Referendum over de donorwet zal bewijzen dat meer debat meer registraties oplevert

We worden steeds beter in referenda. Had het Oekraïnereferendum nog een rommelig karakter, in de aanloop van het Sleepwetreferendum was het debat inhoudelijker, de informatievoorziening breder en de benadering positiever. Toch maakt het kabinet haast met de afschaffing van dit fijne democratische middel. Laten we daarom er nog eentje houden. Het is een race tegen de klok, maar een volksraadpleging over de nieuwe donorwet is misschien nét haalbaar voordat de Eerste Kamer instemt met de afschaffing van het raadgevend referendum. Het is er een perfect onderwerp voor. Allereerst is actieve donorregistratie geen politieke kwestie, maar meer een ethische afweging die alle burgers aangaat. De wet raakt aan grondwettelijke privacyrechten en de onaantastbaarheid van het lichaam. Iedereen wordt donor, tenzij je aangeeft dat niet te willen. Zwijgen is toestemmen volgens de initiatiefwet van D66. Op de vraag van de Senaat hoe bedenkster Pia Dijkstra kon garanderen dat alle meerderjarige Nederlanders van hun aanstaande actieve donorschap verwittigd zouden worden, antwoordde zij: ‘Garantie krijg je alleen op stofzuigers.’ Dat is echt te mager voor zo’n ingrijpende aanpassing van het donorsysteem.

LEES VERDER

Vijf redenen om het raadgevend referendum niet af te schaffen

Er bestaat een grote kans dat het landelijke referendum op verzoek van burgers binnenkort wordt afgeschaft. De Tweede Kamer heeft met een kleine meerderheid al ingestemd met het wetsvoorstel tot afschaffing van de Wet Raadgevend Referendum (Wrr). Het lot van het wetsvoorstel ligt nu in handen van de Eerste Kamer. De vier regeringspartijen hebben daar met 38 zetels een krappe meerderheid, maar krijgen waarschijnlijk steun van twee leden van de SGP. Afschaffing zal een ernstige verschraling van de Nederlandse democratie betekenen. Grote groepen uit de bevolking wordt daarmee de mogelijkheid ontnomen om te laten weten wat ze vinden van een bepaald omstreden voorstel. Aan referenda neemt in het algemeen een redelijke afspiegeling van de bevolking deel. Het is zeker geen perfecte afspiegeling. maar het is winst voor een democratisch stelsel als veel lager en middelbaar opgeleiden deelnemen, terwijl ze bij nauwelijks betrokken zijn bij veel andere vormen van participatie. Er zijn echter meer redenen om de afschaffing van het referendum te betreuren

LEES VERDER

Niet het referendum is hier het probleem, maar de regering

Komende tijd buigt de Eerste Kamer zich over het referendum. De regering wil afschaffing, omdat het verwachtingen over politiek vertrouwen niet zou hebben waargemaakt. Vreemde redenering, zeker gezien gedrag van gezagsdragers bij het referendum in 2005, 2016 en 2018.

“Nepnieuwslawine” kopte De Telegraaf op 14 november. Het ging om een brief van minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) aan de Tweede Kamer. Daarin legde ze een verband tussen onderzoek naar buitenlandse “digitale dreiging” en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv): voor “dit onderzoek is het wettelijke kader van de Wiv noodzakelijk.”

Ollongrens alarmerende taal leek onderdeel van de campagne voor het referendum over de Wiv. Die maand leek ook CU-leider Gert-Jan Segers al op campagne. Hij reageerde fel op het voornemen van PVV-collega Geert Wilders, die ook voor de Wiv is, om zich bij een eventueel ‘nee’ neer te leggen: “De heer Wilders heeft heel wat uit te leggen als er dan toch een grote aanslag plaatsvindt.”

Bangmakerij in een referendumcampagne. Dat hebben we eerder gezien. Bijvoorbeeld bij het referendum over de goedkeuring van het associatieverdrag met Oekraïne in 2016. Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker sprak de vrees uit dat afwijzing de “deur kan openen naar een grote continentale crisis” en koren op de molen was “van populisten die de EU willen opblazen.”

Bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005 lieten ook Nederlandse gezagsdragers zich niet onbetuigd.

LEES VERDER

Juncker wil een greep uit de ECB kas doen en dat is geen goed plan

De Europese Centrale Bank is een winstmachine. Niet dat de ECB uit is op winstmaximalisatie, lezen we op de ECB-site. (In) ‘werkelijkheid streven we een geheel ander doel na: het stabiel houden van de prijzen in het eurogebied. Soms maken we, als een bijeffect van onze inspanningen, winst – en aangezien we een publieke instelling zijn, zou deze winst u ten goede kunnen komen.’ Gôh, dat hebben wij nou nooit. Dat je als bijeffect van je dagelijkse beslommeringen ineens een paar miljard in je broekzak vindt. Gelukkig beseft de ECB dat ze die winst als publieke instelling met ons, de burgers, moet delen. Helaas niet per girobetaalkaart rechtstreeks op uw rekening. De ECB kiepert de winst via de De Nederlandse Bank in de Rijksschatkist. De regering beslist vervolgens wat het gaat doen met dat geld. Op die manier wordt dat gratis geld dus een beetje van ons. Maar daar gaat verandering in komen, tenminste als het aan de Europese Commissie ligt.

LEES VERDER