Er is deze dagen veel te doen over de afdracht van Nederland aan de Europese Unie. Eventjes een tegenvaller van meer dan €640 miljoen, dat is niet misselijk. Als je er nu van op aan kon dat dit geld goed terecht zou komen, is dat misschien nog uit te leggen. De verspilling via rondpompen van geld blijft echter doorgaan en deze week bleek in Straatsburg dat Europarlementariërs ook rustig kunnen blijven graaien. Alleen voor het afschaffen van het verhuiscircus bestond in het EP een meerderheid, maar als het om de parlementaire vergoedingen gaat, geven de meeste Europarlementariërs niet thuis.
Zoals ik al jaren doe, heb ik ook dit jaar weer veel voorstellen ingediend voor besparingen op de EU-begroting voor volgend jaar. Twee van die voorstellen betroffen de vergoedingen van Europarlementariërs. Allereerst stelde ik voor dat alle EP’ers moeten gaan verantwoorden wat ze doen met de €4.300 per maand die ze ontvangen als ‘algemene onkostenvergoeding’. Dat zou natuurlijk helemaal niet controversieel moeten zijn. Je kan toch ook niet tegen de belastinginspecteur zeggen dat je geen zin hebt om je belastingformulier in te vullen? Helaas steunde ook dit keer de meerderheid van de EP’ers dit voorstel niet. Enig lichtpuntje: het verschil tussen voor- en tegenstanders was nog nooit zo klein. Als we nog zo’n 20 collega’s weten te overtuigen, zijn we er en wordt het definitief onmogelijk om dit enorme maandelijkse bedrag zomaar in eigen zak te steken.
Mijn tweede voorstel kreeg veel minder steun. Het ging daarbij om een onderzoek naar twee andere soorten vergoedingen die alle Europarlementariërs ontvangen: de dagvergoeding (voor elke dat dat het EP bijeenkomt, mits je die dag in een of ander register je handtekening hebt geplaatst) en de afstandsvergoeding (die je krijgt als je buiten je land van herkomst bent).
Lees deze column van Dennis de Jong verder op de website van de SP