Critici van GeenPeil hebben last van democratische apathie

Oekraïne zal toch nooit lid van de Europese Unie worden. Dus waar gaat dat hele GeenPeil nou over. Eigenlijk is het gewoon een vehikel van bange, blanke, rechtse mannen met een bizarre voorliefde voor de blingbling-ideologie van Poetin. De paginagrote advertentie in de Telegraaf was nota bene gesponsord door UKIP, dus dan weet u het wel: fascisme.

Aldus de weinig verheffende kritiek op het (waarschijnlijk) succesvolle initiatief van website GeenStijl om de nieuwe referendum-wet eens te testen, en een Nederlands referendum af te dwingen over het associatieverdrag met Oekraïne.

Waarom is het zo belangrijk om een referendum af te dwingen over de Europese Unie? Is de referendumwet niet bedoeld als ‘noodrem’, en ondermijnt GeenStijl hiermee niet het middel? Is het nog wel geloofwaardig als het ‘echt’ ergens over gaat?

Welnu, democratie werkt alleen wanneer burgers participeren. Democratie is meer dan een keer in de vier jaar naar het stemhokje gaan: dat mogen ze in Rusland, Tajikistan en Oezbekistan tenslotte ook. Democratie kan alleen bestaan bij oplettend burgerschap tussen de verkiezingen door, en hiervoor is meer nodig dan (onderzoeks)journalistiek alleen. Zodra wij burgers lui worden, geven wij bestuurders een carte blanche om sluiproutes te bewandelen. Zelfs de Montesquieu waarschuwde al dat de apathische burger in een democratie, vele malen gevaarlijker is dan een omnipotente vorst in een absolute monarchie. Er van uit gaan dat ‘onze volksvertegenwoordigers’ dag in dag uit hun vertegenwoordigende taak naar behoren uit zullen voren, omdat wij ze tenslotte over vier jaar weer op het matje mogen roepen is naïef en gevaarlijk.

Lees deze column van Dieuwertje Kuijpers verder op TPO >>>

Komst vluchtelingen vergt vernieuwing democratie

Referendum EU Associatieverdrag Oekraïne

Wie deze week een opvangcentrum in de buurt heeft gekregen, moet snel de gelegenheid krijgen om daarover zijn mening te laten horen. “De besluiten worden niet altijd genomen door de mensen die ook de gevolgen dragen”, zegt Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Putters: “Ook deze week zijn veel emoties weggeredeneerd met cijfers. Je moet voorkomen dat mensen gaan denken: ‘Wat maakt het ook allemaal uit? Mijn belang wordt toch niet gezien.’ Dit doet zich overal voor: in de zorg, het onderwijs, de gemeenten. 30 procent van de kiezers stemt al niet meer. Je wilt niet dat dit nu ook gebeurt bij het integreren van vluchtelingen.”

Dat 28 procent van de Nederlanders de grenzen het liefst zou sluiten volgens een peiling in opdracht van de NOS, werd deze week door Geert Wilders aangegrepen om de Tweede Kamer een ‘nepparlement’ te noemen waarin niemand zich vertegenwoordigd voelt.

Toch is het volgens Putters niet zo dat de Nederlanders die migratie afwijzen ook de politieke afhakers zijn. “Afhakers zijn mensen die teleurgesteld zijn geraakt in alle politieke partijen. Hun problemen gaan net zo goed over gezondheidszorg als over migratie. Vooral laagopgeleiden, ouderen en vrouwen hebben een sterk besef van die problemen. Zij stemmen soms tijdelijk op een partij en kunnen die even heel groot maken. Je ziet ze bij de SP en de PVV, maar ook bij CDA of PvdA. Mensen die immigratie afwijzen, hebben de PVV tot een stabiele factor in het parlement gemaakt.”

Als de commotie over de slaapplaatsen voorbij is, dienen zich over de vluchtelingen vragen aan voor de lange termijn. Daar kan volgens Putters een vernieuwend democratisch proces belangrijk bij zijn. “De vluchtelingen zijn een gedeelde zorg van alle Nederlanders. Op volksvertegenwoordigers rust de zware taak op iedereen erbij te betrekken, of je nu de grenzen wilt sluiten of enorme barmhartigheid toont.

Lees verder op Trouw >>>

Het is hoog tijd voor een fundamentele democratische correctie

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele vraag. Elftalspeler Thierry Baudet is één van de initiatiefnemers van het forum ‘GeenPeil’ dat een referendum wil afdwingen. Zijn Nederland en Europa niet democratisch genoeg?

Sinds deze zomer kunnen burgers dankzij een nieuwe wet het initiatief nemen tot een ‘raadgevend referendum’. Een aantal Eurosceptische groepen heeft de krachten gebundeld onder de naam GeenPeil, om deze mogelijkheid te benutten. Als ze voor het eind van deze maand 300.000 handtekeningen hebben verzameld, moet de staat een referendum uitschrijven over het associatieverdrag met Oekraïne.

Het associatieverdrag, een nieuwe stap in de toenadering van de EU tot het Oost-Europese land, moet nu al tijdelijk in de koelkast vanwege het lopende referendumverzoek. Gisteren was de helft (150.000) van de handtekeningen binnen om het referendum daadwerkelijk af te kunnen dwingen.

Thierry Baudet is met zijn dit jaar opgerichte ‘Forum voor Democratie’ één van de initiatiefnemers, naast weblog Geenstijl en Burgercomité EU. Ze spreken van het ‘democratisch tekort’ in Europa en ‘de angst van de heersende politieke orde om burgers inspraak te geven’. Is het werkelijk zo slecht gesteld met het democratische gehalte van Nederland en de Europese Unie? En kan een referendum daar wel verbetering in brengen? Is het idee van een representatieve democratie niet juist dat burgers politici verkiezen om hen te vertegenwoordigen?

“Les één van staats- en bestuursrecht: als jij mij zou machtigen om iets mede namens jou te besturen, dan kan ik vervolgens niét zeggen: ‘Ja, ik zal het doen, maar ik doe het niet zelf, ik geef die vertegenwoordigende taak door aan iemand anders. Voorgoed.’ Maar dat is helaas exact wat onze regeringen met steun van meerderheden in de Eerste en Tweede Kamer al decennia aan het doen zijn. Die ‘meerderheden’ vormen daarvoor geen voldoende democratische legitimatie. Daarvoor zijn de stappen die men neemt te fundamenteel. Partijen die ertegen zijn, hebben er straks niets meer over te zeggen, omdat ook hun zeggenschap door die eenvoudige meerderheden uit handen is gegeven.

“Daarom trekken wij aan de noodrem. Een referendum over het onzalige associatieverdrag met Poetins buurland Oekraïne is misschien een gebrekkige en wat willekeurige noodrem. Ik zou zo tien andere ondemocratische en domme beslissingen kunnen noemen waar ik een referendum over zou willen afdwingen. Maar het is een begin.”

Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Landen kunnen onderling verdragen afsluiten, waarin ze bepaalde bevoegdheden afstaan aan een instantie zoals de Europese Unie. Zolang ze daarover verantwoording afleggen in hun nationale parlementen, is er niet veel aan de hand. Het probleem is alleen: Brussel, de EU, heeft een zekere autonomie gekregen, waar eigenlijk niemand greep op heeft.

“Het associatieverdrag, die beslissing om verdere toenadering te zoeken tot Oekraïne, is daar inderdaad een goed voorbeeld van. Of de bevolkingen daarachter staan is zeer de vraag. En of het verstandig is, is niet eens een vraag – het is uitermate onvoorzichtig om opnieuw een land te omhelzen dat zo corrupt is en dat Poetin als een afvallige provincie beschouwt.

“Meer in het algemeen: als we nu ooit hadden gekozen of zouden kiezen voor een federale staat Europa, dan zouden de afspraken helder zijn. En dan zouden de lidstaten juist meer autonomie kunnen behouden. De situatie is nu inderdaad ondemocratisch omdat volstrekt ondoorzichtig is hoe crises moeten worden bezworen en hoever de macht van Brussel reikt. Keer op keer worden we min of meer spontaan ergens in gerommeld. Maar meer directe democratie, zoals referenda, lijkt me daarvoor geen adequate remedie.”

Baudet: “We moeten ergens beginnen om de EU te bestrijden en ons land terug te veroveren. We hebben te kampen met een politieke elite die het volk op geen enkele manier vertegenwoordigt. De Europese bevolkingen zijn in overgrote meerderheid oikofiel (ze houden van het eigene), terwijl de bestuurlijke elites juist oikofoob zijn (ze zijn bang voor het eigene). Onze hopeloze elites: ze zijn vóór massa-immigratie, vóór multiculturalisme en de EU. Ze zijn tegen klassieke architectuur en andere mooie dingen. Ze propageren popmuziek en ongeloof. Bij de bevolkingen ligt het precies omgekeerd. Die zijn in meerderheid tegen massa-immigratie, de Europese integratie, moderne architectuur en andere lelijkheid.

“Het is hoog tijd voor een fundamentele democratische correctie. Vanwaar die angst voor de wil van het volk? In Zwitserland houdt men te pas en te onpas referenda, en praten de burgers over alle onderwerpen mee. Hieruit blijkt: hoe meer verantwoordelijkheid burgers krijgen, hoe beter ze zichzelf gaan informeren. Het leidt niet tot domme beslissingen, integendeel. Het leidt tot democratische beslissingen, die het volk werkelijk vertegenwoordigen en die verrassend wijs blijken te zijn.”

Ankersmit: “Ik begrijp heel goed dat u onze representatieve democratie niet democratisch vindt. Dat ís ze ook niet. Het is eigenlijk heel verwarrend dat wij onze politieke systemen in West-Europa ‘democratieën’ noemen. Dat zíjn ze namelijk niet. Onze zogenaamde representatieve democratie is in feite een electieve aristocratie.

“Dat is geen geheim, het staat in elk handboek. Politici zullen het alleen nooit bevestigen, want de term ‘aristocratie’ is sinds de Franse Revolutie symbool geworden voor vriendjespolitiek, belangenverstrengeling, corruptie. Toch is ons systeem feitelijk een voortzetting van het aristocratische systeem, met als essentieel verschil dat de erfelijke adel vervangen is door een groep waarvan het grootste deel via verkiezingen verkozen wordt.

“Het blijft echter een aristocratie, want het volk kan niet daadwerkelijk meebeslissen, zoals in directe democratieën als het klassieke Athene of Rome, waar overigens het stemrecht beperkt was tot een kleine groep en waar demagogie altijd om de hoek was. Hoe dan ook: het probleem is dat we blijven spreken over ‘democratie’, waarmee steeds verkeerde verwachtingen worden gewekt.”

Baudet: “Blééf het maar bij verkeerde verwachtingen. Het probleem is veel ernstiger; het wemelt van de verkeerde, desastreuze beslissingen. En als we die beslissingen tenminste nog zelf genomen zouden hebben… Zolang wij in naam een democratie zijn, zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat de wil van het volk niet genegeerd, maar gehoord en vertegenwoordigd wordt. Daartoe moeten we andere, bottom-up en peer to peer-democratische vormen gaan uitvinden. Dat gebeurt al op allerlei terreinen – van Airbnb tot Wikipedia – maar gek genoeg niet in het belangrijkste domein: de politiek.”

Ankersmit: “Dat de toekomst bij meer directe democratie ligt, lijkt me onwaarschijnlijk. Maar dat ons politieke systeem kapot is, lijkt me ook duidelijk. Dat komt doordat de klassieke relatie tussen burger en staat overwoekerd is geraakt door relaties van staten onderling (zoals de EU) en relaties van staten met de financiële wereld. Wolfgang Streeck laat dat prachtig zien in zijn boek ‘Buying Time’ (2014). Hij onderscheidt ‘staatsvolk’ en ‘marktvolk’. Staatsvolk staat voor de traditionele politieke structuren; wat de staat doet, wordt gedragen door de burger. ‘Marktvolk’ staat voor het nieuwe, onzichtbare en ondemocratische electoraat: de financiële sector.

“Alle staten, van Griekenland tot China, hebben grote schulden. Een staat die schulden heeft, moet lenen. Dus kloppen de staten aan bij de financiële sector. Die bestaat overigens niet uit marsmannetjes, maar bijvoorbeeld ook uit onze eigen pensioenfondsen. Het marktvolk is een ander aspect van onszelf, wij zijn zowel marktvolk als staatsvolk. Hoogstens zijn we ons daar minder van bewust. Hoe dan ook: het marktvolk eist in ruil voor leningen verregaande invloed op de besteding en de voorwaarden. Die eisen blijken voor de politiek belangrijker dan wat de bevolkingen willen – denk maar aan het Griekse referendum dat volstrekt genegeerd werd. Het doet er al heel lang niet meer toe, wat de bevolkingen van onze zogenaamde westerse democratieën willen.”

Trouw van 11 september 2015

Democracy is not a spectator sport

Currently, democracy tends to mean that every five years, we wait in a queue to put a little tick on a piece of paper beside the name of the person or party we like the most. This is based on what we have seen on TV or read in the papers during the few weeks before this bizarre ceremony. Then for five years we have no say in any of the decisions taken by our elected politicians; they do as they wish, or as they believe is best (hopefully). About a third of us don’t even bother to take part in this five-yearly ritual, either from ignorance or from apathy.

It is no wonder that in my polling for The Populist Signal, 65 per cent of respondents believe that the present system of governing Britain could be improved quite a lot or a great deal. In Scotland, people are even more disdainful, with 75 per cent favouring change.

It also likely explains why only 31 per cent of people in the UK believe that their voice counts in the decisions taken by local politicians. (In Scotland, it is similar with 34 per cent). On the national level, people feel even more ignored – only 21 per cent believe their voice counts (22 per cent in Scotland).

Is this really the best way to govern ourselves, with a system designed in the 18th century? We live in a 21st century society which is more interconnected and less hierarchical than ever before. Our governing institutions should be reflective of this change.

Furthermore, it is what people want. The polling shows a clear desire for active, deliberative forms of political participation.

Lees verder op de website van Claudia Chwalisz >>>

Alle begin is moeilijk, ook het referendum

Burgers hebben de eerste stappen gezet om een referendum af te dwingen. Maar waarom is daar zo weinig aandacht voor, vraagt Joop van Holsteyn zich af.

Het blijft lastig, zoiets nieuws als een referendum in Nederland. Toen het ruim een jaar geleden wettelijk mogelijk werd om een landelijk raadgevend referendum te organiseren, was daar in de media niet of nauwelijks aandacht voor. Die mogelijkheid werd praktisch effectief vanaf 1 juli 2015. Vanaf dat moment konden kiesgerechtigde burgers via dit middel proberen aan de democratische bel te trekken.

Of zij dat vervolgens zouden doen, was een beetje de vraag. Niet alleen omdat die nieuwe wet zo weinig aandacht kreeg, terwijl het wel degelijk ging om een wezenlijke uitbreiding van het democratische arsenaal van burgers. Maar vooral omdat het verleden weinig hoopgevend was. Nederland kende eerder een wettelijke voorziening, de zogeheten Tijdelijke referendumwet, maar deze wet verliep op 1 januari 2005 zonder dat er ook maar één keer gebruik van was gemaakt. Het referendum over de zogenaamde Europese Grondwet van 2005 was apart geregeld, voor een eenmalige volksraadpleging. En de uitslag van precies dat referendum smaakte bij een groot deel van de gevestigde politieke elite zacht gezegd niet naar meer, integendeel.

Maar de Wet raadgevend referendum kwam er, al had het een mooi poosje geduurd. En verdraaid, er is reeds gebruik van gemaakt! Met nogmaals opmerkelijk weinig aandacht in de media. In een persbericht van 13 augustus op de website van de Kiesraad wordt echter keurig melding gemaakt van het nieuws, want nieuws is het. ‘Er zijn meer dan tienduizend geldige verzoeken ingediend voor het houden van een referendum over de wet tot goedkeuring van een Associatieovereenkomst met Oekraïne. Daarmee gaat deze wet door naar de volgende, definitieve fase’, aldus het bericht.

Inderdaad, met het succesvol inzamelen van tienduizend handtekeningen – aangejaagd door GeenStijl en Burgercomité=EU – is de eerste horde genomen. In de volgende, definitieve fase, die loopt van 18 augustus tot en met 28 september, moeten nogmaals handtekeningen worden verzameld. Niet minder dan 300.000 geldige individuele verzoeken in deze fase, om bij succes een raadgevend referendum, dat wil zeggen een (ongevraagd) advies van de bevolking aan Tweede Kamer, af te dwingen.’Burgers willen uitbreiding EU frustreren’, kopte NRC Handelsblad verleden week boven een klein bericht over het vooralsnog geslaagde referenduminitiatief. Dat is wel heel erg zuinig, maar daarom niet minder tekenend. Maar hoe men ook denkt over het referendum als democratisch middel, in het bijzonder in een representatieve democratie, en hoe men verder staat tegenover de ontwikkelingen binnen de EU, het is een gegeven dat de Nederlandse democratische traditie wordt verrijkt. Het feit dat bijvoorbeeld GeenStijl hier een rol bij speelt of dat het middel nogmaals ingezet lijkt te worden in de strijd tegen wat Geert Wilders waarschijnlijk ‘Hun Brussel’ zal noemen, doet daar niets aan af.

Nederland lijkt zich te voegen bij de ruime groep landen met een vertegenwoordigende democratie met daarbinnen de mogelijkheid voor burgers om zich zo af en toe eens anders dan bij verkiezingen uit te spreken. Dat daarvoor in het politieke en publieke debat zo weinig aandacht is, is curieus. De democratische, politieke inrichting en werking van Nederland is kennelijk niet bijster boeiend, nauwelijks nieuwswaardig. En die stilte geeft toch een beetje te denken waar het de open, in democratische vernieuwingen geïnteresseerde houding betreft, niet in de laatste plaats van de media. Maar goed, alle begin is moeilijk, ook het begin van wat, wie weet, over enkele decennia een bloeiende, vitale referendumtraditie in Nederland blijkt te zijn.

Trouw, 20 augustus 2015

Fundamentele democratisering

Het Griekse drama toont het dilemma van links. ‘Pragmatisch’ meeregeren met rechts, zoals Jeroen Dijsselbloem doet. Of net als Syriza de ideologische confrontatie aangaan, met het risico te verliezen. Tijd voor een nieuwe koers.

Er schijnt in ons land al geruime tijd een geheimzinnige wet te gelden die stelt dat politieke onvrede zich vertaalt in een stem op rechts. Aan die zijde zijn tevens de energie en het politieke initiatief te vinden. Linkse partijen lijken voornamelijk bezig te zijn met het etaleren van nuchtere bescheidenheid en regerings-fähigkeit.

De dramatische ontwikkeling van de Griekse crisis heeft het linkse vraagstuk verder op scherp gezet. Twee visies over de toekomst van de linkse politiek zijn daarbij recht tegenover elkaar komen te staan: de middenkoers van sociaal-democraten als Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom, en de neo-keynesiaanse hervormingskoers voorgestaan door Syriza en progressieve economen.

Het Griekse Syriza is de eerste linkse partij die openlijk geprobeerd heeft het Europese bezuinigingsbeleid te bevragen en te veranderen. Nu Syriza het onderspit heeft gedolven en de hele Griekse samenleving als een stoute schooljongen in de hoek is gezet, lijkt de rebellie voorlopig neergeslagen. Tegelijkertijd zwelt de kritiek enkel verder aan. Ook gematigd progressieve stemmen voegen zich nu bij het koor van criticasters van de Europese politiek. De fijne breuklijnen tussen noord en zuid, links en rechts, eurofielen en eurosceptici waren er al langer. Ze zijn nu open en bloot aan de oppervlakte getreden, voor iedereen te zien. De weg naar Europese eenwording, een traject dat volgens Angela Merkel alternativlos en onomkeerbaar was, is zijn aura van onvermijdelijkheid kwijt.

Voor de linkse politiek is de Griekse crisis extra betekenisvol, omdat de vernederende ondergang van het neo-keynesiaanse alternatief is bewerkstelligd met openlijke steun van sociaal-democraten als Dijsselbloem, Samsom, de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz en de Duitse vice-kanselier Sigmar Gabriel. De twee kampen zijn in de afgelopen maanden rechtstreeks tegenover elkaar komen te staan. Een scheiding der geesten heeft plaatsgevonden die eveneens haar uitwerking zal hebben op de Nederlandse politiek, al is het alleen al omdat het Griekse crisisbeleid veel overeenkomsten heeft met de koers die Dijsselbloem voorstaat in de rest van Europa, dus ook in Nederland.

Lees verder op de Groene via Blendle >>>

GeenPeilTV: Handleiding Papieren Brief Posten

Papieren post is zooo zeventiende eeuw. Toch kunnen we niet om dit stokoude communicatiemiddel heen als we een democratisch referendum over EU-verdragen willen afdwingen. De Wet raadgevend referendum (Wrr) staat namelijk geen digitale inzameling van handtekeningen toe. De overheid wil het burgers natuurlijk niet te makkelijk maken om inspraak te krijgen in de democratie. Omdat GeenPeil wél graag een EU-referendum wil, hebben we dus zelf maar een How To Papieren Brief Posten gemaakt. Op video, want dat is ontzettend 21e eeuw.

Lees verder op GeenStijl >>>

De ondoorzichtige EU besluitvorming

Er zijn mensen die de EU een democratische bestuursvorm vinden. Vermoedelijk omdat er een orgaan is dat parlement heet. Als je een parlement hebt met gekozen volksvertegenwoordigers, dan ben je democratisch, blijkbaar.

De Volkskammer in de DDR was ook door het volk gekozen, maar alleen diehards menen nog dat de DDR een (volks)democratie was. Dus het bestaan van het Europees Parlement zegt niet zoveel over het democratisch gehalte. Zou een zich zelf respecterend parlement, het hoogste orgaan in een bestuursvorm, accepteren dat het moet vergaderen op een plaats welke 90% van de bevolking niet wil?

Wat democratie is, kan je wel formeel benoemen, het bestaat echter uit een aantal onderdelen, die deels onweegbaar zijn. Respect voor de mening van de minderheid, dialoog met elkaar is een element. Dialoog is natuurlijk belangrijk, maar hoe moet dat als we elkaars taal niet voldoende beheersen? Dan valt al een vereist element voor democratische besluitvorming weg. Alleen daarom al kan de EU niet werkelijk democratisch zijn. En bedenk dat alleen beter opgeleiden meer dan één taal spreken, dus de dialoog is beperkt tot een select gezelschap, ver van de gewone man.

Ook het vermogen om eenmaal vastgestelde regels te veranderen is een vereiste voor democratie. Ziet iemand het haalbaar om de zomertijd weer af te schaffen? Dat is zo ingewikkeld, daar zakt je bij het idee alleen al de moed je in de schoenen om eraan te beginnen. Krijg maar eens voldoende lidstaten zover om het in Brussel te agenderen. Door het onvermogen regels te veranderen, ontwikkelt de EU zich tot een verstarde organisatie, onmachtig om op nieuwe ontwikkelingen flexibel en toegerust in te spelen. Zie de Euro of de migratieproblematiek.

Ook controleerbare besluitvorming en verantwoording afleggen over genomen besluiten maken deel uit van de democratische bestuursvorm. Mensen die zich zelf fatsoenlijk vinden hanteren het begrip “good governance”. Een beetje mode begrip, maar net als zij vind ik dat de overheid verantwoord moet besturen en controleerbaar moet zijn. Mogen we dat dan ook verwachten van de EU?

Ja, we mogen dat verwachten. Maar levert de EU? Nee, en de EU kan ook niet leveren want het is een hybride model. Aan de ene kant is er een zekere controle door het EP, maar aan de andere kant is er de besluitvorming door de regeringsleiders of de ministers. En daar zit een groot probleem. Want de besluitvorming van de ministers gebeurt in feite door diplomaten. En waar diplomaten in het spel zijn heerst schimmigheid. Diplomaten leven bij het idee dat je hoe dan ook voort moet met elkaar, ze gaan ruzie uit de weg, liever maken ze vage teksten om te verhullen dat ze er niet uit komen. Van vergaderingen worden geen verslagen gemaakt, alleen besluiten worden geformaliseerd, multi interpretabele besluiten vaak, om de kool en de geit te sparen en gezichtsverlies te voorkomen. Hoe die besluiten tot stand komen, wat voor koehandel er plaats vond of welke oneigenlijke belangen meespeelden, het blijft geheim.

Door dit element van semi-diplomatieke besluitvorming is de EU voor de meesten van ons zo ongrijpbaar. Wij zijn voor het bestuur gewend aan een belangenstrijd tussen politieke opvattingen en we verwachten dat de actoren duidelijk strijden voor hun opvattingen. Maar in het internationale spelen eerder landsbelangen die men verhult, politieke verschillen verdwijnen in het diplomatieke rookgordijn. We kunnen niet meer duiden, daar zit de pijn.
Wat er gebeurt met de naheffing is een treffend voorbeeld.

Er zijn regels (vage dus) om het bruto binnenlands product te berekenen. Sinds kort vallen daar ook onder de omzet in de criminaliteit. Op zich goed want zo wordt de zwarte economie meegerekend. Zie Italië, waar de zwarte economie volgens sommigen 25% van het bnp uitmaakt. De nationale bureaus voor statistiek moeten de berekeningen maken. Maar Frankrijk bijvoorbeeld schijn t te weigeren de opbrengsten uit drugshandel of prostitutie mee te rekenen. Er moeten dus eenduidige regels bestaan die ook eenduidig door de CBS’en van de lidstaten wordt uitgevoerd. Het is duidelijk dat onwillige landen een grote speelruimte hebben, om te beginnen met de kwaliteit van hun CBS en het verzamelen van de cijfers. Het controleren of de lidstaten zich aan de regels houden is werk voor diplomaten, maar als de regels vaag zijn en diplomaten niet willen scherpslijpen, komt er van die controle dus niet veel terecht. Zie hier waarom Dijsselbloem de briefwisseling met de Commissie wegert te openbaren.

Maar ja, als burger van Nederland, of de EU zo u wilt, wil je wel controle hebben op de rechtmatigheid van de rekeningen die je krijgt. En als je die niet kan controleren, schort het aan democratisch gehalte.

Wat de Tweede Kamer moet doen, is volstrekte duidelijkheid eisen en als die niet komt, niet akkoord gaan met de betaling. Of in dit geval, nu Dijsselbloem de kamer voor een fait accompli heeft gesteld, een motie van wantrouwen indienen, en aannemen.

Maar ja, dan krijg je de EU zompigheid weer, we mogen geen ruzie maken. Dat is trouwens ook een verschil met echte democratie, op het scherp van de snede discussiëren, zakelijk en hard. Maar in de EU moeten we vriendjes blijven dus daar blijft alles verhullend. Geen wonder dat er nu een Burgercomité is om de democratie te herwinnen.

Willem Ruitenberg