is politiek met een kleine p: een procedureel toneelstuk waarin technocraten de wereld voorspiegelen als één grote sudoku met maar één oplossing – de eigen. Een toneelstuk waarin ‘hervormen’ (letterlijk: ‘ten goede veranderen’) het mantra is, zonder ooit werkelijk een discussie te voeren over wat dat goede eigenlijk is en waarom. Waarin cijfers de norm bepalen en waarden vercijferd zijn. Waarin de democratie de arena is geworden van probleemmanagers en boekhouders die zich politici noemen.

    Lees verder op De Correspondent >>>

NL is verworden tot export gericht lage-lonen land en belastingparadijs voor multinationals

Er is niet links en rechts, er is het extreme midden en de rest.

Iedereen die links is, kent de totale verbijstering. Het partijprogramma van de PvdA is links. In verkiezingstijd zijn de uitspraken van de PvdA-lijsttrekker links. De rapporten van het Wetenschappelijk Bureau zijn links.

Maar als na de verkiezingen een coalitie –welke samenstelling ook, hoe groot het PvdA-aandeel ook- gevormd is, dan is het beleid rechts. Zo ging het in 1994. Zo ging het in 1998. Zo ging het in 2006. En zo ging het ook na 2012: alsof Polanyi nooit geschreven heeft, dwong Klijnsma bijstandsgerechtigden tot proto-dwangarbeid; alsof multinationals geen fiscale deals sluiten met het Ministerie van Financiën, legde de kamerfractie samen met de PVV per motie vast dat Nederland geen belastingparadijs is; alsof het ISDS niet de natte droom is van het bedrijfsleven, steunt Ploumen TTIP. En Dijsselbloem liet bankiers van SNS Reaal tijdens de redding in 2013 hun bonussen houden maar zaagt Griekse gepensioneerden bij hun knieën af. Natuurlijk, PvdA-leden wisten te voorkomen dat ongedocumenteerden verder gecriminaliseerd worden. Maar als het tegenhouden van één rabiaat rechts plan -hoe noodzakelijk en knap dat verzet ook is – volstaat om als links te gelden, dan stelt links niets voor.

Hoe het gapende gat tussen woord en daad te verklaren? Inderdaad, coalitievorming gaat niet zonder compromissen, niet zonder water in de wijn, niet zonder het bouwen van bruggen, niet zonder over schaduwen heen te springen, niet zonder nuance, niet zonder realiteitszin. Allemaal waar, maar Tariq Ali geeft in zijn recente boek The Extreme Centre een andere verklaring. De verklaring is zijns inziens eigenlijk doodeenvoudig. Sociaaldemocraten handelen niet links, omdat zij niet links zijn. Zo simpel is het.

Lees deze column van David Hollanders verder op Joop >>>