De Copernicaanse omwenteling

CopernicusDen Haag draait niet langer om u maar om Brussel!

Vijftien jaar geleden, op 1 juni 2005, wees het Nederlandse volk in een raadplegend referendum de voorgestelde Grondwet van de Europese Unie met twee derde meerderheid af. De politieke droom van een Verenigde Staten van Europa die door de traditionele partijen van ons land werd gesteund leed een harde nederlaag. Toch werd op 13 december 2007 het Verdrag van Lissabon getekend dat bijna helemaal overeenkomt met de Grondwet die in Frankrijk en Nederland per referendum was afgewezen.

Op 1 december 2009 trad dit Verdrag in werking. Gestimuleerd door de maatregelen die werden genomen om de financiën van lidstaten als Portugal, Spanje, Italië en Griekenland te saneren en de banken en de euro te redden is de macht van de Unie nog verder toegenomen. Hoewel de macht van de EU veel groter is dan in de Grondwet werd voorzien, is aan ons, het volk van Nederland, sindsdien niet meer om een oordeel gevraagd. Wij wachten daarom nog altijd op een tweede referendum, een referendum dat ons wordt ontzegd. Intussen hebben de ontwikkelingen zelf aangetoond dat de Unie twee fundamentele principes van ons land heeft ondermijnd: de nationale soevereiniteit en de nationale democratie. Sterker nog, zonder het Nederlandse volk daarin te kennen, hebben onze politici de Nederlandse soevereiniteit grotendeels overgeheveld naar de Unie.

Dat wil zeggen, ons land is geen vrije en onafhankelijke staat meer. Nederland wordt stap voor stap een provincie van een nieuw Europees imperium. De Unie is een centralistisch geleid machtsblok dat steeds openlijker streeft naar wereldmacht in concurrentie met de VS, Japan, China, India, Rusland en andere opkomende machten. Een machtsblok waar, als het puntje bij paaltje komt, de politiek in Den Haag gehoorzaam aan is. Dit is niets minder dan een Copernicaanse omwenteling: de politiek in Den Haag draait niet langer om U, de Nederlandse bevolking, de ware Soeverein van dit land, maar om ‘Brussel’. De politiek in Den Haag dient niet uw belang maar die van de Europese Unie. Dit bleek wederom in 2016 toen de Nederlandse bevolking met een ruime meerderheid tegen het EU-associatieverdrag met Oekraïne stemde. Wat gebeurde er vervolgens? Het associatieverdrag werd alsnog doorgedrukt tegen de wil van de Nederlandse bevolking en het referendum werd afgeschaft.

Wat laat dit alles onomstotelijk zien? Dat de politiek in Den Haag niet langer uw belang, het belang van de Nederlandse bevolking, als hoogste belang (h)erkent, maar gehoorzaamheid verschuldigd is aan de Europese Unie. Dit kan en mag zo niet langer doorgaan anders raken we ons land definitief kwijt en worden we een onbeduidende provincie in een groot antidemocratisch Europees imperium.

Zelfs als die ondermijning van onze nationale vrijheid door ons Nederlanders, de eigenaren van dit land, via een transparante grondwettelijke procedure was goedgekeurd, was het democratisch deficit een probleem geweest. Nu echter is de overgave van ons land aan een nieuwe machthebber, de EU, zonder onze instemming en tegen onze uitdrukkelijke wil in, een illegitieme greep naar de macht. Het is een greep naar de macht door een aantal inhoudelijk gezien vrijwel identieke politieke partijen (VVD, PvdA, CDA, D66, CU en GroenLinks) die samen het partijkartel vormen. Een kartel dat een steeds geringer aandeel van de Nederlandse bevolking uitmaakt, maar dat doordat het de afgelopen decennia de meerderheid heeft kunnen vormen in onze volksvertegenwoordiging meent het recht te hebben de soevereiniteit van vrije Nederlanders eigenmachtig op te geven, zonder daarvoor om de expliciete toestemming van de Soeverein, de Nederlanders, ons dus, te vragen.

Deze partijen, hun volksvertegenwoordigers en medestanders denken dat zij beter in staat zijn over zo’n fundamentele machtsverschuiving te oordelen dan de Nederlandse bevolking zelf. Daarmee maken zij zich medeplichtig aan de opbouw van een ondemocratische staat die door ons niet is gewild. Het wordt steeds duidelijker dat de wetgevende en uitvoerende macht in de Unie in handen van bestuurders, experts en lobbyisten ligt. Hun politiek komt niet voort uit de wil van de burgers, voor wie zij zich direct zouden moeten verantwoorden. In plaats daarvan denken zij ons belang beter te kennen dan wij zelf. Om die reden hebben ze besloten het Nederlandse volk niet nog eens om een oordeel te vragen over ontwikkelingen die leiden tot de afschaffing van de soevereiniteit van ons land. Om die reden hebben ze besloten ons een tweede referendum over het Verdrag van Lissabon te ontzeggen. Om die reden hebben ze het associatieverdrag van de EU met Oekraïne – ondanks dat de Nederlandse bevolking hier in een referendum tegen heeft gestemd – toch goedgekeurd. Om die reden hebben ze geen referenda georganiseerd over andere zeer fundamentele inperkingen van onze soevereiniteit, zoals de EU-controle op de nationale begrotingen. Om die reden hebben ze, tot slot, het referendum in ons land zelfs compleet afgeschaft…

Het is inmiddels vijf voor twaalf. Forum voor Democratie is opgericht om dit verwerpelijke, antidemocratische partijkartel te breken. Forum voor Democratie is opgericht om onze democratie en soevereiniteit te herstellen. Forum voor Democratie is opgericht om onze vrijheid terug te veroveren. Help ons voor het te laat is en stem Forum voor Democratie op 17 maart! Alleen samen kunnen we deze strijd winnen! De toekomst van u en uw kinderen om in een vrij en democratisch land te kunnen leven staat op het spel!

Wees een vrije geest!

Vrije GeestValt het u ook zo op? Dat allerlei instanties steeds meer willen gaan bepalen wat u wel en niet mag denken en zeggen? Dat onwelgevallige meningen worden gekwalificeerd als ‘nepnieuws’, ‘radicaal’ en ‘gevaarlijk’? Dat er voor tegengeluiden niet of nauwelijks plaats is in het maatschappelijk debat? Sterker nog, dat opiniemakers, journalisten en wetenschappers die tegen de dominante stroom inroeien uit de publieke ruimte worden geweerd door ze te ridiculiseren en marginaliseren? En dat er zelfs schaamteloos steeds meer botte censuur wordt toepast? Het is immers vast niet aan uw aandacht ontsnapt dat er, vooral de afgelopen maanden, een enorme zuivering op de sociale media heeft plaatsgevonden. Mensen met een voor het partijkartel en de kartelmedia onwelgevallige mening, inclusief de Amerikaanse president, zijn massaal van Facebook, Twitter, Youtube, LinkedIn en andere platforms verbannen. Maar zonder kritiek kan een vrije samenleving niet bestaan.

U krijgt, via de mainstream media (d.w.z. de kranten, die vrijwel allemaal in handen zijn van twee grote Belgische uitgevers en de NPO die al decennialang een verlengstuk is van het partijkartel) steeds slechts het dominante narratief – met hoogstens wat kleine variaties af en toe – voorgeschoteld. In combinatie met de censuur op sociale media dwingt het mediakartel zo een opiniehegemonie af. Dit alles maakt het des te belangrijker dat u zelf goed nadenkt, zelf actief op zoek gaat naar informatie en uw gezond verstand gebruikt. Kortom dat u uw geestelijke weerbaarheid zoveel mogelijk vergroot tegen de opiniehegemonie die u van alle k(r/l)anten krijgt opgedrongen. Iets is niet waar omdat iedereen het zegt. Zeker niet in een tijd van (zelf)censuur. Galileo Galilei kreeg in zijn tijd ook van iedereen, de kerk, de wetenschap en de goegemeente, te horen dat hij ‘nepnieuws’ verspreidde en toch had hij gelijk.

En hij zou zich, met zijn kritische en vrije geest, ongetwijfeld ook vragen hebben gesteld bij wat ons vandaag de dag allemaal over Corona wordt verteld. Want hoe kan het bijvoorbeeld, u weet het zich vast nog te herinneren, dat u tijdens het begin van de crisis op het hart werd gedrukt vooral geen mondkapjes te kopen omdat, zo zeiden de ‘experts’ nou eenmaal ‘een mondkapje niet werkt’ en u nu gedwongen bent een mondkapje te dragen? Waarom is juist in de drie Scandinavische landen – Noorwegen, Finland en Denemarken – waar het coronabeleid het afgelopen jaar heel soepel is geweest de Coronasterfte het laagst van alle Europese landen? Hoe groot is die oversterfte nou werkelijk, als we bijvoorbeeld rekening houden met de vergrijzing van de bevolking en het erg milde griepseizoen een jaar eerder? En hoe verhoudt die oversterfte zich met eerdere griepepidemieën? Waarom heeft de regering de zorgcapaciteit in de zomer niet opgeschaald terwijl men wist dat er in de winter een tweede golf zou komen? Stel uzelf dit soort vragen. Verzamel informatie, ga op zoek naar antwoorden, wees niet bang en gebruik uw gezond verstand. We zitten namelijk midden in een informatieoorlog.

Journalisten zijn tegenwoordig een verlengstuk van de macht. Vaak hebben ze eerder een baan gehad als voorlichter op een ministerie of hopen ze zo’n baan (weer) te krijgen. Ze zijn afhankelijk van informatie (‘primeurs’) van de macht en ze zijn bang ontslagen te worden als ze buiten de lijntjes kleuren. Daarom dwingen ze een totalitaire opiniehegemonie af. Dit doet de media onder andere door iedereen die zich niet conformeert aan hun opiniehegemonie weg te zetten als een nazi, fascist, xenofoob et cetera. Het zal duidelijk zijn dat juist diegenen die anderen op deze wijze monddood proberen te maken zelf totalitair zijn. Lees daarom geen krant meer en kijk niet langer naar de NPO: ze zijn volledig gelijkgeschakeld en bederven uw geest. Denk zelf na. Maak uzelf geestelijk weer vrij en weerbaar. Luister bijvoorbeeld naar de podcasts van Cafe Weltschmerz of Blue Tiger Studio, bekijk het FvD journaal, houd Ongehoord Nederland in de gaten, lees eens ‘The Power of the Powerless’ van Havel en volg twitteraars zoals @superjan @Ewindt of @burgercomiteeu. Kortom, wees een vrije geest en denk zelf na!

Verwerp het diversiteitsracisme!

DiversiteitZoals u ongetwijfeld gemerkt heeft hebben we besloten in aanloop naar de verkiezingen van 17 maart vol achter Forum voor Democratie te gaan staan. Een van de redenen hiervoor is dat voor ons allebei geslacht, huidskleur en afkomst geen enkele rol speelt. Helaas zijn bijna alle andere politieke partijen slachtoffer geworden van een nieuwe intens racistische ideologie die in de Verenigde Staten tot wasdom is gekomen en vervolgens naar ons land overgewaaid: het ‘diversiteitsracisme’.

Volgens deze ideologie – op basis waarvan mensen op hun afkomst en met name hun huidskleur in plaats van hun individuele kwaliteiten worden beoordeeld – zijn ‘witten’ ‘geprivilegieerd’ en ‘onderdrukken’ ze andere ‘rassen’. Dit alles is precies zo intens racistisch en walgelijk als het in uw oren klinkt. Toch is dit ‘diversiteitsracisme’ in al onze instituten volkomen geaccepteerd geraakt en het sijpelt steeds verder door. Het media- en partijkartel gaat er, bewust dan wel onbewust, vanuit dat ‘witten’ geprivilegieerd (feitelijk zeggen ze dus: op een of andere manier ‘sterker’ of ‘superieur’!) zouden zijn. Daarom moeten ‘witten’ nu ‘vrijwillig’ op allerlei manieren in onze samenleving ‘een stapje terug doen’ om zo andere ‘rassen’ (die, dat begrijpt u wel, namelijk natuurlijk niet zonder hulp van ‘witten’ op eigen kracht vooruitgang zouden kunnen boeken!) een kans te geven.

Vandaar dat de gemeente Amsterdam stipuleert dat minimaal 30% van de ‘hogere ambtenaren’ een niet-westerse achtergrond moet hebben. ‘Niet-westers’ betekent natuurlijk ‘van kleur’ of denkt u echt dat een blanke ‘Zuid-Afrikaan’ die naar Amsterdam migreert als ‘niet-westers’ geregistreerd zal worden met haar witte huidskleur? En hoe gaat de gemeente Amsterdam dit precies doen? Eerst vragen aan alle gemeenteambtenaren om zelf hun huidskleur te komen registeren (waar doet u dat trouwens aan denken……)? En bij welke kleurcode ligt dan de grens? En hoe wordt die kleur exact gemeten? Met een ‘huidskleurmeter’? U ziet hopelijk hoe intens racistisch dit alles is!

En dan het mediakartel dat het nog zotter maakt. De NOS had zelfs een ware ‘diversiteitsbokaal’ op de redactieburelen staan. Een prijs die werd uitgereikt aan de (ongetwijfeld roomblanke!) journalist die de meeste ‘mensen van kleur’ voor de camera wist te krijgen. Alsof u een exotisch dier bent! En denk dus maar niet, mocht u toevallig een kleurtje hebben, dat de NOS u heeft gevraagd voor uw expertise. Nee, u bent vanwege uw huidskleur slechts een middel voor een NOS journalist om een gewilde ‘bokaal’ mee in de wacht te slepen. Voor het media- en partijkartel wordt u gereduceerd tot veren om mee te pronken en te laten zien hoezeer ze deugen. Dit gaat ten koste van degenen onder ons die plotseling ‘van kleur’ worden genoemd. Wie van ons als ‘van kleur’ wordt benoemd, wordt niet langer voor vol aangezien. Op basis van uw plots ‘afwijkende’ ‘niet-witte’ huidskleur wordt u tot ‘exotische’ hulpeloze gemaakt. Zo worden vele van onze medeburgers door de diversiteitsracisten expliciet buiten een door hen ontdekte ‘normatief-witte’ gemeenschap geplaatst. Een gruwel!

Het is allemaal precies zo walgelijk, intens racistisch en, voor onze medeburgers ‘van kleur’, ronduit vernederend als het klinkt. Het mediakartel en partijkartel vinden dit alles echter volkomen normaal. Hoe kan dit? De enig denkbare verklaring is dat ze zélf dus door en door racistisch zijn. Zonder hulp van ‘witte helpers’ gaan mensen ‘van kleur’ het in ons land het blijkbaar niet redden. Dit wordt ook wel toepasselijk het racisme van de ‘lage verwachtingen’ genoemd. Het is intens vernederend en zorgt ervoor dat medeburgers ‘van kleur’ ontvoogd, kunstmatig afhankelijk van ‘witte’ hulp en passief worden gemaakt. Eigen verantwoordelijkheid doet er niet toe en heeft geen zin. Als mens ‘van kleur’ kun je niets, ben je gedetermineerd door je huidskleur, wordt je ‘onderdrukt’ en moet je maar wachten tot de ‘withuid’ je met zijn ‘quota’ wil komen bevrijden. Denk u eens in wat de valse gevolgen hiervan zijn. Wanneer kinderen met deze racistische leer worden opgevoed worden ze dus gepredestineerd om te falen (wat deze racisten verder in hun ‘gelijk’ zal bevestigen). Bovendien kun je als mens ‘van kleur’, vanwege dit ‘diversiteitsracisme’ en door de kunstmatige bevoordeling van de quota die eraan gekoppeld zijn, nooit zeker weten of je iets op eigen kracht hebt bewerkstelligd of alleen maar vanwege je huidskleur als onderdeel van een quotum dat gevuld moest worden. Dit is dus een ernstige vorm van geestelijke mishandeling!

Burgercomité-EU en Forum voor Democratie verzetten zich tot in onze diepste vezels faliekant tegen elke vorm van discriminatie en racisme, inclusief positieve discriminatie en het mensverachtende diversiteitsracisme. Wij willen mensen uitsluitend op hun individuele kwaliteiten beoordelen. Etniciteit, geloof, geslacht et cetera spelen voor ons geen enkele rol. Zo hoort het in een vrije, democratische samenleving. En juist omdat wij racisme principieel verwerpen worden we door de diversiteitsracisten in de media continu van racisme beschuldigd.

Vandaar onze oproep aan Nederlanders ‘van kleur’. Bent u het zat om als zielig (en dus eigenlijk als minderwaardig) te worden beschouwd? Bent u klaar met het ‘racisme van de lage verwachtingen’ van al die roomblanke ‘deugers’ die, om zichzelf goed te kunnen voelen, u zo graag willen helpen omdat u niet voor uzelf zou kunnen zorgen? Wilt u eindelijk serieus genomen worden en met respect behandeld? Wilt u er zeker van zijn dat als u ergens wordt aangenomen dat is vanwege uw kwaliteiten en niet om een quotum ingesteld door ‘witte helpers’ te vullen? Word dan lid van Forum voor Democratie, de enige partij die faliekant tegen elke vorm van discriminatie en racisme is en alle ‘diversiteitsquota’ wil verbieden en stem 17 maart op Forum voor Democratie!

De Ollongren-doctrine

Foto CensuurU bent wellicht al bekend met de ‘Rutte-doctrine’: door zo weinig mogelijk op papier te zetten wordt de facto voorkomen dat Kamer en pers de regering goed kunnen controleren. Naast deze Rutte-doctrine is er echter nog een veel gevaarlijker wapen ontwikkeld om kritiek in de kiem te smoren: de Ollongren-doctrine. Wat is de Ollongren-doctrine? Een rechtstreekse aanval op de vrijheid van meningsuiting. Hoe? Door, vanuit de rijksoverheid en de media, kritiek stelselmatig te framen als ‘nepnieuws’, ‘desinformatie’, ‘complot denken’, ‘gevaarlijk en extreem’ en een vorm van ‘buitenlandse inmenging’ (1). Daarmee wordt de facto een ‘Ministerie van Waarheid’ opgericht dat bepaalt wat ‘waar en toelaatbaar’ is en wat niet.

Mag de staat bepalen wat burgers voor waar en vals moeten aannemen? De staat is onder deze Ollongren-doctrine langzaam maar zeker bezig zich het recht toe te eigenen de publieke sferen die door de Nederlandse burgers worden bewoond te monitoren en vast te stellen of daar sprake is van ‘desinformatie’. Vanzelfsprekend is dit de bijl aan de wortel van uw vrijheid van meningsuiting. Het onthult bovendien nog iets anders: de drang naar controle vertoont totalitaire kenmerken. De angst voor ‘desinformatie’ is namelijk een angst voor datgene wat als niet-mainstream, d.w.z. kritiek op de heersende opiniehegemonie, wordt beschouwd.

Omdat er geen criteria voor ‘desinformatie’ worden vastgesteld kan elke in het publiek gemaakte opvatting of claim die indruist tegen de toevallige mening van bepaalde ambtenaren, bestuurders of politici, journalisten en wetenschappers worden gebrandmerkt als ‘desinformatie’ en vervolgens als zodanig door de staat worden bestreden. Zo wordt een opiniehegemonie afgedwongen en worden andersdenkenden weggezet als ‘extreem’, ‘gevaarlijk’ en de facto gecriminaliseerd. Een ronduit bizar voorbeeld hiervan is het opnemen vorig jaar van De Blauwe Tijger – een gerespecteerde uitgeverij die aan maatschappijkritiek doet – in het rapport ‘Dreigingsbeeld Terrorisme’ van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV). Volgens de NCTV is De Blauwe Tijger een uitgeverij die, we citeren, “een doorgeefluik van anti-overheidspropaganda, nepnieuws en complottheorieën” zou zijn. (2)

Dit soort gedrag op zichzelf komt al heel dicht in de buurt van het vervolgen van andersdenkenden. De Ollongren-doctrine is totalitair en een enorm groot gevaar voor onze vrijheid van meningsuiting. Vooral ook omdat deze doctrine actief gesteund wordt door een ‘cancel en trail by media cultuur’ waarin men het acceptabel en zelfs een morele plicht acht om ‘gevaarlijke andersdenkenden’ maatschappelijk uit te stoten. De Amerikaanse president is zelfs om die reden van Twitter gehaald – hij zou ook ‘desinformatie’ verspreiden – en een concurrent van Twitter genaamd Parler moest ineens op zoek naar andere servers omdat Amazon plotseling haar contract met Parler annuleerde. Want tja, is het niet een goede zaak en zelfs een morele plicht om diegenen die ‘gevaarlijk’ en ‘extreem’ zijn en ‘desinformatie’ verspreiden de mond te snoeren?

Maar de essentie van democratie is nu juist het eindeloze gevecht tussen meerdere perspectieven die allemaal claimen ‘waar’ te zijn. Politici die menen ‘de waarheid’ in pacht te hebben en op basis daarvan de anderen preventief de mond denken te mogen snoeren plegen een moord op de politiek en doden de democratie. En dat is precies wat het totalitaire ‘nepnieuws’ frame van de Ollongren-doctrine doet: men vermoordt de democratie door één politieke waarheidsclaim, één democratische wilsuiting, één moreel perspectief te verabsoluteren. De rest is per definitie gevaarlijk ‘nepnieuws’ en moet dus op zijn minst door alle fatsoenlijke mensen gemarginaliseerd en uitgestoten en het liefst compleet verboden worden.

Dat is natuurlijk preventieve censuur. Het is ook totalitaire censuur omdat men de hele samenleving medeplichtig wil maken. Grote bedrijven maar ook uw familieleden, vrienden en buren worden ingeschakeld om de juiste meningen te promoten en foute meningen te weren. Zo wil men een opiniehegemonie opleggen en zo helpt men de democratie – die slechts kan bestaan bij gratie van de botsing van verschillende meningen en perspectieven – om zeep.

1) Zie bijvoorbeeld deze twee weken geleden gepubliceerde ‘factsheet’ van de Rijksoverheid: Factsheet ‘Online radicaal en extremistisch gedrag’ | Publicatie | Sociale stabiliteit

2) Uitgever Blue Tiger van Tom Zwitser uit Groningen genoemd in terreurrapport: nepnieuws, complotten en financier – Dagblad van het Noorden

Wet is geen recht

Foto van de Raad van State BinnenDoor Prof.(em) Dr. A.Q.C. Tak

De Toeslagenaffaire heeft onze Raad van State verleid tot een wel zeer ongebruikelijke en omvangrijke publieke reactie, bij pen van zijn Voorzitter Afdeling Bestuursrechtspraak. (1) Hij verdedigt daarin dat de Raad van State tot 2019 de Toeslagenwet als dwingend heeft beschouwd en dat bij dwingend recht geen ruimte is voor de menselijke maat op basis van evenredigheid.

De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag is het daar niet mee eens en spreekt van ernstige schending van rechtsstatelijke beginselen, waarvoor zij ook de bestuursrechtspraak en met name de Raad van State ervan lang geeft. Zij roept alle betrokken instanties op tot reflectie.
Deze oproep voert tot het verweer van Van Ettekoven, die op zijn beurt rechtbanken en rechtswetenschap te weinig tegengas verwijt. Wie heeft gelijk?

Centraal in deze discussie staat de bekende kwestie van de constitutionele verhouding tussen wetgever en rechter (samen met het bestuur ‘de ‘trias politica’). Daarin is het laatste woord in geschillen over wetgeving bij uitsluiting aan de wetgevende macht en die over recht bij uitsluiting aan de rechterlijke macht. De wetgevende macht heeft exclusief het laatste woord over de regulering van het algemene beleid; de rechterlijke macht over wat in het concrete geval als recht geldt. Deze constitutionele ‘trias’ verbiedt de vermenging van deze functies.

Van Ettekoven meent dit te mogen ‘nuanceren’: enerzijds noemt hij het ‘beslist ongebruikelijk dat een commissie uit de Tweede Kamer de (hoogste) bestuursrechter juridisch de maat neemt’; anderzijds kan de bestuursrechter wel ‘lagere wetgeving corrigeren, als toepassing van de wet tot onevenredige nadelige gevolgen leidt voor een burger’, maar geldt onverkort ‘de regel dat er bij dwingend recht geen ruimte is voor belangenafweging en toepassing van het evenredigheidsbeginsel’.

Hebben rechtbanken en rechtswetenschap hiertegen te weinig tegengas gegeven?
In de eerste plaats verliest Van Ettekoven hierbij uit het oog, dat de Raad van State niet onze hoogste rechter is, en zeker niet onze enige. De burgerlijke rechter, de belastingrechter, de ambtenarenrechter, de sociale- zekerheidsrechter, de economische-ordeningsrechter en ook een enkele lagere bestuursrechter – die nog geen slappe knieën vertoonde en zijn toga niet aan de kapstok hoeft te hangen – hebben hierover anders geoordeeld. De wetenschap heeft dit uitvoerig gemeld en geanalyseerd en haar bevindingen zelfs rechtstreeks ook aan Van Ettekoven voorgelegd. Maar ook de Raad van State – ik noem hem geen rechter meer – heeft dit alles naast zich neergelegd. Zelfs toen deze rapportage twee jaar geleden in dit blad werd gemeld als bewijs van de verschuiving van de functie van deze Raad (van rechtsbescherming – van de burger – naar machtsbescherming – van de overheid -), is geen verder verweer gevoerd dan op het punt van de benoemingsprocedure van de Staatsraden. (En zelfs dat niet onbestreden).

Maar deze discussie is te fundamenteel om verder in vergoelijkende termen en commissieopdrachten te worden gevoerd. Zij is al gevoerd. Zelfs Van Ettekoven meldt, dat de commissie alle betrokken instanties tot reflectie heeft opgeroepen. Maar hij gaat er aan voorbij, dat aan die oproep al van 2002 tot 2019 is voldaan in uitvoerig gedocumenteerd en door de Nationale ombudsman geautoriseerd materiaal. Daarin zijn onder andere de dood van het willekeurverbod en de bevriezing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in een formele wet, de Awb, gememoriseerd en bekritiseerd. Zij zijn begeleid door, en afgesloten met, de conclusie van geduide functieverschuiving van de Raad van State.

De inhoudelijke discussie dient hier verder te gaan over de constitutionele rolverdeling van wetgever en rechter bij rechtsvaststelling en de ‘machtsverhouding’ tussen wet en recht.

Allereerst over de rolverdeling tussen wetgever en rechter. De constitutionele wetgever (Regering, geadviseerd door de Raad van State, samen met volksvertegenwoordiging en bezegeld door de Koning) is de ultieme instantie voor het uitvaardigen van wetten. Die beogen alle belangrijke facetten van het overheidsbeleid aan het volk bekend te maken. Zij pretenderen daarbij dat alle daarin geregelde bevoegdheden en maatregelen voldoen aan de eisen die het recht stelt. Dit wordt gewaarborgd door de toetsing vooraf door Raad van State, de kwaliteiten van de Eerste Kamer, en de rechterlijke waarborg van het rechtsgehalte van iedere uitvoeringsmaatregel voor iedere individuele burger in diens eigen persoonlijke rechtssituatie door rechterlijke rechtsbescherming.
Dit laatste wordt ook bekrachtigd door verdragsrechtelijke verplichtingen, waarvan met name artikel 6 van het EVRM gezien kan worden als het hart.

Kortom: over een wet als zodanig heeft enkel de wetgever het woord; ook het laatste. Maar over de individuele gevolgen in de persoonlijke rechtspositie van een individuele burger oordeelt in uiterste instantie de onafhankelijke rechter, met als enige maatstaf het recht.

De vraag is nog enkel: wélk recht? Niet voor niets stelde Hamaker zich in 1894 reeds de vraag, of publiekrecht wel recht mag heten; of het niet enkel een machtswoord is van de wetgever. (2)
Inderdaad is het publiekrecht altijd een wezensvreemde eend gebleven voor de (enkel) aan het burgerlijk recht gewende rechter. Deze is gewend aan het gegeven woord en de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens de medemens als de bronnen van burgerlijk recht. Minder gewend is deze aan bestuursbeginselen, en wel allerminst aan de daarbij behorende ‘in het algemeen rechtsbewustzijn levende’ juridische behoorlijkheidseisen: verbod van willekeur, détournement de pouvoir, en geboden van fair play, motivering en openbaarheid, en het inmiddels afgestorven vertrouwensbeginsel, alsmede het gelijkheidsbeginsel. (Dit laatste evenwel niet als een gebod tot sociale gelijkheid, maar tot gelijke en evenredige behandeling door de overheid).
Ook het publiekrecht kent dus zijn recht, al is het niet het burgerlijk recht, en kan het dit door zijn aard ook niet zijn. Het is het recht voor de verticale rechtsverhoudingen, en niet voor horizontale.

Daarmee resteert enkel nog de vraag over de verhouding tussen wet en recht.
Als grafschrift wil ik meedragen: ‘Wet is geen Recht’. Het gaat om twee volkomen verschillende functies. Het eerste is een overheidsformulier, vergelijkbaar met de vroegere zegelring van de vorst; het tweede is een inhoudelijke kwaliteit van morele aard.

Recht is rechtvaardigheid. Het is het ‘suum cuique tribuere’, het ongrijpbare ‘ieder het zijne geven’. Hoezeer de opvattingen daarover kunnen verschillen blijkt wel het afgrijselijkst uit het opschrift boven de Nazi-executieplaats in Buchenwald: het ‘Jedem das Seine’ geven. Dit verwoordt voor mij de duidelijkste waarschuwing tegen het in handen geven van de sanctionering van deze rechtvaardigheid aan een politieke overheid. Een waarschuwing dus, die niet alleen geldt voor het gevaar van ‘rechts’ of van ‘links’, maar voor iedere vorm van dictatuur, zelfs al berust die op een democratische rechtsvorm als wet of referendum. Slechts in handen van onpartijdige rechters, die volstrekt onafhankelijk zijn van de politieke overheid, kan deze rechtvaardigheid worden betracht; kan rechtvaardig ieder het zijne worden gegeven. Rechters dienen (anders dan politieke leiders), vast te stellen wat in een concreet geval te gelden heeft als rechtvaardigheid, en dus als recht. Politieke leiders, wetgevers en bestuurders dienen rechtszekerheid te geven; zij dienen in abstracto de burger voor te houden waar deze (naar democratisch gelegitimeerde opvatting) op mag vertrouwen als (in principe) leidend tot recht, tot rechtvaardigheid: wet en bestuursbesluit. Maar dat dit zelf ook recht is; dat wet en bestuursbesluit recht zijn, is het misverstand van het rechtspositivisme onder Kelsen, dat leidde tot Buchenwald. (3) Het gevaarlijke pad van het rechtspositivisme, dat vorm en procedure verwart en vereenzelvigt met inhoud; dat zich niet inlaat met de vraag, wat die inhoud eigenlijk is.

Het dient te worden gemeden bij iedere wet, en niet ‘slechts’ de Toeslagenwet. En het valt toe te juichen dat de Commissie dit pad heeft gevonden.
Des te betreurenswaardig is, dat de Raad van State deze keuze kritiseert.

A.Q.C. Tak (emeritus hoogleraar staatsrecht te Maastricht)

1) Bart Jan van Ettekoven, Tussen wet en recht; in NJB 15 jan. 20121, afl. 2
2) H.J. Hamaker, De tegenstelling van publiek- en privaatrecht; Med. Kon. Akad. van Wetenschappen, 1894 (ook opgenomen in zijn Verspreide Geschriften VII, p. 134 e.v.).
3) Hans Kelsen, Reine Rechtslehre: Einleitung in die rechtswissenschaftliche Problematik, Deuticke, Leipzig/Wien 1934; 2e vollständige neu bearbeitete und erweiterte Auflage: Deuticke, Wien 1960 (zie met name p. 42, en p. 13 over das Gesetz über Massnahmen der Staatsnotwehr vom 03.07.1934, RGBl. 1934, I, S. 529). De leer van Kelsen ondervond reeds felle kritiek in eigen huis van Rudolf von Laun in diens Rektoratsrede Recht und Sittlichkeit uit 1924, waarover Rainer Biskup, Launs Kampf gegen den Postivismus im Recht: seine Lehre von der Autonomie des Rechts; Launlezing 2011, Geert Grote Universiteit 2011.

Met bitcoins naar de hemel?

Foto van de Raad van State BuitenDoor prof.(em.) dr. René Tissen

Onbekend, maar zéér bemind
De gemoederen rondom bitcoin bereikten de afgelopen weken een kookpunt nu de prijs ervan in mum van tijd met reuzensprongen omhoog én omlaag is gegaan. In een helder geschreven en informatief artikel schrijft Eva Snel van NRC op 7 januari over de snelle opkomst en mogelijk nog snellere ondergang van bitcoin, een analyse die ik met plezier heb gelezen hoewel ik zelf geen bitcoins heb. Maar om nu te zeggen dat ik na het lezen van haar artikel alles van bitcoin en de werking ervan begrijp en dat ook kan uitleggen aan anderen, nee, dat is niet het geval. Gelukkig ben ik niet de enige. Desgevraagd (door een RTLZ-presentatrice) aan een beursanalist van het Damrak of ook hij van plan is om bitcoin te gaan kopen, antwoordde deze snedig dat hij eigenlijk nooit ergens instapt als hij niet precies weet wat hij koopt.

Dit neemt niet weg dat heel veel kleine en grote beleggers wél zijn ingestapt, uiteraard in de hoop snel winst te kunnen pakken. Het blufpokeren rondom de indrukwekkende prijsstijging en het enorme prijs potentieel van bitcoin, maakt het zeer aantrekkelijk om erin te stappen. Laten we wel zijn. Wie wil nou de boot missen als de groeiprognoses van bitcoin duidelijk laten zien dat prijsstijgingen tot 100.000 euro en zelfs tot 400.000 euro per bitcoin, volgens sommige analisten op korte termijn realiseerbaar zijn? Slechts een enkeling – zoals ik- is van mening dat bitcoin meer op een piramidespel lijkt, dan op een echte ‘store of value”? Echter, misschien is het wel zo dat bitcoin vooral aantrekkelijk is voor jongere generaties beleggers die bitcoin zien als het zwaard dat de ‘oude wereld’ (van digibeten) scheidt van de ‘nieuwe wereld (van digineuten). Er is overigens sinds het ontstaan van bitcoin ook veel waarde verloren gegaan. Hoe? Doordat mensen hun toegangssleutels en codes kwijtraakten, of de inlog procedures niet meer wisten. Is bitcoin een munt die gelijkwaardig is aan echt geld? Of is de een gewoon modern virtueel en de ander ouderwets fysiek?
Zal ik binnenkort met bitcoin boodschappen kunnen doen? Er staan inmiddels her en der in de wereld zo’n 6000 betaalautomaten, maar de status van betrouwbaar transactiemiddel is nog ver te zoeken. Er zijn op het internet juichend enthousiaste filmpjes over bitcoin betaalautomaten te zien, waarin echter zo’n complexe procedure moet worden gevolgd dat het bijna lachwekkend is, in ieder geval extreem tijdrovend. Tussen de middag even snel bitcoins pinnen, zit er voorlopig echt niet in.

Bitcoin als bank
Er is nog een probleem. bitcoin lijkt over echt geld te gaan. Maar is het dat niet. In alle gevallen moeten bitcoins bij aan- en verkoop ‘omgewisseld’ worden in bestaande valuta die wel als wettig betaalmiddel zijn erkend, een status die bitcoin graag zou willen hebben, bijvoorbeeld als vervanging voor de Amerikaanse Dollar als wereldreserve munt, maar deze nog niet heeft en misschien ook nooit zal krijgen. Er is misschien wel toekomst. Als bitcoin zich ontwikkelt van betaalmiddel tot echte bank, dan is het waardepotentieel van bitcoin inderdaad enorm, misschien zelfs oneindig. Stel je voor dat Bitcoin alle transacties die voortvloeien uit de relatie tussen vraag en aanbod van klanten kan uitvoeren, echter zonder de bureaucratie en het overtollige ‘vet’ dat banken in de loop der jaren hebben vergaard en dat nodig is om financieel-maatschappelijk stabiel en betrouwbaar te kunnen opereren. Door bitcoin te koppelen aan moderne -data gedreven- organisatie-ontwerp technologie, zoals Blockchain, zouden nieuwe -internationale- banken kunnen ontstaan die overal ter wereld op gelijkaardige wijze transacties verwerken en toch hun zakelijke onderscheid in de afzonderlijke landen kunnen blijven behouden. Een soort gigantische backoffice. Ik betwijfel echter of bitcoin hier een sterke positie zal kunnen innemen, omdat traditionele banken natuurlijk niet gek zijn. Zij beschikken over een banklicentie. Daar kan bitcoin alleen nog maar van dromen. Daarbij komt dat alle banken momenteel bezig zijn om blockchain-technologie te ontwikkelen voor de herinrichting van hun processen, richting platform transacties. Bij succes zal er waarschijnlijk een nieuwe fusiegolf van grote banken ontstaan, wellicht met bitcoin/blockchain als kern. Helemaal op eigen houtje zal bitcoin het denk ik moeilijk krijgen, gelet ook op andere digitale cryptovaluta die momenteel op de markt komen, waaronder die van centrale banken. Het is zeer de vraag of deze mogelijke toekomst van bitcoin de hoge prijzen rechtvaardigt die momenteel op de borden worden genoteerd? Zo ja, dan kan een enorme prijsexplosie plaatsvinden, waarbij het deksel van de pot vliegt. Zo nee, dan hebben de huidige beleggers een chagrijnige kat in de zak gekocht.

De toekomst: Laten we reëel zijn
Waarschijnlijk moeten wij vaststellen dat bitcoin (nu nog) geen eigen waarde heeft en die waarde alleen zal kunnen verkrijgen door ingebed te raken in bestaande financiële systemen, via wat ‘Innovative Finance’ is gaan heten. Een goed voorbeeld hiervan werd onlangs door Tyler Durden van Zero Hedge beschreven . Hij maakt melding van een beursgenoteerde onderneming die onder de naam Microstrategy (MSTR) een breed scala van informatiediensten aan klanten levert. De onderneming boekte in 2019 een omzet van bijna 500 miljoen dollar met 2400 werknemers.De leiding is in handen van Michael J. Saylor, bekend om zijn gewaagde ‘Fintech’ oplossingen voor de anderszins nogal traditionele financiële sector. Hij levert paradigma doorbrekende nieuwe mogelijkheden, sommige van het kaliber van Elon Musk. Ieder op hun eigen gebied proberen deze beide CEO’s de oude wereld van de ‘technology poor’ te vervagen door een nieuwe wereld van de ‘technology rich’.

In 2020 maakt Saylor bekend dat zijn onderneming converteerbare bedrijfsobligaties had uitgebracht ter dekking van de schuldenlast van de onderneming. In het kader van het steunbeleid van kwantitatieve verruiming van de Federal Reserve verkoopt Saylor deze obligaties aan de Fed. Hij ontvangt hiervoor aanzienlijke hoeveelheden cash geld die hij echter niet toevoegt aan de op dat moment bestaande kaspositie van de onderneming. Hij koopt ter versterking van de onderneming 21.454 bitcoins tegen de op augustus 2011 geldende ‘schamele’ koers van 10.000 dollar per bitcoin. Deze verrassende actie trekt onmiddellijk de aandacht van de markt. Hier, zo is men van mening, ontstaan kansen om bitcoins te laden met toekomstige waarde, de “store of value” benadering. In korte tijd spuit de prijs van MSTR omhoog. De beurswaarde van de onderneming groeit van 1.2 miljard dollar in augustus 2020, naar 5 miljard dollar in de eerste week van 2021. Maar Saylor doet meer. In plaats van zijn liquiditeitspositie te versterken met cash, gebruikt hij de helft van het steungeld dat hij van de FED heeft gekregen voor de oprichting binnen MSTR van een MSTR Bitcoin Investeringsfonds Dit trekt de aandacht van Morgan Stanley. Deze onderneming besluit om voor 10% in het fonds deel te nemen. De prijs van bitcoins spuit vervolgens omhoog. Dit trekt op zijn beurt de aandacht van de markt. Beleggers krijgen namelijk hierdoor de mogelijkheid om in bitcoins te gaan, zonder daadwerkelijk bitcoins te bezitten. Dit laatste is voor veel institutionele systeem beleggers doorgaans niet toegestaan, want te risicovol. Ook bij beleggers leeft immers de vraag wat bitcoins nu eigenlijk zijn: geld of waarde? De belangstelling van een grote groep beleggers om bij MSTR-fonds in te stappen is groot. De prijs van bitcoins schiet verder omhoog. De verwachting is dat 100.000 dollar per bitcoin haalbaar moet zijn, als tussenstation naar meer, veel meer. …

Is hier sprake van innovatief financieel beleid, of is het een slim piramidespel dat zich baseert op de hebzucht van de deelnemers? We weten het niet. De tijd zal het leren.

Een illusie rijker
Wat snel omhoog komt , gaat doorgaans ook weer snel omlaag. De afgelopen week is de koers van bitcoin scherp gedaald, van krap 40k, naar ruim 30k. De crypto lijkt ten prooi te zijn gevallen aan speculanten. Gecombineerd met de verdenking dat bitcoin nog steeds een ruime vrijplaats voor criminelen is, kan het de verdere ontwikkeling van bitcoin hinderen, zo niet onmogelijk maken. Zou dat erg zijn? Ik weet het niet. Er is een aantoonbare behoefte aan betrouwbare financiële instrumenten die de overgang van de oude wereld naar de nieuwe wereld mogelijk maken, in de vorm van verzekeringen die als garantiefonds van en voor waarde werken. Eigenlijk zoals momenteel tegen fysiek goud wordt aangekeken. Kan een koppeling tussen bitcoin (virtueel) en goud (fysiek) de oplossing bieden? De toekomst zal het ons leren.

Zojuist komt via The Times het bericht bij mij binnen dat Christine Lagarde van de ECB pleit voor strenge mondiale regulering en strakke handhaving van de regels rondom bitcoin. Ze wijst op het huidige misbruik dat van bitcoin wordt gemaakt als wereldhaven van zwart geld. Het lijkt een grote modderpoel voor criminaliteit te zijn. Daarbij komt dat in haar ogen bitcoin een ‘funny business’ is, waar meer mensen hun geld verliezen dan er aan verdienen. Je kunt er nooit zeker van zijn dat je de coins wel hebt, je kunt er moeilijk bij en verliest het gemakkelijk. Het is eigenlijk waardeloos. Maar ja, het is óók waard wat een gek ervoor biedt.

Dit opinieartikel is op persoonlijke titel geschreven door prof.(em.) dr. René Tissen, sinds 1991 hoogleraar bedrijfskunde aan Business Universiteit Nyenrode te Breukelen. Dit artikel bevat op geen enkele wijze een beleggingsadvies.

De wereldwijde schuldeneconomie staat op springen

Foto van Federal ReserveDoor Prof.(em.) Dr. René Tissen

De Federal Reserve heeft het verpest
Vanwege de overheersende positie van de Amerikaanse dollar in het schaakspel om de geopolitieke wereldmacht, heeft de Federal Reserve Bank een betekenisvolle voorbeeldfunctie als het gaat om het tijdig nemen van die financiële stimuleringsmaatregelen, die nodig worden geacht om de economieën van westerse landen uit het slop te trekken, zodra dat het geval is. Vroeg of laat volgen vrijwel alle centrale banken het beleid van de Federal Reserve. Na de kredietcrisis van 2007-2011 moesten maatregelen worden getroffen om de Amerikaanse economie te behoeden voor een verdere afgang. Aanvankelijk werd het klassieke instrumentarium uit de kast getrokken, namelijk dat van de stapsgewijze verlaging van de rente, in de verwachting dat partijen door goedkoop te kunnen lenen de economie als ware het vanzelf weer aan zouden jagen. Toen dit beleid onvoldoende bleek aan te slaan, ging de Federal Reserve over op het drastisch verruimen van de beschikbare geldhoeveelheid via wat Quantitative Easing werd genoemd. Een tsunami van nieuw geld was het allesvernietigende gevolg. De wereldeconomie werd een schuldeneconomie van voorheen ongekende omvang.

Grote stappen, snel thuis
Met een ferme vuist werd op tafel geslagen. Slechts een beetje geldverruiming zou het tij niet doen keren. Er werd met geld gesmeten. Voorbij is de tijd van miljoenen, hoera voor de miljarden en zelfs de biljoenen. Met helaas als enige resultaat dat overal ter wereld luchtbellen in de economie zijn ontstaan. De laatste daarvan is nu in het vizier gekomen van economen en politici, namelijk de ongekende koersstijgingen op -en van- de wereldwijde effectenbeurzen. Inmiddels is elke relatie tussen de koersontwikkeling van een beursgenoteerd fonds en de winstgevendheid ervan, verdwenen. Het lijkt er veel op dat de traditionele indexen zoals de Dow Jones, geen bovengrens meer kennen. Zelfs ‘the sky’ is niet langer ‘the limit’.

De rijken worden rijker, de kloof neemt toe
Tenminste twee grote partijen hebben hier baat bij gehad. Ten eerste is er wereldwijd een kaste van multimiljardairs ontstaan en is er zelfs sprake van een snelgroeiende supertop van trillionairs. Dankzij hun rijkdom vertegenwoordigen zij inmiddels een wereldmacht in zichzelf. Dat deze buiten elke democratische controle valt, is bijzonder jammer omdat het hen daardoor aan moreel gezag ontbreekt. De wereld moet het hebben van hun persoonlijke goodwill. Het verhaal gaat overigens dat het momenteel juist deze rijken zijn die uit betrokkenheid met mens en milieu een ‘global reset’ van de wereldeconomie nastreven, een initiatief dat voortkomt uit het Wereld Economisch Forum en hun besloten jaarlijkse bijeenkomsten in Davos, Zwitserland.

De bedelstaf dreigt
Ten tweede is vooral in Amerika ongekend veel winst geboekt voor al die burgers die hun persoonlijk pensioenplannen (bijvoorbeeld 401k) sterk in waarde zagen toenemen, wat dringend nodig was om te voorkomen dat grote groepen Amerikanen aan de bedelstaf zouden raken op het moment van hun pensionering. De Federal Reserve heeft er eigenlijk voor gezorgd dat er weinig sociale onrust ontstond bij de middenklasse (mét aandelen) ten nadele van alle anderen die zich toch al geen beleggingen konden veroorloven. De Amerikaanse verdeeldheid onder president Trump is niet alleen racistisch van aard, maar vooral ook financieel. Om deze ‘vertical divide’ tegen te kunnen gaan zijn er de afgelopen tijd aanzienlijke dollarbedragen van de overheid aan de eigen bevolking geschonken. Voormalig President Trump wilde dit strooien met ongedekt geld het liefst voorzien van een biljet stempel: “Given to you by your president, Donald J. Trump”. De economie kwakkelde energieloos voort. Het monster van de geldontwaarding stak de kop op, alles werd en wordt steeds duurder. Officieel was er overigens geen sprake van inflatie en haalde de Federal Reserve de zelf gestelde inflatiedoelen niet eens. Het idee van een plotselinge scherp toenemende inflatie als gevolg van ingehouden geldontwaarding (‘pent up inflation’) van onderaf krijgt inmiddels enige voet aan de grond.

En toen kwam Corona
Voorafgaande aan de Covid-19 pandemie was er al sprake van een ongekende stijging van de staatsschuld van Amerika, maar inmiddels doet de rest van de wereld niet onder voor Amerika. Ook in Europa vliegen ons de miljarden en biljoenen om de oren. Maar het herstel van de economie is traag en weerbarstig. Er was in Amerika even een opleving, zo blijkt o.a. uit een geleidelijke daling van de werkloosheid in Amerika. Maar die was van korte duur. Door Corona kent de staatsschuld inmiddels geen enkele grens meer. Momenteel voert Engeland het peloton aan door honderden miljarden te besteden aan het overeind houden van burgers en bedrijven, met geld dat er niet is. Gelukkig gaat een deel van dit geld naar investeringen in de infrastructuur en Defensie, twee Keynesiaanse klassiekers van herstelbeleid. Maar of het allemaal helpt? Het valt te betwijfelen. Het idee van centrale geldontwaarding (via kwantitatieve ontspanning van bovenaf), neemt inmiddels toe, zoals hierboven beschreven.

Geld is waard wat een gek er voor biedt
Het is niet onwaarschijnlijk dat er zich -mogelijk zelfs binnenkort- een tweede mondiale kredietcrisis zal voordoen. Die lijkt de genadeklap voor de dollar te zullen gaan worden die vervolgens ook de andere machtige valuta zal meeslepen, waaronder de Euro, het Engelse pond, de Japanse Yen en de Chinese Yuan. Daarna zullen secundaire valuta volgen, waaronder de Roebel en de Roepie. Alle belangrijke valuta zijn inmiddels hun onderlinge race naar de afgrond aan het versnellen. Als waar is wat ik denk -wat ik niet hoop- dan zullen we binnenkort te maken krijgen met een enorme inflatiespiraal, richting hyperinflatie. Als die zich aandient dan zal dat snel en ingrijpend zijn. Vroeger noemden we dat het Zimbabwe-scenario. Van het ene moment op het andere wordt geld oud papier. De Amerikaanse dollar dreigt ook nog op een andere manier oud papier te worden, namelijk vanwege de huidige status van de dollar als wereldreserve munt. Via deze voor Amerika buitengewoon gunstige speciale handelspositie – veel landen doen transacties met elkaar via de Amerikaanse dollar- dreigt inflatie de eigen valuta van landen waardeloos te maken, vandaar de ‘race to the bottom’.

Een zware depressie
Is er nog iets aan te doen? Zolang alle aandacht terecht uit blijft gaan naar het bestrijden van de Corona pandemie en naar alle geo-sociale onrust die het virus veroorzaakt, vrees ik dat er weinig aandacht zal zijn voor de gevaren van de schuldeneconomie. Voor de toekomst van ons geld en het niveau van welvaart dat wij gewend zijn, moet gevreesd worden. Ik vrees vooral voor het verlies aan sociale samenhang in de economie en voor structurele maatschappelijke ontwrichting die langzaam maar zeker ook in Nederland zichtbaar wordt. Als de huidige spanningen zich doorzetten -wat ik niet hoop- gaat de wereld een zware depressie tegemoet, dieper dan ooit tevoren. Nederland kan hieraan ontsnappen. Door uit de Euro te stappen. Maar als dat in vrede zou kunnen gebeuren, was het wel al gedaan.

Het is maar de vraag of wij het instrumentarium hebben om uit de schuldenval te komen. Technisch gezien zijn er voldoende boekhoudkundige mogelijkheden voor. Het zou bijvoorbeeld kunnen door het op grote schaal kwijtschelden van schulden. Hier en daar gebeurt het al. Of door het wegstrepen van de overmatige staatsschulden van landen tegen het fysieke goud dat een land bezit. Deze beiden kunnen worden gerealiseerd via internationale boekhoudkundige regels, die consequent in deze mogelijkheden voorzien.

Ik vrees echter het meest voor de ineenstorting van onze westerse beschaving als wij niet snel tot vernieuwing van de wereldeconomie en de daarbij passende economische orde komen. Dan zijn we pas echt de weg kwijt en krijgen we te maken met een gewelddadige ‘reset’, in plaats van een ‘grote reset’. Want dan gooit de bevolking de kont tegen de krib. Ik bedoel hiermee te zeggen dat een derde wereldoorlog dan niet kan worden uitgesloten, zeker niet als die eruitziet als een samenstel van allerlei georganiseerde – aanhoudende- burgerconflicten rondom geld en macht -en de toegang daartoe- aan de ene kant, en de positie van mens en milieu aan de andere. Een sterke internationaal georiënteerde politieke democratie is hiervoor essentieel. Helaas zijn er momenteel signalen te over die het tegenovergestelde laten zien. En dat belooft weinig goeds.

Dit opinieartikel is op persoonlijke titel geschreven door Prof. (em.) Dr. René Tissen, sinds 1991 hoogleraar aan Universiteit Nyenrode te Breukelen