President DNB zegt niet categorisch ‘nee’ tegen de opkoop van staatsobligaties

Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, heeft ernstige bedenkingen bij de plannen van ECB-president Mario Draghi om de geldpers aan te zetten. Hij zal daar tijdens de volgende ECB-vergadering alleen onder strikte voorwaarden mee instemmen, laat Knot blijken in een interview met de Volkskrant.

Het is de politiek die moet beslissen over het verdelen van budgettaire risico’s binnen de eurozone. Niet wij (het ECB-bestuur – red.). Zij zijn gekozen volksvertegenwoordigers en bestuurders, wij zijn technocraten…. Zolang de Europese politiek niet bereid is meer risico’s in de eurozone te delen, past het ons niet om via de achterdeur zelf zo’n besluit te nemen.’

Knot schaart zich met deze uitspraak onder de sceptici in het ECB-bestuur, de factie die liever niet wil dat de Europese Centrale Bank op grote schaal staatsobligaties van eurolanden gaat opkopen. Een meerderheid in het 25-koppige ECB-bestuur stuurt daar juist nadrukkelijk op aan. Op 22 januari, de datum van de volgende bestuursvergadering, zal waarschijnlijk een besluit vallen.

De ECB-bestuurders die voor het opkopen van staatsschulden zijn, zien dit als enige manier om de Europese economie uit het moeras te trekken en de inflatie te verhogen. Alleen door veel staatsobligaties te kopen kan de ECB snel honderden miljarden euro’s ‘gratis geld’ in de economie pompen. De voorstanders van deze ‘kwantitatieve verruiming’ gaan ervan uit dat de (al zeer lage) rentes op de Europese staatsschulden nog verder dalen als de ECB zich als koper op deze markt meldt. Overheden zijn dan geld kwijt aan rente en hebben dan meer ruimte om te investeren. De euro zal verzwakken ten opzichte van andere valuta. Daarvan zal de Europese export profiteren. De geldstroom uit Frankfurt zal de inflatie opjagen, waardoor staatsschulden sneller wegsmelten. Veel economen vinden inflatie een betere manier om van schulden af te komen dan bezuinigen.

Voor Klaas Knot heeft dit plan vooral nadelen. Hij vreest dat de eurolanden met hoge schulden hun hervormingsplannen op een laag pitje zetten als de ECB hun staatsschulden opkoopt. Knot in de Volkskrant: ‘In Noord-Europa blijft een diep wantrouwen bestaan over de bereidheid van Zuid-Europa om pijnlijke binnenlandse hervormingsmaatregelen te nemen en zo economisch sterker te worden. Wat dan dreigt is een transferunie waarbij structureel geld gaat van noord naar zuid. Dat is natuurlijk nooit de bedoeling geweest.’

Lees van Yvonne Hofs verder op de Volkskrant waarom die transferunie er toch gaat komen

Europees werkloosheidsfonds gaat Nederland geld kosten

De Europese Unie wordt een transferunie als het aan de plannen van Brussel en Frankfurt ligt.

De Europese Commissie heeft, na al eerder wat proefballonnetjes te hebben opgelaten, nu serieuze plannen om in de EU een algemeen werkloosheidsfonds in te stellen dat naast de nationale ww-fondsen moet fungeren. Volgens de Hongaarse eurocommissaris Lazio Andor zouden de EU-landen geld in dit fonds moeten storten, waaruit werklozen 40 procent van hun laatst verdiende loon zouden krijgen voor een periode van 6 maanden. De nationale ww-fondsen zouden die uitkering moeten aanvullen tot de landelijk geldende norm en na afloop van die zes maanden de uitkering weer volledig voor eigen rekening nemen.

Het voorstel van Brussel lijkt een mooie sociale gedachte, maar is dat niet. Het is een poging om geld vanuit de sterke noordelijke EU landen over te hevelen naar de armlastige zuidelijke en oostelijke landen. Spanje, Italië, Frankrijk, Griekenland, Portugal en Slowakije zouden het meest van dit fonds profiteren. De noordelijke landen, met Duitsland en Nederland voorop, zouden het leeuwendeel moeten betalen omdat er meer aan het fonds betaald moet worden dan dat er wordt uitgekeerd.

Volgens berekeningen van het Duitse Institut für Arbeitsmarkt- und Berufsforschung (IAB) in Nürnberg zou alleen al Spanje, met een werkloosheidspercentage van 24,5 procent, in vijf jaar tijd 37,9 miljard uit het fonds nodig hebben. De totale uitkeringen voor zuid en oost Europa zouden kunnen oplopen tot meer dan 150 miljard euro.

Lees verder op Citareg