The progressives are terrified of change

The left’s turncoat Remainers have betrayed democracy.

William F Buckley Jr wrote: ‘A conservative is someone who stands athwart history, yelling Stop.’ Swap ‘conservative’ for ‘media lefty’ and you’ve basically got the pathetic spectacle we’ve been confronted with over the past few weeks of the EU referendum campaign. As 23 June approaches and the polls are increasingly too close to call, the strangest thing has happened. The last few prominent Eurosceptics on the left have started to peel away. They’ve been confronted with a once-in-a-generation opportunity to smash power, to strike out for democracy and to put the future of European politics firmly in the hands of the people, rather than a faceless, byzantine bureaucracy. And they’ve bottled it.

First there’s Yanis Varoufakis, the flash stepdad of European leftism and the former finance minister of ailing Greece. This is a man who has experienced the tyranny of the Brussels set firsthand. His modest proposals for rescuing debt-laden Greece from EU-enforced austerity were ignored. ‘Elections’, he was told by German finance minister Wolfgang Schäuble, ‘change nothing’. He quit government in protest as his Syriza comrade Alexis Tsipras signed an agreement that would once again shackle Greece to Troika diktat. What is the self-styled ‘erratic Marxist’ up to now? He’s touring the UK, telling Brits to say ‘Oxi’ to Brexit so that we can ‘reform the EU from within’.

Then there’s Owen Jones, the Corbyn choir boy who has followed the Labour leader’s transformation from Bennite Eurosceptic to apologetic Remainer. Last summer Jones called for the left to campaign for Brexit. After the horrors of Greece, he wrote, it’s time to ‘reclaim the Eurosceptic cause’. Now, just 10 months on, he’s joining Varoufakis on the campaign trail. His flirtation with principle over, he wants to ‘unite with people across the continent to build a democratic, workers’ Europe’. How propping up a democracy-thwarting institution puts you in line with the little guy is beyond me. Not least when said institution has effectively abolished workers’ rights in austerity-battered countries like Greece.

Lees deze column van Tom Slater verder op Spiked Online

De SP gaat onafwendbaar dezelfde kant op als de Partij van de Arbeid

Marcel van Dam is niet speciaal een vriend maar hij kan het altijd wel scherp zeggen. Hoe komt het dat de SP nauwelijks profiteert van de peilloze diepte waarin de PvdA is verdwenen, was de vraag in zijn column van donderdag. Het is inderdaad een raadsel. Voorheen lag de links-rechts verdeling in de Kamer min of meer vast, met communicerende vaten tussen de partijen onderling. Nu halen de linkse partijen bij elkaar geen veertig zetels meer.

Waarom kan de SP de dominante positie van de PvdA niet overnemen?

Lees deze analyse/column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Links laat het liggen

Het was een min of meer vast gegeven dat er in de politieke machtsverhoudingen tussen het rechtse en het linkse blok nauwelijks verschuivingen plaatsvonden. Binnen de blokken fungeerden de partijen als communicerende vaten. Ook na het succes van Wilders veranderde er niet veel. Bijvoorbeeld: bij de verkiezingen in 1986 haalden de PvdA, de PPR, de PSP en de SP (die toen voor het eerst deelnam) samen 55 zetels. In 2010 haalden deze partijen (de PPR en de PSP waren opgegaan in GroenLinks) nog steeds samen 55 zetels.

Die min of meer vaste verhouding tussen links en rechts is vrij dramatisch aan het verschuiven, zoals blijkt uit de peilingen. De drie linkse partijen zouden nu 35 zetels behalen, 20 minder dan in 1986 en 2010. Hoe komt dat? De diepe val van de PvdA is geen afdoende verklaring. Eerder ging het verlies van die partij naar GroenLinks en SP. Waarom nu niet? Is de verschuiving naar rechts incidenteel of is het een trend?

De PvdA wordt afgerekend op het afbraakbeleid waarvoor Samsom samen met Rutte heeft getekend. De SP en in mindere mate GroenLinks hebben daartegen oppositie gevoerd. Zonder noemenswaardig succes. Linkse partijen worden afgerekend op hun hoofddoelstelling: het beschermen van de zwakkeren en hun opstelling in het verdelingsvraagstuk.
Hoe komt het dat de SP en GroenLinks zich daarop kennelijk niet genoeg weten te profileren om het verlies van de PvdA te kunnen absorberen? Me dunkt dat er munitie genoeg is. Een paar columns geleden refereerde ik aan nieuwe cijfers van Eurostat, het CBS van de Europese Unie, over de groei in ons land van het aantal mensen dat onder de Europese armoedegrens is gezakt. Dat is nu 15,9 procent. Onder kinderen zelfs 17 procent. Ik schreef: ‘We hebben het over 2,5 miljoen mensen, onder wie 600 duizend kinderen, vrijwel zeker gedoemd deel uit te maken van de volgende generatie armen.’ Dat nieuwsfeit kreeg nauwelijks aandacht in de media en als er al actie van SP of GroenLinks in Den Haag is geweest, is mij dat ontgaan. De koopkracht van de regelingslonen en het minimumloon is nu lager dan in 1980. Het achterblijven van de laagste inkomensgroepen is dus niet incidenteel maar structureel. Het lijkt wel of links niet meer bestaat.

Neem de discussie over de topinkomens en de vermogensbelasting. Grote vermogens mogen best meer belast worden. Maar te makkelijk wordt iemand die geen bedrijfspensioen heeft opgebouwd, maar zelf voor zijn pensioen heeft gespaard, door links behandeld als miljonair die best wat meer vermogensbelasting kan betalen. Iemand die 1,5 miljoen heeft gespaard voor zijn pensioen heeft, als hij al het rendement van 4 procent haalt dat voor de rendementsheffing wordt gehanteerd, daaruit nu een netto inkomen van 42 duizend euro per jaar. Niet exorbitant hoog.

Veel erger is dat gesuggereerd wordt dat het verdelingsvraagstuk kan worden opgelost door de aanpak van topinkomens. Lage inkomens worden niet verhoogd door het verlagen van hoge inkomens. In de discussie over een meer gelijke inkomensverdeling faalt links volkomen, net als in die over de hervorming van de verzorgingsstaat. Discussie over de verzorgingsstaat is puur een discussie over betaalbaarheid geworden. Het Centraal Planbureau hanteert modellen die steevast als uitkomst genereren dat meer uitgaven aan de verzorgingsstaat leiden tot lagere economische groei, meer werkloosheid en ander ongerief. Sluipenderwijs zijn de veronderstellingen van het CPB normatief geworden, alsof een correcte berekening ook de rechtvaardiging is om de veronderstelling waarop die is gebaseerd voor waar aan te nemen. Ook linkse partijen laten hun verkiezingsprogramma’s aan die normen toetsen. Maar als het al waar is dat een verhoging van de bijstand voor gezinnen met kinderen nadelig is voor economische groei, kan het tegelijk waar zijn dat het opgroeien in armoede later zoveel kosten veroorzaakt dat het voorkomen van armoede nu als investering kan worden gezien voor economische groei later. Veel belangrijker dan welke berekening ook is natuurlijk dat het moreel verwerpelijk is kinderen in armoede te laten opgroeien. Bovendien: het aantasten van zaken als AOW, pensioen en ouderenzorg is misschien goed voor de economie nu, maar het leidt tot afbraak van de solidariteit omdat je maar beter voor jezelf kunt zorgen als een ander het niet doet. Jammer voor de mensen die dat niet kunnen. De verdediging van de verzorgingsstaat als morele imperatief en als investering voor een rechtvaardige toekomst wordt nauwelijks nog gehoord.

Lees deze column van Marcel van Dam verder op de Volkskrant