Laatste nieuws

Corruptie en antisemitisme nekken wegkijkers Oekraïne

Lang keek het westen door een roze bril naar Oekraïne, maar dat is aan het veranderen. De Europese Unie laat de regering vallen en kiest voor het volk.

Twee jaar lang heeft de wereld geprobeerd om Oekraïne op een westers spoor te brengen. In ruil voor miljarden beloofde de ongrondwettelijk aangestelde Oekraïense regering van Porosjenko om een eind te maken aan de corruptie en het democratisch model in lijn te brengen met dat van Europa.

Tien miljard euro verder zijn de EU en het IMF ervan overtuigd dat het grootste deel van het geld in verkeerde zakken is verdwenen en daarom gaat de geldkraan dicht.

Formeel blijft de benadering positief en optimistisch, maar achter de schermen gaat het er stevig aan toe. Europa trok de politieke steun in voor de oorlog in oost-Oekraïne. Een beslissing die vast te maken heeft met het door Oekraïne niet nakomen van het verdrag van Minsk.

De Russen zijn misschien geen lieverdjes, maar Porosjenko blijkt over de ruggen van de slachtoffers zijn eigen spaarrekening en die van vriendjes te spekken. Zolang de EU en het IMF betaalt, heeft het voor hem geen zin om een einde te maken aan de oorlog.

Verder neemt het antisemitische onder Porosjenko toe.

Lees deze column van Roy van Veen verder op Duitslandnieuws

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Rekenkamer kraakt EU-hulp aan corrupt Oekraïne

De financiële steun van de Europese Unie aan Oekraïne in de afgelopen jaren heeft weinig uitgehaald. Wat wel resultaat opleverde, dreigt teniet te worden gedaan door de corruptie, het conflict in Oost-Oekraïne en de instabiele politieke en bestuurlijke situatie. De Europese Rekenkamer uitte woensdag in een rapport forse kritiek op het steunprogramma.

De financiële bijstand van de EU bedroeg van 2007 tot 2015 1,6 miljard euro. Daarnaast ontving Oekraïne 3,4 miljard euro aan leningen. De bijstand was onder meer bedoeld voor verbetering van de overheidsfinanciën, corruptiebestrijding en de gassector.

Oekraïne wordt nog altijd als het meest corrupte land van Europa gezien, en of de corruptiebestrijding resultaat oplevert ‘valt nog te bezien’, schrijft de in Luxemburg gevestigde instelling. Een kleine elite bepaalt wat er in de economie, politiek en media van Oekraïne gebeurt, aldus de controleurs.

Lees verder op de Volkskrant

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Verschuiving macht van West naar Oost verbrijzelt Europese illusies

Interview met Financial Times-columnist Gideon Rachman – In Easternisation (Londen 2016) schetst Financial Times-columnist Gideon Rachman hoe de macht in de wereld van West naar Oost verschuift. ‘Er komen heel moeilijke vragen op ons af.’

Donald Trumps verkiezing en de Brexit worden vaak verklaard uit onvrede van westerse kiezers met aspecten van de mondialisering. In uw boek gaat u in op een andere trend: de dominantie van het Westen nadert haar einde. Is er een verband?
‘Ja. Trumps slogan is Make America great again. Hij haakt aan bij een gevoel van Amerikanen dat er iets misgaat en in Trumps analyse is Amerika’s neergang verbonden aan de opkomst van Azië. Steve Bannon, zijn consigliere, zei: ‘We hebben de Amerikaanse middenklasse verwoest en een Aziatische middenklasse gecreëerd’. Hij zet de conventionele wijsheid van het westerse establishment dat de opkomst van Azië een win-winsituatie was op zijn kop. De vraag nu is of Trump de logica van deze redenering volgt en zal proberen de Amerikaanse markt te sluiten.’

Misschien verklaart onze rijkdom waarom we die machtsverschuiving in de wereld niet goed zien.
‘Als je naar India gaat, krijg je geen wow-effect. In China ook niet. Je raakt in India onder de indruk van de armoede, net als vroeger. Het voelt niet als de toekomst. Wat we niet zien, is dat ze per hoofd arm zijn, maar in totaal heel rijk. Rond 2050 kan India de grootste economie ter wereld worden, met de grootste bevolking.’

De manoeuvreerruimte voor westerse politici lijkt heel klein te zijn geworden. Kiezers willen nationale macht terug.
‘Take back control, is de slogan bij Brexit. Dat is geen mythe, maar het is ook niet helemaal waar te maken. Groot-Brittannië kan de controle terugkrijgen door uit de EU te stappen. Of wij de gevolgen prettig zullen vinden, dat zullen we nog merken.’

De machtsverschuiving naar het oosten gaat niet alleen over economie of militaire uitgaven.
‘In mijn boek citeer ik de Indiase intellectueel Pankaj Mishra: ‘Honderden miljoenen mensen in samenlevingen met een geschiedenis van onderwerping aan Europa en Amerika ontlenen veel plezier aan het vooruitzicht hun vroegere meesters te vernederen.’ De wereld is 500 jaar gedomineerd door de witte man. En als je uit India komt of China, moet het enerverend zijn in een periode te leven waarin die dominantie ten einde komt. Dat voel je daar heel sterk.’

We hebben wellicht een vertekend beeld van de ‘internationale gemeenschap’. Toen Rusland de Krim annexeerde, vonden wij dat een complete breuk met de internationale orde. Maar grote landen als Brazilië, India en China veroordeelden het niet.
‘Wij vinden dat we internationale normen hooghouden en zij denken dat we een internationale orde verdedigen die in ons voordeel werkt; en een rationalisering is voor machtsstructuren die ons goed uitkomen. Er is heel veel scepsis over het idee van universele waarden die door iedereen gehuldigd worden.’

Amerika, China, India, Japan, Rusland, Turkije – ze hebben nu allemaal nationalistische leiders.
‘Die kant gaan we op. Het was ook een typisch Europese illusie dat de natiestaat zijn tijd heeft gehad. Dat was zelfs in Europa nooit helemaal het geval, al kwamen ze daar het verst.’

Lees dit interview door Arnout Brouwers verder op de Volkskrant

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Blame the identity apostles – they led us down this path to populism

With its over-defensive advocacy of minorities, the left has jeopardised half a century of liberalism

I have no tribe. I have no comfort blanket, no default button that enables me to join the prevailing hysteria and cry in unison, “Of course, it’s all the fault of X.” Meanwhile we everywhere see the familiar landscape clouding over. There are new partings of the ways, disoriented soldiers wandering the battlefield, licking wounds. The liberal centre cannot hold. It cries with Yeats, “What rough beast, its hour come round at last, / Slouches towards Bethlehem to be born?”

I confess I find all this somehow exhilarating. Cliches of left and right have lost all meaning, and institutions their certainty. Even in France and Italy, European union is falling from grace. A rightwing US president wins an election by appealing to the left. In Britain, Ukip can plausibly claim to be supplanting Labour. A Tory prime minister attacks capitalism, while Labour supports Trident. Small wonder Castro gave up and died.

Conventional wisdom holds that it is the “centre left” that has lost the plot. The howls that greeted Brexit, Donald Trump and Europe’s new right are those of liberals tossed from the moral high ground they thought they owned. Worse, their evictors were not the familiar bogeys of wealth and privilege, but an oppressed underclass that had the effrontery to refer to a “liberal establishment elite”.

Paul Krugman, field-marshal of an American left, stood last week on his battered tank, the New York Times, and wailed of Trump’s voters: “I don’t fully understand this resentment.” Why don’t the poor blame the conservatives? He had to assume the answer lay in the new Great Explanation, the politics of “identity liberalism”. He is right. It is 20 years since the philosopher Richard Rorty predicted that a Trump-like “strong man” would emerge to express how “badly educated Americans feel about having their manners dictated to them by college graduates”.

This prediction has now gone viral. Likewise, the historian Arthur Schlesinger warned that a rising campus intolerance, of “offence crimes” and “political correctness”, would endanger America’s national glue, its collective liberal consciousness.

The latest guru on the “what Trump means” circuit is the US political psychologist Jonathan Haidt. Conversing with Nick Clegg at an Intelligence Squared event in London last week, he was asked over and again the Krugman question: “Why did poor people vote rightwing?” The answer was simple. There is no longer a “right wing”, or a left. There are nations and there are tribes within nations, both growing ever more assertive.

Lees deze column van Simon Jenkins verder op The Guardian

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Hoe wij onze democratie verloren

Stel, de bevolking had het voor het zeggen. Dan hadden we geen euro gehad, geen Europese munt die een rem zet op onze economie en landen in het zuiden bijna failliet laat gaan. Dan hadden we ook de banken en speculanten niet hun gang laten gaan, die ons land en de rest van Europa in een diepe crisis hebben gestort. Als onze bestuurders in 2005 wel respect hadden getoond voor ons ‘nee’ tegen de Europese Grondwet, dan zaten we nu niet vast in een Europese politiek die in alle landen door de mensen wordt gehaat. En stel, de bevolking had het laatste woord, dan had Mark Rutte zich in Europa niet in allerlei bochten hoeven wringen om een ‘nee’ toch tot een ‘ja’ te maken, maar had onze premier gewoon respect kunnen tonen voor de stem van Nederland tegen het verdrag met Oekraïne. Stel, Nederland was een echte democratie, dan stond ons land er nu veel beter voor.

Lees deze column van Ronald van Raak verder op TPO

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

When and why nationalism beats globalism

And how moral psychology can help explain and reduce tensions between the two.

What on earth is going on in the Western democracies? From the rise of Donald Trump in the United States and an assortment of right-wing parties across Europe through the June 23 Brexit vote, many on the Left have the sense that something dangerous and ugly is spreading: right-wing populism, seen as the Zika virus of politics. Something has gotten into “those people” that makes them vote in ways that seem—to their critics—likely to harm their own material interests, at least if their leaders follow through in implementing isolationist policies that slow economic growth.

Most analyses published since the Brexit vote focus on economic factors and some version of the “left behind” thesis—globalization has raised prosperity all over the world, with the striking exception of the working classes in Western societies. These less educated members of the richest countries lost access to well-paid but relatively low-skilled jobs, which were shipped overseas or given to immigrants willing to work for less. In communities where wages have stagnated or declined, the ever-rising opulence, rents, and confidence of London and other super-cities has bred resentment.

A smaller set of analyses, particularly in the United States, has focused on the psychological trait of authoritarianism to explain why these populist movements are often so hostile to immigration, and why they usually have an outright racist fringe.

Globalization and authoritarianism are both essential parts of the story, but in this essay I will put them together in a new way. I’ll tell a story with four chapters that begins by endorsing the distinction made by the intellectual historian Michael Lind, and other commentators, between globalists and nationalists—these are good descriptions of the two teams of combatants emerging in so many Western nations. Marine Le Pen, the leader of the French National Front, pointed to the same dividing line last December when she portrayed the battle in France as one between “globalists” and “patriots.”

But rather than focusing on the nationalists as the people who need to be explained by experts, I’ll begin the story with the globalists. I’ll show how globalization and rising prosperity have changed the values and behavior of the urban elite, leading them to talk and act in ways that unwittingly activate authoritarian tendencies in a subset of the nationalists. I’ll show why immigration has been so central in nearly all right-wing populist movements. It’s not just the spark, it’s the explosive material, and those who dismiss anti-immigrant sentiment as mere racism have missed several important aspects of moral psychology related to the general human need to live in a stable and coherent moral order. Once moral psychology is brought into the story and added on to the economic and authoritarianism explanations, it becomes possible to offer some advice for reducing the intensity of the recent wave of conflicts.

Lees dit essay van Jonathan Haidt verder op The American Interest

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Kabinet steunt Europees Openbaar Ministerie

Het kabinet steunt een voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie (EOM). Eerder sprak de Tweede Kamer zich uit tegen het plan daarvoor van de Europese Commissie. De Kamer tekende via een ‘gele kaart’ in 2013 bezwaar aan en andere parlementen sloten zich daarbij aan. Ze vonden dat justitiezaken beter op nationaal niveau kunnen worden geregeld.

Brussel wil met het EOM de jacht opvoeren op criminelen die fraude plegen met Europees geld. Minister Van der Steur schrijft nu aan de Tweede Kamer dat een overgrote meerderheid van de lidstaten voor de oprichting van een Europees OM is en dat het eigenlijk wel vaststaat dat het er komt.

Lees verder op de NOS

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

De boze stemmer

Kiezers in de randgemeenten en kleinere steden voelen zich genegeerd door ‘progressief Nederland’. Geen wonder dat veel blanke kiezers boos worden en hun stem laten horen, zegt electoraal onderzoeker Josse de Voogd.

Waarschijnlijk kent niemand de Nederlandse kiezer beter dan ‘electoraal geograaf’ Josse de Voogd (32). Als klein jongetje vroeg hij zich al af waarom kiezers in Callantsoog bij het ene stembureau op de VVD stemden en bij het andere op het CDA. ,,Wat bleek? In het VVD-deel van het dorp woonden veel marinegezinnen. In het CDA-deel meer ouderen.”

De Voogd, die werkt als zelfstandig onderzoeker en als docent aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), maakte van onderzoek naar kiespatronen zijn specialisatie. En hij komt tot opmerkelijke conclusies: ,,Weet je waarom links telkens de landelijke verkiezingen verliest? Omdat zij zich richten op de inwoners van de grote steden: rijke blanken in de binnensteden en allochtonen in de armere wijken.

Maar de grote steden vertegenwoordigen slechts een klein deel van de stemmen. Potentiële PvdA-kiezers wonen in de randgemeenten en kleinere steden: in Tiel en Oosterhout, Vlaardingen, Etten-Leur. Daar worden verkiezingen gewonnen. De VVD begrijpt dat, dat is de partij van die kleine gemeenten en de suburbs, de voorsteden.”

Het is een zondagavond in een rustige wijk in Utrecht. De Voogd legt een kleine, door hem getekende landkaart van Nederland op tafel. Hij legt een lineaal scheef over de kaart: van linksboven naar rechtsonder, met ruwweg de A2 als scheidslijn. ,,Het deel rechts, het noord-oosten, is politiek stabiel. Maar in de randgemeenten van het linkerdeel, het zuid-westen, woedt een politieke veenbrand. Daar lopen de kiezers massaal over naar de PVV en soms naar de SP.”

Wat in die regio’s gaande is, zegt De Voogd, de onvrede die er heerst, dat wordt in Den Haag en door sommige collega-onderzoekers slecht begrepen.

Lees het artikel van Wierd Duk verder op het AD

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Stem tegen bij referendum was niet tegen EU

De kiezers die op 6 april tegen het associatieverdrag met Oekraïne stemden, deden dat niet in de eerste plaats uit afkeer van de Europese Unie.

Ze stemden vooral tegen het verdrag omdat ze Oekraïne niet vertrouwen vanwege de corruptie, of uit vrees dat Oekraïne vanwege het verdrag een stap dichter bij toetreding tot de EU zou komen. “Het lijkt er sterk op dat de kiezer oprecht heeft geprobeerd om de vraag op het stemformulier te beantwoorden”, zegt hoofdonderzoeker Kristof Jacobs aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.

Het is één van de belangrijkste bevindingen van het Nationaal Referendum Onderzoek dat vandaag uitkomt. Net als bij Tweede-Kamerverkiezingen gebeurt, heeft bij het referendum in april een groep wetenschappers van vijf Nederlandse universiteiten zich de afgelopen maanden heeft gebogen over de uitkomsten van een onderzoek dat voor, tijdens en twee weken na het referendum werd uitgevoerd onder zo’n 2500 kiesgerechtigden. Zij werden uitgebreid ondervraagd over hun beweegredenen om al dan niet naar de stembus te gaan.

Lees dit artikel van Romana Abels verder op Trouw

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

The closing of the liberal mind

ll that seemed solid in liberalism is melting into air. In Europe the EU struggled for over seven years to reach a trade deal with Canada, one of the most “European” countries in the world; at the same time, banking crises are festering in Italy and Germany and the continuing migrant crisis continues to strengthen far-right parties. In Britain Jeremy Corbyn’s strengthened hold over Labour following an ill-considered attempt to unseat him has reinforced a transformation in the party that reaches well beyond his position as leader. At a global level, Vladimir Putin is redrawing the geopolitical map with his escalating intervention in Syria, while the chief threat to the repressive regime Xi Jinping is building in China appears to be a neo-Maoist movement that harks back to one of the worst tyrannies in history. A liberal order that seemed to be spreading across the globe after the end of the Cold War is fading from memory.

Faced with this shift, liberal opinion-formers have oscillated between insistent denial and apocalyptic foreboding. Though the EU is barely capable of any action, raddled remnants of the old regime – Ed Miliband, Clegg, Mandelson, “the master” himself – have surfaced to demand that Brexit be fudged and, in effect, reversed. Even as the US election hangs in the balance, many are clinging to the belief that a liberal status quo can be restored. But Trump’s presidential campaign has already demolished a bipartisan consensus on free trade, and if he wins, a party system to which his Republican opponents and Hillary Clinton both belonged will be history. Dreading this outcome and suspecting it may yet come to pass, liberals rail against voters who reject their enlightened leadership. Suddenly, the folly of the masses has replaced the wisdom of crowds as the dominant theme in polite discourse. Few ask what in the ruling liberalism could produce such a debacle.

The liberal pageant is fading, yet liberals find it hard to get by without believing they are on what they like to think is the right side of history. The trouble is that they can only envision the future as a continuation of the recent past. This is so whether their liberalism comes from the right or the left. Whether they are George Osborne’s City-based “liberal mainstream”, or Thatcherite think tanks, baffled and seething because Brexit hasn’t taken us closer to a free-market utopia, or egalitarian social democrats who favour redistribution or “predistribution”, an entire generation is finding its view of the world melting away under the impact of events.

Today’s liberals differ widely about how the wealth and opportunities of a market economy should be shared. What none of them question is the type of market globalisation that has developed over the past three decades. Writing in Tribune in 1943 after reviewing a batch of “progressive” books, George Orwell observed: “I was struck by the automatic way in which people go on repeating certain phrases that were fashionable before 1914. Two great favourites are ‘the abolition of distance’ and ‘the disappearance of frontiers’.” More than 70 years later, the same empty formulae are again being repeated. At present, the liberal mind can function only to the extent that it shuts out reality.

It is not surprising that there is talk of ­entering a post-liberal moment.

Lees dit essay van John Gray verder op de New Statesman

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

The fruits of oligarchy

Two years ago, Professor Martin Gilens created one of the simplest, saddest graphs in the nation. It represents the degree to which the policy preferences of ordinary Americans affected policy making when their desires differed from those of the political elite. The graph is a straight line: Since 1981, ordinary Americans and the mass organizations they joined had no effect on policy. Instead, Gilens found, the 1,779 policy choices he studied had all been most decisively influenced by economic elites and organized business groups.

This election was a scream of anger from millions of people who had never read Gilens’ research, but felt it in their bones; who felt they had more voice on TripAdvisor than on trade, more say in “American Idol” than in American policy.

The media has suddenly rediscovered the white working class — those Reagan Democrats whose support handed the former Hollywood actor the presidency. It’s true that these same voters came out in large numbers for Trump in the few states that mattered to give him the same office. Places hardest hit by manufacturing losses to China were surprise areas of Trump support, and many Trump voters had been hurt personally by such job losses or by the economic wallop of rising Obamacare insurance premiums.

But Trump’s coalition was not just angry, unemployed whites. In fact, Hillary Clinton won among voters who said the economy was their biggest concern, and she won the struggling working class most strongly. The people who voted for Trump had jobs — he did 4 percent better among those earning $50,000-99,000 a year, and 1 percent better among those in the $100,000-199,000 income range — but they may have lost the dignity that went with their work.

Nor were Trump voters all racist or ignorant. Only 1 percent more whites voted for Trump than came out for Reagan and Romney, while 29 percent of Latinos picked a man who wants to build a wall between the U.S. and Mexico. Yes, Clinton supporters were better educated, but Trump garnered 45 percent of all voters with a college degree and 37 percent of those with graduate degrees.

In other words, the people who voted for Trump were not voting from their pocketbooks — they were voting from their sense of pride. They were people from the working class, middle class, and even upper middle class whose dignity had been denied, whose views had been denigrated, and whose lifestyles had been deteriorating thanks to the choices of “others.”

Lees verder op Carnegie Endowment

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Regering stuurt per ongeluk verkeerd stuk door aan Kamer, geheimhouding blijkt normaal

In de categorie ‘niet zo handig’: de regering houdt klaarblijkelijk belangrijke informatie voor het parlement achter. Van documenten bestaan daarom twee versies. De Kamer krijgt een gekuist stukje papier met zoetgevooisde woorden. De volledige versie (met een ‘besloten gedeelte’) wordt voor de Kamer achtergehouden. De regering stuurde deze week per ongeluk de verkeerde versie naar het parlement.

De casus in het kort. Zoals u weet gaat de EU een associatieverdrag met Oekraïne aan, waarbij het land in onze douane-unie komt. Daarom zullen alle belemmeringen voor handel verdwijnen, hoewel het land compleet andere normen kent als het om werknemersrechten, het milieu of voedselveiligheid gaat.

De EU eist dat Oekraïne wat netter gaat produceren, omdat er in een douane-unie geen middelen ter regulering meer bestaan. Daarom staat in het verdrag dat de belemmeringen in zeven jaar worden afgebouwd, waarin Oekraïne zijn leven moet beteren. Dat gebeurt niet, dat weten we. Desondanks heeft Brussel besloten dat de handelsbelemmeringen voor bepaalde goederen veel sneller afgebouwd moeten worden.

Dat ligt gevoelig, omdat Nederland het verdrag nog moet ratificeren. De regering haast zich om te melden dat deze handelsmaatregel en het verdrag helemaal niets met elkaar te maken hebben, want de Europese commissie heeft de bevoegdheid om zo’n maatregel te nemen. Het voorstel staat los van de Nederlandse ratificatieprocedure van het Associatieakkoord met Oekraïne.’

Nu heeft de regering een versie van dit document die met het parlement en de samenleving wordt gedeeld (met de punten 1. tot 8.), maar ook een eigen, interne versie. Die wordt dus met niemand gedeeld.

Lees verder op 925

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Revolving doors and the European Commission

Far from being exceptional, the recent hiring of former Commission President José Manuel Barroso and former Competition Commissioner Neelie Kroes serve as reminders that Europe is the testing-ground for a new kind of state, where the borders between public and private are structurally porous.

José Manuel Barroso at Goldman Sachs, Nelly Kroes at Uber’s “Public Policy Advisory Board” (sic.)…. These two incidences of headhunting at the very top of the European Union are certainly spectacular. But it would be wrong to see them as simple one-off deviations from the norm, linked respectively to his ideological stance (neoconservative) and her professional orientation (routinely switching between political office and the boards of large corporations). They in fact reveal the ordinary functioning of a European policy that has been flourishing for over two decades, and which we could call the “neoliberal” revolving door.

These two “defectors” are actually doing in “private” exactly the opposite of what they were required to do in “public”, playing on “interpretations”, “exemptions” and “exceptions” to undo what they previously sought to establish: the proper functioning of European rules governing the Single Market, competition and budgetary deficit limits. This is not so far removed from the classic meaning of “revolving doors”, prevalent in 1970s France, which linked high government to industrial and financial groups in strategic sectors or close to public procurement bodies. This powerful collusive network was an extension of the State’s preeminence, appointing high authorities to coordinate France’s “mixed economy”.

This is not the case in the European Union, which has never been a “productive State”, nor an economic actor (its budget is barely worth 1% of Europe’s GDP). The EU has primarily carved out its specific form of statehood and public authority by developing a “liberal interventionism” that favours economic freedoms and “undistorted” competition. The EU has done so by presenting itself as the “chief organiser” of private markets, from DG Competition to the Court of Justice.

And this market-making state forged within EU institutions has quickly spread to European states, which have drastically remodeled their administrative structures.

Lees verder

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Weer soevereiniteit weg, met dank aan PvdA

Op 19 oktober is de Europese Unie weer een beetje minder democratisch geworden. Dat zit zo.

Op die dag maakte de Commissie bekend een nieuwe adviesraad te hebben ingesteld, een Europese begrotingsraad. Volgens het persbericht gaat het om een ideetje uit die Europese dystopie die het vijf-presidentenrapport heet en die als titel draagt: De voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie. In dat epistel, waar Juncker, Schulz, Draghi, Tusk en onze eigen Dijsselbloem (PvdA) voor hebben getekend, wordt de weg naar een Europese federale staat geplaveid. En daarin wordt dus ook de oprichting van een onafhankelijke Europese Budgettaire Raad aangekondigd.

Hier is de omschrijving: ‘Deze nieuwe entiteit zou de nationale begrotingsraden coördineren en complementeren die in de context van de EU-richtlijn inzake begrotingskaders zijn opgericht. Hij zou een publieke en onafhankelijke beoordeling geven op Europees niveau van de wijze waarop de begrotingen (…) presteren tegenover de economische doelstellingen en aanbevelingen vervat in het budgettaire governancekader van de EU.’

Probeer tot je te laten doordringen wat er staat: een Europese begrotingsraad gaat ‘nationale begrotingsraden coördineren’ en hun werk beoordelen aan de hand van ‘doelstellingen en aanbevelingen’ van de Europese Commissie. Parlement, Prinsjesdag, algemene beschouwingen, democratische strijd over wat we waar aan besteden, nationale begrotingssoevereiniteit: het wordt als het aan de vijf presidenten ligt (en als wij niet oppassen) een zaak van technocraten die vanuit Brussel wel even zullen bepalen of het allemaal kan en mag.

Nou kun je van dat vijf-presidentenrapport veel vinden – en ik vind er van alles van en heb dat op deze plek ook meermalen opgeschreven – maar niet dat het irrelevant is. Sluipenderwijs wordt momenteel het ene na het andere ideetje ingevoerd. Bankenunie? Check! Kapitaalmarktenunie? Check! En nu dus ook een Europese Budgettaire Raad.

Lees deze column van Ewald Engelen verder op de Groene

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Verzet tegen een koudere wereld

Dat de mensen die te hoop lopen tegen het Ceta-handelsverdrag of het Oekraïneverdrag zich niet door honderden pagina’s verdragtekst hebben heengeploegd, maakt hun verzet nog niet ongefundeerd. Laat de elite nu eindelijk naar ze luisteren, voor het écht misgaat.

Voor het associatieverdrag met Oekraïne geldt niet veel anders dan voor Ceta, zegt Jan Luiten van Zanden. Een nee-stem tijdens het referendum van dit voorjaar was geen afwijzing van het pak papier waarin Europa en Oekraïne afspreken zich nader te verbinden. Het was een symbolisch verzet tegen een wereld die steeds kouder wordt.

Mensen voelen zich in de steek gelaten en ze hebben een punt, vindt de hoogleraar economische wereldgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ouders en kinderen weten een ding zeker: volgende generaties krijgen het niet beter. Alle verhalen over de zegeningen van open grenzen en vrijhandel ten spijt, de administrateur, de heftruckchauffeur en de medewerker buitendienst zagen geen extra werk hun kant opkomen.

De afgelopen twintig jaar verdwenen er juist banen naar Azië of ze werden weggeautomatiseerd. Vaste aanstellingen veranderden in flexcontracten van zes maanden of een jaar. Wat kwam er wel hun kant op? Problemen met minderheden, want die trokken hun buurten binnen.

Hun tegenstem was een symbolisch verzet, meent Van Zanden, tegen een elite die globalisering predikt, maar zich onvoldoende druk maakt over het feit dat niet iedereen ervan profiteert.

“Zestig procent van de stemmers wees het verdrag met Oekraïne af. Dan krijgt het kabinet zo’n duidelijk signaal en dan laat het een half jaar niets van zich horen”, zegt Van Zanden. In het zicht van de deadline – de Tweede Kamer had op 1 november duidelijkheid gewild – wrong premier Rutte zich alsnog in bochten om kool en geit te sparen. Van Zanden: “Kansloos, bij voorbaat. Hij kan het niet goed doen. Hij zal in Brussel nooit zeggen ‘we blokkeren dat hele verdrag’. En zo voedt hij het ongenoegen onder de nee-stemmers. Het wordt alleen maar erger op deze manier. Je wordt er soms een beetje somber van, ja.”

Lees dit artikel van Lidwien Dobber verder op Trouw

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Wees er maar zeker van: die middenklasse, zij gaat eraan

Zelden heb ik zo’n oprechte aanklacht tegen wat er mis gaat in onze economie gezien. Een Roemeense vrachtwagenchauffeur werd aan de kant van de snelweg door de Antwerpse televisie naar zijn mening gevraagd over zijn beroep. “Ik haat deze job. Ik wil ook naar huis gaan en mijn kinderen kunnen zien, maar mijn kinderen hebben geld nodig om naar school te kunnen gaan.”

Dit zijn de moderne slaven die onze globalisering overeind houden: de katoenplukkers in Tajikistan die hun eigen natuur kapot maken om onze T-shirts te kunnen produceren, de Aziatische arbeidsters die aan één euro per dag onze rommelwinkels vullen, de Filipijnse matrozen die de containerschepen bemannen, de Roemeense truckers die de containers naar onze warenhuizen brengen, de arbeiders van Fernand Huts die zonder vast contract alles in dozen mogen stoppen en de winkelbediendes die de meuk eveneens aan een hongerloon aan de gezapige Europese middenklasse mogen verkopen.

Lees deze column van Jonathan Holslag verder op De Morgen

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Democratie moet niet de bestuurders dienen

De democratie zal altijd omstreden zijn, met tegendraadse en grofgebekte volksvertegenwoordigers.

Door: Wim Voermans hoogleraar staats- en bestuursrecht.

Het gaat niet de goede kant op met de vertegenwoordigende democratie als je de lawine van recente analyses mag geloven. Aangestoken door David Van Reybroucks doemscenario (Tegen Verkiezingen, 2013) is vooral in bestuurlijke kringen de overtuiging ontstaan dat de democratische instituties die we nu kennen, zowat op hun laatste benen lopen. Die bestuurders ergeren zich al jaren aan onkundige volksvertegenwoordigers, die met politieke spelletjes hun agenda frustreren en ze zijn zich kennelijk rot geschrokken van de asielzoekerscentra-onrust, het aanzwellende ‘populisme’ en de verharding van het debat (vooral ook op social media).

In plaats van naar zichzelf te kijken, zoeken invloedrijke adviescommissies, grotendeels bestaande uit hoogopgeleide bestuurders, de oorzaak in het disfunctioneren van volksvertegenwoordigingen. Zo ook het recente rapport Code Oranje dat de gemeenteraden op de schop wil nemen door er na loting leden aan toe te voegen, jaarlijks 3 keer burgertoppen te organiseren en gemeenteraadsleden te kunnen vervangen door ‘deskundigen’.

Lees verder op de Volkskrant

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

De elites en het volk drijven uiteen

Samuel Huntington werd weggehoond om zijn sombere analyses. Maar de opkomst van Donald Trump geeft hem gelijk.

Komt deze analyse over Amerika u bekend voor? De elites en het volk drijven uiteen. Vanuit de blanke onder- en middenklassen bouwt zich een sluimerende woede op. Vooral mannen zijn boos op het economische establishment dat niet de belangen van de Amerikaanse burgers zou dienen. Op de progressieve elites die de nationale identiteit ondermijnen en te veel immigranten binnenlaten. En op Mexico dat doelbewust veel van zijn grootste probleemgevallen de grens over zou sturen. Hun onvrede zal leiden tot agressie en ze zullen een wanhopige poging doen om hun greep op de Verenigde Staten terug te veroveren.

Nee, dit is geen column over de campagne van Donald Trump. Het stond allemaal al netjes academisch opgeschreven in een boek uit het jaar 2004. Niet lang voor zijn dood publiceerde de Harvard-politicoloog Samuel Huntington Who Are We?, waarin hij een aantal voorspellingen deed over de toekomst van zijn land. Het boek werd indertijd weggehoond, maar wie het nu leest, knippert als vanzelf even met de ogen. Huntington lijkt tot in opmerkelijke details de agressie van Trumps campagne te hebben voorzien. Het werpt confronterende vragen op over Amerika.

Huntington is natuurlijk vooral bekend van zijn in 1993 geschreven artikel The Clash of Civilisations, later omgewerkt tot een boek. Waar veel mensen in die tijd nog optimistisch waren over de wereldwijde overwinning van het vrije democratische Westen, kwam Huntington met een sombere analyse. Veel conflicten van de toekomst, zo voorspelde hij, zouden zich gaan afspelen langs de stokoude culturele lijnen van de wereldbeschavingen.

Lees dit artikel van Steije Hofhuis verder op de Volkskrant

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

Democratie is er niet om juist te beslissen, maar om zélf te beslissen

Onruststoker Thierry Baudet en islamcriticus Paul Cliteur willen een referendum naar Zwitsers model invoeren. Als het aan hen ligt, gaan we straks om de paar maanden naar de stembus. Net als de Zwitsers ja of nee zeggen tegen minaretten, basisinkomen of immigratie. Het mag over van alles gaan en de uitslag is bindend. Ze schreven hun onderzoeksrapport Echte democratie in opdracht van de PVV van Geert Wilders. Dat zal niet bijdragen aan de serieuze beoordeling. Ten onrechte, want het stuk is de moeite waard.

Het belangrijkste argument voor referenda staat recht overeind. Zelfbeschikking. De kernvraag is waar democratie eigenlijk voor dient. Is dat voor het nemen van de juiste besluiten, of voor het zélf nemen van besluiten. De kwestie gaat terug op Plato. Timmeren laat je aan een vakman over, schreef de filosoof. Maar als het om besturen gaat, mag iedereen zich er tegenaan bemoeien. Het argument werd een eeuw geleden gebruikt tegen het algemeen kiesrecht, nu tegen het referendum. Waarom moeten bestuurders luisteren naar nee-stemmers die Oekraïne niet eens kunnen aanwijzen op de kaart? Het idee dat het gaat om de juiste besluiten, heette vroeger ‘de ware vrijheid’. Dus niet de liberale vrijheid om, zoals Isaiah Berlin zei, ‘op je eigen wijze naar de verdommenis te gaan’, maar de vrijheid om het goede te doen.

De vraag is uiteraard wie bepaalt wat het goede is. Volgens Baudet en Cliteur zou het voor de hand liggen dat emancipatie en betere scholing leiden tot meer zelfbeschikking. In werkelijkheid neemt de zeggenschap áf, omdat het land steeds verder ingesnoerd raakt in internationale verbanden, verdragsverplichtingen en onveranderbare besluiten.

Ik denk dat Baudet en Cliteur gelijk hebben, en dat het onbehagen hierover zowel het nee tegen het EU-verdrag met Oekraïne als de brede weerzin tegen het handelsverdrag TTIP verklaart; mensen willen niet steeds verder verstrikt raken in een web waarop ze zelf geen invloed hebben.

Lees deze column van Martin Sommer verder op de Volkskrant

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten

De Europese elites spelen met vuur

De leiders van de drie grootste EU-landen (zonder Groot-Brittannië) kwamen eergisteren bijeen op een symbolisch Italiaans eiland. Daar is een van de grondleggers van de EU, de Italiaanse stalinistische communist Spinelli, jarenlang door het fascistische regiem van Mussolini gevangen gehouden. Terwijl fascisten en nazi’s hun best deden Europa te verenigen onder de vlag met het hakenkruis, had Spinelli Europa willen verenigen onder een ander vaandel, dat van Marx en Lenin.

Elk van de drie leiders sprak de pers in de eigen taal toe bij gebrek aan een gemeenschappelijke Europese hoofdtaal. Ze deden dat op een Italiaans vliegdekschip, waarvan het dek voor deze gelegenheid was omgebouwd voor de pers en de drie leiders.

Na een zomer vol uitbundig sportnationalisme vond met name de Franse leider het nodig om in de eigen nationale taal te waarschuwen voor nationalisme.

Er is altijd gedoe met leiders en denkers die van Europa een eenheid willen maken. Niemand haalt het in zijn hoofd van Azië een federale eenheid te maken. Maar Europa is continu het droomobject van Europese politici en intellectuelen. Er bestaat geen organische tendens bij de Europese volken om die eenheid tot stand te brengen – maar wel bij de politieke en economische elites. Zij hebben dus besluitvormingsprocessen ontworpen waarin de nationale parlementen van de Europese staten in toenemende mate buiten werking worden gesteld. Dat is een doelbewuste strategie op basis van de gedachte dat het volk toch te dom is om te begrijpen wat er gebeurt. Je krijgt dan als opmerkelijk verschijnsel dat iemand als Jean-Claude Juncker, afkomstig uit een land dat ingericht is als internationaal centrum van belastingvermijding, zich de ongekozen president van een heel continent mag noemen.

Eergisteren zei Juncker bij een bijeenkomst in Oostenrijk: „Grenzen zijn de ergste uitvinding ooit gedaan door een politicus.” Wedden dat zijn riante kantoor in Brussel door gewapende mannen wordt begrenst? Wedden dat hij prijsstelt op het handhaven van de grenzen van zijn leven, woning, bezittingen?

Europa is in handen gevallen van een hysterische sekte waarmee niet op zakelijke basis kan worden gediscussieerd. We hebben het keer op keer gezien: wie kritiek heeft op de Brusselse politieke mechanismen, wordt veroordeeld als een soort Holocaustontkenner. Als de wensen van de EU worden gefrustreerd, bijvoorbeeld door een referendum, brullen mensen als Frans Timmermans dat het einde nabij is en dat er massale oorlogen en hongersnoden zullen uitbreken. Het is obsceen dat het zover is gekomen.

In Rio werden nationale volksliederen gezongen – ook wij hebben onze sporters aangemoedigd vanwege het simpele feit dat ze Nederlanders zijn. Natuurlijk bewonderen we Usain Bolt, maar hij heeft één gebrek: hij is geen Nederlander. Toernooien zoals de Olympische Spelen brengen gevoelens teweeg die bestaan bij de gratie van vaderlandsliefde. De Fransen zijn trots op hun Franse sporters, die, als zij hun medailles hebben ontvangen, uit volle borst de Marseillaise zingen. De tekst van dat lied is heel wat explicieter dan ons Wilhelmus. De Fransen zingen: ’Te wapen, burgers! Vormt uw bataljons! Laten we marcheren, marcheren, zodat het onreine bloed onze voren doordrenkt.” Wie het niet meer weet: een voor is een greppel.

Voor Fransen is de Marseillaise – die niets anders is dan een felle oproep ten strijde te trekken – heilig. Ook voor president Hollande. Maar hij kan ook op een Italiaans vliegdekschip hypocriet waarschuwen voor nationalisme.

De opdeling van Europa in functionerende nationale staten is de enige manier om de eeuwenoude etnische tegenstellingen te beheersen. Wie daarover een nieuwe supranationale staat legt, ontkent de werkelijkheid. Met als gevolg dat de burgers die zich niet herkennen in supranationale instituties, zich terugtrekken op wat hun vertrouwd is. Hoe groter de EU, hoe sterker supranationalisering het lot van burgers bepaalt, des te sterker wordt de behoefte om in de nabije omgeving houvast en zelfrespect te vinden.

De leden van de nieuwe elites hebben ook een eigen identiteit opgebouwd. Zij hebben dat gedaan in hun zwaarbeveiligde huizen en gebouwen, in hun kogelvrije auto’s en privéjets, waarin zij zichzelf en elkaar ervan overtuigen dat zij als leiders hun volken op sleeptouw moeten nemen, omdat de volken zelf geen kennis hebben, geen moed, geen open blik op de wereld, geen kracht om hun eng nationalisme op te geven.

Terwijl ze zichzelf onaanraakbaar maken – de grootste elitaire hypocriet is vermoedelijk Facebookoprichter Mark Zuckerberg, die oproept alle grenzen te slechten terwijl hij de huizen die hij heeft gekocht onzichtbaar maakt achter hoge muren – stellen de elites de volken van Europa bloot aan ontwikkelingen die het geduld en uithoudingsvermogen van de betrokken volken onder druk zetten. De elites hebben een eigen wereld gecreëerd met hun eigen rituelen en (naar een ideologie neigende) opvattingen, maar ze spelen met vuur. De tekst van de Marseillaise drukt de kracht uit van een authentieke volksaard. Wie denkt dat die onderdrukt kan worden door de oekazes van Brusselse bureaucraten, heeft niets van de geschiedenis begrepen en houdt een lont bij een berg explosieven.

Deze column is van Leon de Winter en komt uit de Telegraaf van 23 augustus 2016

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Gerelateerde berichten